Ik doe es gewoon vrijwillig
Vrijwilligers vertellen
Joey leerde door roofvogels mensen beter kennen
Joey: “Ik volgde de opleiding dierverzorging en mijn droom was eigenlijk om later in een dierentuin met wilde dieren te werken. Daarom kwam ik hier stage lopen. Ik vond het meteen een prachtige plek. Na die tien weken ben ik als vrijwilliger gebleven en dat is eigenlijk nooit meer gestopt. Als ik hier ben, ben ik gewoon lekker bezig met iets wat ik ontzettend mooi vind.”
Redactie en fotografie: NHD
“In het begin draaide het voor mij echt om de vogels. We hebben een grote collectie, meer dan honderd vogels verdeeld over twee locaties. Een deel leeft hier rustig, andere vogels trainen we en vliegen we bijna dagelijks. Dat vind ik geweldig. Het zijn roofvogels en die blijven wilde dieren. Je moet altijd alert zijn. Dat avontuurlijke heeft me altijd getrokken.”
“Maar gaandeweg ontdekte ik dat deze plek over veel meer gaat dan dieren verzorgen. We begeleiden hier mensen die om allerlei redenen vastgelopen zijn, de een komt een middag per week op bezoek, de ander vier dagen per week. Toen ik hier begon, vond ik dat eigenlijk best spannend. Ik had nog nooit echt met kwetsbare mensen gewerkt. Dit is iets heel anders. Juist dat begeleiden ben ik steeds meer gaan waarderen.”
“Ik heb hier geleerd hoe belangrijk vertrouwen is. Je hoeft niet altijd met iemand in gesprek te gaan. Soms is het al genoeg dat je naast iemand staat. Dat je laat merken: ik heb vertrouwen in jou, je kunt dit. Dat kleine zetje kan iemand ontzettend helpen. Je ziet mensen binnenkomen die een roofvogel doodeng vinden. Een tijd later staan ze met de grootste arenden op hun arm. Dan zie je hoeveel zelfvertrouwen ze hebben opgebouwd. Dat vind ik misschien nog wel mooier dan het werken met de vogels zelf.”
“Die vogels spelen een bijzondere rol. Ze leven in het moment. Ze voelen op de een of andere manier aan hoe jij erin zit. Als je zelf niet lekker in je vel zit en je bent met een vogel aan het trainen, dan merk je dat. Dan ga je vanzelf nadenken: hoe komt het eigenlijk dat dit niet lekker loopt? Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar ik ervaar dat echt zo.”
“Ik weet ook hoe dat voelt, omdat ik zelf een periode heb gehad waarin het niet zo lekker met me ging. Toen werkte ik ook met roofvogels. Zodra ik daarmee bezig was, stonden alle andere gedachten stil. Je bent honderd procent met die vogel bezig. Dat moet ook, want het blijven roofdieren. Je kunt je aandacht er niet even bij verliezen. Juist doordat je zo gefocust bent, is er geen ruimte meer voor alles wat verder in je hoofd zit. Dat werkte voor mij bijna therapeutisch en eigenlijk is dat nog steeds zo. Als ik hier ben, kom ik echt tot rust.”
“Misschien begrijp ik daardoor ook beter wat deelnemers ervaren. Ik ben geen therapeut en dat hoef ik ook niet te zijn. Soms merk je dat iemand graag praat en soms juist helemaal niet. Dan laat ik iemand lekker zijn gang gaan. Even met de vogels bezig zijn, kan al genoeg zijn. Dat is ook een vorm van communiceren.”
“Wat ik hier heb geleerd, neem ik iedere dag mee naar mijn werk. Ik ben inmiddels afdelingshoofd bij Ranzijn Tuin & Dier. Dat had ik vroeger nooit bedacht. Mijn droom was werken met dieren, niet leidinggeven. Maar juist hier heb ik geleerd hoe je mensen begeleidt, hoe je vertrouwen geeft en hoe je verschillende persoonlijkheden benadert. Eigenlijk heb ik mijn leidinggevende kwaliteiten hier ontwikkeld.”
