Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools (opent in een nieuw venster)
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | oktober 2021 | 3 min lezen

Thijs zorgt voor duizenden kuikens en kippen

In de klas staat een broedmachine met eieren. Elke dag kijken de kinderen: gebeurt er al wat? Tot na een paar weken het eerste ei barstjes vertoont. Met z’n allen dringen de kinderen om de broedmachine: is het zover? Die spanning, verrassing en verwondering, daar zorgt Stichting Knuffelkuiken voor. Met ruim dertig vrijwilligers regelt bedenker en oprichter Thijs Herling alles voor de broedmachines en voor de kuikentjes.


Hij zag een kip lopen, daar begon het avontuur van Thijs. ‘Wat leuk, een kip, dacht ik. En ik zei tegen m’n vriendin: zullen we kippen houden? Ze kent me al een beetje: mijn ideeën gaan de hele dag door. Dus stond er de volgende dag een kippenhok in onze tuin… Die kippen zijn geweldig! En toen leek het me ook wel wat om zo’n broedmachine, waar je eieren in kunt uitbroeden, mee te nemen naar mijn werk als IG verzorgende. De ouderen van de afdeling waar ik werkte, vonden het prachtig. De kuikentjes waren een groot feest op onze afdeling. De dochter van een van de bewoners werkte op een basisschool, zij zou ook wel zo’n broedmachine in de klas willen. Ik zei: goed idee, en zo is Stichting Knuffelkuiken ontstaan.’


Professionele broedmachines

Inmiddels heeft de Stichting 24 broedmachines, en er zijn er nog zes in bestelling. ‘Het zijn professionele broedmachines. Het keren van de eieren en de juiste luchtvochtigheid wordt automatisch geregeld, je hoeft geen verstand van eieren te hebben om in deze apparaten eieren uit te broeden.’


Afgelopen jaar groeide de stichting als een gek. De aanvragen voor broedmachines en kuikens waren nauwelijks bij te houden. Vooral particulieren huurden zo’n machine, en dat heeft alles met corona te maken, vertelt Thijs. ‘Mensen waren veel thuis, hadden niks te doen, moesten ook nog de kinderen onderwijzen en vermaken: het was een bijzonder jaar. Dus dan is zo’n broedmachine hartstikke leerzaam en leuk. Het mooiste is als de kuikens uit het ei komen. Van die pluizebolletjes wordt iedereen blij.’ Als de kuikens groot zijn, kunnen ze worden overgenomen. En als mensen dat niet willen? ‘Voor de hennen kunnen we altijd een huisje vinden. Er zijn zoveel mensen die het leuk vinden om kippen te houden en deze kippen zijn hartstikke tam, omdat ze zo goed zijn verzorgd. Er komen mensen helemaal uit Friesland, Flevoland en uit Zuid-Holland om kippen van ons op te halen. Voor de hanen is helaas geen plek.’


Groei

De organisatie is snel gegroeid: vanuit de huiskamer van Thijs naar een bedrijfspand in Bovenkarspel en van een handjevol vrijwilligers naar meer dan dertig mensen. ‘We zijn 365 dagen per jaar, 7 dagen per week, bezig met de Stichting’, zegt Thijs. ‘Kuikens worden niet alleen in het voorjaar geboren, ook in het najaar hebben we het druk. Bij ons werken ook mensen van de dagbesteding Te Werk Enzo van Edégé-Reigersdaal in Enkhuizen. En natuurlijk kunnen we altijd meer vrijwilligers gebruiken, er is werk genoeg.’ De activiteiten van de stichting breiden wat uit, want Thijs verkoopt sinds kort ook kippenvoer. ‘Op die manier kunnen we de kosten van bijvoorbeeld het pand, scholing, verzekering en investeringen betalen. We verkopen voer en bodembedekking, maar ook kippensnacks en gezondheidsproducten voor kippen. De meeste snacks worden door onszelf ingepakt.’


T-shirt met kuiken

Wat voor vrijwilligers heeft Thijs nodig? ‘Iedereen is welkom, mensen hoeven geen kippenexpert te zijn’, vertelt hij. ‘Dat worden ze vanzelf als ze hier een tijdje rondlopen. De gemiddelde leeftijd van onze vrijwilligers is 34 jaar, de jongste vrijwilliger is 8 en de oudste 76. Op dit moment zou ik blij zijn als mensen zich aanmelden die kunnen helpen met wat coördinerende taken, die de boel wat kunnen aansturen en een helicopterview hebben. Iedereen die hier helpt, draagt een geel T-shirt met een groot kuiken op de rug en vanaf dat moment is iedereen gelijk.’


Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Sladjana Dimitrijevic

Ik ben Sladjana Dimitrijevic (75), kom uit Servië en heb daar de lerarenopleiding afgerond. Op mijn 21ste kwam ik naar Nederland om te werken bij een chocoladefabriek in Alkmaar en als docent Eigen Taal en Cultuur. Daarnaast heb ik taalcursussen georganiseerd voor Nederlanders die met vakantie gingen naar Servië en heb ook een volksdansgroep en zanggroep opgezet. Toen de oorlog in 1990 uitbrak was ik heel teleurgesteld en ben ik hiermee gestopt. Maar ik bleef niet stilzitten. Het is fijn om bij Mare Nostrum te werken Tijdens mijn betaald werk als sociaal-cultureel werkster was ik coördinator en projectontwikkelaar. Toen ik met pensioen ging zocht ik vrijwilligerswerk dat bij mij paste en las op de website van het wijkcentrum Mare Nostrum dat ze een vrijwilliger zochten. De beroepskracht die daar zat zag wat ik kon en vroeg me om het Odensehuis op te zetten. Ik zei gelijk ja, omdat ik mijn kennis en ervaring heel goed kon gebruiken bij het opzetten van dit project. Ik ben gelijk aan de slag gegaan als de vrijwillige coördinator. Het Odensehuis is een ontmoetingsplek voor mensen met beginnende dementie en/of geheugenproblemen en hun mantelzorgers. Het doel is dat mensen met dementie zoveel mogelijk deelnemen aan het sociale leven. Inmiddels is het Odensehuis een groot succes. Het is fijn om bij Mare Nostrum te werken: ze kijken welke talenten en kennis vrijwilligers hebben en geven je de vrijheid om ermee aan de slag te gaan. Daarnaast krijgen alle vrijwilligers ondersteuning van beroepskrachten van het wijkcentrum om met plezier te kunnen werken en we worden ontzettend gewaardeerd. We hebben samen een levensboom gemaakt We praten hier niet vaak over de beperkingen van de deelnemers maar drinken samen koffie, lunchen, praten en lachen met elkaar. We sporten, zingen met een accordeonist en vieren elkaars verjaardagen. Onder begeleiding van twee vrijwillige kunstenaressen hebben we samen een levensboom gemaakt en die hangt hier aan de wand. We praatten met de deelnemers over vroeger, toen ze geen dementie hadden en in de bloei van hun leven waren, en hoe ze zich nu voelen. Dat is verbeeld in deze boom. Als de deelnemers zeggen dat ze het zo leuk vinden en het fijn vinden dat ze hier elke maandag met plezier komen, dan ben ik blij. Je ziet ze genieten en mantelzorgers zijn er ook heel blij mee. Ik krijg daar kippenvel van en veel voldoening. Ik heb nog allerlei ideeën Ik heb nog allerlei ideeën om dit verder te ontwikkelen. Ik zou bijvoorbeeld graag bijeenkomsten voor mantelzorgers opzetten, want ik merk dat zij iets willen vertellen, maar ze komen daar niet aan toe als ze hier zijn met hun persoon met dementie. Daarom wil ik peilen waaraan ze behoefte hebben en dan voor hen iets opzetten onder begeleiding van een ex-mantelzorger. Het Odensehuis draait volledig op vrijwilligers. Voor de deelnemers is het belangrijk dat ze steeds dezelfde gezichten zien, dus continuïteit is belangrijk. Wij zijn nog op zoek naar vrijwilligers die bereid zijn om van 9 tot 13.30 uur aanwezig te zijn. Je kunt aangeven hoe vaak je beschikbaar bent: elke week, elke twee of drie weken en dan roosteren we je in. We zijn elke maandag open, ook in de zomervakantie. Een vrijwilliger hoeft niet al van alles te weten, maar moet wel begaan zijn met mensen met dementie en bereid zijn om in de praktijk te leren of een cursus te doen. (Hier kun je contact opnemen.) Mijn advies aan een vrijwilliger die hier wil komen werken is: kom gewoon een paar keer langs en kijk of het bij je past. Dan kun je je talenten gebruiken en kom je met voldoening thuis. "Als vrijwilliger kan ik zelf balans aanbrengen tussen werk en privé" Bezoek de website van wijkcentrummarenostrum.nl humanitas.nl
Lees meer

