Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | september 2021 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Jeannette geniet volop in het Bakkerijmuseum

De zoete geur van gevulde koeken valt je direct op als je het Bakkerijmuseum binnenstapt. En die verleidelijke geur achtervolgt je door het hele museum. ‘Hier worden de hele dag koekjes en bonbons gemaakt,’ vertelt vrijwilliger Jeannette Duyvestijn. ‘Een heerlijke plek om vrijwilligerswerk te doen!’


Het museum bestaat bijna veertig jaar, maar het is pas verbouwd. Nu is er meer ruimte om koffie en thee te drinken in het decor van een ouderwets bakkerswinkeltje. ‘Soms werk ik hier, in de horeca’, vertelt Jeannette, ‘maar ik sta ook wel achter de toonbank in het winkeltje en soms help ik bij het bereiden van bonbons of koekjes. En ik vind het heerlijk om bij de kinderactiviteiten te werken, ik geniet van die blije gezichten. Het vrijwilligerswerk hier is heel veelzijdig, en dat maakt het zo leuk.’


‘Heerlijk, al die mensen!’

Een jaar na haar pensionering sloot Jeannette zich aan bij de groep vrijwilligers in het Bakkerijmuseum. ‘Ik kende Jacco, de huidige eigenaar, van mijn werk als docent. Als ik tijd heb, kom ik bij je werken, heb ik altijd gezegd. En zo is het gegaan.’ Die pensionering viel Jeannette niet mee. Op school genoot ze van de reuring van leerlingen. En dan ineens thuis, in de stilte: nee, niks voor haar. In het drukke museum voelt ze zich als een vis in het water. ‘Al die mensen om me heen vind ik heerlijk. We krijgen bezoekers uit de hele wereld, van Japan tot Israël en van Polen tot Argentinië, zoals laatst. Ik spreek Spaans, dus die kon ik in hun eigen taal te woord staan. Ze bleven maar vragen stellen!’


Tafels vol kinderen

Ze laat een nieuwe ruimte in het museum zien, een lokaal met werktafels. ‘Hier zijn de activiteiten voor de kinderen. Elk kind mag in het museum iets maken, dat kost niks extra. We bedenken elk seizoen een andere activiteit, nu worden er koekjes versierd.’ Een ideale activiteit op een regenachtige dag in de vakantie, en daar hebben we er deze zomer flink wat van achter de rug. ‘De scholen zijn weer begonnen, dus het is nu rustig, maar een paar weken geleden zaten alle tafels vol met kinderen die lekker aan het knutselen waren. Ouders komen hier met hun kinderen, ze zijn hier vroeger weer met hún ouders geweest. En opa’s en oma’s komen hier ook heel veel met hun kleinkinderen. Zij herkennen van alles van vroeger: die beschuitbussen, de speculaasplanken, de koektrommels, het is een en al nostalgie. En de kinderen vinden het leuk dat ze hier echt iets mogen doen, niet alleen maar kijken met de handjes op de rug.’


Keukenprinses

Het museum is echte een schatkamer vol spullen die met de geschiedenis van bakken te maken hebben, maar zit ook vol kennis. Die wordt gedeeld in workshops en presentaties voor geïnteresseerde amateurs en professionele bakkers. Jeannette: ‘Jacco en vooral zijn vader Theo Spil weten zoveel, dat is indrukwekkend. Ze krijgen bijvoorbeeld telefoontjes van de redactie van Heel Holland Bakt, als die vragen hebben.’ En Jeannette zelf, is zij een keukenprinses? ‘Even truffels door de cacao halen kan ik wel, maar chocoladewerk laat ik over aan de professionals.’


