Ik doe es gewoon vrijwillig
Vrijwilligers vertellen
Erik temt de tuin
Overwoekert zevenblad alle andere bodembedekkers? Heeft de klimop de schutting beklommen? En nemen de paardenbloemen en het mos je gazon over? Erik Romkes helpt als tuinvrijwilliger mensen die hun tuin niet meer de baas kunnen. Voor priegelige bloemenperkjes moet je niet bij hem aankloppen, geef hem maar een klus waarbij hij flink kan buffelen.
Voor het vinden van geschikt vrijwilligerswerk nam Erik Romkes even de tijd. Hij houdt van schaken, dus misschien zou hij potjes kunnen schaken met mensen in een verzorgingshuis? Uiteindelijk nam hij contact op met Vrijwilligerspunt en vond zo vrijwilligerswerk dat bij hem past. ‘Ik zat eigenlijk niet te wachten op een vaste afspraak elke week, nu ik door mijn pensioen de tijd aan mezelf had’, zegt hij. ‘Losse klussen passen beter bij me. Maar een schilderklus, wat ik eerst heb geprobeerd, was het ook niet helemaal. Ik hou niet zo van schilderen, bleek al snel. Hoewel mensen blij waren met mijn werk, vind ik dat ik er zelf ook lol aan mag beleven.’ Toen adviseerde Vrijwilligerspunt om tuinvrijwilliger te worden. Bij zijn eerste tuinklus voelde hij meteen: dit is het. Hij werd losgelaten in een tuin die al jaren was verwaarloosd. ‘Ik kon er als een blind paard tekeer gaan. De groene bak zat tot de rand vol met onkruid en afgesnoeide takken. En de mensen waren ontzettend blij dat hun tuin er beter uitzag.’
Welkom in de jungle
Laat Erik maar flink buffelen, dat heeft hij het liefst. Verwaarloosde tuinen, een echte jungle, daar kan hij zijn hart ophalen. ‘Het zijn vaak oudere mensen waar het huis binnen keurig is. Maar de tuin lukt niet meer, door gezondheidsklachten of een gebrek aan energie’, vertelt hij. ‘Natuurlijk heb ik altijd tijd om tussendoor een kop koffie te drinken. Dan kletsen we over de familie, we bladeren door oude fotoalbums. Ik vind het fijn om de verhalen van vroeger te horen.’ En daarna gaat Erik weer tekeer in de tuin. Snoeien, struiken eruit trekken, onkruid wegmaaien, het kan hem niet te gek. Onder zijn handen zie je de tuin opknappen. En na een paar dagen is de klus geklaard. ‘Bij sommige mensen kom ik na een paar maanden weer terug. Want het onkruid blijft gewoon groeien.’
Geen groene vingers
Hij nam al zeker vijftien tuinen onder handen, tot groot genoegen van de tuineigenaren. Wat zo gek is: Erik heeft totaal geen groene vingers. ‘Soms vragen mensen me: wat moet ik hier planten, wat moet ik met deze struik doen, wat adviseer je? Ik heb geen idee. Ze moeten me aanwijzen waar de hortensia’s staan, anders trek ik die er ook uit. Ik ben goed voor het grove werk. Laatst kwam ineens onder de wilde struiken een beeld tevoorschijn. Verrek, dat stond daar inderdaad, zei de eigenaar. Waren ze helemaal vergeten, het was ook niet meer te zien. Maar toen ik vertrok, stond het te pronken in de zon. Dik tevreden reed ik naar huis.’
Tuinvrijwilliger misschien iets voor jou? Kijk op www.vrijwilligerspunt.com/tuinvrijwilliger voor alle vacatures.
Lees meerJordy: “Als ze met plezier spelen, heb ik al gewonnen”
Loop op een doordeweekse avond de zaal van TTV Stede Broec in Grootebroek binnen en je ziet hem vrijwel zeker staan. Eerst training geven, daarna zelf trainen. Op vrijdag competitie spelen. Clinics op scholen. Voor Jordy Oudt (20) is tafeltennis geen hobby meer, maar een tweede thuis. En als vrijwilliger bij de jeugdafdeling probeert hij kinderen meer mee te geven dan alleen een goede forehand.