“Ik denk dat ik altijd wel vrijwilligerswerk was blijven doen. Ik kan niet goed stilzitten. Ik werk vijf dagen per week, voetbal op zondag en ben daarnaast hier te vinden. Maar als ik eerlijk ben, heeft Wings of Change mij minstens zoveel gebracht als ik heb kunnen bijdragen als vrijwilliger. Ik dacht namelijk dat ik hier kwam voor de roofvogels. Uiteindelijk heb ik hier vooral geleerd om mensen beter te begrijpen. Ik denk dat ik hier veel meer empathie heb gekregen dan voordat ik hier binnenstapte. Dat is misschien wel het mooiste wat deze plek mij heeft gegeven.”
Lees meerVrijwilliger Wouter Brozius heeft de slag te pakken
Wat begon met een open dag en een paar drumstokken, groeide uit tot vrijwillig bestuurswerk, het bestieren van een digitaal muziekarchief en de oprichting van een slagwerkgroep die hij bijna als zijn eigen kindje beschouwt. "Als ik ergens passie voor heb, wil ik er tijd in steken”, zegt het jonge bestuurslid van Muziekvereniging Kunst naar Kracht in De Goorn.
Redactie Paul Luiken (NHD), foto Jonathan Mechanicus
"Ik ben door mijn moeder in de muziek terechtgekomen. Zij speelde al jaren bugel en cornet en nam mij mee naar een open dag van de Hoornse brassband, toen ik dertien was. Ik vond het meteen leuk genoeg om slagwerk te gaan spelen.”
Via de Hoornse Brassband kwam Wouter (29) uit Zwaag in steeds grotere muzikale netwerken terecht. "Als slagwerker word je best snel gevraagd om ergens in te vallen. Je speelt een concert mee en daarna hoor je weer via iemand anders van een volgend orkest. Zo groeit dat vanzelf. Via het Nationaal Jeugd Fanfare Orkest heb ik veel mensen leren kennen. Uiteindelijk vroeg Gerry Roskam mij om hier eens mee te spelen bij de brassband van Kunst naar Kracht. Ik vond het meteen een leuke club. Er hing een goede sfeer en het niveau lag ook hoger. De stukken waren uitdagender en dat sprak me aan.”
Dat niveau vindt hij nog steeds belangrijk. "We spelen in de eerste divisie. Dat betekent dat de muziek behoorlijk pittig is. We hebben ook ambities. We willen graag bij de beste orkesten van Nederland in de eerste divisie horen. Maar tegelijkertijd moet het ook gewoon gezellig blijven.” Volgens Wouter zit daar de grootste uitdaging. "Hoe hoger je wilt spelen, hoe meer je van mensen vraagt. Je moet thuis oefenen, extra repetities doen en soms een heel studieweekend meepakken. Maar mensen komen hier ook omdat ze het leuk vinden. Die balans moet je wel bewaken. Het moet niet alleen om presteren draaien.”
Juist die sfeer zorgde ervoor dat hij zich ook als vrijwilliger ging inzetten. "Ik heb mezelf aangeboden voor het bestuur. Ik vind het fijn als dingen goed geregeld zijn. Als ik ergens passie voor heb, wil ik er tijd in steken.” Inmiddels is hij secretaris van de vereniging. "Ik houd me bezig met contacten naar buiten toe, de mailbox, gastartiesten en allerlei organisatorische zaken. Daarnaast ben ik bibliothecaris. Dat betekent dat ik het archief van de bladmuziek beheer en waar nodig digitaliseer.” Dat archief levert soms verrassingen op. "We bestaan sinds 1922. Als je door die oude mappen gaat, kom je vergeelde partituren tegen van bijna honderd jaar geleden. Dat vind ik mooi om te zien. We zijn veel aan het digitaliseren, zodat alles ook op iPads en online beschikbaar is.”
Waarom hij zich zo graag inzet voor anderen, vindt Wouter lastig onder woorden te brengen. "Misschien is het een karakterding. Ik vind het gewoon fijn om te helpen als dat kan.” Dat geldt niet alleen voor de vereniging. Een paar jaar geleden werd hij op aanraden van zijn oom ook bloeddonor. "Dat geeft een goed gevoel. Als je iets kunt betekenen voor een ander, waarom zou je dat niet doen?”
