Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | juni 2025 | Doe es gewoon vrijwillig | 2 min lezen

Michel organiseert het onvergetelijk diner

Locatie: de kookstudio van kookvereniging De Eenhoorn in Hoorn. Op het menu: pastinaaksoep, een stamppotje, ijs met kersen als nagerecht. In de keuken: de onvergetelijke kookclub van Alzheimer Nederland. Michel Rosier is de chef-kok bij de kookgroepen in West-Friesland. “Het is altijd gezellig en iedereen vindt hier z’n plek.”

 

De geur van bouillon en knoflook komt je al tegemoet als je de kookstudio van De Eenhoorn in de Huesmolen binnenstapt. De pannen sissen, de messen kletteren en alle koks in de keuken zijn geconcentreerd aan het werk. Het is een bijzondere groep amateurchefs die zich hier uitslooft op het driegangenmenu, want we kijken even om de hoek bij De Onvergetelijke Kookclub, een initiatief van Alzheimer Nederland. Eens in de maand komen mensen met dementie en hun naasten bij elkaar om samen een fantastisch menu in elkaar te draaien.

 

Met partner (of iemand anders)

Het menu verzinnen, de recepten uitwerken en de boodschappen halen, dat regelt Michel Rosier allemaal. “In Hoorn staan we met acht koppels in de keuken. Het is een vaste groep, de meeste mensen komen elke maand. Sommige mensen nemen hun partner mee, of hun zoon of dochter. Samen werken we aan een driegangenmenu. Geen sterrenniveau, maar gewoon goed eten. Vaak zijn het gerechten die mensen thuis ook kunnen maken, op de kookclub doen ze soms nieuwe ideeën op.”

 

Locatie plus chef

Michel is al jarenlang lid van de kookvereniging. Alzheimer Nederland klopte bij hem aan toen ze een locatie zochten voor hun kookclub. Kon De Eenhoorn ze daarbij helpen? Michel was meteen enthousiast. “Ik ben niet alleen een van de chefs bij De Eenhoorn, ik kook ook als vrijwilliger in het hospice in Hoorn. Ik ben gek op koken en ik vind het prachtig om zulke avonden te begeleiden. Dus uiteindelijk zochten ze alleen een plek om te koken, maar ze vonden ook een kok die de groep kan begeleiden.”

 

Koppels uit elkaar

Is er een groot verschil tussen de Onvergetelijke Kookclub en gewone kookclubs die Michel begeleidt? Eigenlijk niet, zegt hij. “Het is altijd gezellig, iedereen vindt z’n plek. Wij proberen de koppels vaak uit elkaar te halen, het is leuk om ook eens iemand anders te spreken. Zo komen mantelzorgers ook met elkaar in gesprek, ik merk dat dat ze goed doet.” Michel en de andere vrijwilligers houden alles scherp in de gaten, want juist in deze kookclub kan het eens voorkomen dat iemand voor de tweede keer zout in de soep doet, of zelfs een derde keer. “Dat voorkomen we door goed op te letten. Maar verder passen we niet zoveel aan.”

 

Succes

Na het koken schuiven ze samen aan tafel om van hun werk te genieten. Michel: “Iedereen kan meedoen met de Onvergetelijke Kookclub, met een paar voorbehouden: mensen moeten nog zelfstandig wonen en het fysiek aankunnen. Iemand met valproblemen is bijvoorbeeld niet handig in de keuken. Maar als een deelnemer het liefst aan tafel zit en de aardappelen schilt, en de meer ingewikkelde bereidingen aan andere leden van de kookclub overlaat, is dat ook prima.”

De Onvergetelijke Kookclub is zo’n succes, dat inmiddels ook een grote groep in Stedebroec loopt “Binnenkort gaan we in Opmeer starten. Ik zou graag nog wat vrijwilligers willen aanhaken, wat hulp kan ik goed gebruiken. Vooral wat jongere mensen, en dan bedoel ik rond een jaar of vijftig, zijn van harte welkom.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Meneer Cees komt voorlezen