Joey leerde door roofvogels mensen beter kennen

Joey: “Ik volgde de opleiding dierverzorging en mijn droom was eigenlijk om later in een dierentuin met wilde dieren te werken. Daarom kwam ik hier stage lopen. Ik vond het meteen een prachtige plek. Na die tien weken ben ik als vrijwilliger gebleven en dat is eigenlijk nooit meer gestopt. Als ik hier ben, ben ik gewoon lekker bezig met iets wat ik ontzettend mooi vind.” Redactie en fotografie: NHD “In het begin draaide het voor mij echt om de vogels. We hebben een grote collectie, meer dan honderd vogels verdeeld over twee locaties. Een deel leeft hier rustig, andere vogels trainen we en vliegen we bijna dagelijks. Dat vind ik geweldig. Het zijn roofvogels en die blijven wilde dieren. Je moet altijd alert zijn. Dat avontuurlijke heeft me altijd getrokken.” “Maar gaandeweg ontdekte ik dat deze plek over veel meer gaat dan dieren verzorgen. We begeleiden hier mensen die om allerlei redenen vastgelopen zijn, de een komt een middag per week op bezoek, de ander vier dagen per week. Toen ik hier begon, vond ik dat eigenlijk best spannend. Ik had nog nooit echt met kwetsbare mensen gewerkt. Dit is iets heel anders. Juist dat begeleiden ben ik steeds meer gaan waarderen.” “Ik heb hier geleerd hoe belangrijk vertrouwen is. Je hoeft niet altijd met iemand in gesprek te gaan. Soms is het al genoeg dat je naast iemand staat. Dat je laat merken: ik heb vertrouwen in jou, je kunt dit. Dat kleine zetje kan iemand ontzettend helpen. Je ziet mensen binnenkomen die een roofvogel doodeng vinden. Een tijd later staan ze met de grootste arenden op hun arm. Dan zie je hoeveel zelfvertrouwen ze hebben opgebouwd. Dat vind ik misschien nog wel mooier dan het werken met de vogels zelf.” “Die vogels spelen een bijzondere rol. Ze leven in het moment. Ze voelen op de een of andere manier aan hoe jij erin zit. Als je zelf niet lekker in je vel zit en je bent met een vogel aan het trainen, dan merk je dat. Dan ga je vanzelf nadenken: hoe komt het eigenlijk dat dit niet lekker loopt? Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar ik ervaar dat echt zo.” “Ik weet ook hoe dat voelt, omdat ik zelf een periode heb gehad waarin het niet zo lekker met me ging. Toen werkte ik ook met roofvogels. Zodra ik daarmee bezig was, stonden alle andere gedachten stil. Je bent honderd procent met die vogel bezig. Dat moet ook, want het blijven roofdieren. Je kunt je aandacht er niet even bij verliezen. Juist doordat je zo gefocust bent, is er geen ruimte meer voor alles wat verder in je hoofd zit. Dat werkte voor mij bijna therapeutisch en eigenlijk is dat nog steeds zo. Als ik hier ben, kom ik echt tot rust.” “Misschien begrijp ik daardoor ook beter wat deelnemers ervaren. Ik ben geen therapeut en dat hoef ik ook niet te zijn. Soms merk je dat iemand graag praat en soms juist helemaal niet. Dan laat ik iemand lekker zijn gang gaan. Even met de vogels bezig zijn, kan al genoeg zijn. Dat is ook een vorm van communiceren.” “Wat ik hier heb geleerd, neem ik iedere dag mee naar mijn werk. Ik ben inmiddels afdelingshoofd bij Ranzijn Tuin & Dier. Dat had ik vroeger nooit bedacht. Mijn droom was werken met dieren, niet leidinggeven. Maar juist hier heb ik geleerd hoe je mensen begeleidt, hoe je vertrouwen geeft en hoe je verschillende persoonlijkheden benadert. Eigenlijk heb ik mijn leidinggevende kwaliteiten hier ontwikkeld.” “Ik denk dat ik altijd wel vrijwilligerswerk was blijven doen. Ik kan niet goed stilzitten. Ik werk vijf dagen per week, voetbal op zondag en ben daarnaast hier te vinden. Maar als ik eerlijk ben, heeft Wings of Change mij minstens zoveel gebracht als ik heb kunnen bijdragen als vrijwilliger. Ik dacht namelijk dat ik hier kwam voor de roofvogels. Uiteindelijk heb ik hier vooral geleerd om mensen beter te begrijpen. Ik denk dat ik hier veel meer empathie heb gekregen dan voordat ik hier binnenstapte. Dat is misschien wel het mooiste wat deze plek mij heeft gegeven.”
Lees meer

