Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987
  • Locatie Alkmaar
  • Bergerweg 1, 1815AC, Alkmaar
  • 072-5191600

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools (opent in een nieuw venster)
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | mei 2026 | 3 min lezen

Jordy: “Als ze met plezier spelen, heb ik al gewonnen”

Loop op een doordeweekse avond de zaal van TTV Stede Broec in Grootebroek binnen en je ziet hem vrijwel zeker staan. Eerst training geven, daarna zelf trainen. Op vrijdag competitie spelen. Clinics op scholen. Voor Jordy Oudt (20) is tafeltennis geen hobby meer, maar een tweede thuis. En als vrijwilliger bij de jeugdafdeling probeert hij kinderen meer mee te geven dan alleen een goede forehand.

Redactie: Paul Luiken (NHD) Fotografie: Marcel Rob (NHD)

Jordy Oudt komt uit Hoogkarspel en speelt sinds zijn achtste bij de club. Wat begon omdat twee vrienden hem meenamen, groeide uit tot een serieuze sportcarrière in de jeugd. “Binnen twee jaar stond ik in finales van jeugdtoernooien. Ik heb internationale toernooien gespeeld en zat bij de bondstrainingen van Noord-Holland. Ik draaide echt in de top van mijn leeftijd mee.”

Assistent

Waarom tafeltennis? “Ik heb astma en wist vroeger niet goed welke sport bij me paste. Op school werd altijd getafeltennist en mijn beste vrienden zeiden: ga mee. Vanaf moment één voelde ik me hier op mijn plek. Dat gevoel is eigenlijk nooit meer weggegaan.” Toen hij de overstap maakte naar de senioren, ontstond er een gat bij de jeugdtraining. Een trainer stopte en Jordy werd gevraagd als assistent. “Ik dacht: ik probeer het gewoon. Ik was net zeventien, dus wat kon er misgaan? Ik begon met de warming-up, nam een paar kinderen apart die wat extra uitdaging nodig hadden of juist wat stimulans. En eigenlijk voelde het meteen logisch.”

Vrijwilligerswerk

Jordy is eerstejaars aan de Ipabo in Amsterdam, de opleiding tot basisschoolleerkracht. “Ik wilde eerst geschiedenisdocent worden, maar merkte dat ik het werken met jongere kinderen veel leuker vind.” In zijn tussenjaar gaf hij via de club clinics op basisscholen en middelbare scholen. “Toen dacht ik: dit is het. Dit vind ik echt mooi om te doen.” Vrijwilligerswerk zit bovendien in het gezin. “Bij ons thuis is het heel normaal dat je iets voor een ander doet.” Voor Jordy is het dus vanzelfsprekend geworden. “Ik kan op dinsdagavond thuis gaan zitten, maar ik kan ook hier iets betekenen voor kinderen. Dan kies ik liever daarvoor.”

Mentaliteit

Inmiddels telt de jeugdafdeling zo’n dertig kinderen, verdeeld over drie niveaugroepen. Jordy traint vooral de gevorderde en competitieve jeugd. Daarnaast begeleidt hij teams tijdens thuiswedstrijden. “Ik roep wel eens ‘kom op’ langs de zijlijn,” zegt hij, “maar nooit provocerend. Voor mij hoeft niet alles gewonnen te worden. Als ze met plezier spelen en sportief blijven, heb ik al gewonnen.” Tafeltennis is volgens hem een veeleisende sport. “Het is een combinatie van techniek, conditie, nadenken en vooral mentaliteit. Als je niet lekker in je vel zit, speel je eigenlijk twee tegen één. Je moet een sterke geest hebben.” 

Bijsturen

Juist dat mentale aspect probeert hij over te brengen op zijn pupillen. “Sommige kinderen hebben autisme of ADHD. Dat merk je. Geduld is bij tafeltennis belangrijk. Een rally kan lang duren. Dan moet je als coach weten wanneer je moet bijsturen en wanneer je het moet laten.” Jordy benadrukt dat labels nooit leidend zijn. “Het gaat erom dat ze zich hier veilig voelen. Dat ze plezier hebben.” Wat hem daarbij helpt, is zijn eigen verleden achter de tafel. “Ik was vroeger echt een driftkikker. Van mijn tiende tot mijn zestiende was ik vaak boos. Ik gooide batjes, sloeg ze kapot. Die boosheid vrat me op. Je denkt dat je altijd moet winnen. Maar dat kan niet.” Langzaam leerde hij zijn emoties te beheersen. “Het is groei. Accepteren dat je niet alles kunt winnen. Trots zijn op wat je wél goed doet.” Die les gebruikt hij nu als trainer. “Als een kind er met de pet naar gooit, ga ik niet boos doen. Dat werkt averechts. Vaak zit er iets achter. Moe, een rotdag op school, teleurstelling. Dan praat je even samen.”