Redactie: Paul Luiken (NHD) Fotografie: Marcel Rob (NHD)
Jordy Oudt komt uit Hoogkarspel en speelt sinds zijn achtste bij de club. Wat begon omdat twee vrienden hem meenamen, groeide uit tot een serieuze sportcarrière in de jeugd. “Binnen twee jaar stond ik in finales van jeugdtoernooien. Ik heb internationale toernooien gespeeld en zat bij de bondstrainingen van Noord-Holland. Ik draaide echt in de top van mijn leeftijd mee.”
Assistent
Waarom tafeltennis? “Ik heb astma en wist vroeger niet goed welke sport bij me paste. Op school werd altijd getafeltennist en mijn beste vrienden zeiden: ga mee. Vanaf moment één voelde ik me hier op mijn plek. Dat gevoel is eigenlijk nooit meer weggegaan.” Toen hij de overstap maakte naar de senioren, ontstond er een gat bij de jeugdtraining. Een trainer stopte en Jordy werd gevraagd als assistent. “Ik dacht: ik probeer het gewoon. Ik was net zeventien, dus wat kon er misgaan? Ik begon met de warming-up, nam een paar kinderen apart die wat extra uitdaging nodig hadden of juist wat stimulans. En eigenlijk voelde het meteen logisch.”
Vrijwilligerswerk
Jordy is eerstejaars aan de Ipabo in Amsterdam, de opleiding tot basisschoolleerkracht. “Ik wilde eerst geschiedenisdocent worden, maar merkte dat ik het werken met jongere kinderen veel leuker vind.” In zijn tussenjaar gaf hij via de club clinics op basisscholen en middelbare scholen. “Toen dacht ik: dit is het. Dit vind ik echt mooi om te doen.” Vrijwilligerswerk zit bovendien in het gezin. “Bij ons thuis is het heel normaal dat je iets voor een ander doet.” Voor Jordy is het dus vanzelfsprekend geworden. “Ik kan op dinsdagavond thuis gaan zitten, maar ik kan ook hier iets betekenen voor kinderen. Dan kies ik liever daarvoor.”
Mentaliteit
Inmiddels telt de jeugdafdeling zo’n dertig kinderen, verdeeld over drie niveaugroepen. Jordy traint vooral de gevorderde en competitieve jeugd. Daarnaast begeleidt hij teams tijdens thuiswedstrijden. “Ik roep wel eens ‘kom op’ langs de zijlijn,” zegt hij, “maar nooit provocerend. Voor mij hoeft niet alles gewonnen te worden. Als ze met plezier spelen en sportief blijven, heb ik al gewonnen.” Tafeltennis is volgens hem een veeleisende sport. “Het is een combinatie van techniek, conditie, nadenken en vooral mentaliteit. Als je niet lekker in je vel zit, speel je eigenlijk twee tegen één. Je moet een sterke geest hebben.”
Bijsturen
Juist dat mentale aspect probeert hij over te brengen op zijn pupillen. “Sommige kinderen hebben autisme of ADHD. Dat merk je. Geduld is bij tafeltennis belangrijk. Een rally kan lang duren. Dan moet je als coach weten wanneer je moet bijsturen en wanneer je het moet laten.” Jordy benadrukt dat labels nooit leidend zijn. “Het gaat erom dat ze zich hier veilig voelen. Dat ze plezier hebben.” Wat hem daarbij helpt, is zijn eigen verleden achter de tafel. “Ik was vroeger echt een driftkikker. Van mijn tiende tot mijn zestiende was ik vaak boos. Ik gooide batjes, sloeg ze kapot. Die boosheid vrat me op. Je denkt dat je altijd moet winnen. Maar dat kan niet.” Langzaam leerde hij zijn emoties te beheersen. “Het is groei. Accepteren dat je niet alles kunt winnen. Trots zijn op wat je wél goed doet.” Die les gebruikt hij nu als trainer. “Als een kind er met de pet naar gooit, ga ik niet boos doen. Dat werkt averechts. Vaak zit er iets achter. Moe, een rotdag op school, teleurstelling. Dan praat je even samen.”
