Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools (opent in een nieuw venster)
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | januari 2024 | 3 min lezen

Hòfi Chikí voor een groenere en gezondere leefomgeving

Vrijwilliger zijn van een vrijwilligersorganisatie duizenden kilometers verderop? Dat kan natuurlijk ook! Miranda Zwart is nu ruim drie jaar voorzitter van de stichting Hòfi Chikí. Hòfi Chikí plant op Curaçao kleine bosjes met inheemse bomen en planten in urbane en rurale gebieden. Miranda: 'Natuur is hartstikke belangrijk voor mens en dier en ik zet me daarom graag in om het prachtige Curaçao nog een stukje mooier en groener te maken. Meer groen zorgt namelijk voor meer biodiversiteit, een betere luchtkwaliteit, verminderede wateroverlast en biedt een gezonde speel- en leeromgeving voor de kinderen op Curaçao. We hopen dat meer mensen onze stichting willen ondersteunen.'


Lennart Bak is de oprichter van Hòfi Chikí. In 2016 raakte hij geïnspireerd door de beweging Tiny Forest. Een beweging die de ‘Do it yourself’-methode heeft ontwikkeld waarmee mensen zelf een tiny forest kunnen bouwen. Toen Lennart in 2018 naar Curaçao verhuisde, wilde hij ook hier deze beweging van de grond krijgen. In 2021 richtte hij officieel de Stichting Hòfi Chikí op. In 2020 bezocht Miranda samen met nog vijf vriendinnen hun vriendin op Curaçao, de vrouw van Lennart. Miranda: 'Lennart nam ons mee naar het bos naast de basisschool Klein College. Het is het eerste tiny forest van Curaçao dat geplant is. We waren echt onder de indruk. Het beslaat een gebied van 160m2 en bevat zo’n 480 inheemse struiken, heesters en bomen van 41 verschillende soorten. Alsof je ineens in een heel andere wereld bent beland!'


Leren over boompjes en beestjes

Het land waar het bos op groeit, ligt naast de tuinkas van de school. Miranda: 'En dat is nou het mooie van dit tiny forest project. Het is niet alleen een manier om Curaçao te vergoenen, maar het project is ook onderdeel van het educatieve Natuur en Milieu Educatieprogramma van de school. De kinderen krijgen les tussen het groen en leren over alles wat er groeit, bloeit en leeft. Ze leren over de soorten insecten die hier leven, de bomen en struiken die hier groeien en vooral wat natuur doet voor mens en dier. Geweldig dat zo twee mooie doelen in een klap worden gerealiseerd.' In maart 2023 is het tweede tiny forest geplant; Tiny Forest Groot Piskadera, naast de Universiteit van Curaçao. Een bos van maar liefst 250m2 met 750 inheemse struiken, heesters en bomen. Ook dit bos heeft een educatieve rol. 'Het blijft natuurlijk niet bij deze twee projecten. Onze droom is dat het hele eiland straks met elkaar verbonden is door tiny forests, zodat dieren van de ene naar de andere kant kunnen en Curaçao altijd groen is.'


Ja, ik doe mee!

De stichting draait volledig op vrijwilligers, fondsen en giften. Vrijwilligers die wonen op Curaçao, maar ook in Nederland. Miranda: 'De stichting zocht een voorzitter en Lennart vroeg me na het bezoek of het iets voor mij was. Hartstikke slim natuurlijk van hem… Hij zag dat ik enthousiast was en dat ik natuur, maar ook het besef van de waarde van natuur heel belangrijk vind om door te geven. En als je het niet vraagt… Natuurlijk zei ik ‘Ja, ik doe mee!’. Dat natuur niet vanzelfsprekend is, realiseren we ons veel te weinig. Je moet echt leren dat het bestaan van bomen, struiken en beestjes een doel heeft en dat het allemaal met elkaar in verband staat. Dat kun je niet jong genoeg leren. Met Hòfi Chikí wordt bijgedragen aan de natuur en de biodiversiteit. Het is dan toch geweldig dat je daaraan kunt en mag bijdragen?'


Communicatie op afstand

De vrijwilligers van Hòfi Chikí wonen op Curaçao en in Nederland, is dat niet onhandig? Miranda: 'Het is belangrijk dat alle vrijwilligers betrokken blijven en daar doen we als bestuur alles aan. Natuurlijk is dat een uitdaging als de vrijwilligers zo ver van elkaar zitten. En dan heb je ook nog het tijdsverschil. Maar, het lukt ons om geregeld “de koppen bij elkaar” te steken, digitaal uiteraard. Het is ook een voordeel dat er vrijwilligers zijn die in Nederland wonen. Zo biedt Nederland meer mogelijkheden om fondsen aan te vragen. Het is dan natuurlijk ook handig dat ik directeur-bestuurder van Vrijwilligerspunt Westfriesland ben: met het uitgebreide netwerk van Vrijwilligerspunt weten wij welke paden we moeten bewandelen om bij de juiste fondsen binnen te komen.'


