Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | oktober 2021 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Meneer Cees komt voorlezen

Voorlezen is een goede manier om de woordenschat van kinderen te vergroten. Daarom gaat Cees Bakker via het project Samenvoorlezen van Vrijwilligerspunt Westfriesland al jaren naar kinderen met een taalachterstand toe, om daar samen in de boeken te duiken. ‘Ik probeer er zo snel mogelijk achter de komen wat er aan de hand is. Het mooiste is als de ouders uiteindelijk zelf gaan voorlezen, en soms lukt dat ook.’


Na zijn pensioen zette Cees Bakker (74) zich in voor Vluchtelingenwerk, toen een foldertje van het project Samenvoorlezen in zijn brievenbus viel. Dat leek ‘m wel wat. ‘Ik zag dat het voor allochtone gezinnen niet altijd makkelijk is om hier een plek te veroveren. Taalbeheersing speelt daarbij een belangrijke rol. Op deze manier zou ik ze daarbij kunnen helpen.’ Een intake en een training bij Vrijwilligerspunt volgde, en toen kon Cees aan de slag.


Zijn aanpak is iets anders dan andere voorlezers, vertelt hij. ‘Ik pak het zo breed mogelijk aan. Ik leg contact met de school en eventueel met logopedie om erachter te komen wat er aan de hand is. Op die manier kunnen we samen gericht werken aan knelpunten. Ik heb een schriftje voor elk kind, waar ik in schrijf wat we doen en wat de vorderingen zijn, zodat het kind dat aan de leraar en de logopedist kan laten zien.’


Rust en stilte

Soms moeten kinderen even wennen aan Cees, en andersom. ‘Een jongetje rende meteen weg toen ik voor de deur stond, maar hij was na twee keer aan me gewend: toen stond hij me bij de deur al op te wachten. Soms kom ik bij gezinnen waar behalve het kind waar ik mee ga lezen, ook nog een paar broers en zussen rondlopen, iemand zit te bellen en de spelcomputer en de televisie staan aan. Kijk, dan lukt het niet, we hebben rust en stilte nodig. Ik leg dan uit dat het de bedoeling is dat het kind en ik rustig kunnen lezen, de rest moet maar even buiten of ergens anders gaan spelen en de televisie gaat uit. Kopje thee, koekje, en dan gaan we beginnen.’


Hulp bieden in de buurt

De kinderen noemen hem ‘meneer Cees’ op zijn eigen verzoek. ‘Eerst werd ik wel meester genoemd maar ik ben geen docent. Ik ben gewoon iemand uit het dorp, ik vind het belangrijk dat ik gezinnen kan helpen die bij mij in de buurt wonen. Dan kan ik er lopend of op de fiets naartoe, in de winter wil ik niet ver van huis.’ Dat vindt Cees een voordeel van dit vrijwilligerswerk. ‘Ik geef aan wanneer ik tijd heb en wanneer niet, want in de zomer gaan we lekker een paar weken weg met onze camper. Soms denken mensen dat je aan van alles vastzit als je je opgeeft voor vrijwilligerswerk, maar dat is hier zeker niet zo. Heb ik geen tijd, dan heb ik geen tijd. Uiteraard stem ik dat wel altijd af met de ouders of verzorgers.’


Vertel je eigen verhaal

Hij neemt zelf boeken mee, of ze lezen een boek uit de bibliotheek. ‘Soms gebruik ik een boekje van onze eigen kinderen, ik denk dat het wel vijftig jaar oud is. Er staan geen teksten in, alleen maar mooie illustraties op allerlei gebied. Ik kan peilen wat het taalniveau zo’n beetje is door te vragen wat er is afgebeeld. Soms speel ik dat ik het zelf niet zo goed begrijp, zo lok ik een reactie uit. De kinderen verbeteren me graag, en dat is goed voor hun zelfvertrouwen.’ Of het boekje gaat dicht, en Cees vraagt: kun je vertellen wat we net hebben gelezen? ‘Een van de kinderen ging een heel verhaal vertellen, over een vliegtuig en een vakantie, maar dat stond helemaal niet in het boek. Hij vertelde gewoon over zijn eigen vakantie: dat is toch ook prachtig?’