Trots op Medemblik

In het museum kan veel, het is lekker kneuterig en laagdrempelig. En als vrijwilliger krijgt Jeannette ook alle vrijheid. ‘Laatst kwamen hier opa en kleindochter. Dat meisje wilde wel even achter de toonbank in de winkel. Hier, trek mijn schort maar aan, zei ik. Dat kind was apetrots. En opa had geweldige foto’s. Door dat soort ervaringen kom ik helemaal blij thuis. We bezorgen mensen hier een leuke middag, en dat krijgen we ook terug.’ En is het bezoek aan het museum achter de rug? Dan deelt Jeannette met haar bezoekers nog meer leuke tips over Medemblik. ‘Ik ben trots op de stad, hier is van alles te doen: Kasteel Radboud, de meelmolen, andere musea en de havens. Gezellige restaurants in de buurt? Weet ik. Een leuke wandeling? Ik geef de route. Dit werk past heel goed bij me. Ik zou het iedereen aanraden: kom lekker bij ons werken.’


Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

‘We kunnen geen kinderen aan de kant laten staan’

| Doe es gewoon vrijwillig

Stichting Leergeld West-Friesland helpt elk jaar ongeveer achthonderd kinderen in de regio meedoen op de sportclub, op de muziekschool of op school. Hoe? Heel simpel: door een karatepak te regelen, muzieklessen te betalen voor een muzikant in de dop of een fiets om naar school te rijden. Spin in het web van de organisatie in Hoorn is coördinator Henk Koorn. ‘Ik word blij als ik me realiseer hoeveel werk we hier verzetten.’  Henk Koorn (73) is genomineerd voor Vrijwilliger van het Jaar 2021 van Hoorn. Al tien jaar werkt Henk Koorn als vrijwillig coördinator bij Stichting Leergeld. ‘Ik ging met pensioen en ik zocht een tijdsbesteding. Ik heb me aangemeld bij Stichting Leergeld en kon als intermediair aan de slag. Na een jaar werd me gevraagd of ik de coördinatie wilde helpen, en dat doe ik nu alweer een aantal jaar. We werken hier met een groep enthousiaste vrijwilligers, deze hele organisatie draait zonder betaalde krachten. Ik zag dat het wel beter georganiseerd kon worden, dus daar zet ik me voor in. Ik zorg voor continuïteit en ik bewaak de kwaliteit.’ Huttendorp of muziekles Stichting Leergeld West-Friesland is onderdeel van een landelijk netwerk van Stichting Leergeld. De organisatie zorgt ervoor dat kinderen uit gezinnen met een krap budget toch mee kunnen doen aan een sport, aan cultuur en welzijn of onderwijs. Het kind staat daarbij altijd centraal, legt coördinator Henk uit. ‘We gaan uit van 120 procent van de bijstandsnorm. Moet je daar het huishouden van draaiend houden, dan is dat niet makkelijk. Meedoen met het huttendorp, een uitstapje naar Sprookjesbos of een abonnement op de muziekschool of een sportclub zit er dan niet in.’ Groeien en bloeien En daar komt Stichting Leergeld om de hoek. Ouders vragen hulp aan, de Stichting gaat kijken hoe ze kunnen helpen. ‘We kijken eerst of de gemeente nog ergens een potje heeft. Dat is best ingewikkeld, want we werken in heel West-Friesland, dus in zeven verschillende gemeenten met allemaal hun eigen regels en regelingen.’ Vergoedt een gemeente de aanvraag niet? Dan gaat Leergeld het regelen. Een zwemabonnement, muziekles, een nieuwe fiets of een karatepak, het is allemaal mogelijk. ‘Onze motivatie is heel eenvoudig: we willen geen kinderen aan de kant laten staan. We wonen in Nederland in zo’n welvarend land, dat we ons dat gewoon niet kunnen permitteren. Bovendien: ons land wordt er alleen maar beter van als iedereen hier kan groeien en bloeien.’ 1.500 kinderen in de knel Elk jaar helpt de stichting ongeveer achthonderd kinderen. Dat zijn er heel veel, en toch is het volgens Henk niet genoeg. ‘Uit schattingen blijkt dat er zeker 1.500 kinderen in West-Friesland niet kunnen meedoen doordat in het gezin niet genoeg geld is. We proberen ze allemaal te bereiken, bijvoorbeeld door folders neer te leggen bij de Voedselbank en de Kledingbank en door op scholen en sportverenigingen te laten weten dat we bestaan.’ Bij de organisatie werken ongeveer veertig vrijwilligers. Een groot deel werkt als intermediair, dus onderhoudt contact met de gezinnen die hulp nodig hebben. Ook zitten op kantoor mensen die mail, post en telefoon beantwoorden, en Henk, als coördinator. Drie dagen per week is hij op z’n post, zegt hij zelf, maar in de praktijk zijn het er meestal vier, of meer, verklappen de andere vrijwilligers in de organisatie. ‘Op vrijdag hebben we een dag met overleggen. En tussendoor moet ook nog genoeg gebeuren. We hebben bijvoorbeeld een nieuw computersysteem. En ik probeer de organisatie intern verder te professionaliseren, met name op het gebied van verantwoording. Elk jaar geven we 1,5 ton uit. Dat geld is niet van ons, maar van de gemeente en van onze sponsors. Daar moeten we uiterst zorgvuldig mee omgaan. Als coördinator zoek ik de balans tussen de structuur van een professionele organisatie en voldoende ruimte voor de vrijwilligers, want dat zijn stuk voor stuk mensen die vanuit hun gevoel de kinderen willen helpen.’ Blij naar huis Henk: ‘Onze vrijwilligersgroep is erg trouw, de meeste mensen werken hier al jaren. De materie waar we mee werken is complex, we hebben te maken met veel gemeenten, scholen en sportclubs. Mijn streven is: alle vrijwilligers moeten met een goed gevoel weer naar huis gaan. Zelf ga ik blij weer naar huis als ik me realiseer hoeveel werk we hier met elkaar verzetten. Soms krijgen we een bedankbriefje of een mailtje van een gezin dat we hebben kunnen helpen. Ouders die laten weten: jullie doen veel voor onze zoon, hij heeft weer rust en daardoor hebben we in huis ook weer rust. Daar word ik warm van, want daar doen we het voor.’ Stem op Henk Vind jij dat Henk moet worden verkozen tot Vrijwilliger Hoorn 2021? Breng dan via vrijwilligersprijshoorn.nl je stem uit! Stemmen kan tot en met 9 december.
Lees meer