Omgaan met verlies

Hij ziet zichzelf soms terug in de kinderen. “Dat helpt. Ik weet hoe het voelt om jezelf op te vreten achter de tafel.” Daarom legt hij de nadruk op zelfvertrouwen. “Trots zijn op jezelf is belangrijker dan winnen. Dat werkt door in alles.” Dat merkt hij ook buiten de zaal. “Ik zit met de zus van een van de jongens op school. Zij vertelde dat haar broertje thuis veel rustiger is geworden sinds hij weer plezier heeft in tafeltennis.” Jordy glimlacht als hij het vertelt. “Dan denk ik: daar doe je het voor.”

Naast zijn studie en werk bij de supermarkt blijft hij uren maken in de zaal. “Het vraagt veel tijd, ja. Maar het voelt niet als moeten. Het is een stukje van mij geworden.” Wat hij kinderen uiteindelijk wil meegeven, gaat verder dan sport: “Dat ze durven. Dat ze leren omgaan met verlies. Dat ze plezier hebben in bewegen. Sport is belangrijk voor je geestelijke ontwikkeling. En als ik daar als vrijwilliger een klein beetje invloed op kan hebben, dan is dat gewoon heel mooi.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Jos klaart verschillende vrijwilligersklusjes

Heel eerlijk: dat vrijwilligerswerk via zijn werkgever zag Jos Wouda niet zo zitten. Maar toen hij eenmaal aan de slag was, kreeg hij het vrijwilligers-virus te pakken. En nu doet hij regelmatig vrijwillige klusjes voor mensen in zijn woonplaats. ‘Zo leer ik ook mensen kennen buiten mijn eigen bubbel.’ Woningbouwvereniging Intermaris had vorig jaar een ge-wel-dig idee: alle collega’s doen eens per jaar samen vrijwilligerswerk. Met collega’s spitten in de moestuin, schilderen bij een kinderboerderij, koffiedrinken met ouderen van een verzorgingstehuis: iedereen steekt z’n handen uit de mouwen, ook de directie. ‘Ik was sceptisch over dat idee,’ zegt Jos Wouda. Hij is controller bij Intermaris. ‘Verplicht vrijwilligerswerk doen, is dat een goed idee? Dus schoorvoetend ging ik vorig jaar aan de slag. Ik ging met collega’s in de tuin werken bij een zorginstelling voor jongeren met een beperking. Maar toen ik daar aan de slag was, gingen mijn ogen open. Zoveel werk bij zo’n instelling wordt door vrijwilligers gedaan! Als zij er niet zijn, staat alles stil. Ik begreep in één klap hoe belangrijk vrijwilligerswerk is.’ Tuin opknappen Het smaakte naar meer. Jos ging op zoek naar vrijwilligerswerk in Alkmaar, zijn woonplaats. Al snel vond hij een project dat goed bij hem past. ‘Zo heb ik een paar keer de tuin opgeknapt van mensen die dat zelf niet meer redden. Dan ga ik een tijdje lang regelmatig aan de slag, tot het er weer netjes uitziet.’ Niet alleen die mooie tuin geeft Jos een goed gevoel, het is vooral het contact met de mensen die hij kan helpen. ‘Mensen zijn dankbaar dat de tuin is opgeknapt. Dat geeft me een goed gevoel.’ Vriendin aangestoken Het enthousiasme van Jos heeft zelfs zijn vriendin aangestoken. Zij helpt nu als taalvrijwilliger een uur per week een nieuwkomer met de Nederlandse taal. Jos zoekt juist afgeronde, korte klussen. Dat soort vrijwilligerswerk past het beste bij hem. ‘Mijn werk kent pieken en dalen. Soms is het heel druk, dan kom ik niet toe aan vrijwilligerswerk. Als het dan weer wat rustiger wordt, kan ik weer een klusje oppakken. Ik heb ook niet zoveel zin om me een jaar of langer vast te leggen aan een organisatie of een persoon.’ Buiten de bubbel Het vrijwilligerswerk biedt Jos vooral de kans om zijn blik te verruimen. ‘Ik leer mensen kennen die in een andere sociale bubbel zitten dan ik. De afgelopen tijd hielp ik een mevrouw die dertig euro leefgeld per week te besteden heeft. Ik realiseer me nu goed hoe weinig dat is. Tegelijkertijd zie ik hoe zij het toch redt, haar doorzettingsvermogen en haar positieve instelling. Heel knap. Dat vertel ik ook aan mijn kinderen.’ Vrijblijvend Een jaar later komt een nieuwe editie voorbij van Intermaris Doet, de drie dagen waarin alle collega’s van Jos vrijwilligerswerk doet. Wat zegt hij tegen de sceptici? ‘Vrijwillig is niet vrijblijvend, als vrijwilliger kun je hartstikke veel toevoegen. Een dag, een heel jaar of een paar klussen: als vrijwilliger maak je het verschil!’
Lees meer