Omgaan met verlies
Hij ziet zichzelf soms terug in de kinderen. “Dat helpt. Ik weet hoe het voelt om jezelf op te vreten achter de tafel.” Daarom legt hij de nadruk op zelfvertrouwen. “Trots zijn op jezelf is belangrijker dan winnen. Dat werkt door in alles.” Dat merkt hij ook buiten de zaal. “Ik zit met de zus van een van de jongens op school. Zij vertelde dat haar broertje thuis veel rustiger is geworden sinds hij weer plezier heeft in tafeltennis.” Jordy glimlacht als hij het vertelt. “Dan denk ik: daar doe je het voor.”
Naast zijn studie en werk bij de supermarkt blijft hij uren maken in de zaal. “Het vraagt veel tijd, ja. Maar het voelt niet als moeten. Het is een stukje van mij geworden.” Wat hij kinderen uiteindelijk wil meegeven, gaat verder dan sport: “Dat ze durven. Dat ze leren omgaan met verlies. Dat ze plezier hebben in bewegen. Sport is belangrijk voor je geestelijke ontwikkeling. En als ik daar als vrijwilliger een klein beetje invloed op kan hebben, dan is dat gewoon heel mooi.”
Lees meerDustin maakte van zijn hobby vrijwilligerswerk
Sommige jongeren zoeken een sportclub, anderen een bijbaan. Dustin van Amersvoort (16) uit Hoorn vond iets anders: de scouting. Wat begon als een kennismaking op tienjarige leeftijd groeide uit tot een hobby, een maatschappelijke stage én vrijwilligerswerk. “Wat scouting voor mij betekent, is eigenlijk moeilijk uit te leggen", zegt hij. “Maar het belangrijkste is gewoon de gezelligheid.”
Redactie en fotografie: NHD
Dustin kwam bij Scoutinggroep Martin Luther King terecht toen hij op zoek was naar een activiteit na school. “Ik had eerst hockey geprobeerd en ook badminton, maar dat was niets voor mij. Toen ging ik een keer naar scouting. Dat was één dag en toen was het eigenlijk meteen een klik.” Hij was toen tien jaar. “Ik had zoiets van: ik wil hier blijven.” Sindsdien is hij er vrijwel elke week te vinden. Eerst als lid van de vrijdagverkenners, tegenwoordig bij de zogeheten Explo’s, de groep voor oudere scouts én als vrijwilliger bij de jongste leden: de Bevers.
Van scout naar leiding
De stap naar vrijwilligerswerk kwam eigenlijk vanzelf. Tijdens een zomerkamp begon het idee te groeien om zelf leiding te worden. “Nog voordat ik wist dat ik een maatschappelijke stage moest doen, had ik al gevraagd of ik misschien kon helpen.” Dustin zit in drie havo van het OSG in Hoorn. Toen school een maatschappelijke stage verplicht stelde, was de keuze snel gemaakt. “Ik dacht: dan doe ik dat gewoon hier. Stage lopen bij iets wat ik superleuk vind. Het werden er meer dan de verplichte 25 uur. Veel meer. “Dat is niet zo gek. Het is gewoon mijn hobby”, lacht Dustin.
Als leiding bij de Bevers helpt hij bij het bedenken en organiseren van de wekelijkse opkomsten, de bijeenkomsten waarbij de scouts samenkomen. “We bedenken activiteiten en spellen, begeleiden de kinderen en zorgen dat alles goed verloopt. Dat kan van alles zijn: vuur maken, knopen leggen, houthakken, maar ook creatieve activiteiten en spelletjes. Daarnaast zijn er hikes , droppings en kampeerweekenden.