Samen koken en eten verbindt

| Doe es gewoon vrijwillig

Tijdens de Mondiale Maaltijd koken twee ‘migranten koks’ en twee Nederlandse koks maandelijks voor twintig gasten in het Streekpunt in Hoogkarspel. En er wordt samen gegeten. ‘Het contactmoment met de Nederlanders en de ontmoeting met mensen van een niet-westerse achtergrond staan centraal tijdens de Mondiale Maaltijd. Samen koken én eten verbindt’, vertelt Lies van der Vliet van Drechterland Mondiaal. De Mondiale Maaltijd van Stichting Drechterland Mondiaal bestaat al sinds 2008. ‘Toen organiseerden we de maaltijd één maal per jaar met zo’n 200 gasten. Twintig migranten koks kookten thuis iets lekkers van hun eigen land en presenteerden dat aan de gasten. Een groot succes. Maar, wat iedereen wel jammer vond, is dat er weinig contact was met de koks. Daarom verzonnen mijn man Gerard en ik in 2018 een nieuw concept: maximaal twintig gasten, twee Nederlandse koks, twee migranten koks en tijdens het diner schuiven de koks gezellig aan. En ook een succes; we zitten vanaf de start iedere maand vol!’ De voorbereidingen beginnen een week ervoor. ‘Dan komen de koks samen om met elkaar het menu te bespreken. Al snel zie je dat er over meer gepraat wordt dan alleen het menu. En dat is precies ook waarom we dit organiseren; persoonlijke verhalen worden uitgewisseld en er ontstaan mooie contacten.’ Thuis laten voelen Ook tijdens de maaltijden en dat is waarom Jos Visser deze maand is aangeschoven met zijn vrouw. ‘We vinden het leuk dat de koks ook bij ons aan de tafel komen zitten. Zo leren we meer over deze, veelal, vluchtelingen. Waar komen ze vandaan? Wat zijn de gebruiken in hun land? Wat is hun achtergrond. En die achtergrond is vaak heel verdrietig. Kunnen wij ons helemaal niet voorstellen en daarom is het ook goed dat wij er eens bij stil staan, dat niet iedereen in een gespreid bedje is opgegroeid. Ik heb veel bewondering voor deze mensen. Ze laten toch huis en haard achter en komen in een wildvreemd land terecht. Ik ben blij dat wij zo kunnen helpen om ze meer thuis te laten voelen.’ Dankbaar Een van de koks, de Somalische Faadumo Ibrahim (43) voelt zich ook echt thuis in Nederland en zit gezellig bij Jos en zijn vrouw aan tafel. Ze is in 2008 naar Nederland gekomen, kwam bij Drechterland Mondiaal terecht en begon als kok bij de Mondiale Maaltijd. ‘Koken is mijn hobby, dus ik wilde graag meekoken. Het is goed voor mijn Nederlands en ik hou van veel mensen om me heen. Vooral tijdens het eten, dus ik doe dit graag. Ik ben heel dankbaar dat ik nu in Nederland woon. Ik ben met mijn 5 kinderen 13 jaar geleden gevlucht uit mijn vaderland voor de oorlog. Mijn man kwam om in de oorlog. Via Jemen en Saudi-Arabië ben ik in Nederland gekomen. Mijn kinderen en inmiddels 5 kleinkinderen zijn gelukkig allemaal goed terechtgekomen. Ik heb Nederlandse vriendinnen, maar ken ook Somaliërs uit Hoorn, Enkhuizen en Hoogkarspel. Inmiddels heb ik al divers vrijwilligerswerk gedaan, waar ik veel van heb geleerd. Dat heeft me zeker geholpen aan de vaste baan die ik sinds kort heb. Goed hè?! Maar natuurlijk blijf ik ook lekker koken voor de Mondiale Maaltijd!’ Wisseling Iedere maand wisselen de koks. Lies: ‘Zo leren de koks steeds weer nieuwe mensen kennen. We kijken ook naar de gasten die komen. Veel mensen uit de buurt vinden dit initiatief hartstikke leuk en komen graag terug. Dat is natuurlijk geweldig, maar we willen zoveel mogelijk verschillende mensen, letterlijk en figuurlijk, laten proeven aan de Mondiale Maaltijd. Zodat er steeds weer mooie nieuwe contacten kunnen ontstaan.’ En of er nog koks nodig zijn? ‘Jazeker! Die zijn van harte welkom! Zowel migranten koks als Nederlandse koks. En afwassers, want ook dat moet gebeuren.’ Ook een keer aansluiten bij de Mondiale Maaltijd? Of zelf meekoken? Neem contact op met Drechterland Mondiaal via www.drechterlandmondiaal.nl of door te bellen 06-43540334 (Gerard van der Vliet). Of ken jij iemand die nieuw is in Nederland en in contact wil komen met Nederlanders? Vrijwilligerspunt kan helpen door bijvoorbeeld passend vrijwilligerswerk te vinden! Stuur een mail naar [email protected] . Jos en Faadumo
Lees meer