Schoolcijfers

Toch is Cees terughoudend over het effect van het voorlezen door hem. ‘Kinderen vinden het allemaal erg leuk, dus ze hebben twintig keer een leuk uur voorgelezen, maar ik vind het lastig hoe je het effect van het voorlezen zou moeten meten. Op school is het kind ook weer twintig weken verder met taal. Sterker nog: één kind was juist enorm vooruitgegaan toen ik er een paar weken niet was. Wat bleek? Zijn moeder was hem intensief gaan voorlezen en dat had kennelijk een enorm effect. Het is de bedoeling van het project om de ouders aan te zetten vaker voor te lezen, dus in dat opzicht had ik een bewezen succes.’


Ook voorlezer worden? Stuur een mail naar [email protected]


Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Jaap brengt Hoorns verleden tot leven

| Doe es gewoon vrijwillig

Uit liefde voor de stad zetten meer dan honderd vrijwilligers zich in voor de Vereniging Oud Hoorn, de historische vereniging van Hoorn. ‘De stad zit vol prachtige verhalen, we zijn een groep verhalenvertellers.’ De mooiste haven van alle Nederlandse steden. De Hoofdtoren, met dat unieke uitzicht over het water. De geveltjes van alle oude panden in de binnenstad. En ook: de fascinerende geschiedenis van de Grote Waal, Risdam en de Kersenboogerd. Alle vrijwilligers van de Vereniging Oud Hoorn hebben met elkaar gemeen dat ze gek zijn op Hoorn en de geschiedenis van de stad, vertelt voorzitter Jaap van der Hout. ‘We zijn een grote vereniging, met meer dan tweeduizend leden en een grote groep actieve vrijwilligers. We bestaan ook best lang, al 109 jaar.’ Werkgroepen In 1917 werd de vereniging opgericht door Johan Christiaan Kerkmeijer, een tekenleraar in Hoorn die zich zorgen maakte over de historische panden in de binnenstad. Hij zorgde er onder andere voor dat er een lijst van beschermde monumenten werd opgesteld. En ruim honderd jaar later zou hij zich ook nog prima thuis voelen bij zijn vereniging. ‘We hebben nu allemaal werkgroepen, ieder met hun eigen expertise. Zo is er een jeugdeducatie, een groep gidsen die rondleidingen geeft, een groep die tentoonstellingen organiseert en een groep die zorgt voor de lezingen van de vereniging’, vertelt voorzitter Jaap. ‘Ook zijn er vrijwilligers die mensen op weg helpen die iets willen onderzoeken over de Hoornse geschiedenis, bijvoorbeeld over het huis waar ze in wonen. En de werkgroep Stadsontwikkeling heeft een vertegenwoordiger in de Ruimtelijke Advies Commissie van de gemeente, wat voorheen de welstandscommissie heette. En in die commissie heeft Kerkmeijer ook ruim dertig jaar gezeten.’ Jonge aanwas gezocht De groep vrijwilligers van Vereniging Oud Hoorn kunnen bijna zelf ook de monumentenstatus aanvragen, want het is geen geheim dat het aardig vergrijst. Verjonging, dat zoekt de voorzitter. ‘En dan hebben we het over mensen van veertig, vijftig jaar oud. We zijn een vereniging van verhalenvertellers, en over Hoorn is veel te vertellen. Dus we zoeken mensen die willen helpen om die verhalen verder uit te dragen.’ In het bestuur verschuift het een en ander: de PR-man rondt zijn werk af, de webmaster en de systeembeheerder voor de beeldbank en webredacteur zwaaien af. Jaap gaat volgend jaar zijn werk neerleggen. ‘Ik heb het ruim elf jaar gedaan, het is tijd om ruimte te maken voor iemand anders. Gelukkig heb ik een mogelijke opvolger gevonden, die gaat warmlopen vanaf oktober. Of hij het gaat doen, hangt af van of hij ja zegt na deze proefperiode. Voor de andere bestuursfuncties zijn we nog hard op zoek. En ook andere vrijwilligers zijn altijd van harte welkom.’
Lees meer