| Doe es gewoon vrijwillig

Voorlezen is een goede manier om de woordenschat van kinderen te vergroten. Daarom gaat Cees Bakker via het project Samenvoorlezen van Vrijwilligerspunt Westfriesland al jaren naar kinderen met een taalachterstand toe, om daar samen in de boeken te duiken. ‘Ik probeer er zo snel mogelijk achter de komen wat er aan de hand is. Het mooiste is als de ouders uiteindelijk zelf gaan voorlezen, en soms lukt dat ook.’ Na zijn pensioen zette Cees Bakker (74) zich in voor Vluchtelingenwerk, toen een foldertje van het project Samenvoorlezen in zijn brievenbus viel. Dat leek ‘m wel wat. ‘Ik zag dat het voor allochtone gezinnen niet altijd makkelijk is om hier een plek te veroveren. Taalbeheersing speelt daarbij een belangrijke rol. Op deze manier zou ik ze daarbij kunnen helpen.’ Een intake en een training bij Vrijwilligerspunt volgde, en toen kon Cees aan de slag. Zijn aanpak is iets anders dan andere voorlezers, vertelt hij. ‘Ik pak het zo breed mogelijk aan. Ik leg contact met de school en eventueel met logopedie om erachter te komen wat er aan de hand is. Op die manier kunnen we samen gericht werken aan knelpunten. Ik heb een schriftje voor elk kind, waar ik in schrijf wat we doen en wat de vorderingen zijn, zodat het kind dat aan de leraar en de logopedist kan laten zien.’ Rust en stilte Soms moeten kinderen even wennen aan Cees, en andersom. ‘Een jongetje rende meteen weg toen ik voor de deur stond, maar hij was na twee keer aan me gewend: toen stond hij me bij de deur al op te wachten. Soms kom ik bij gezinnen waar behalve het kind waar ik mee ga lezen, ook nog een paar broers en zussen rondlopen, iemand zit te bellen en de spelcomputer en de televisie staan aan. Kijk, dan lukt het niet, we hebben rust en stilte nodig. Ik leg dan uit dat het de bedoeling is dat het kind en ik rustig kunnen lezen, de rest moet maar even buiten of ergens anders gaan spelen en de televisie gaat uit. Kopje thee, koekje, en dan gaan we beginnen.’ Hulp bieden in de buurt De kinderen noemen hem ‘meneer Cees’ op zijn eigen verzoek. ‘Eerst werd ik wel meester genoemd maar ik ben geen docent. Ik ben gewoon iemand uit het dorp, ik vind het belangrijk dat ik gezinnen kan helpen die bij mij in de buurt wonen. Dan kan ik er lopend of op de fiets naartoe, in de winter wil ik niet ver van huis.’ Dat vindt Cees een voordeel van dit vrijwilligerswerk. ‘Ik geef aan wanneer ik tijd heb en wanneer niet, want in de zomer gaan we lekker een paar weken weg met onze camper. Soms denken mensen dat je aan van alles vastzit als je je opgeeft voor vrijwilligerswerk, maar dat is hier zeker niet zo. Heb ik geen tijd, dan heb ik geen tijd. Uiteraard stem ik dat wel altijd af met de ouders of verzorgers.’ Vertel je eigen verhaal Hij neemt zelf boeken mee, of ze lezen een boek uit de bibliotheek. ‘Soms gebruik ik een boekje van onze eigen kinderen, ik denk dat het wel vijftig jaar oud is. Er staan geen teksten in, alleen maar mooie illustraties op allerlei gebied. Ik kan peilen wat het taalniveau zo’n beetje is door te vragen wat er is afgebeeld. Soms speel ik dat ik het zelf niet zo goed begrijp, zo lok ik een reactie uit. De kinderen verbeteren me graag, en dat is goed voor hun zelfvertrouwen.’ Of het boekje gaat dicht, en Cees vraagt: kun je vertellen wat we net hebben gelezen? ‘Een van de kinderen ging een heel verhaal vertellen, over een vliegtuig en een vakantie, maar dat stond helemaal niet in het boek. Hij vertelde gewoon over zijn eigen vakantie: dat is toch ook prachtig?’ Schoolcijfers Toch is Cees terughoudend over het effect van het voorlezen door hem. ‘Kinderen vinden het allemaal erg leuk, dus ze hebben twintig keer een leuk uur voorgelezen, maar ik vind het lastig hoe je het effect van het voorlezen zou moeten meten. Op school is het kind ook weer twintig weken verder met taal. Sterker nog: één kind was juist enorm vooruitgegaan toen ik er een paar weken niet was. Wat bleek? Zijn moeder was hem intensief gaan voorlezen en dat had kennelijk een enorm effect. Het is de bedoeling van het project om de ouders aan te zetten vaker voor te lezen, dus in dat opzicht had ik een bewezen succes.’ Ook voorlezer worden? Stuur een mail naar [email protected]
Lees meer