André en Marian Stolk regelen de carnavalsoptocht

| Doe es gewoon vrijwillig

Elk jaar barst beneden de rivieren het carnaval los, maar in West-Friesland blijft het stil. In heel West-Friesland? Nee, in Enkhuizen weten ze ook wel wat hossen is. Alle haringhoppers in Haringdonk genieten van een optocht met tientallen karren en loopgroepen. André en Marian Stolk leiden dat al 25 jaar in goede banen. ‘De waardering van de vereniging en de vrolijke gezichten langs de route, daar doen we het allemaal voor.’ De voorbereidingen voor carnaval beginnen al maanden van tevoren. Als de eerste carnavalsvierders aan het einde van de zomer gaan brainstormen over hun outfits en thema’s voor komend jaar, zitten Marian en André aan tafel met de andere bestuursleden om te bepalen hoe ze het dit jaar gaan aanpakken. ‘Carnaval in Enkhuizen is uitbundig, en dat is al jaren zo. Maar we zijn niet de enige in West-Friesland: in Zwaag kunnen ze ook een feestje bouwen.’ Smalle straatjes In de carnavalsoptocht in Enkhuizen, in de carnavalstijd omgedoopt tot 'Haringdonk’, slingeren zo’n 25 groepen en karren door de historische binnenstad. Je voelt de bui al hangen: smalle straatjes, krappe bochten: dat moet allemaal worden geregeld. ‘Samen met mijn man zorg ik ervoor dat er geen enkele obstakel op de route staat,’ zegt Marian Stolk. ‘We vragen of winkels hun uitstallingen binnen willen zetten, verzoeken mensen om de auto even ergens anders te parkeren. En zijn ergens werkzaamheden? Dan controleren we of de steiger op tijd weg is.’ Enthousiasme André en Marian coördineren de verkeersregelaars, zorgen voor een veilige optocht en ruimen achteraf alles weer op. Dat doen ze al ruim 25 jaar, en de laatste 15 jaar zijn zij het aanspreekpunt. ‘Marian zorgt ervoor dat alle verkeersregelaars de cursus op tijd hebben gevolgd', vertelt André. ‘Mensen moeten weten hoe ze bijvoorbeeld het verkeer moeten stoppen, en weer vrijgeven. Gelukkig hebben we veel enthousiaste mensen in onze ploeg, die het hartstikke leuk vinden om dat te doen. Zelfs jongeren zijn razend enthousiast over hoe leuk en gezellig het is om hieraan mee te helpen.’ Muziek door elkaar Samen maken ze een indeling van de optocht. Ze bepalen de volgorde van de wagens en de groepen, en zorgen voor genoeg afwisseling. Marian: ‘Allemaal wagens achter elkaar met verschillende muziek, dat werkt niet, dan kun je het van allebei niet goed horen. We wisselen dat af met loopgroepen die geen eigen muziek mee hebben. En de wagens die afgelopen jaar achterin de optocht reden, krijgen nu een plek op kop. En we maken een lijst voor de jury, want iedereen die meedoet maakt kans op prijzen voor de mooiste uitdossingen.’ Top secret! Marian en André weten dus, samen met nog één bestuurslid van de Haringhoppers, precies er meedoet aan de optocht dit jaar. ‘Die informatie is top secret', zegt André. ‘We mogen de lijst met niemand delen, zelfs niet verklappen wie er mee doen en al helemaal niet welke thema’s de groepen hebben gekozen. We zijn niet om te kopen en zelfs de burgemeester krijgt deze gegevens niet van ons!’ Pas vlak voordat de optocht begint, zien ze de uitdossingen en de carnavalswagens. ‘Het is elk jaar weer prachtig als ze allemaal op het plein staan, waar de blaaskapel ook speelt. Echt, daar ziet het dan zwart van de mensen, en je ziet hoe iedereen ervan geniet.’ Goed geregeld Wacht even: dat betekent dat André en Marian bij elke carnavalsoptocht aanwezig zijn. Maar ze kunnen niet mee-feesten, en ze zijn niet verkleed! André: ‘Nee, in een clownspak kunnen we het verkeer niet regelen, we hebben van die lichtgevende hesjes aan. Het hossen met een biertje moet wachten, verkeer regelen is een serieuze zaak. Maar dat komt wel als de optocht achter de rug is. Als we de route hebben gecheckt en eventueel achtergebleven confetti of serpentines hebben opgeruimd, dan is het voor ons ook tijd om te gaan feesten. En altijd als we dan het café binnenkomen, horen we: bedankt jongens, dat was goed geregeld!’ Zilveren speld Marian en André Stolk kregen voor hun vrijwilligerswerk een zilveren vrijwilligersspeld van Enkhuizer wethouder Dorus Luyckx. Hij zette op 19 oktober vijf vrijwilligers in het zonnetje, die zich allemaal al 25 jaar of langer vrijwillig inzetten voor de gemeente Enkhuizen. (Op de foto: Marian en André, 2e en 3e van links)
Lees meer