Paarden leren Tess en Rowena plannen

Werken bij een sportvereniging, helpen in een zorginstelling of dieren verzorgen op de kinderboerderij: de leerlingen van het Martinus College kunnen de Maatschappelijke Stage (MaS) op hun eigen manier invullen. Tess Rorije en Rowena Boelen (allebei 13 jaar) deden vorig jaar vrijwilligerswerk op de manege Stal Dijkman in Wijdenes en zijn er nog steeds enthousiast over. Rowena: ‘En ik was hartstikke bang voor paarden! Maar dat is nu voorbij.’ In het tweede leerjaar van de havo- en vwo doen leerlingen van het Martinus College in Grootebroek een maatschappelijke stage. Dertig uur vrijwilligerswerk bij non-profitorganisaties, omdat je zelf veel leert van iets doen voor iemand anders. Stageplekken worden door Vrijwilligerspunt gezocht en op de website mas.vrijwilligerspunt.com geplaatst. Door het geven van gastlessen op het Martinus College worden de leerlingen door Vrijwilligerspunt geïnformeerd over de mogelijkheden en geënthousiasmeerd vrijwilligerswerk te gaan doen. ‘Iedereen zocht zelf een plek uit om stage te lopen. Kwam je er niet uit, dan kon Vrijwilligerspunt je helpen met het vinden van een stageplek. Via Tess kwamen wij met z’n tweeën bij de manege terecht', vertelt Rowena. ‘Best lastig dat corona uitbrak toen we begonnen. De paardrijlessen lagen stil en zo min mogelijk mensen mochten op de manege komen. Gelukkig konden we ons werk vanaf begin januari toch gaan doen.’ Ochtendhumeur Die stage is echt niet alleen maar knuffelen met de paarden en rondjes rijden. Rowena: ‘We doen niet alleen maar leuke klusjes. We moesten ook stallen uitmesten en vegen. Soms moesten we paarden in de paddock zetten. Tess was meer van de paarden, ik bleef altijd bij ze uit de buurt. Ik was zelfs bang voor ze toen we hier begonnen! Ik heb gemerkt dat mensen en paarden op elkaar lijken. Sommige paarden hebben een ochtendhumeur, dat verwacht je toch niet?’ Lijst met klusjes Inmiddels hebben ze de maatschappelijke stage achter de rug. En, wat hebben ze geleerd? ‘Heel veel!’ zegt Tess. ‘Plannen, bijvoorbeeld. We kregen verschillende klusjes, er lag altijd wel een lijstje voor ons klaar. En dan moet je kiezen wat je eerst gaat doen, en wat kan wachten. We hebben geleerd dat we eerst moeten denken: wat is het beste voor de paarden. En dat je ook rekening moet houden met wat goed is voor jezelf. Dus soms moet je even pauze nemen.’ Verantwoordelijk De grootste les die Rowena en Tess hebben geleerd van de paarden: verantwoordelijkheid. Rowena: ‘De zorg voor die grote dieren werd aan ons toevertrouwd. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Ze moeten op ons kunnen rekenen.’ Het was best spannend om te beginnen bij de manege, vertelt Tess. ‘We kenden er eigenlijk niemand. Gelukkig waren we met z’n tweeën. En we werden goed geholpen en begeleid, dat maakt een groot verschil.’ Na de stageperiode is de meiden door de manege een vast baantje aangeboden. Tess: 'Superleuk dat een stage dat kan brengen. We moeten er alleen nog wel even over nadenken, maar het is natuurlijk tof dat ze zo blij met ons zijn dat we mogen blijven!' Foto van Manege Dijkstal Wijdenes
Lees meer

