Navigatie overslaan
Doe es gewoon vrijwillig

Ik doe es gewoon vrijwillig

Vrijwilligers vertellen

‘Opa’ John zorgt voor de dieren

Opa John! Opa John! De kinderen van basisschool De Hussel roepen naar de beheerder van kinderboerderij De Kleine Weide. De kinderboerderij is een begrip in Grootebroek. Maar als opa John niet snel nieuwe vrijwilligers vindt, houdt de kinderboerderij het niet lang meer vol. De Kleine Weide doet z’n naam eer aan, de kinderboerderij is niet groot. Een paar schapen en geiten, kippen en konijntjes, dat is het wel zo’n beetje. Oh nee, er is ook een volière vol prachtige vogels, inclusief een paar fazanten. En een eekhoorntje. ‘Maar die gaat misschien binnenkort verhuizen’, zegt beheerder John de Haan. ‘We hadden er eerst vier, maar er is nog maar eentje over. Hoewel eekhoorns solitair levende dieren zijn, vind ik dit toch niet helemaal de bedoeling. Dus of ik koop er nog een paar bij, of ik ga een andere plek zoeken voor dit beestje.’ Contact tussen kinderen en dieren De kinderboerderij is tegen basisschool De Hussel aangeplakt. De schapen en geiten zijn met een hekje gescheiden van het schoolplein. ‘Het is belangrijk voor kinderen om contact te hebben met dieren’, vindt John. ‘Sommige kinderen weten het verschil tussen een schaap en een geit helemaal niet. En ze weten niet dat onze eieren komen van kippen. We kregen kinderen uit Berlijn op bezoek in onze kinderboerderij, die hadden nog nooit een konijn van dichtbij gezien. Door de dieren te leren kennen, zullen ze er ook altijd met meer respect mee omgaan.’ De kinderen van de basisschool gaan graag naar De Kleine Weide. En soms komt de kinderboerderij naar ze toe. ‘Dan ga ik met een konijn de klas in, om aan de kinderen te laten zien. Een groot succes, kijk maar.’ Hij wijst naar een knutselwerkje aan de muur: bedankt, de peuters van Nijntje Pluis. De kinderen kennen John allemaal, zegt hij. ‘Dat hoor je wel als we naar buiten gaan.’ En inderdaad, de kinderen roepen hem vanaf het schoolplein: opa John! Beestenboel John is gek op z’n dieren, hij heeft met allemaal een band. Neem nou bok Boris. ‘Dat is zo’n knuffeldier, heerlijk. De kinderen kunnen alles met hem doen, hij blijft braaf en geduldig.’ Schaap Knofje komt haar hokje uit, ze is bruin en knuffelig. ‘Zij is nieuw, de twee witte schapen hebben we al een stuk langer. Ze zijn heel rustig. En omdat ze zo klein zijn, het is een klein blijvend ras, zijn de kinderen er gek op.’ Dat geldt ook voor de drie nieuwe geiten. We horen een harde schreeuw vanaf het dak. ‘Niet schrikken’, zegt John. ‘Dat is Jeroen, een van onze pauwen.’ Dringend hulp nodig Met een kleine groep vrijwilligers zorgt John voor de beestenboel. Elke dag staat iemand op het rooster, en op drukke dagen springt er iemand extra in. Het is krap, érg krap, vertelt John. ‘Ik kamp met gezondheidsproblemen, ik zou het een stuk rustiger aan moeten doen. Maar wie zorgt er dan voor de dieren?’ Dieren voeren, de hokken schoonmaken en onderhouden, alles bij elkaar is het veel werk. Bovendien ligt er een pak administratie: alle papierwerk rondom het houden van dieren moet worden bijgehouden. John zou graag versterking krijgen. ‘We hebben extra vrijwilligers nodig’, zegt hij. ‘Het bestuur heeft versterking nodig. De ploeg die voor de dieren zorgt, ook. Maar vooral zoeken we mensen die willen helpen met het ophalen van oud papier hier in het dorp. Als wij dat doen, krijgen we geld van HVC. En die inkomsten hebben we hard nodig.’ Twee keer per maand worden die kranten opgehaald, het kost ongeveer twee uur. Hoe meer mensen John ervoor kan vinden, hoe beter het te doen is. ‘Iedereen van achttien jaar en ouder kan meehelpen, ook al is het maar één keertje. We zijn er echt enorm mee geholpen.’ Word vrijwilliger Wil jij de Kinderboerderij helpen? Laat het ons weten, door een mail te sturen naar [email protected] of bel 0229-216499.
Lees meer

