Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | augustus 2023 | Doe es gewoon vrijwillig | 2 min lezen

Zeynep en Sherin brengen gezelligheid in de Huiskamer

De gemiddelde leeftijd in de Huiskamer van Medemblik ging met sprongen omlaag toen Zeynep en Sherin binnen stapten, twee jonge stagiares van de schakelklas van scholengemeenschap De Dijk uit Medemblik. ‘De klik met onze deelnemers was er meteen, dat kon je aan alles zien’, zegt begeleider Margreet de Jong van de Huiskamer.


In de Huiskamer van Medemblik schuiven mensen met lichamelijke klachten, beginnende dementie of een beetje eenzaamheid aan tafel voor verschillende gezellige activiteiten. Een perfecte plek voor scholieren Zeynep en Sherin om hun Maatschappelijke Stage te lopen. De twee meiden, 13 en 15 jaar oud, zitten in de schakelklas van de middelbare school, waar ze als nieuwkomers in Nederland hun taal bijspijkeren en tegelijkertijd andere schoolvakken volgen. ‘Hier kunnen ze volop Nederlands oefenen’, zegt Margreet de Jong, een van de professionele begeleiders in De Huiskamer. ‘Mensen ontmoeten elkaar hier, drinken samen koffie of lepelen een advocaatje, we eten samen en we doen vaak spelletjes. Daar kunnen deze twee stagiairs goed bij helpen.’


Nieuwsgierigheid

Ze schoven aan bij de koffietafel, waar ze zich voorstelden. De deelnemers vonden het meteen gezellig, vertelt Margreet. ‘Iedereen was nieuwsgierig en ik moet eerlijk zeggen, de meiden voelden het ook goed aan. Ik zag van allebei de kanten belangstelling. De meisjes komen natuurlijk uit een andere cultuur, daar stelden de deelnemers vragen over. Dat ging op een leuke manier, ze brachten een gezellige sfeer met zich mee. Je ziet gewoon dat de klik er is.’


In de dagen daarna ging het eigenlijk vanzelf. Zeynep en Sherin haakten aan bij activiteiten en stapten zelf op mensen af om met ze te praten. ‘Ik vind dat in het algemeen we stagiaires met open armen moeten verwelkomen. Ook om ze een positieve indruk te geven van wat werken in de zorg kan inhouden. Als ze alleen maar mogen koffiezetten of papieren kopiëren, dan krijgen ze geen beeld. Nee, gaan jullie maar met de mensen praten, zeiden we als begeleiders tegen ze. De vaatwasser instapelen doen wij wel.’


Moeder mee, oma mee

Op de laatste stagedag hadden Zeynep en Sherin een bijzondere verrassing voor alle deelnemers. “Mogen we iets koken?”, hadden ze gevraagd. We eten hier namelijk met de deelnemers tussen de middag een warme maaltijd. Natuurlijk, leuk! Ze hadden allemaal gerechten uit hun moederland gemaakt. Een van de moeders en een oma, toevallig op bezoek uit het buitenland, kwamen mee om het eten af te maken en te serveren. Wij hebben een grote tafel gemaakt in de Huiskamer, mooi gedekt, zodat alle deelnemers konden gaan genieten. En het was heerlijk!’


Ontroerend

Met zulke leuke stagiaires kun je de diploma-uitreiking niet ongemerkt voorbij laten gaan. Margreet ging er naartoe en ze nam twee deelnemers mee naar het feestelijke evenement op de school. ‘Win-win, want dat is voor onze deelnemers ook een uitje. Wanneer komen zij nou op een middelbare school? We hadden cadeautjes meegenomen voor onze stagiaires en een van de deelnemers gaf spontaan een prachtige speech. Eerlijk: ik kreeg een brok in m’n keel.’ De stage is voorbij, maar Zeynep en Sherin worden gemist in de Huiskamer. Margreet: ‘Laatst vroeg een deelnemer: “Wanneer komen die meisjes weer?”’


Meer weten over MaS? Of hoe ook jouw organisatie profijt kan hebben van het bieden van een stageplek aan jongeren? Vind hier meer info.