Lies houdt de geschiedenis van Enkhuizen levend

| Doe es gewoon vrijwillig

Een stad die – zonder geweld – de Spaanse bezetters buiten de poorten werkt? Dat is zo bijzonder, dat moet je vieren. In Enkhuizen doen ze dat al jaren, en hoe. Lies Turksma, voorzitter van ‘St. Comité 21 mei 1572’, zoekt nieuwe vrijwilligers om die bijzondere dag uit 1572 in historische scenes na te spelen. ‘Iedereen kan meedoen, om mee te spelen of om te helpen achter de schermen.’ Bijna 450 jaar geleden waren de Enkhuizers zo klaar met hun Spaanse bezetters, dat ze die zonder pardon uit de stad hebben gezet. Dat historische feit wordt elk jaar op 21 mei herdacht in de stad, vertelt Lies Turksma, voorzitter van het St. Comité 21 mei 1572. ‘Die bevrijding van Enkhuizen is zo bijzonder omdat het zonder geweld of bloedvergieten is gegaan. En het was de eerste stad in het noorden van Nederland die zich van de Spaanse overheersers wist te bevrijden, Alkmaar kwam bijvoorbeeld een stuk later.’ Uit de tijdmachine Tijdens de herdenking krijgen bezoekers het gevoel dat ze met een tijdmachine hebben gereisd: de hele stad ademt de sfeer van die roemruchte dag in 1572. Bewoners wordt gevraagd om de auto tijdelijk even uit beeld te parkeren, straten worden aangekleed met rekwisieten uit het Zuiderzeemuseum. Lies: ‘In de hele stad zijn gebeurtenissen te zien uit die tijd. Die worden nagespeeld door vrijwilligers, die zijn verkleed en zich inleven in die rol. Hoogtepunt is het moment waarop de burgemeester en wethouders uit hun stadhuis worden gegooid door boze burgers. Ja, dat zijn de echte burgemeester en de echte wethouders, die spelen het spel mee! En daarna is er voor iedereen een glas oranjebitter of oranjelimonade in het stadhuis.’ Duizendpoot Lies Turksma is als vrijwilliger een echte duizendpoot, haar agenda staat helemaal vol met vrijwilligerswerk. Naast haar werk voor het comité werkt ze als redacteur en eindredacteur bij het jazztijdschrift Hot News. Ook zet ze zich in voor het feestelijke jubileum van Sgt. Pepper’s Jazz-Club in Enkhuizen, dat komend jaar dertig jaar bestaat. ‘Jaren geleden kwam ik in Enkhuizen wonen. Ik kreeg de tip om vrijwilligerswerk te doen, om zo mensen te leren kennen. Jaren heb ik een radioprogramma gemaakt voor Radio Enkhuizen, een talkshow waarbij ik zo’n beetje iedereen aan tafel heb gehad, van de burgemeester tot de stadsbeiaardier, voor een goed gesprek en mooie muziek. Het heeft gewerkt: inmiddels ben ik helemaal thuis in Enkhuizen. En organisaties weten me te vinden als er wat geregeld of georganiseerd moet worden, want daar heb ik door mijn werk als communicatiemanager bij Schiphol veel ervaring mee.’ Ook voor Vrijwilligerspunt Westfriesland is Lies actief: ze helpt bijvoorbeeld ieder jaar mee op de Westfriese Beursvloer. Begin van Nederland Komend jaar is de herdenking heel bijzonder, omdat het dan precies 450 jaar geleden is, vertelt Lies. ‘Er zal ook landelijk aandacht voor zijn, want het einde van de Tachtigjarige Oorlog betekent het begin van onze republiek. Met zo’n herdenking als in Enkhuizen houden we de geschiedenis levend.’ Het comité zoekt nog vrijwilligers voor de viering in Enkhuizen. ‘We hebben een grote groep mensen die elk jaar meehelpen, die moet ik weer een beetje opporren. En nieuwe mensen zijn van harte welkom, om mee te spelen of achter de schermen. Jong, oud, maakt niet uit: iedereen kan meedoen.’ Lies (links) actief tijdens de Westfriese Beursvloer
Lees meer