Meer vrijwilligers

Hòfi Chikí kan meer vrijwilligers gebruiken. Miranda: 'We hebben een aantal vacatures openstaan en daarvoor hoef je dus echt niet per se op Curaçao te wonen! Zo zoeken we een communicatiespecialist die ons wil helpen met de bekendheid van Hòfi Chikí. Door het bijhouden van de website, het delen van mooie verhalen en successen via persberichten, social media en nieuwsbrieven. We weten namelijk zeker dat we door te vertellen over wat we doen, we nog meer mensen enthousiast kunnen maken ons te komen helpen. Want de natuur naar mens en dier brengen; dat is toch fantastisch om aan bij te dragen?!'


Ook vrijwilliger worden bij Hòfi Chiki? Je vindt hier de openstaande vacatures.


Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Charlotte vond een nieuwe loopbaan door MDT

Ze kreeg een dikke dreun van de coronamaatregelen, maar dankzij vrijwilligerswerk en de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) bouwde ze haar zelfvertrouwen weer op. Charlotte (25): ‘Ik denk dat ik jouw baan leuk vind, zei ik tegen mijn begeleider. Een paar weken later belde ze me op met een grote verrassing.’ Helemaal nieuw was vrijwilligerswerk niet voor Charlotte. Ze bezoekt eens in de week een oudere dame, die halfzijdig is verlamd. ‘Dat geeft me veel voldoening. Dus toen ik door coronamaatregelen niet meer in mijn eigen bedrijf kon werken, een schoonheidssalon, bleef ik dat gewoon doen. De rest van mijn leven stond, van het ene op het andere moment, helemaal stil.’ Dat kwam hard aan bij Charlotte. Ze moest stoppen met haar eigen bedrijf, dat altijd haar grote droom is geweest. Haar zelfvertrouwen kreeg een flinke deuk. ‘Het was een heftige tijd. Organisaties en mensen die allemaal iets van je willen, dat greep me aan.’ Goede begeleiding Na een tijd begon ze voorzichtig weer te denken aan werken. Maar wat? ‘Werkdruk was nog lastig voor me, als ik voelde dat er eisen aan me werden gesteld, haakte ik af. Mijn vrijwilligerswerk vond ik wel fijn, dus ik zocht online naar meer vrijwilligerswerk. Dat leek me een goede manier om weer te beginnen.’ Ze kwam via Vrijwilligerspunt in contact met Fleur, die vroeg of de Maatschappelijke Diensttijd wat zou kunnen zijn. Tachtig uur vrijwilligerswerk in een half jaar tijd, dat moest toch lukken? Met begeleiding, om te voorkomen dat de druk te hoog zou oplopen. Charlotte zag het wel zitten. ‘Ik ging één ochtend in de week aan de slag bij een kinderdagopvang. Daar vond ik na een tijdje mijn draai. Ik was een groepshulp, sprong in waar nodig en vooral bij de baby’s en peuters voelde ik me thuis.’ In de pocket Het ging allemaal niet zonder slag of stoot. Na een paar weken liep ze toch weer tegen zichzelf aan. ‘Ik had een dip, het werd me te veel. Gelukkig was de begeleiding heel lief. Fleur begreep het, ze bood zelfs aan met me mee te fietsen naar de kinderdagopvang. We hadden een goed gesprek en ik pakte het weer op.’ Die tachtig uur had Charlotte zo in de pocket, binnen drie maanden had ze genoeg gewerkt voor de Europass, het certificaat van de MDT. Opleiding En nu? ‘Ik sprak met Fleur over een vervolgstap en ik zei: ik zou jouw werk wel willen doen. Dat zou ik een paar jaar geleden nooit hebben bedacht, maar door de samenwerking merkte ik wat ze bij Vrijwilligerspunt allemaal doen. Grote verrassing dat Fleur me een paar weken later appte dat er een vacature bij haar openstond, en of dat iets voor mij zou zijn. Wauw! Ik heb nu een vast contract, in een hele andere branche dan waar ik altijd heb gewerkt. Ik koppel nu bij de afdeling Hulp Dichtbij individuele hulpvragen aan vrijwilligers. Door de Maatschappelijke Diensttijd kon ik uitpluizen wat ik wil doen, wat bij me past en wat niet. Dit werk past heel goed, ik ben zelfs aan de opleiding social work begonnen.’ Meer weten over MDT? Kijk hier of neem contact op met Fleur Neefjes via e-mail of bel 0229-216499.
Lees meer