Steven Stroom
Kinderen kunnen bij scouting ook zogeheten insignes verdienen: badges die laten zien wat ze geleerd hebben. “Soms werken we een paar weken aan één thema. Bijvoorbeeld creatief bezig zijn. Als ze het goed doen, krijgen ze aan het eind een insigne. Zelf heeft Dustin een insigne dat vooral te maken heeft met routetechnieken, zoals werken met een kompas. “Dat vind ik zelf ook leuk.” Het insigne heet naar Dustins Bevernaam: ‘Steven Stroom’.
Verantwoordelijkheid
Vrijwilliger zijn betekent volgens Dustin vooral verantwoordelijkheid nemen. “Je moet de kinderen goed begeleiden en weten wat de grenzen zijn. En zorgen dat het leuk blijft voor iedereen.” Dat vraagt soms ook om ingrijpen. “Als ze een beetje stout zijn, dan roep je ze even bij je en leg je uit dat het niet kan.” Tegelijkertijd probeert hij vooral enthousiasme over te brengen. “Plezier is het belangrijkste.” Gemiddeld besteedt hij zo’n tien uur per week aan scouting. Naast zijn rol bij de Bevers gaat hij ook naar de opkomsten van de Explo’s en helpt hij mee met grotere activiteiten.
Trots op prestatie
Een van zijn hoogtepunten tot nu toe was deelname aan de Regionale Scouting Wedstrijden (RSW). In 2025 eindigde zijn patrouille op de vijfde plaats. “Daar ben ik best trots op", zegt hij. Nu hij te oud is om zelf mee te doen, hoopt hij ergens dit jaar misschien al als vrijwilliger te kunnen helpen bij de organisatie. “Bijvoorbeeld in het themateam en op het podium. Dat lijkt me echt superleuk.”
Geheim weekend
Op dit moment werkt Dustin ook mee aan een nieuw project: een groot scoutingsweekend voor alle leeftijdsgroepen van de vereniging in Hoorn. Van de jongste Bevers tot de oudere leden. “We hebben daarvoor budget gekregen", vertelt hij. “We willen misschien met tenten in het park hierachter gaan slapen, als dat van de gemeente mag.” Over de inhoud wil hij nog niet te veel verklappen. “Maar het wordt echt een superleuk weekend.”
Toekomst met kinderen
De ervaring als leider bij de scouting heeft Dustin zelfs aan het denken gezet over zijn toekomst. Hij zit nu in havo 3, maar overweegt later een opleiding te doen in de richting van pedagogiek of pedagogisch medewerker. "Dat komt echt door scouting", zegt hij. “Ik heb hier mijn plek gevonden.”
“Kom gewoon een keer kijken”
Scouting in Hoorn groeit volgens Dustin de laatste tijd flink. Vooral bij de jongste groep melden zich steeds meer kinderen. “We hadden eerst maar vijf Bevers en nu zijn het er al tien, en er komen er nog bij.” Zijn advies aan leeftijdsgenoten die twijfelen? “Kom gewoon een keer kijken. Scouting is superleuk. Je doet allerlei activiteiten, maar vooral: het is gewoon heel gezellig.”
Lees meerJaap brengt Hoorns verleden tot leven
Uit liefde voor de stad zetten meer dan honderd vrijwilligers zich in voor de Vereniging Oud Hoorn, de historische vereniging van Hoorn. ‘De stad zit vol prachtige verhalen, we zijn een groep verhalenvertellers.’
De mooiste haven van alle Nederlandse steden. De Hoofdtoren, met dat unieke uitzicht over het water. De geveltjes van alle oude panden in de binnenstad. En ook: de fascinerende geschiedenis van de Grote Waal, Risdam en de Kersenboogerd. Alle vrijwilligers van de Vereniging Oud Hoorn hebben met elkaar gemeen dat ze gek zijn op Hoorn en de geschiedenis van de stad, vertelt voorzitter Jaap van der Hout. ‘We zijn een grote vereniging, met meer dan tweeduizend leden en een grote groep actieve vrijwilligers. We bestaan ook best lang, al 109 jaar.’