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Scheidsrechter Lars; “Als je het leuk lijkt, moet je het gewoon proberen”

| Doe es gewoon vrijwillig

Dat vijftienjarigen op het voetbalveld staan, is niet zo bijzonder. Dat ze een scheidsrechterspak dragen en een fluit hanteren, is minder alledaags. Voor Lars Hart uit Hoorn (15) is het de gewoonste zaak van de wereld. Lars is scheidsrechter bij zijn Always Forward: “Ik was gewoon benieuwd hoe moeilijk het eigenlijk is om beslissingen te nemen.” Redactie: Paul Luiken NHD, Fotografie: Jonathan Mechanicus Het begon vrij toevallig, vertelt Lars. “Na een wedstrijd sprak ik met de scheidsrechtercoördinator van de club. Die vroeg of ik het misschien leuk zou vinden om eens een wedstrijd te fluiten.” Lars was toen veertien. “Ik dacht: waarom niet? Ik voetbal zelf ook, het leek me interessant om te zien hoe het is aan de andere kant.” Dat beviel. Inmiddels heeft hij de scheidsrechterscursus van de KNVB afgerond en fluit hij wedstrijden tot en met Onder 15, soms zelfs op hoofdklasseniveau. “Omdat Lars zelf voetbalt in Onder 16-3 blijft het meestal bij één wedstrijd per weekend. “Ik wil het wel blijven combineren met zelf voetballen.” De eerste keer “De eerste wedstrijd was even spannend. “Maar ik vond het vooral leuk. Daarna dacht ik: ik ga hier gewoon voor. De combinatie van sport en verantwoordelijkheid spreekt me aan. Je bent buiten, je hebt contact met mensen en het heeft natuurlijk met voetbal te maken.” Er komt er volgens Lars heel wat kijken bij een wedstrijd fluiten: “Regels kennen is één ding, maar je moet wel een wedstrijd kunnen aanvoelen. Weten wanneer je een kaart geeft, wanneer je een grensrechter kunt vertrouwen en wanneer je een beslissing moet nemen.” Vóór de wedstrijd legt Lars de grensrechters dan ook uit wat hij van ze verwacht. Zelfverzekerd zijn Scheidsrechter zijn betekent ook: kunnen omgaan met commentaar op en langs het veld. “Ach, dat is adrenaline. Tijdens de wedstrijd kan iemand boos zijn, maar daarna zeggen ze vaak dat het toch wel een goede beslissing was. Meestal hoor ik gewoon: bedankt voor het fluiten. Je moet zelfverzekerd zijn. Als je onzeker overkomt, denken spelers: die scheidsrechter is bang, daar kunnen we wel wat bij proberen. Daarom mag alleen de aanvoerder met me in gesprek. Als anderen beginnen te praten, krijgen ze eerst een waarschuwing. Daarna kan het een gele kaart worden. Dat zijn gewoon de regels.” Natuurlijk steekt Lars zo ook zelf het nodige op: “Je moet geen vooroordelen hebben. De grootste herrieschoppers kunnen op het veld heel rustig zijn en de stilste mensen kunnen soms heel onverwacht uit de hoek komen.” Als het misgaat Soms ontstaan er situaties waarin een scheidsrechter snel moet handelen. Lars maakte één keer een vechtpartij mee tijdens een jeugdwedstrijd. “Dan moet je eerst afstand nemen. Je wacht tot de coaches en spelers het oplossen en daarna praat je met de teams. En dan deel je eventueel kaarten uit. Je moet proberen te onthouden wie wat doet, er zijn geen camerabeelden.” Talententraject Bij Always Forward wordt Lars gezien als talent en volgt daarom een speciaal begeleidingstraject. Sommige wedstrijden worden gefilmd en teruggekeken met de coördinator. “Dan bespreken we wat er beter kan. Bijvoorbeeld over je looplijnen op het veld of hoe je een situatie aanpakt. Zij komen ook langs bij wedstrijden om later feedback te geven.” Kritische volwassenen De felste reacties komen volgens Lars vaak van volwassenen langs de lijn. “Die zijn meestal kritischer. Soms zeggen ze dingen die niet zo aardig zijn. In het begin dacht ik wel eens: hou gewoon je mond. Maar nu laat ik het van me afglijden. Ik sta hier in mijn vrije tijd. Ik had net zo goed thuis kunnen zitten.” Onmisbaar Volgens Lars wordt het belang van scheidsrechters vaak onderschat. Hij weet als voetballer zelf wat er gebeurt als er niemand is om te fluiten. “Dan wordt het een vader of moeder. Maar als die die de regels niet goed kent, gaan spelers sneller de grens opzoeken. Dat kan echt problemen geven.” Een scheidsrechter zorgt volgens Lars voor rust op het veld. “Ik begin meestal een beetje streng, maar als alles lekker loopt, hoeft dat niet meer. De mooiste wedstrijden zijn wedstrijden die soepel verlopen. Dat iedereen luistert en dat je alleen op het spel hoeft te letten.” Gewoon doen Voorlopig blijft Lars het fluiten combineren met school, voetbal en tennis. Eerst het eindexamen en daarna de bakkersopleiding in Heerhugowaard. Voor leeftijdgenoten die het fluiten overwegen heeft Lars een boodschap. “Als je het leuk lijkt, moet je het gewoon proberen. Je bent buiten, je ontmoet mensen en je doet iets voor de club. En nog belangrijker: zonder scheidsrechter is er gewoon geen wedstrijd.”
Lees meer