Vrijwilliger Wouter Brozius heeft de slag te pakken

Wat begon met een open dag en een paar drumstokken, groeide uit tot vrijwillig bestuurswerk, het bestieren van een digitaal muziekarchief en de oprichting van een slagwerkgroep die hij bijna als zijn eigen kindje beschouwt. "Als ik ergens passie voor heb, wil ik er tijd in steken”, zegt het jonge bestuurslid van Muziekvereniging Kunst naar Kracht in De Goorn. Redactie Paul Luiken (NHD), foto Jonathan Mechanicus "Ik ben door mijn moeder in de muziek terechtgekomen. Zij speelde al jaren bugel en cornet en nam mij mee naar een open dag van de Hoornse brassband, toen ik dertien was. Ik vond het meteen leuk genoeg om slagwerk te gaan spelen.” Via de Hoornse Brassband kwam Wouter (29) uit Zwaag in steeds grotere muzikale netwerken terecht. "Als slagwerker word je best snel gevraagd om ergens in te vallen. Je speelt een concert mee en daarna hoor je weer via iemand anders van een volgend orkest. Zo groeit dat vanzelf. Via het Nationaal Jeugd Fanfare Orkest heb ik veel mensen leren kennen. Uiteindelijk vroeg Gerry Roskam mij om hier eens mee te spelen bij de brassband van Kunst naar Kracht. Ik vond het meteen een leuke club. Er hing een goede sfeer en het niveau lag ook hoger. De stukken waren uitdagender en dat sprak me aan.” Dat niveau vindt hij nog steeds belangrijk. "We spelen in de eerste divisie. Dat betekent dat de muziek behoorlijk pittig is. We hebben ook ambities. We willen graag bij de beste orkesten van Nederland in de eerste divisie horen. Maar tegelijkertijd moet het ook gewoon gezellig blijven.” Volgens Wouter zit daar de grootste uitdaging. "Hoe hoger je wilt spelen, hoe meer je van mensen vraagt. Je moet thuis oefenen, extra repetities doen en soms een heel studieweekend meepakken. Maar mensen komen hier ook omdat ze het leuk vinden. Die balans moet je wel bewaken. Het moet niet alleen om presteren draaien.” Juist die sfeer zorgde ervoor dat hij zich ook als vrijwilliger ging inzetten. "Ik heb mezelf aangeboden voor het bestuur. Ik vind het fijn als dingen goed geregeld zijn. Als ik ergens passie voor heb, wil ik er tijd in steken.” Inmiddels is hij secretaris van de vereniging. "Ik houd me bezig met contacten naar buiten toe, de mailbox, gastartiesten en allerlei organisatorische zaken. Daarnaast ben ik bibliothecaris. Dat betekent dat ik het archief van de bladmuziek beheer en waar nodig digitaliseer.” Dat archief levert soms verrassingen op. "We bestaan sinds 1922. Als je door die oude mappen gaat, kom je vergeelde partituren tegen van bijna honderd jaar geleden. Dat vind ik mooi om te zien. We zijn veel aan het digitaliseren, zodat alles ook op iPads en online beschikbaar is.” Waarom hij zich zo graag inzet voor anderen, vindt Wouter lastig onder woorden te brengen. "Misschien is het een karakterding. Ik vind het gewoon fijn om te helpen als dat kan.” Dat geldt niet alleen voor de vereniging. Een paar jaar geleden werd hij op aanraden van zijn oom ook bloeddonor. "Dat geeft een goed gevoel. Als je iets kunt betekenen voor een ander, waarom zou je dat niet doen?” Video Het meest enthousiast wordt hij als het gesprek op de slagwerkgroep komt, zijn oogappel. Wouter: "De groep ontstond in de coronaperiode. We wilden toen met de slagwerkers een video opnemen, net zoals veel orkesten deden. Daarna dachten we: waarom stoppen we hiermee als corona voorbij is? Toen zijn we verder gegaan.” Wat begon met vijf slagwerkers groeide uit tot een volwaardige groep. "Er kwam een dirigent, er kwamen leerlingen bij en inmiddels hebben we vijftien leden, waarvan er twee in de brassband spelen, waaronder ik.” Wouter spreekt bewust over ‘we’: "We zijn met een kleine commissie bezig, maar eigenlijk zijn we ook een vriendengroep geworden. We zitten een beetje in dezelfde levensfase en hebben veel vrijheid om dingen uit te proberen. Als de dirigent een keer niet kan, organiseren we zelf een repetitie of een workshop. Daardoor voelt het echt alsof we samen iets opbouwen.” Over vijf jaar ziet hij zichzelf nog steeds rondlopen in het verenigingsgebouw. "Zeker weten. Vooral bij de slagwerkgroep. Daar ligt echt mijn hart.” En die stap naar de allerhoogste divisie? "Natuurlijk wil je beter worden. Maar op een gegeven moment ga je ook steeds meer van mensen vragen. Het moet ook gewoon leuk blijven, het gaat om de balans vinden. Volgens mij zit juist daarin de kracht van deze vereniging.”
Lees meer