Video
Het meest enthousiast wordt hij als het gesprek op de slagwerkgroep komt, zijn oogappel. Wouter: "De groep ontstond in de coronaperiode. We wilden toen met de slagwerkers een video opnemen, net zoals veel orkesten deden. Daarna dachten we: waarom stoppen we hiermee als corona voorbij is? Toen zijn we verder gegaan.” Wat begon met vijf slagwerkers groeide uit tot een volwaardige groep. "Er kwam een dirigent, er kwamen leerlingen bij en inmiddels hebben we vijftien leden, waarvan er twee in de brassband spelen, waaronder ik.” Wouter spreekt bewust over ‘we’: "We zijn met een kleine commissie bezig, maar eigenlijk zijn we ook een vriendengroep geworden. We zitten een beetje in dezelfde levensfase en hebben veel vrijheid om dingen uit te proberen. Als de dirigent een keer niet kan, organiseren we zelf een repetitie of een workshop. Daardoor voelt het echt alsof we samen iets opbouwen.”
Over vijf jaar ziet hij zichzelf nog steeds rondlopen in het verenigingsgebouw. "Zeker weten. Vooral bij de slagwerkgroep. Daar ligt echt mijn hart.” En die stap naar de allerhoogste divisie? "Natuurlijk wil je beter worden. Maar op een gegeven moment ga je ook steeds meer van mensen vragen. Het moet ook gewoon leuk blijven, het gaat om de balans vinden. Volgens mij zit juist daarin de kracht van deze vereniging.”
Lees meerOok degene die achteraan fietst, moet plezier hebben
Plezier. Dat is voor Wessel Kuiper hét sleutelwoord bij het geven van wielrentraining bij HRTC Hoorn. De 23-jarige wielrenner uit Oosterblokker staat iedere donderdagavond als vrijwilliger op de baan met jonge wielrenners van zeven tot vijftien jaar, jongens én meiden. "De meiden zijn meestal een jaar ouder. Dan trek je het wat meer gelijk.”
Redactie: Paul Luiken (NHD), fotografie Jan Mulder
Zelf rijdt Wessel op het hoogste amateurniveau, net onder de profs. Maar naast zijn werk (bij een tweewielerzaak in Benningbroek), trainingen en wedstrijden steekt hij veel tijd in de jeugd van de club. "Ik probeer ze zo goed mogelijk voor te bereiden op wedstrijden. Veiligheid staat natuurlijk voorop, maar ik vind techniektrainingen zelf het leukst. Daar zie je kinderen echt stappen maken. Ik fiets tijdens de trainingen zelf mee, achter de groep. Dan kan ik goed kijken wat iedereen doet en kan ik tips geven.”
Door de bocht kijken
Die aanwijzingen gaan soms over kleine dingen waar beginnende wielrenners zelf niet bij stilstaan. "Heel veel mensen kijken verkeerd ‘door een bocht’. Je gaat eigenlijk heen waar je kijkt. Dus als je naar de buitenkant kijkt, kom je daar vanzelf terecht. Ik probeer ze juist te leren om goed dóór de bocht heen te kijken. Dan rijden ze meteen veel soepeler. Een goede houding helpt daarbij: je buitenbeen goed naar beneden, je handen in de beugels en zorgen dat er genoeg druk op je banden blijft. Dat soort techniekvormen vind ik mooi om over te brengen. Je ziet echt dat kinderen daar beter van worden. Zeker op jonge leeftijd kunnen ze nog zoveel leren.” Meestal rijdt hij met groepjes van tien tot vijftien kinderen. "Met ongeveer tien kan ik iedereen goed in de gaten houden. Als het er meer worden, probeer ik er een extra trainer bij te halen.”
Wessel kijkt niet alleen naar talent. Ook de kinderen die wat meer moeite hebben om mee te komen, probeert hij erbij te houden. "Als je steeds de laatste bent van de groep, wordt het niet leuk meer. Daarom probeer ik oefeningen zo in te delen dat iedereen op zijn eigen niveau bezig is, soms individueel, soms in kleine, gelijke groepjes.”