Erik temt de tuin

| Doe es gewoon vrijwillig

Overwoekert zevenblad alle andere bodembedekkers? Heeft de klimop de schutting beklommen? En nemen de paardenbloemen en het mos je gazon over? Erik Romkes helpt als tuinvrijwilliger mensen die hun tuin niet meer de baas kunnen. Voor priegelige bloemenperkjes moet je niet bij hem aankloppen, geef hem maar een klus waarbij hij flink kan buffelen. Voor het vinden van geschikt vrijwilligerswerk nam Erik Romkes even de tijd. Hij houdt van schaken, dus misschien zou hij potjes kunnen schaken met mensen in een verzorgingshuis? Uiteindelijk nam hij contact op met Vrijwilligerspunt en vond zo vrijwilligerswerk dat bij hem past. ‘Ik zat eigenlijk niet te wachten op een vaste afspraak elke week, nu ik door mijn pensioen de tijd aan mezelf had’, zegt hij. ‘Losse klussen passen beter bij me. Maar een schilderklus, wat ik eerst heb geprobeerd, was het ook niet helemaal. Ik hou niet zo van schilderen, bleek al snel. Hoewel mensen blij waren met mijn werk, vind ik dat ik er zelf ook lol aan mag beleven.’ Toen adviseerde Vrijwilligerspunt om tuinvrijwilliger te worden. Bij zijn eerste tuinklus voelde hij meteen: dit is het. Hij werd losgelaten in een tuin die al jaren was verwaarloosd. ‘Ik kon er als een blind paard tekeer gaan. De groene bak zat tot de rand vol met onkruid en afgesnoeide takken. En de mensen waren ontzettend blij dat hun tuin er beter uitzag.’ Welkom in de jungle Laat Erik maar flink buffelen, dat heeft hij het liefst. Verwaarloosde tuinen, een echte jungle, daar kan hij zijn hart ophalen. ‘Het zijn vaak oudere mensen waar het huis binnen keurig is. Maar de tuin lukt niet meer, door gezondheidsklachten of een gebrek aan energie’, vertelt hij. ‘Natuurlijk heb ik altijd tijd om tussendoor een kop koffie te drinken. Dan kletsen we over de familie, we bladeren door oude fotoalbums. Ik vind het fijn om de verhalen van vroeger te horen.’ En daarna gaat Erik weer tekeer in de tuin. Snoeien, struiken eruit trekken, onkruid wegmaaien, het kan hem niet te gek. Onder zijn handen zie je de tuin opknappen. En na een paar dagen is de klus geklaard. ‘Bij sommige mensen kom ik na een paar maanden weer terug. Want het onkruid blijft gewoon groeien.’ Geen groene vingers Hij nam al zeker vijftien tuinen onder handen, tot groot genoegen van de tuineigenaren. Wat zo gek is: Erik heeft totaal geen groene vingers. ‘Soms vragen mensen me: wat moet ik hier planten, wat moet ik met deze struik doen, wat adviseer je? Ik heb geen idee. Ze moeten me aanwijzen waar de hortensia’s staan, anders trek ik die er ook uit. Ik ben goed voor het grove werk. Laatst kwam ineens onder de wilde struiken een beeld tevoorschijn. Verrek, dat stond daar inderdaad, zei de eigenaar. Waren ze helemaal vergeten, het was ook niet meer te zien. Maar toen ik vertrok, stond het te pronken in de zon. Dik tevreden reed ik naar huis.’ Tuinvrijwilliger misschien iets voor jou? Kijk op www.vrijwilligerspunt.com/tuinvrijwilliger voor alle vacatures.
Lees meer

Jordy: “Als ze met plezier spelen, heb ik al gewonnen”