Het Flessenscheepjesmuseum drijft op vrijwilligers

Wie het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen binnen gaat, verdwijnt in de fantasiewereld van de minuscule maar levensechte schepen, die op een wonderbaarlijke manier in flessen zijn gevaren. Coördinator Marianne van Haandel: “Veel van onze vrijwilligers die hier werken hebben iets met scheepvaart of met modelbouw. Maar het contact met onze bezoekers vinden we allemaal het allerleukste.” De ene vitrinekast na de andere staat helemaal vol flessenscheepjes. Ruim 1.100 heeft het museum er in bezit, maar die zijn lang niet allemaal uitgestald in het kleine Spuihuisje, een historisch pandje uit de zestiende eeuw. “We maken wisselende tentoonstellingen,” vertelt coördinator Marianne. “Laatst hadden we allemaal schepen in het ijs uitgestald, een winters thema. En binnenkort hebben we een expositie van schepen zonder zeilen.” Hoe langer je door het kleine museum loopt, hoe meer je ziet. Een zeilschip in een fles, een middeleeuwse scheepswerf, een levensechte vijfmaster in een lange whiskyfles en een zeilbootje van nog geen centimeter in een piepklein flesje, het staat er allemaal. “De kleinste flessenscheepjes kun je alleen met een vergrootglas goed bekijken,” zegt Marianne. “We hebben bijvoorbeeld een scheepje in een miniatuurflesje waar oogdruppels in hebben gezeten, gemaakt door een oude Japanse modelbouwer. In de flesjes zaten eerst zijn medicijnen, daarna heeft hij er kunstwerkjes van gemaakt.” Eeuwenoude cadeaus Het bouwen van miniaturen in een fles is een eeuwenoude hobby. Marianne laat flessen zien waar religieuze taferelen in te zien zijn, want daar is het waarschijnlijk mee begonnen. “Die zijn gemaakt door monniken. Later gingen zeelui aan de slag met lege flessen en wat hout en doek. Als tijdens een lange zeetocht weinig wind stond, lagen ze soms dagen stil. Tja, wat moet je dan?” Het oudste scheepje in bezit van het museum is uit 1879, gemaakt door een jongen van veertien. “We krijgen flessenscheepjes vaak als donatie, bijvoorbeeld uit een erfenis of van mensen die nog flessenschepen maken. Als je ziet hoe gedetailleerd het allemaal is, kun je je voorstellen dat er maanden werk in kan zitten. Het is helaas een hobby die verdwijnt, mensen zijn druk met andere dingen.” Marianne maakt zelf ook flessenscheepjes, een paar van haar kunstwerken staan in het museum. “Ik hoorde dat er geen vrouwelijke flessenscheepjesbouwers waren,” zegt ze. “Dat kon ik niet op me laten zitten. Ik werk anders dan de mannen, ik doe het op mijn eigen manier en verwerk handwerktechnieken in de scheepjes. En zo heeft iedereen zijn eigen stijl.” Ook een paar vrijwilligers in het museum hebben wel iets met die scheepjes. Ze bouwen zelf, of ze verzamelen ze. “Momenteel hebben we een expositie met flessen van een medewerker. Hij maakt prachtige flessenscheepjes. Elk onderdeel maakt hij zelf, zelfs de bemanning in de schepen. En iemand anders wilde hier wel als vrijwilliger aan de slag, maar alleen als we zijn flessenscheepje in de collectie wilden opnemen. Graag zelfs, want het is een prachtig bootje!” Zomer vol bezoekers Het museum is vier dagen per week open. Vaker kan niet, want er zijn niet genoeg vrijwilligers. “Ik zou er best wat nieuwe mensen bij willen hebben”, vertelt Marianne. “In de zomer komen er soms wel veertig tot zestig bezoekers per dag. Dan vertellen we het verhaal over het Spuihuisje, waar we zijn gevestigd. En natuurlijk over de scheepjes. We kunnen laten zien hoe de scheepjes worden gemaakt en we kennen verhalen van de scheepjes in de tentoonstelling. Kinderen kunnen een speurtocht doen. De reacties van de bezoekers zijn het leukste van ons vak. De meeste mensen zijn verrast hoeveel hier te bekijken is.”
Lees meer