Gevoel voor de fiets
Toch ziet hij natuurlijk ook talent rondrijden. "Je hebt er altijd een paar tussen zitten waarvan je meteen ziet: die hebben echt gevoel voor de fiets.” Vooral techniek valt hem dan op. "Sommigen rijden gewoon heel makkelijk door een bocht heen. Dan zie je dat ze er echt aanleg voor hebben.” Het mooiste vindt hij het als kinderen ook echt iets hebben gedaan met de trainingen. "Dan komen ze na een wedstrijd terug en zeggen ze: ik heb gedaan wat je zei en het ging nu echt veel beter. Dat is leuk om te horen.”
Het plezier in begeleiden groeide eigenlijk vanzelf. "Ik geef al bijna tien jaar training. Eerst hielp ik oudere trainers mee en kreeg ik af en toe een opdracht. Daarna kreeg ik steeds meer verantwoordelijkheid.” Inmiddels heeft Wessel ook een trainersdiploma van de KNWU. "Officieel moet er bij de training altijd iemand aanwezig zijn met zo’n diploma. Dat ben ik nu.”
Kledingcommissie
Die betrokkenheid beperkt zich niet tot de trainingen alleen. Wessel helpt ook op andere manieren mee binnen HRTC. Hij zit in de kledingcommissie, denkt mee over sponsors en clubkleding en hielp mee met het opknappen van de kantine. "Die houten bekleding van de bar hier hebben we zelf gemonteerd.” De club voelt voor hem inmiddels als een tweede thuis. "Het is gewoon gezellig hier. Op dinsdag kijken we eerst naar de jeugd en daarna rijden de oudere renners zelf een wedstrijdje. Dan zit je eerst met elkaar in de kantine te praten en naar de jeugd te kijken. Vervolgens ga je tegen elkaar fietsen, dan gaat het echt hard tegen hard. Maar vervolgens zit je in de kantine weer lekker met elkaar na te praten.”
Het Getverdemme
Zelf leeft hij ook volledig voor de sport, waarbij Wessel zichzelf bepaald niet spaart. "Ik zoek graag mijn grenzen op. Dat is prachtig, jezelf helemaal naar de getverdemme fietsen. Echt alles eruit halen.” Zijn favoriete renner is dan ook Mathieu van der Poel. "Omdat hij alles doet: op de weg, in het veld en op de mountainbike. En de manier waarop hij koerst vind ik gewoon prachtig.” Maar hoe fanatiek hij zelf ook is, uiteindelijk haalt hij minstens zoveel plezier uit het begeleiden van de jeugd. "Ik vind het gewoon mooi om te zien dat kinderen beter worden en plezier hebben. Daar doe je het uiteindelijk voor.”
Lees meerHélène en Marianne zorgen voor minder prikkels
De Hoornse stadsfeesten, het Pietendorp of de Landbouwdag: niet bepaald plekken waar kinderen die niet goed met prikkels kunnen omgaan, zich thuis voelen. Maar ja, om al die lol nou te moeten missen? Daarom regelen Hélène Zack, Marianne Zijp en Mieke Slotboom van Stichting Ruggespraak speciale chillplekken, ideaal om even bij te komen als het allemaal teveel wordt.
Door haar werk met ouders en kinderen met bijvoorbeeld autisme, ADHD of niet-aangeboren hersenletsel, kwam Hélène Zack op het idee van de chillplekken. Ken je ze niet? Het zijn afgeschermde ruimtes waar mensen die last hebben van te veel prikkels kunnen bijkomen. ‘We zorgen ervoor dat het rustig is en dat er sensorisch materiaal aanwezig is om te ontprikkelen. Dat kunnen bijvoorbeeld fidgetspinners zijn, of zwaartedekens, een kaars die lekker ruikt, een knuffel om aan te frunniken of kleurplaten om je helemaal op te concentreren. Dat helpt, de kinderen komen soms helemaal schuw of juist opgedraaid op de chillplek binnen, en we zien ze ontspannen en helder weer vertrekken.’