| Doe es gewoon vrijwillig

Loop op een doordeweekse avond de zaal van TTV Stede Broec in Grootebroek binnen en je ziet hem vrijwel zeker staan. Eerst training geven, daarna zelf trainen. Op vrijdag competitie spelen. Clinics op scholen. Voor Jordy Oudt (20) is tafeltennis geen hobby meer, maar een tweede thuis. En als vrijwilliger bij de jeugdafdeling probeert hij kinderen meer mee te geven dan alleen een goede forehand. Redactie: Paul Luiken (NHD) Fotografie: Marcel Rob (NHD) Jordy Oudt komt uit Hoogkarspel en speelt sinds zijn achtste bij de club. Wat begon omdat twee vrienden hem meenamen, groeide uit tot een serieuze sportcarrière in de jeugd. “Binnen twee jaar stond ik in finales van jeugdtoernooien. Ik heb internationale toernooien gespeeld en zat bij de bondstrainingen van Noord-Holland. Ik draaide echt in de top van mijn leeftijd mee.” Assistent Waarom tafeltennis? “Ik heb astma en wist vroeger niet goed welke sport bij me paste. Op school werd altijd getafeltennist en mijn beste vrienden zeiden: ga mee. Vanaf moment één voelde ik me hier op mijn plek. Dat gevoel is eigenlijk nooit meer weggegaan.” Toen hij de overstap maakte naar de senioren, ontstond er een gat bij de jeugdtraining. Een trainer stopte en Jordy werd gevraagd als assistent. “Ik dacht: ik probeer het gewoon. Ik was net zeventien, dus wat kon er misgaan? Ik begon met de warming-up, nam een paar kinderen apart die wat extra uitdaging nodig hadden of juist wat stimulans. En eigenlijk voelde het meteen logisch.” Vrijwilligerswerk Jordy is eerstejaars aan de Ipabo in Amsterdam, de opleiding tot basisschoolleerkracht. “Ik wilde eerst geschiedenisdocent worden, maar merkte dat ik het werken met jongere kinderen veel leuker vind.” In zijn tussenjaar gaf hij via de club clinics op basisscholen en middelbare scholen. “Toen dacht ik: dit is het. Dit vind ik echt mooi om te doen.” Vrijwilligerswerk zit bovendien in het gezin. “Bij ons thuis is het heel normaal dat je iets voor een ander doet.” Voor Jordy is het dus vanzelfsprekend geworden. “Ik kan op dinsdagavond thuis gaan zitten, maar ik kan ook hier iets betekenen voor kinderen. Dan kies ik liever daarvoor.” Mentaliteit Inmiddels telt de jeugdafdeling zo’n dertig kinderen, verdeeld over drie niveaugroepen. Jordy traint vooral de gevorderde en competitieve jeugd. Daarnaast begeleidt hij teams tijdens thuiswedstrijden. “Ik roep wel eens ‘kom op’ langs de zijlijn,” zegt hij, “maar nooit provocerend. Voor mij hoeft niet alles gewonnen te worden. Als ze met plezier spelen en sportief blijven, heb ik al gewonnen.” Tafeltennis is volgens hem een veeleisende sport. “Het is een combinatie van techniek, conditie, nadenken en vooral mentaliteit. Als je niet lekker in je vel zit, speel je eigenlijk twee tegen één. Je moet een sterke geest hebben.” Bijsturen Juist dat mentale aspect probeert hij over te brengen op zijn pupillen. “Sommige kinderen hebben autisme of ADHD. Dat merk je. Geduld is bij tafeltennis belangrijk. Een rally kan lang duren. Dan moet je als coach weten wanneer je moet bijsturen en wanneer je het moet laten.” Jordy benadrukt dat labels nooit leidend zijn. “Het gaat erom dat ze zich hier veilig voelen. Dat ze plezier hebben.” Wat hem daarbij helpt, is zijn eigen verleden achter de tafel. “Ik was vroeger echt een driftkikker. Van mijn tiende tot mijn zestiende was ik vaak boos. Ik gooide batjes, sloeg ze kapot. Die boosheid vrat me op. Je denkt dat je altijd moet winnen. Maar dat kan niet.” Langzaam leerde hij zijn emoties te beheersen. “Het is groei. Accepteren dat je niet alles kunt winnen. Trots zijn op wat je wél goed doet.” Die les gebruikt hij nu als trainer. “Als een kind er met de pet naar gooit, ga ik niet boos doen. Dat werkt averechts. Vaak zit er iets achter. Moe, een rotdag op school, teleurstelling. Dan praat je even samen.” Omgaan met verlies Hij ziet zichzelf soms terug in de kinderen. “Dat helpt. Ik weet hoe het voelt om jezelf op te vreten achter de tafel.” Daarom legt hij de nadruk op zelfvertrouwen. “Trots zijn op jezelf is belangrijker dan winnen. Dat werkt door in alles.” Dat merkt hij ook buiten de zaal. “Ik zit met de zus van een van de jongens op school. Zij vertelde dat haar broertje thuis veel rustiger is geworden sinds hij weer plezier heeft in tafeltennis.” Jordy glimlacht als hij het vertelt. “Dan denk ik: daar doe je het voor.” Naast zijn studie en werk bij de supermarkt blijft hij uren maken in de zaal. “Het vraagt veel tijd, ja. Maar het voelt niet als moeten. Het is een stukje van mij geworden.” Wat hij kinderen uiteindelijk wil meegeven, gaat verder dan sport: “Dat ze durven. Dat ze leren omgaan met verlies. Dat ze plezier hebben in bewegen. Sport is belangrijk voor je geestelijke ontwikkeling. En als ik daar als vrijwilliger een klein beetje invloed op kan hebben, dan is dat gewoon heel mooi.”
Lees meer