De jonge helden van Oorlogsmuseum Medemblik

Ze zijn 14 en 15 jaar oud, maar praten met opmerkelijke nuchterheid over oorlog, verantwoordelijkheid en techniek. In het Oorlogsmuseum Medemblik lopen jonge vrijwilligers Sil Tensen uit Wervershoof en Wessel van der Gragt uit Onderdijk rond alsof het hun tweede thuis is. Tussen legertrucks, pontonbruggen en een nagebouwd dorpswijkje uit de jaren veertig geven ze met aanstekelijk enthousiasme een rondleiding. “Hier konden onderduikers zich verstoppen", wijst Wessel. Redactie: Paul Luiken, NHD - Foto's: Marcel Rob De twee beste vrienden zitten op scholengemeenschap De Dijk in Medemblik. Via een maatschappelijke stage kwamen ze in november 2024 bij het museum terecht. Sil. “Er waren twee opties: het museumgedeelte of de werkplaats. Wij vroegen of we ze allebei mochten doen.” Dat mocht. “De stage was eigenlijk zo voorbij,” zegt Wessel. “We wilden graag blijven.” Ze begonnen met schoonmaken en eenvoudige klussen, maar al snel bleek hun technische interesse. Motoren, ontstekingen; alles wat groot is en kracht heeft, trekt de mannen. Inmiddels draaien ze volop mee in het onderhoud van de historische voertuigen. In de werkplaats staan legertrucks die de WOII nog hebben meegemaakt. “De meeste zijn 82 jaar of nog ouder", zegt Sil. “Wij zorgen dat ze blijven rijden. Assen doorsmeren, onderdelen nalopen, banden controleren. Je leert hoe zo’n motor in elkaar zit. Alles is overzichtelijk. Geen elektronica, geen sensoren. Je ziet het motorblok gewoon liggen.” Wessel knikt. “Als je bij een moderne auto de motorkap opendoet, zie je alleen maar plastic kappen en kabels. Hier is het puur mechaniek.” Dat sleutelen geeft voldoening. “Als je iets repareert en het doet het weer, dat is het mooiste wat er is", zegt Wessel. “Dan bewijs je jezelf. Wat we zelf het mooist vinden? Meerijden! Dan laat je zien dat het gelukt is een oud voertuig op de weg te houden.” Sil vult aan: “Dat is vreugde!” Oorlogsboeken Toch draait hun betrokkenheid niet alleen om techniek. De interesse in oorlog is er al langer. “Ik vond het altijd al interessant", zegt Wessel zorgvuldig. “Niet dat ik het leuk vind, maar het trok me. Waarom doen mensen zoiets? Waarom schieten ze elkaar dood?” Hij leest veel oorlogsboeken en kijkt documentaires. “Wat je ziet, is echt gebeurd. Dat maakt indruk. Je denkt: we zijn toch allemaal mensen?” Sil vult aan: “Wat bereik je ermee? Dat vraag ik me altijd af.” De gruwelen van bijvoorbeeld Auschwitz laten hen niet onberoerd. “Het is bizar", zegt Wessel. “Maar je moet ervan leren. Zodat het niet nog een keer gebeurt.” Ze beseffen ook hoe gemakkelijk je achteraf stoer kunt praten over verzet of heldendaden. “Je kunt wel zeggen dat je in het verzet zou gaan,' zegt Sil, “maar de gevaren waren ongekend groot.” Pontonbrug In het museum komt die geschiedenis dichtbij. Niet alleen in verhalen, maar ook in materieel. Zo helpen ze bij het onderhoud van een pontonbrug. Tijdens evenementen wordt die daadwerkelijk opgebouwd. “Dan zie je hoe het in de praktijk werkte", zegt Sil. De begeleiding noemen ze 'fantastisch!' De oprichter van het museum loopt nog altijd rond in de werkplaats en stuurt bij waar nodig. Ook andere begeleiders nemen de tijd om uitleg te geven. “Je begint met kleine dingen", zegt Sil. “Schoonmaken, onderdelen monteren. En uiteindelijk werk je aan motoren." Wessel: “Jong geleerd is oud gedaan”. Ze voelen zich serieus genomen. “Je hoort erbij. Het is dan wel vrijwilligerswerk, maar het is eigenlijk meer een hobby geworden.” Legertruck besturen Naast hun inzet in het museum hebben beide jongens nog bijbanen. Wessel werkt in de bollenteelt en bij zijn oom in de pioenen. Sil is actief bij een mechanisatiebedrijf. Toch maken ze tijd vrij voor het museum. “We vinden het gewoon schitterend", zegt Wessel. Wat ze nog graag willen? Sil hoeft niet lang na te denken: “Zelf rijden.” Een legertruck besturen lijkt hem het hoogtepunt. Wessel lacht: “Dan moeten we eerst ons rijbewijs halen. En ook nog een vrachtwagenrijbewijs.” Ze nemen ruim de tijd voor de rondleiding en poseren graag tussen de legertrucs. In een tijd waarin oorlog soms akelig dichtbij komt via het nieuws laten twee Westfriese tieners zien dat ook met je handen kunt herdenken. Door te sleutelen aan rijdend erfgoed houden ze verhalen levend.
Lees meer