Thijs zorgt voor duizenden kuikens en kippen

| Doe es gewoon vrijwillig

In de klas staat een broedmachine met eieren. Elke dag kijken de kinderen: gebeurt er al wat? Tot na een paar weken het eerste ei barstjes vertoont. Met z’n allen dringen de kinderen om de broedmachine: is het zover? Die spanning, verrassing en verwondering, daar zorgt Stichting Knuffelkuiken voor. Met ruim dertig vrijwilligers regelt bedenker en oprichter Thijs Herling alles voor de broedmachines en voor de kuikentjes. Hij zag een kip lopen, daar begon het avontuur van Thijs. ‘Wat leuk, een kip, dacht ik. En ik zei tegen m’n vriendin: zullen we kippen houden? Ze kent me al een beetje: mijn ideeën gaan de hele dag door. Dus stond er de volgende dag een kippenhok in onze tuin… Die kippen zijn geweldig! En toen leek het me ook wel wat om zo’n broedmachine, waar je eieren in kunt uitbroeden, mee te nemen naar mijn werk als IG verzorgende. De ouderen van de afdeling waar ik werkte, vonden het prachtig. De kuikentjes waren een groot feest op onze afdeling. De dochter van een van de bewoners werkte op een basisschool, zij zou ook wel zo’n broedmachine in de klas willen. Ik zei: goed idee, en zo is Stichting Knuffelkuiken ontstaan.’ Professionele broedmachines Inmiddels heeft de Stichting 24 broedmachines, en er zijn er nog zes in bestelling. ‘Het zijn professionele broedmachines. Het keren van de eieren en de juiste luchtvochtigheid wordt automatisch geregeld, je hoeft geen verstand van eieren te hebben om in deze apparaten eieren uit te broeden.’ Afgelopen jaar groeide de stichting als een gek. De aanvragen voor broedmachines en kuikens waren nauwelijks bij te houden. Vooral particulieren huurden zo’n machine, en dat heeft alles met corona te maken, vertelt Thijs. ‘Mensen waren veel thuis, hadden niks te doen, moesten ook nog de kinderen onderwijzen en vermaken: het was een bijzonder jaar. Dus dan is zo’n broedmachine hartstikke leerzaam en leuk. Het mooiste is als de kuikens uit het ei komen. Van die pluizebolletjes wordt iedereen blij.’ Als de kuikens groot zijn, kunnen ze worden overgenomen. En als mensen dat niet willen? ‘Voor de hennen kunnen we altijd een huisje vinden. Er zijn zoveel mensen die het leuk vinden om kippen te houden en deze kippen zijn hartstikke tam, omdat ze zo goed zijn verzorgd. Er komen mensen helemaal uit Friesland, Flevoland en uit Zuid-Holland om kippen van ons op te halen. Voor de hanen is helaas geen plek.’ Groei De organisatie is snel gegroeid: vanuit de huiskamer van Thijs naar een bedrijfspand in Bovenkarspel en van een handjevol vrijwilligers naar meer dan dertig mensen. ‘We zijn 365 dagen per jaar, 7 dagen per week, bezig met de Stichting’, zegt Thijs. ‘Kuikens worden niet alleen in het voorjaar geboren, ook in het najaar hebben we het druk. Bij ons werken ook mensen van de dagbesteding Te Werk Enzo van Edégé-Reigersdaal in Enkhuizen. En natuurlijk kunnen we altijd meer vrijwilligers gebruiken, er is werk genoeg.’ De activiteiten van de stichting breiden wat uit, want Thijs verkoopt sinds kort ook kippenvoer. ‘Op die manier kunnen we de kosten van bijvoorbeeld het pand, scholing, verzekering en investeringen betalen. We verkopen voer en bodembedekking, maar ook kippensnacks en gezondheidsproducten voor kippen. De meeste snacks worden door onszelf ingepakt.’ T-shirt met kuiken Wat voor vrijwilligers heeft Thijs nodig? ‘Iedereen is welkom, mensen hoeven geen kippenexpert te zijn’, vertelt hij. ‘Dat worden ze vanzelf als ze hier een tijdje rondlopen. De gemiddelde leeftijd van onze vrijwilligers is 34 jaar, de jongste vrijwilliger is 8 en de oudste 76. Op dit moment zou ik blij zijn als mensen zich aanmelden die kunnen helpen met wat coördinerende taken, die de boel wat kunnen aansturen en een helicopterview hebben. Iedereen die hier helpt, draagt een geel T-shirt met een groot kuiken op de rug en vanaf dat moment is iedereen gelijk.’
Lees meer