‘Opa’ John zorgt voor de dieren

| Doe es gewoon vrijwillig

Opa John! Opa John! De kinderen van basisschool De Hussel roepen naar de beheerder van kinderboerderij De Kleine Weide. De kinderboerderij is een begrip in Grootebroek. Maar als opa John niet snel nieuwe vrijwilligers vindt, houdt de kinderboerderij het niet lang meer vol. De Kleine Weide doet z’n naam eer aan, de kinderboerderij is niet groot. Een paar schapen en geiten, kippen en konijntjes, dat is het wel zo’n beetje. Oh nee, er is ook een volière vol prachtige vogels, inclusief een paar fazanten. En een eekhoorntje. ‘Maar die gaat misschien binnenkort verhuizen’, zegt beheerder John de Haan. ‘We hadden er eerst vier, maar er is nog maar eentje over. Hoewel eekhoorns solitair levende dieren zijn, vind ik dit toch niet helemaal de bedoeling. Dus of ik koop er nog een paar bij, of ik ga een andere plek zoeken voor dit beestje.’ Contact tussen kinderen en dieren De kinderboerderij is tegen basisschool De Hussel aangeplakt. De schapen en geiten zijn met een hekje gescheiden van het schoolplein. ‘Het is belangrijk voor kinderen om contact te hebben met dieren’, vindt John. ‘Sommige kinderen weten het verschil tussen een schaap en een geit helemaal niet. En ze weten niet dat onze eieren komen van kippen. We kregen kinderen uit Berlijn op bezoek in onze kinderboerderij, die hadden nog nooit een konijn van dichtbij gezien. Door de dieren te leren kennen, zullen ze er ook altijd met meer respect mee omgaan.’ De kinderen van de basisschool gaan graag naar De Kleine Weide. En soms komt de kinderboerderij naar ze toe. ‘Dan ga ik met een konijn de klas in, om aan de kinderen te laten zien. Een groot succes, kijk maar.’ Hij wijst naar een knutselwerkje aan de muur: bedankt, de peuters van Nijntje Pluis. De kinderen kennen John allemaal, zegt hij. ‘Dat hoor je wel als we naar buiten gaan.’ En inderdaad, de kinderen roepen hem vanaf het schoolplein: opa John! Beestenboel John is gek op z’n dieren, hij heeft met allemaal een band. Neem nou bok Boris. ‘Dat is zo’n knuffeldier, heerlijk. De kinderen kunnen alles met hem doen, hij blijft braaf en geduldig.’ Schaap Knofje komt haar hokje uit, ze is bruin en knuffelig. ‘Zij is nieuw, de twee witte schapen hebben we al een stuk langer. Ze zijn heel rustig. En omdat ze zo klein zijn, het is een klein blijvend ras, zijn de kinderen er gek op.’ Dat geldt ook voor de drie nieuwe geiten. We horen een harde schreeuw vanaf het dak. ‘Niet schrikken’, zegt John. ‘Dat is Jeroen, een van onze pauwen.’ Dringend hulp nodig Met een kleine groep vrijwilligers zorgt John voor de beestenboel. Elke dag staat iemand op het rooster, en op drukke dagen springt er iemand extra in. Het is krap, érg krap, vertelt John. ‘Ik kamp met gezondheidsproblemen, ik zou het een stuk rustiger aan moeten doen. Maar wie zorgt er dan voor de dieren?’ Dieren voeren, de hokken schoonmaken en onderhouden, alles bij elkaar is het veel werk. Bovendien ligt er een pak administratie: alle papierwerk rondom het houden van dieren moet worden bijgehouden. John zou graag versterking krijgen. ‘We hebben extra vrijwilligers nodig’, zegt hij. ‘Het bestuur heeft versterking nodig. De ploeg die voor de dieren zorgt, ook. Maar vooral zoeken we mensen die willen helpen met het ophalen van oud papier hier in het dorp. Als wij dat doen, krijgen we geld van HVC. En die inkomsten hebben we hard nodig.’ Twee keer per maand worden die kranten opgehaald, het kost ongeveer twee uur. Hoe meer mensen John ervoor kan vinden, hoe beter het te doen is. ‘Iedereen van achttien jaar en ouder kan meehelpen, ook al is het maar één keertje. We zijn er echt enorm mee geholpen.’ Word vrijwilliger Wil jij de Kinderboerderij helpen? Laat het ons weten, door een mail te sturen naar [email protected] of bel 0229-216499.
Lees meer