Reddingstation Wijdenes heeft hulp nodig

Niet alle vrijwilligers van het Reddingstation in Wijdenes hebben zeebenen. Een groot deel van de ploeg blijft aan wal, en ook daar is het vaak alle hens aan dek. Coördinator Mark weet er alles van. “We zijn bezig met een eigen onderkomen. Dat biedt kansen, maar alleen als we er samen de schouders onder zetten.” Stoere mannen en vrouwen die mensen helpen die op het water in moeilijkheden zijn geraakt. Dat is het werk van het Reddingstation in Wijdenes, vertelt Mark, al jaren vrijwilliger. “Alles wat op het land gebeurt, gebeurt ook op het water”, vertelt hij. “Brandje aan boord, technische problemen, mensen overboord, noem het maar op. De laatste jaren zien we ook, net als andere hulpverleners, meer verwarde mensen die hulp nodig hebben. Als wij worden opgeroepen, springen we in de boot en gaan we ze helpen.” Zeven dagen in de week, 365 dagen per jaar, is het Reddingstation Wijdenes paraat. Het afgelopen jaar was het team meer dan twintig keer nodig om mensen (en dieren) te helpen. En die hulp kan van alles zijn. Mark: “In november kwamen we in actie toen een kitesurfer in de problemen kwam. En in januari werden we gebeld voor een bootje dat de weg naar de haven niet meer kon vinden. De bemanning had technische problemen en ze hadden het hartstikke koud door het winterse weer.” Droge voeten Twee keer per week wordt er getraind door de vrijwilligers die werken als schipper of opstapper op de reddingsboten, om ervoor te zorgen dat iedereen fit en scherp is als er een oproep is. Maar een groep vrijwilligers houdt droge voeten. Die klussen bijvoorbeeld in het toekomstige onderkomen, ondersteunen de administratie, zorgen voor de website en de social media, of helpen bij evenementen. “De laatste jaren hebben we daar te weinig tijd voor vrij kunnen maken”, legt Mark uit. “Het zou heel fijn zijn als we meer mensen kunnen aantrekken die het verhaal van ons Reddingstation kunnen vertellen, bijvoorbeeld op evenementen.” Ook zijn er lokaal en regionaal evenementen waar de organisatie zich wil laten zien, zoals de Waterweken of de jaarmarkten in de buurt. “Het zou mooi zijn als we daar alles kunnen vertellen over ons werk, bijvoorbeeld door demonstraties te geven.” Sponsor, bedankt Financieel houdt het Reddingstation z’n eigen broek op, met maar een kleine subsidie van de gemeente. Dat lukt dankzij grote en kleinere sponsoren, die de middelen op tafel leggen. Reden genoeg om die eens in het zonnetje te zetten, zegt Mark. “We willen ze graag elk jaar een leuke dag bezorgen om ze te bedanken voor hun ondersteuning. En daar kan ik wel wat hulp bij gebruiken. Als ik het voor het zeggen heb, dan zou ik het fijn vinden om samen te werken met een vrijwilliger met een achtergrond in het bedrijfsleven, om de banden met ons zakelijk netwerk nog steviger aan te halen.” Lijkt het je wat, vrijwilligerswerk voor het Reddingstation Wijdenes? Mark weet wel waarom zijn club graag tijd besteedt aan het Reddingstation. Niet alleen vanwege de spannende avonturen, maar ook door de samenwerking in de gezellige ploeg. “We zien mensen van alle leeftijden en achtergronden samenwerken, dat is mooi. Ons bestuur is sinds kort weer op volle sterkte, de vereniging loopt goed. Extra vrijwilligers zijn altijd welkom. Wie schiet ons te hulp?” Word noodhulpvrijwilliger Wil je vrijwilliger worden bij Reddingstation Wijdenes, of wil je ergens anders 'noodhulp vrijwilliger' worden? Check dan deze pagina en vind alle vacatures bij elkaar, en lees verhalen van andere noodhulp vrijwilligers!
Lees meer