Als gezin erop uit
De chillplekken zorgen ervoor dat gezinnen met elkaar naar leuke evenementen kunnen, zoals het Pietendorp in het Zuiderzeemuseum. ‘Zo belangrijk om samen uitstapjes te kunnen maken, en heel jammer als je zoiets moet laten schieten als gezin omdat een van de kinderen misschien overprikkeld raakt’, weet Marianne Zijp, vrijwilliger bij Stichting Ruggespraak uit ervaring. ‘Juist met een kind in het gezin met autisme of ADHD is het belangrijk dat dat soort dingen gewoon doorgaan. Anders moet een ouder thuisblijven met een kind, terwijl de andere wel op pad kan. Zo’n opgesplitst gezin bepaalt de dynamiek. Het is juist heel fijn als je toch met z’n allen als gezin leuke dingen kunt doen.’
Herkenning tussen ouders
Marianne ziet dat niet alleen de kinderen door de overdosis prikkels een moeilijke tijd kunnen hebben, maar ook op de ouders heeft het impact. ‘Ze zien dat hun kind het niet trekt, maar niet iedereen heeft begrip voor de situatie en niet overal is een plek om je even terug te trekken. Terwijl in onze chillplekken altijd vrijwilligers zijn die precies begrijpen hoe het werkt.’ Zo ontstaan soms op de chillplek gesprekken tussen ouders, die bij elkaar herkenning vinden. En soms moeten Hélène en Marianne uitleggen wat de chillplek precies is: niet een plek waar je even met je kinderen kunt zitten als je je voeten rust wilt geven, en het is ook geen kinderoppasplek of een ballenbak waar ouders hun kinderen kunnen achterlaten. Nee, de plek is echt bedoeld voor mensen die moeite hebben met prikkels. ‘Eigenlijk wordt er geen misbruik van gemaakt’, vertelt Marianne. ‘Mensen die het nodig hebben, snappen het meteen. En als we het uitleggen aan toevallige binnenstappers, dan zie je dat zij het ook begrijpen.’
Prikkelarme uitstapjes?
Langzamerhand krijgen de chillplekken meer bekendheid. ‘We horen van ouders: als we van tevoren weten dat zo’n plek er is, dan durven we een uitstapje met het gezin wel aan’, zegt Hélène. ‘Veel uitstapjes met het hele gezin zijn nou niet bepaald prikkelarm, en niet iedereen kan of wil er rekening mee houden.’ Zo werkt Stichting Ruggespraak ook aan meer bekendheid voor neurodiversiteit en de problemen die kinderen kunnen hebben met het verwerken van prikkels. En ja, dat geldt natuurlijk ook voor volwassenen. ‘We waren dit jaar aanwezig op de Hoornse Stadsfeesten met een chillplek voor volwassenen’, zegt Helene. ‘En bijvoorbeeld het Westfries Museum klopte bij ons aan om mee te denken over een handige inrichting, zodat het museum echt voor iedereen toegankelijk is. Want zo ingewikkeld is het eigenlijk niet: een rustige plek om je even af te zonderen en te ontprikkelen is al genoeg.’
Lees meerFred zet het museum onder stoom
Fred van Bruggen was nog geen maand met pensioen, of hij had al vrijwilligerswerk gevonden dat perfect bij hem past. Elke week tuft hij op de motor van Heerhugowaard naar Medemblik, om daar in het Stoommachinemuseum rondleidingen te geven, alles te vertellen over stoommachines en zo nu en dan de boel flink op te stoken.
Na een tijdje heb je al je klusjes in en om het huis wel zo’n beetje gedaan, merkte Fred. Na zijn carrière in de techniek, als medewerker binnen- en buitendienst voor een groothandel met producten voor de aandrijfindustrie, kon hij vervroegd stoppen. Maar stil zitten is niks voor hem, dus na een paar weken pensioen dacht hij: vrijwilligerswerk. ‘Ik ging kijken bij het Stoommachinemuseum, en direct dacht ik: hier pas ik wel. De techniek is prachtig, maar het contact met de mensen ook. Dat zijn nou precies de dingen die ik in mijn werk ook zo mooi vond.’