Werkgroepen
In 1917 werd de vereniging opgericht door Johan Christiaan Kerkmeijer, een tekenleraar in Hoorn die zich zorgen maakte over de historische panden in de binnenstad. Hij zorgde er onder andere voor dat er een lijst van beschermde monumenten werd opgesteld. En ruim honderd jaar later zou hij zich ook nog prima thuis voelen bij zijn vereniging. ‘We hebben nu allemaal werkgroepen, ieder met hun eigen expertise.
Zo is er een jeugdeducatie, een groep gidsen die rondleidingen geeft, een groep die tentoonstellingen organiseert en een groep die zorgt voor de lezingen van de vereniging’, vertelt voorzitter Jaap. ‘Ook zijn er vrijwilligers die mensen op weg helpen die iets willen onderzoeken over de Hoornse geschiedenis, bijvoorbeeld over het huis waar ze in wonen. En de werkgroep Stadsontwikkeling heeft een vertegenwoordiger in de Ruimtelijke Advies Commissie van de gemeente, wat voorheen de welstandscommissie heette. En in die commissie heeft Kerkmeijer ook ruim dertig jaar gezeten.’
Jonge aanwas gezocht
De groep vrijwilligers van Vereniging Oud Hoorn kunnen bijna zelf ook de monumentenstatus aanvragen, want het is geen geheim dat het aardig vergrijst. Verjonging, dat zoekt de voorzitter. ‘En dan hebben we het over mensen van veertig, vijftig jaar oud. We zijn een vereniging van verhalenvertellers, en over Hoorn is veel te vertellen. Dus we zoeken mensen die willen helpen om die verhalen verder uit te dragen.’
In het bestuur verschuift het een en ander: de PR-man rondt zijn werk af, de webmaster en de systeembeheerder voor de beeldbank en webredacteur zwaaien af. Jaap gaat volgend jaar zijn werk neerleggen. ‘Ik heb het ruim elf jaar gedaan, het is tijd om ruimte te maken voor iemand anders. Gelukkig heb ik een mogelijke opvolger gevonden, die gaat warmlopen vanaf oktober. Of hij het gaat doen, hangt af van of hij ja zegt na deze proefperiode. Voor de andere bestuursfuncties zijn we nog hard op zoek. En ook andere vrijwilligers zijn altijd van harte welkom.’
Lees meer‘Opa’ John zorgt voor de dieren
Opa John! Opa John! De kinderen van basisschool De Hussel roepen naar de beheerder van kinderboerderij De Kleine Weide. De kinderboerderij is een begrip in Grootebroek. Maar als opa John niet snel nieuwe vrijwilligers vindt, houdt de kinderboerderij het niet lang meer vol.
De Kleine Weide doet z’n naam eer aan, de kinderboerderij is niet groot. Een paar schapen en geiten, kippen en konijntjes, dat is het wel zo’n beetje. Oh nee, er is ook een volière vol prachtige vogels, inclusief een paar fazanten. En een eekhoorntje. ‘Maar die gaat misschien binnenkort verhuizen’, zegt beheerder John de Haan. ‘We hadden er eerst vier, maar er is nog maar eentje over. Hoewel eekhoorns solitair levende dieren zijn, vind ik dit toch niet helemaal de bedoeling. Dus of ik koop er nog een paar bij, of ik ga een andere plek zoeken voor dit beestje.’
Contact tussen kinderen en dieren
De kinderboerderij is tegen basisschool De Hussel aangeplakt. De schapen en geiten zijn met een hekje gescheiden van het schoolplein. ‘Het is belangrijk voor kinderen om contact te hebben met dieren’, vindt John. ‘Sommige kinderen weten het verschil tussen een schaap en een geit helemaal niet. En ze weten niet dat onze eieren komen van kippen. We kregen kinderen uit Berlijn op bezoek in onze kinderboerderij, die hadden nog nooit een konijn van dichtbij gezien. Door de dieren te leren kennen, zullen ze er ook altijd met meer respect mee omgaan.’