Marijke schept orde in de financiële chaos

De post al weken niet opengemaakt? Vliegen de rekeningen je om de oren? En zie je geen uitweg uit die financiële malaise? Misschien kan een maatje van SchuldHulpMaatje West-Friesland je op weg helpen. Marijke werkt al vier jaar als vrijwilliger bij de organisatie. “Ik vind het gewoon leuk om te helpen. En samen krijgen we de administratie weer op de rit.” Bij het eerste bezoek gaat Marijke nog helemaal niet praten over rekeningen en financiële problemen. Nee hoor, eerst een kopje thee. “We kletsen over koetjes en kalfjes, leren elkaar kennen”, zegt ze. “Ik vraag waar mensen mijn hulp bij nodig hebben. En de rest komt later. We plannen een volgende afspraak en spreken ook alvast af wat we als eerste zullen aanpakken. Maar het begint met vertrouwen.” Het is een hoge drempel voor mensen om hulp te vragen bij hun geldproblemen. “Soms vragen mensen preventief hulp van een Schuldhulpmaatje”, vertelt Marijke. “Ze merken dat het financieel niet lekker loopt. Maar vaker komen we in gezinnen waar de schulden al wat oplopen. Mensen draaien betalingen terug om andere rekeningen of de boodschappen te kunnen betalen. En dan kun je echt in de problemen komen.” Stapel enveloppen Haar eigen administratie is altijd op orde. Ze vindt het gewoon leuk: alle rekeningen en de overige gegevens zitten allemaal netjes in een map. Niet iedereen doet dat zo. ‘Even zoeken waar het allemaal ligt’ hoort Marijke dan, en een zoektocht in de stapeltjes kranten, reclamefolders en andere post volgt. “Of ik zie een berg enveloppen die niet zijn opengemaakt. Dan durven mensen dat niet meer, ze negeren het even.” Maar Marijke gaat aan de slag met de mensen die ze helpt, en samen lossen ze het op. Even uitzoeken, sorteren, en meestal valt het enorm mee. “Met een ordner die je koopt bij de Action en een setje tabbladen ben je al een heel eind. Sorteer de papieren op datum en stop ze in de map, de nieuwste bovenaan.” Maar ze doet nog veel meer: samen instanties bellen, betalingsafspraken maken, kwijtscheldingen aanvragen en helpen bij de belastingaangifte en de toeslagen. Makkelijk bezuinigen Het begint met overzicht: precies weten wat er op de rekening staat, hoeveel er binnenkomt en waar het allemaal naartoe gaat. “Huur, energie en de zorgverzekering, dat zijn de grootste rekeningen”, zegt Marijke. “En mensen raken het overzicht kwijt als ze klem zitten. Dan nemen ze vooral beslissingen op de korte termijn, ze vergeten de lange termijn.” Samen met de mensen die ze helpt, zoekt Marijke naar manieren om te besparen. “Vaak ontdekken we afschrijvingen van bijvoorbeeld abonnementen en lidmaatschappen die helemaal niet meer worden gebruikt. Dan zijn mensen vergeten dat ze zich daarvoor hadden opgegeven. Kijk, dat is makkelijk bezuinigen.” Naast elkaar Marijke komt niemand uitleggen hoe het moet of de les lezen over dingen die fout zijn gegaan. SchuldHulpMaatje West-Friesland staat náást de mensen die ze helpen. Dat leert ze tijdens de trainingen van Schuldhulpmaatje. Het vrijwilligerswerk sluit goed aan op haar juridische opleiding, vertelt ze. “Alles wat ik in de praktijk meemaak, kom ik ook tegen in de lessen op school. Tijdens een stage bij een bewindvoerderskantoor ontdekte ik dat ik het leuk vind om mensen te helpen met de administratie. Ik kende SchuldHulpMaatje al via mijn moeder, want zij heeft jaren als Maatje gewerkt en is nu coördinator. Door haar mooie verhalen leek het me ook leuk om te doen.” Het leukste van dit vrijwilligerswerk? De contacten met de mensen. “Ben je alleen geïnteresseerd in administratie, dan ben je niet geschikt voor dit werk. Het is heel mooi om allemaal verschillende mensen te leren kennen. Soms heb ik een afspraak waarbij we helemaal niet aan de administratie kunnen werken, dan zitten we alleen maar te praten. En dat is ook goed.” Financieel Vrijwilliger Goed met cijfers? Of vind je het leuk om overzicht te houden in geldzaken? Dan kun je als vrijwilliger veel betekenen. Bijvoorbeeld voor stichtingen en verenigingen die hulp kunnen gebruiken bij hun administratie, het aanvragen van subsidies of het werven van sponsorgeld. Maar ook voor mensen met geldzorgen die weer grip willen krijgen op hun financiën. Word Financieel Vrijwilliger! Kijk op deze pagina voor openstaande vrijwilligersvacatures.
Lees meer