Stoken op hout
Het prachtige oude gebouw, al die antieke installaties en natuurlijk de verhalen die erbij horen, ze hebben het hart van Fred gestolen. Een rondleiding? Met veel plezier! ‘Als we onder stoom zijn, zoals we dat noemen, dan stoken we deze ketels vol met hout. Vroeger ging dat met steenkool, maar dat is nu voor ons te duur. Het vuur in de vuurgang verwarmt de ketel, die gevuld is met 15.000 liter water. Dat water wordt stoom waarmee we de machines in het museum kunnen laten draaien.’ De oude machines zijn fascinerend om te bekijken. Het zijn historische hei-installaties, karn- en botermakers, scheepsmachines, baggerschepen of, uiteraard, poldergemalen. ‘Als de nood aan de man komt, kunnen wij nog inspringen om de polder droog te pompen. Een pomp zoals deze kan ongeveer 450 kubieke meter water per minuut wegpompen, dat betekent dat de ruimte waar de pomp staat in vier minuten is leeggepompt.’
Stokersdiploma
Fred geeft nu regelmatig rondleidingen door het museum aan uiteenlopende groepen. Kinderen? Van harte welkom, die trakteert hij op een speciaal stokersdiploma en voorziet ze van brandstof voor de stoker, lees: een snoepje uit de trommel. En als ze het leuk vinden, kunnen ze met een miniatuur-stoommachine verschillende speelgoedautomaten in beweging zetten. ‘Toen ik hier begon, ging ik niet meteen als rondleider aan de slag’, vertelt hij. ‘Ga eerst maar eens houthakken, zeiden ze tegen me. Dus dat heb ik gedaan, de hele dag. Ook lekker, fysiek bezig zijn. Maar na een tijdje ben ik toch deze kant op gegaan. Ik vind het leuk om met mensen om te gaan, ik spreek m’n talen en ik heb het geduld om dezelfde vraag wel tien of honderd keer te beantwoorden.’
Bij het museum werken circa honderd vrijwilligers, in allerlei verschillende functies. Medewerkers bij de kassa, rondleiders en stokers zoals Fred, maar ook mensen die vooral sleutelen en zich richten op het onderhoud. ‘Sommigen vinden het heerlijk om de hele dag in een blauwe overal in de techniek te duiken’, zegt Fred. ‘Het meeste onderhoud wordt hier in huis gedaan, we hebben mazzel met vrijwilligers met zoveel technisch inzicht.’
Fred rijdt elke week op zijn motor richting Medemblik, en hij heeft geen moment spijt van zijn keuze. 'Dit is precies wat ik zocht. De machines, de verhalen, de mensen, het past helemaal bij mij.' Voor wie ook op zoek is naar vrijwilligerswerk dat écht bij hem of haar past: Vrijwilligerspunt helpt je op weg.
Lees meerAmber leeft voor het Hoornse Huttendorp
In augustus is het zover, en eerstejaars basisschooljuf Amber Boesveld (22) kan haast niet wachten. Al tientallen jaren organiseert Stichting Netwerk het Hoornse Huttendorp. Amber is er al sinds haar dertiende bij als vrijwilliger. "Eerst vijf jaar als groepsleidster en de laatste twee jaar als ‘koningin’ van een van de vijf ‘landen’ van het Huttendorp."
Redactie Paul Luiken (NHD)
Amber rolde in het vrijwilligerswerk via haar broer. "Hij zat al bij het Huttendorp en toen ik oud genoeg was, heeft hij me ingeschreven. Ik gaf turnles en ontdekte toen al dat ik iets met kinderen wilde doen. Huttendorp was voor mij een manier om te kijken of dat echt bij me paste.”
Leidingweekend
Die eerste keer maakte indruk. "Als dertienjarige kom je binnen tussen zo’n 180 vrijwilligers. Dat is best indrukwekkend. Maar ik werd goed opgevangen. Zoals iedere nieuwe vrijwilliger hier goed wordt opgevangen. Tijdens het leidingweekend wordt de basis gelegd. Op zaterdag leer je elkaar kennen en doe je een zeskamp. Op zondag zijn er workshops, bijvoorbeeld over hoe je met kinderen omgaat of wat je doet als er iets misgaat. Want voor die kinderen ben je straks eventjes een plaatsvervangende ouder, bij ze thuis ben je het gesprek aan tafel. Dat brengt nogal wat verantwoordelijkheid met zich mee."