Taalcafé; voor, door en met jongeren

Een Taalcafé voor nieuwe Nederlanders is er, maar een Taalcafé voor specifiek jonge nieuwe Nederlanders is lastiger te vinden. De drie studenten Quinty Renting, Asli Ozkan en Louise Stokman zetten als opdracht vanuit hun studie Social Work een Taalcafé op voor, door en met jongeren. Quinty: 'Het was heel leerzaam. Superleuk om wat voor deze doelgroep te kunnen doen. En als het dan ook zo enorm gewaardeerd wordt, dan word je daar heel blij van.' Quinty, Asli en Louise volgden vanuit hun opleiding een hybride project en konden kiezen uit drie kleine projecten. Een daarvan was het opzetten van een Taalcafé voor Taalhuis Westfriesland, onderdeel van Vrijwilligerspunt Westfriesland. Ze kregen hulp van Fleur Neefjes van Vrijwilligerspunt. Fleur: 'Vanuit Taalhuis leeft al lang de wens om een Taalcafé op te zetten voor jongeren. We merken dat hier bij deze doelgroep behoefte aan is. Het is nou in eenmaal makkelijker om met leeftijdsgenootjes op te trekken en zo de taal te leren en zo aansluiting te krijgen met andere jongeren. De dames mochten helemaal zelf bedenken hoe het Taalcafé eruit zou gaan zien. Wanneer en hoe laat het plaats zou vinden en de inhoud van het programma.' Doelgroeponderzoek Taalcafés zijn laagdrempelige bijeenkomsten waar nieuwkomers samenkomen om Nederlands te spreken. Onder leiding van een of meerdere taalvrijwilliger spreken zij in groepjes over een bepaald actueel thema. Quinty: 'Om meer te leren over de doelgroep, volgden we een korte training van Nini Viëtor van Taalhuis. We leerden hoe je deze doelgroep het beste kan benaderen en met ze kan communiceren, want ze spreken natuurlijk geen tot nauwelijks Nederlands. Nini liet ons voorbeelden van materiaal zien, die je in de lessen kunt gebruiken. Denk aan woordplaatjes, spelletjes en klankenkaarten. Daarnaast vertelde ze ook over cultuurverschillen. Belangrijk om te weten, omdat je dan ook beter weet hoe je deze doelgroep moet benaderen.' Jonge nieuwe Nederlanders Louise: 'We zijn ook in gesprek geweest met docenten van Fiolet Taaltrainingen, Edinova en het Horizon College en hebben hun gevraagd of ze wilden helpen met het werven van jongeren voor het Taalcafé. Daarvoor hebben we een flyer gemaakt, die de docenten hebben uitgedeeld aan hun leerlingen.' Met alle input op zak en de aangemelde deelnemers, kon het Taalcafé dan echt plaatsvinden. Asli: 'Super fijn dat we zoveel input hebben gekregen, dat maakte ons een stuk zelfverzekerder om met deze, voor ons, nieuwe doelgroep aan de slag te gaan. We begonnen het Taalcafé altijd met een beetje kletsen. Hoe gaat het met iedereen? En dan volgde een kort dictee, want de jongeren wilden ook graag Nederlands leren lezen en schrijven. We hebben ook spelletjes gedaan zoals 'Wie ben ik'. Super goed spelletje om te leren hoe je iemand moet omschrijven. Maar we bekeken ook samen een kort nieuwsitem en behandelden dan woorden die ze niet begrepen. Heel veel verschillende activiteiten dus, waarbij we zeker ook rekening hielden met wat de deelnemers leuk vonden en waar hun interesses lagen.' Leerzaam Na een paar avonden Taalcafé zat het project er voor de dames op. Asli: 'Eerlijk gezegd vroeg ik me eerst af of ik deze doelgroep wel leuk zou vinden, maar dat vind ik zeker! Ze zijn super gemotiveerd om Nederlands te leren en dat motiveerde mij weer enorm. Ik wist niet dat ik kon lesgeven, dus dat heb ik ook van dit project geleerd.' Louise vult aan: 'Ik heb vooral geleerd hoe je goed kunt communiceren met mensen die niet of niet goed Nederlands spreken. Niet te moeilijke woorden gebruiken bijvoorbeeld. Zo vroeg ik een keer "Hebben jullie het naar je zin?" Maar toen zag ik alleen maar blikken van onbegrip. Toen ik zei "Vinden jullie het leuk?” begrepen ze me wel en reageerde iedereen enthousiast. Je merkt vanzelf wanneer ze het begrijpen of niet, je moet alleen wel weten hoe je dat oplost. En iedere week weer een andere les bedenken is best een uitdaging, maar maakt het wel veel leuker voor de deelnemers.' Quinty was vooral heel blij met de vrijheid die ze kregen. 'We werden totaal losgelaten door Vrijwilligerspunt. Dat gaf ons heel veel vertrouwen. We zaten wel iedere week even samen om de voortgang te bespreken, maar dat was juist heel fijn. En als we tussendoor even niet wisten hoe nu verder, dan konden we bij Fleur aankloppen. Het was een heel leerzaam project voor ons en we zijn eigenlijk best trots op onszelf dat het Taalcafé zo'n succes was! De deelnemers waren namelijk alleen maar enthousiast.’
Lees meer