De kinderen van de basisschool gaan graag naar De Kleine Weide. En soms komt de kinderboerderij naar ze toe. ‘Dan ga ik met een konijn de klas in, om aan de kinderen te laten zien. Een groot succes, kijk maar.’ Hij wijst naar een knutselwerkje aan de muur: bedankt, de peuters van Nijntje Pluis. De kinderen kennen John allemaal, zegt hij. ‘Dat hoor je wel als we naar buiten gaan.’ En inderdaad, de kinderen roepen hem vanaf het schoolplein: opa John!
Beestenboel
John is gek op z’n dieren, hij heeft met allemaal een band. Neem nou bok Boris. ‘Dat is zo’n knuffeldier, heerlijk. De kinderen kunnen alles met hem doen, hij blijft braaf en geduldig.’ Schaap Knofje komt haar hokje uit, ze is bruin en knuffelig. ‘Zij is nieuw, de twee witte schapen hebben we al een stuk langer. Ze zijn heel rustig. En omdat ze zo klein zijn, het is een klein blijvend ras, zijn de kinderen er gek op.’ Dat geldt ook voor de drie nieuwe geiten. We horen een harde schreeuw vanaf het dak. ‘Niet schrikken’, zegt John. ‘Dat is Jeroen, een van onze pauwen.’
Dringend hulp nodig
Met een kleine groep vrijwilligers zorgt John voor de beestenboel. Elke dag staat iemand op het rooster, en op drukke dagen springt er iemand extra in. Het is krap, érg krap, vertelt John. ‘Ik kamp met gezondheidsproblemen, ik zou het een stuk rustiger aan moeten doen. Maar wie zorgt er dan voor de dieren?’ Dieren voeren, de hokken schoonmaken en onderhouden, alles bij elkaar is het veel werk. Bovendien ligt er een pak administratie: alle papierwerk rondom het houden van dieren moet worden bijgehouden.
John zou graag versterking krijgen. ‘We hebben extra vrijwilligers nodig’, zegt hij. ‘Het bestuur heeft versterking nodig. De ploeg die voor de dieren zorgt, ook. Maar vooral zoeken we mensen die willen helpen met het ophalen van oud papier hier in het dorp. Als wij dat doen, krijgen we geld van HVC. En die inkomsten hebben we hard nodig.’ Twee keer per maand worden die kranten opgehaald, het kost ongeveer twee uur. Hoe meer mensen John ervoor kan vinden, hoe beter het te doen is. ‘Iedereen van achttien jaar en ouder kan meehelpen, ook al is het maar één keertje. We zijn er echt enorm mee geholpen.’
Word vrijwilliger
Wil jij de Kinderboerderij helpen? Laat het ons weten, door een mail te sturen naar [email protected] of bel 0229-216499.
Lees meerHet Flessenscheepjesmuseum drijft op vrijwilligers
Wie het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen binnen gaat, verdwijnt in de fantasiewereld van de minuscule maar levensechte schepen, die op een wonderbaarlijke manier in flessen zijn gevaren. Coördinator Marianne van Haandel: “Veel van onze vrijwilligers die hier werken hebben iets met scheepvaart of met modelbouw. Maar het contact met onze bezoekers vinden we allemaal het allerleukste.”
De ene vitrinekast na de andere staat helemaal vol flessenscheepjes. Ruim 1.100 heeft het museum er in bezit, maar die zijn lang niet allemaal uitgestald in het kleine Spuihuisje, een historisch pandje uit de zestiende eeuw. “We maken wisselende tentoonstellingen,” vertelt coördinator Marianne. “Laatst hadden we allemaal schepen in het ijs uitgestald, een winters thema. En binnenkort hebben we een expositie van schepen zonder zeilen.”