Oekraïners leren Nederlands van vrijwilligers

Vijf vrijwilligers, acht vluchtelingen uit Oekraïne, twee kannen koffie en een krat vol lesmateriaal: dat zijn de ingrediënten voor de nieuwe taal-instroomgroepen. Vrijwilligerspunt brengt taalvrijwilligers en mensen die Nederlands willen leren bij elkaar. En na een kleine aanloop gaat dat best lekker. ‘Wij zijn heel blij dat jullie deze lessen willen geven.’ Op donderdagavond komt de derde instroomgroep bij elkaar in het Postkantoor in Bovenkarspel. Het niveau van de deelnemers varieert van een broer en zus die zich in Engels, Duits en een paar woorden Nederlands redelijk redden tot drie jonge vrouwen die echt alleen Oekraïens en Russisch spreken en verder niks. Coördinator Nini Viëtor maakt zich geen zorgen: ‘Binnen een paar weken spreekt iedereen wat Nederlands. Het gaat best snel, in korte tijd gaan we van ‘hallo’ en ‘dag’ naar vragen stellen en een praatje maken.’ De vrijwilligers werken allemaal als taalvrijwilliger, maar dat is niet nodig. Geduld, gevoel voor taal en een beetje creativiteit, meer heb je niet nodig om hier te komen helpen. Alfabet leren In de lokalen is lesmateriaal aanwezig, zoals boeken, kaarten en plaatjes. Na een korte inleiding wordt de groep verdeeld in kleine groepjes, elk met een of twee vrijwilligers, om van 19.00 tot 20.30 uur te oefenen met ‘ik’ en ‘jij’, het alfabet en telwoorden. Natuurlijk is dat in het begin ongemakkelijk, maar dat verandert binnen een uurtje. Google Translate, een Russisch woordenboek en een map met afbeeldingen en woorden, het gaat eigenlijk vanzelf. ‘Er is ook een website waar de deelnemers tussen de lessen door mee kunnen oefenen,’ zegt Nini. ‘En een van de deelnemers was zo slim om met z’n mobiel een foto te maken van de aantekeningen van vandaag, zodat hij de nieuwe woorden kan herhalen. Dat is misschien ook een tip voor een volgende les.’ Kinderboeken, televisie Lukt het allemaal echt niet, dan helpt tolk Nazik de gesprekken op gang. Ze woont alweer 15 jaar in Nederland maar komt uit Georgië en spreekt onder andere Russisch, een taal die de meeste mensen in Oekraïne op school hebben geleerd. ‘Ik adviseer de deelnemers om ook veel kinderboeken te lezen, televisie te kijken in het Nederlands en vaak met mensen te praten,’ zegt ze. ‘Het maakt niet uit dat je veel fouten maakt, alleen door het te proberen, kun je je uitspraak verbeteren.’ Zij leerde zichzelf Nederlands van een stokoude cd-rom en een woordenboekje, waar ze alle nieuwe woorden fonetisch in opschreef. ‘Dan wist ik meteen hoe ik het moest zeggen, want Nederlands is een moeilijke taal. Zoals je het schrijft, spreek je het niet uit. Vooral die klanken zoals ‘ui’ of ‘au’ zijn voor mensen heel moeilijk.’ Nog even vertalen De groep komt aan het einde van de les weer bij elkaar. Volgende week weer, spreken ze af. Vrijwilliger Alexandra vraagt of Nazik nog wat wil vertalen. ‘Zeg maar dat wij het heel leuk vinden om Nederlandse les aan ze te geven.’ Er wordt gelachen door de groep en een van de deelnemers neemt het woord. Nazik vertaalt: ‘Zij zijn allemaal heel blij dat jullie het willen doen.’ Instroomgroepen Nederlandse les voor Oekraïners Dinsdagavond van 19.00 tot 20.30 uur in opvanglocatie ‘Almere’ in Opperdoes Woensdag van 10.00 tot 11.30 uur in de H. Franciscus X kerk, Kwakerspad in Enkhuizen Donderdag van 10.00 tot 11.30 uur in het Streekpunt, Streekweg 220 in Hoogkarspel Donderdag van 19.00 tot 20.30 uur en dinsdag van 10.00 tot 11.30 uur in het Postkantoor in Bovenkarspel Nieuwe vrijwilligers zijn welkom, ook in Hoorn en Scharwoude starten binnenkort nieuwe instroomgroepen Foto: De eerste les in Bovenkarspel, met vrijwilligers Alexandra en André aan de rechterkant. ‘We vinden het heel leuk om Nederlandse les te geven aan deze groep.’
Lees meer