Het Flessenscheepjesmuseum drijft op vrijwilligers

| Doe es gewoon vrijwillig

Wie het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen binnen gaat, verdwijnt in de fantasiewereld van de minuscule maar levensechte schepen, die op een wonderbaarlijke manier in flessen zijn gevaren. Coördinator Marianne van Haandel: “Veel van onze vrijwilligers die hier werken hebben iets met scheepvaart of met modelbouw. Maar het contact met onze bezoekers vinden we allemaal het allerleukste.” De ene vitrinekast na de andere staat helemaal vol flessenscheepjes. Ruim 1.100 heeft het museum er in bezit, maar die zijn lang niet allemaal uitgestald in het kleine Spuihuisje, een historisch pandje uit de zestiende eeuw. “We maken wisselende tentoonstellingen,” vertelt coördinator Marianne. “Laatst hadden we allemaal schepen in het ijs uitgestald, een winters thema. En binnenkort hebben we een expositie van schepen zonder zeilen.” Hoe langer je door het kleine museum loopt, hoe meer je ziet. Een zeilschip in een fles, een middeleeuwse scheepswerf, een levensechte vijfmaster in een lange whiskyfles en een zeilbootje van nog geen centimeter in een piepklein flesje, het staat er allemaal. “De kleinste flessenscheepjes kun je alleen met een vergrootglas goed bekijken,” zegt Marianne. “We hebben bijvoorbeeld een scheepje in een miniatuurflesje waar oogdruppels in hebben gezeten, gemaakt door een oude Japanse modelbouwer. In de flesjes zaten eerst zijn medicijnen, daarna heeft hij er kunstwerkjes van gemaakt.” Eeuwenoude cadeaus Het bouwen van miniaturen in een fles is een eeuwenoude hobby. Marianne laat flessen zien waar religieuze taferelen in te zien zijn, want daar is het waarschijnlijk mee begonnen. “Die zijn gemaakt door monniken. Later gingen zeelui aan de slag met lege flessen en wat hout en doek. Als tijdens een lange zeetocht weinig wind stond, lagen ze soms dagen stil. Tja, wat moet je dan?” Het oudste scheepje in bezit van het museum is uit 1879, gemaakt door een jongen van veertien. “We krijgen flessenscheepjes vaak als donatie, bijvoorbeeld uit een erfenis of van mensen die nog flessenschepen maken. Als je ziet hoe gedetailleerd het allemaal is, kun je je voorstellen dat er maanden werk in kan zitten. Het is helaas een hobby die verdwijnt, mensen zijn druk met andere dingen.” Marianne maakt zelf ook flessenscheepjes, een paar van haar kunstwerken staan in het museum. “Ik hoorde dat er geen vrouwelijke flessenscheepjesbouwers waren,” zegt ze. “Dat kon ik niet op me laten zitten. Ik werk anders dan de mannen, ik doe het op mijn eigen manier en verwerk handwerktechnieken in de scheepjes. En zo heeft iedereen zijn eigen stijl.” Ook een paar vrijwilligers in het museum hebben wel iets met die scheepjes. Ze bouwen zelf, of ze verzamelen ze. “Momenteel hebben we een expositie met flessen van een medewerker. Hij maakt prachtige flessenscheepjes. Elk onderdeel maakt hij zelf, zelfs de bemanning in de schepen. En iemand anders wilde hier wel als vrijwilliger aan de slag, maar alleen als we zijn flessenscheepje in de collectie wilden opnemen. Graag zelfs, want het is een prachtig bootje!” Zomer vol bezoekers Het museum is vier dagen per week open. Vaker kan niet, want er zijn niet genoeg vrijwilligers. “Ik zou er best wat nieuwe mensen bij willen hebben”, vertelt Marianne. “In de zomer komen er soms wel veertig tot zestig bezoekers per dag. Dan vertellen we het verhaal over het Spuihuisje, waar we zijn gevestigd. En natuurlijk over de scheepjes. We kunnen laten zien hoe de scheepjes worden gemaakt en we kennen verhalen van de scheepjes in de tentoonstelling. Kinderen kunnen een speurtocht doen. De reacties van de bezoekers zijn het leukste van ons vak. De meeste mensen zijn verrast hoeveel hier te bekijken is.”
Lees meer