Cassandra helpt kwetsbare jongeren vooruit

In de kapel van Dijk en Duin in Hoorn staat eens in de twee weken de frisdrank koud en liggen de chips klaar voor kwetsbare jongeren tussen 18 en 27 jaar. Geen grote woorden, geen verplicht programma. Gewoon een plek waar je mag binnenlopen en zijn wie je bent. Voor Cassandra Hoeksema (27) is dit inmiddels vertrouwd terrein. Als vrijwilliger en ervaringsdeskundige bij De Hoofdzaak ondersteunt ze deze doelgroep. “Het gaat er niet om dat alles gezellig is,” zegt ze. “Het gaat erom dat je niets hoeft te verbergen.” Redactie Paul Luiken, NHD - Foto Marcel Rob, NHD Cassandra oogt stoer. Haar armen zijn bedekt met tatoeages, zorgvuldig gekozen en sierlijk. Wie beter kijkt, ziet daaronder de fijne littekens van een verleden dat ze niet langer verstopt. “Voor mij zijn die tatoeages een symbool,” zegt ze. “Het krassen is gestopt omdat er iets mooiers voor in de plaats is gekomen.” Haar weg naar acceptatie was lang. Cassandra groeide op in Hoorn en volgde opleidingen in de zorg. Ze werkte onder meer in de kinderopvang en met mensen met een licht verstandelijke beperking. Inmiddels zit ze in de ziektewet en richt ze zich op herstel. Wat haar drijft als vrijwilliger bij De Hoofdzaak, is haar eigen ervaring. “Ik heb verschillende trauma’s en PTSS,” vertelt ze. Ze zijn het gevolg van zeer ingrijpende ervaringen en de ernstige psychische gevolgen daarvan. “Daar schaam ik me niet meer voor. Juist daardoor kan ik anderen begrijpen.” Herkenning De Hoofdzaak is een organisatie voor jongeren en volwassenen met een psychische kwetsbaarheid. In Hoorn organiseren ze tweewekelijks een jongerenavond voor mensen tussen de 18 en 27 jaar. Er zijn altijd ervaringsdeskundigen aanwezig. Cassandra is er één van. “We doen spelletjes, we praten, of we zitten gewoon even samen. Als iemand niet lekker in z’n vel zit, dan zie je dat vaak meteen. En dan kun je laten zien dat je ze herkent.” Herkenning is een sleutelwoord. Cassandra weet hoe het voelt om jarenlang alles alleen te dragen. “Ik heb mijn problemen heel lang voor mezelf gehouden. Ook omdat ik anderen niet wilde belasten,” zegt ze. “Ik dacht altijd: iedereen heeft zijn eigen ‘struggles’, dus waarom zou ik die van mij delen?” Inmiddels weet ze beter. “Door therapie heb ik geleerd dat het geen last is. Het is erkenning zoeken.” Taboe Dat is ook wat ze jongeren wil meegeven. “Het maakt niet uit wat je hebt meegemaakt. Voor de één is iets kleins al heel groot, voor de ander niet. Dat is geen wedstrijd.” Ze merkte hoe hardnekkig het taboe kan zijn. “Vanuit de omgeving hoor je soms: het valt wel mee, stel je niet aan. Maar zo werkt het niet. Iedereen ervaart pijn anders.” Bij De Hoofdzaak ziet ze allerlei jongeren binnenkomen. Sommigen komen elke keer, anderen schuiven één keer aan. “De één wil