Sietske geeft conversatieles aan nieuwe Nederlanders

Mensen die de Nederlandse taal nog niet goed machtig zijn, kunnen elke maandag komen oefenen in Verenigingsgebouw Sint Pieter in Medemblik. Daar wordt in kleine groepjes anderhalf uur conversatieles gegeven, onder begeleiding van taalvrijwilligers zoals Sietske Groenveld: ‘Ongelofelijk hoe snel mensen vooruitgaan. In een paar weken merk je al verschil!’ De krant lezen, een praatje maken met de buren of uitleggen aan de huisarts wat je voelt: de gewoonste zaak van de wereld, maar erg lastig als je de taal niet beheerst. Elke week oefenen daarom groepen nieuwkomers met elkaar om beter Nederlands te spreken en begrijpen. ‘Iedereen kan zich aanmelden en meedoen, het is laagdrempelig’, vertelt taalvrijwilliger Sietske. ‘Naar onze instroomgroep komen mensen die nog maar een paar woorden Nederlands spreken, maar ook mensen die zich in het Nederlands goed redden en speciaal voor hun werk er nog een tandje bij moeten zetten. Ze komen overal vandaan, zoals uit Polen, Eritrea, Syrië en Afghanistan. Binnenkort start een groep specifiek voor Oekraïners.’ Woorden aanstrepen De avonden hebben altijd min of meer hetzelfde programma. ‘We werken in kleine groepjes van twee of drie mensen met ongeveer hetzelfde taalniveau, met een begeleider. We beginnen met krantenberichten uit de Startkrant, een krant speciaal voor deze lessen. De deelnemers lezen de tekst en strepen woorden aan die niet duidelijk zijn. Daarna gaan we het artikel samen lezen en bespreken we wat er staat. Zo leren mensen nieuwe woorden en oefenen we meteen spreekvaardigheid.’ Na een korte pauze gaan groepjes daarna verder met spelletjes, zoals kwartetten of andere woordspelletjes. De deelnemers vertellen zelf wat ze willen leren: een praatje op het schoolplein, een gesprek met de huisarts of het zoeken van een baan? Daar kunnen ze samen op oefenen. Ook kunnen de taalvrijwilligers helpen bij het huiswerk dat de deelnemers krijgen op hun inburgeringscursus. ‘De lessen zijn altijd afwisselend, geen avond is hetzelfde.’ Divers team De groep in Medemblik bestaat nu een paar maanden en per groep zijn vier of vijf taalvrijwilligers in de les actief. Nieuwe vrijwilligers zijn hard nodig en Sietske roept dan ook iedereen op om mee te doen. ‘Ons team van begeleiders is heel divers, de jongste begeleider is 18, de oudste is met pensioen en de andere twee zitten daar precies tussen. We kunnen nieuwe collega’s goed gebruiken. Het grote voordeel van werken in een team: als je een keertje niet kunt, is dat niet zo’n ramp. De avond kan toch gewoon doorgaan. Hoe meer vrijwilligers we hebben, hoe meer mensen we kunnen helpen beter Nederlands te spreken.’ Talenknobbel: handig Sietske heeft werkervaring in het onderwijs, maar dat is geen voorwaarde om als taalvrijwilliger te helpen. ‘Iedereen krijgt sowieso een cursus van drie dagdelen, waarin wordt uitgelegd hoe je mensen kunt helpen bij de taal. Een beetje een talenknobbel is wel handig, maar geen noodzaak. Wel moet je het leuk vinden om met mensen te werken. En het is handig als je het nieuws een beetje volgt, want actualiteiten zijn vaak onderwerp van gesprek.’ Iedereen kan dus helpen bij de conversatielessen, met een beetje creativiteit worden alle communicatieproblemen vanzelf opgelost. ‘Deelnemers spreken als ze beginnen meestal wel een paar woorden Nederlands, een beetje Engels en natuurlijk kom je met handen en voeten een eind. En als dat niet lukt, hebben veel deelnemers wel een vertaal-app op hun telefoon. Het is fantastisch om te merken hoe snel mensen vooruitgaan. In een paar weken merk je al verschil!’
Lees meer