De populariteit van het huttendorp blijft groeien. "De inschrijvingen voor het Huttendorp begin april gingen zo hard, binnen no time zaten we vol en hadden we ook een volle wachtlijst: in totaal zo’n 850 kinderen. Dat zegt genoeg. Ook qua vrijwilligers loopt het storm. "Het Huttendorp is een begrip. Daar wil je gewoon deel van uitmaken. Omdat het overdag met de kinderen een groot feest is, maar ’s avonds organiseren we met de vrijwilligers ook van alles. Lasergamen, spelletjes, zwemmen in de Waterhoorn. De meesten van ons logeren dan in Manifesto, lekker dichtbij."
Koningin
De promotie van groepslid naar koningin was een hele stap. "Het is wel vrijwilligerswerk, maar ik heb toch echt moeten solliciteren. Ik zocht een nieuwe uitdaging. Niet langer alleen met kinderen werken, maar nu ook leiding geven aan vrijwilligers. In de gesprekken ging het veel over hoe je een groep aanstuurt en hoe je iedereen meeneemt. Die ervaring neem ik ook mee in mijn baan als juf op Groep 5 van de Jozefschool in Blokker."
Het vrijwilligerswerk vraagt veel tijd. "Je bent ongeveer tien dagen heel intensief bezig, van opbouwen tot afbreken. Dat is een groot deel van je vakantie. En omdat ik ook een deel van het programma organiseer, ben ik er nog wel meer tijd aan kwijt. Maar je krijgt er zo ontzettend veel voor terug: vriendschappen, gezelligheid en een week die je niet vergeet. We zeggen altijd: je krijgt geen geld, maar wel een hele grote vriendengroep. Je ziet elkaar ook buiten het huttendorp. Het is echt een community."
Ieder kind is gelijk
Wat Amber het meest aan het hart ligt, zijn de kinderen zelf. "Je hebt kinderen uit allerlei wijken en scholen. Vijf dagen zijn alle kinderen gelijk. In die dagen worden het echt vrienden. Dat vind ik het mooiste om te zien. Je bent belangrijk voor ze. Je bent een week lang een vast gezicht. Kinderen herkennen je later op straat, soms jaren later nog. Dan roepen ze: hé, jij bent van Geel!"
Volgens Amber vervagen verschillen tijdens het huttendorp. "Iedereen bouwt met hetzelfde materiaal. Als iemand iets niet heeft, lossen we dat op. Iedereen hoort erbij." Het hoogtepunt komt aan het einde van de week. "Op vrijdag doen we nog één keer de yell met alle kinderen. Die leren ze aan het begin van de week. Dan sta je daar en hoor je ze keihard schreeuwen, terwijl hun ouders ze opwachten. Dat is echt een kippenvelmomentje. Het moment dat je beseft wat je samen hebt gedaan. Je hebt in een week iets hebt opgebouwd. Dat maakt het afscheid altijd een beetje emotioneel."
Lees meerCampagne Doe es gewoon vrijwillig
Met de campagne 'Doe es gewoon vrijwillig' geven we aandacht aan de mogelijkheden van vrijwilligerswerk. Door verhalen te delen van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties willen wij iedereen die nog geen vrijwilligerswerk doet enthousiasmeren ook 'gewoon es vrijwillig te doen'! Er is namelijk zoveel leuk en divers vrijwilligerswerk te doen! Dus laat je inspireren door de verhalen van vrijwilligers die je hieronder kunt lezen. Wil je ook je verhaal delen? Stuur dan een mail naar Nancy Alders, [email protected] en misschien delen we ook wel jouw verhaal! Wil je vrijwilliger worden? Vul dan onderstaand formulier in en we nemen z.s.m. contact met je op. #doesvrijwillig !