niet thuis zijn, de ander zoekt afleiding. Wat ze gemeen hebben, is dat ze kwetsbaar zijn. Er is geen druk. Je hoeft nergens aan mee te doen. Als je alleen wilt zitten, is dat ook goed.” Maskers Cassandra’s rol gaat verder dan gastvrouw zijn. “Als je vaker komt, ga je patronen herkennen. Iemand zegt dat het goed gaat, maar je ziet het aan de toon of aan het gezicht dat dat niet zo is. Ik heb zelf heel lang maskers gedragen. Sociaal wenselijke antwoorden gegeven. Dat herken je bij anderen.” Wat het vrijwilligerswerk haar brengt, is minstens zo belangrijk. “Het geeft me voldoening,” zegt ze. “Ik mag er voor anderen zijn, maar ik mag ook mezelf zijn.” Ze merkt dat herkenning twee kanten op werkt. “Als iemand iets vertelt en ik denk: dit herken ik, dan voel ik me zelf ook minder alleen.” Naast de jongerenavonden start Cassandra op korte termijn met het volgen van cursussen bij De Hoofdzaak. Onlangs deelde ze samen met andere ervaringsdeskundigen haar herstelverhaal bij het Talland College in Hoorn. “Ik wil dat jongeren zich niet hoeven te schamen voor hun problemen,” zegt ze. “Er zijn zoveel jongeren met een rugzak, maar ze durven er niet over te praten.” Missie Het doorbreken van dat taboe voelt voor haar als een missie. “Het is oké dat het niet altijd goed gaat,” benadrukt ze. “Als ik dat had geweten toen ik jonger was, had dat veel gescheeld.” In de toekomst wil ze haar ervaring mogelijk ook beroepsmatig inzetten. “In een kliniek, of ergens anders. Dat ga ik nog uitzoeken. Eerst verder herstellen.” Ze gelooft dat het vinden van rust uiteindelijk haalbaar is. “Sinds ik zelfstandig woon met ondersteuning, merk ik dat ik steeds meer ruimte in mijn hoofd krijg.” Haar littekens zijn er nog, maar ze bepalen haar niet meer. “Wat mij is overkomen, is heftig,” zegt ze. “Maar ik kies ervoor om het om te zetten in iets wat anderen kan helpen. Dat geeft betekenis. En hoop.”
Lees meer

Campagne Doe es gewoon vrijwillig

Met de campagne 'Doe es gewoon vrijwillig' geven we aandacht aan de mogelijkheden van vrijwilligerswerk. Door verhalen te delen van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties willen wij iedereen die nog geen vrijwilligerswerk doet enthousiasmeren ook 'gewoon es vrijwillig te doen'! Er is namelijk zoveel leuk en divers vrijwilligerswerk te doen! Dus laat je inspireren door de verhalen van vrijwilligers die je hieronder kunt lezen. Wil je ook je verhaal delen? Stuur dan een mail naar Nancy Alders, [email protected] en misschien delen we ook wel jouw verhaal! Wil je vrijwilliger worden? Vul dan onderstaand formulier in en we nemen z.s.m. contact met je op. #doesvrijwillig !

Alle velden gemarkeerd met * zijn verplicht

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Google Privacyverklaring en Algemene Voorwaarden zijn van toepassing.