Hoe langer je door het kleine museum loopt, hoe meer je ziet. Een zeilschip in een fles, een middeleeuwse scheepswerf, een levensechte vijfmaster in een lange whiskyfles en een zeilbootje van nog geen centimeter in een piepklein flesje, het staat er allemaal. “De kleinste flessenscheepjes kun je alleen met een vergrootglas goed bekijken,” zegt Marianne. “We hebben bijvoorbeeld een scheepje in een miniatuurflesje waar oogdruppels in hebben gezeten, gemaakt door een oude Japanse modelbouwer. In de flesjes zaten eerst zijn medicijnen, daarna heeft hij er kunstwerkjes van gemaakt.”
Eeuwenoude cadeaus
Het bouwen van miniaturen in een fles is een eeuwenoude hobby. Marianne laat flessen zien waar religieuze taferelen in te zien zijn, want daar is het waarschijnlijk mee begonnen. “Die zijn gemaakt door monniken. Later gingen zeelui aan de slag met lege flessen en wat hout en doek. Als tijdens een lange zeetocht weinig wind stond, lagen ze soms dagen stil. Tja, wat moet je dan?”
Het oudste scheepje in bezit van het museum is uit 1879, gemaakt door een jongen van veertien. “We krijgen flessenscheepjes vaak als donatie, bijvoorbeeld uit een erfenis of van mensen die nog flessenschepen maken. Als je ziet hoe gedetailleerd het allemaal is, kun je je voorstellen dat er maanden werk in kan zitten. Het is helaas een hobby die verdwijnt, mensen zijn druk met andere dingen.” Marianne maakt zelf ook flessenscheepjes, een paar van haar kunstwerken staan in het museum. “Ik hoorde dat er geen vrouwelijke flessenscheepjesbouwers waren,” zegt ze. “Dat kon ik niet op me laten zitten. Ik werk anders dan de mannen, ik doe het op mijn eigen manier en verwerk handwerktechnieken in de scheepjes. En zo heeft iedereen zijn eigen stijl.”
Ook een paar vrijwilligers in het museum hebben wel iets met die scheepjes. Ze bouwen zelf, of ze verzamelen ze. “Momenteel hebben we een expositie met flessen van een medewerker. Hij maakt prachtige flessenscheepjes. Elk onderdeel maakt hij zelf, zelfs de bemanning in de schepen. En iemand anders wilde hier wel als vrijwilliger aan de slag, maar alleen als we zijn flessenscheepje in de collectie wilden opnemen. Graag zelfs, want het is een prachtig bootje!”
Zomer vol bezoekers
Het museum is vier dagen per week open. Vaker kan niet, want er zijn niet genoeg vrijwilligers. “Ik zou er best wat nieuwe mensen bij willen hebben”, vertelt Marianne. “In de zomer komen er soms wel veertig tot zestig bezoekers per dag. Dan vertellen we het verhaal over het Spuihuisje, waar we zijn gevestigd. En natuurlijk over de scheepjes. We kunnen laten zien hoe de scheepjes worden gemaakt en we kennen verhalen van de scheepjes in de tentoonstelling. Kinderen kunnen een speurtocht doen. De reacties van de bezoekers zijn het leukste van ons vak. De meeste mensen zijn verrast hoeveel hier te bekijken is.”
Lees meerCampagne Doe es gewoon vrijwillig
Met de campagne 'Doe es gewoon vrijwillig' geven we aandacht aan de mogelijkheden van vrijwilligerswerk. Door verhalen te delen van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties willen wij iedereen die nog geen vrijwilligerswerk doet enthousiasmeren ook 'gewoon es vrijwillig te doen'! Er is namelijk zoveel leuk en divers vrijwilligerswerk te doen! Dus laat je inspireren door de verhalen van vrijwilligers die je hieronder kunt lezen. Wil je ook je verhaal delen? Stuur dan een mail naar Nancy Alders, [email protected] en misschien delen we ook wel jouw verhaal! Wil je vrijwilliger worden? Vul dan onderstaand formulier in en we nemen z.s.m. contact met je op. #doesvrijwillig !





