Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | mei 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Sven vaart én vertelt op de Hoornse watertaxi

Sven Post (28) uit Hoorn is vrijwilliger bij de Hoornse watertaxi. In het weekend werkt hij op het water, doordeweeks in de contentmarketing. Sven werd varend tourgids via zijn vader Ed: "Ik ging een paar keer mee om te kijken of ik het leuk vond.” Dat bleek. Ook vanwege zijn interesse voor geschiedenis: "Ik heb thuis allerlei boeken liggen over Hoorn, de Slag op de Zuiderzee, dat soort dingen. Dat sloot er mooi op aan.”

Redactie: Paul Luiken (NHD), fotograaf: Jonathan Mechanicus

Sinds 2024 vaart Sven zelfstandig als varend verteller op een bakdekker; een historische boot waar zo’n dertien mensen op kunnen. ,"Het lijkt simpel: varen en vertellen”, zegt hij. "Maar dat is het niet. De bakdekker is groot en log. Als je wind tegen hebt, moet je hem goed leggen, anders kan niemand je verstaan.”

Drijvende baksteen

De kunst van het aanleggen. "Dat was wel even wennen. Het is echt een drijvende baksteen", zegt hij. "Een sloep reageert direct. Maar dit schip is veel zwaarder, terwijl je ook nog met stroming en wind te maken hebt. Maar na een tijdje krijg je er handigheid in. Je leert trucjes. Bijvoorbeeld: eerst een lijn vastmaken en dan insturen, zodat de achterkant vanzelf tegen de kade komt.” 

Naast het varen is er het vertellen. Daar zat in het begin de meeste spanning. "Ik vind vertellen leuk, maar spreken in het openbaar vond ik wel spannend. Mijn eerste keer was meteen voor een grote groep uit een verzorgingshuis, met meerdere boten tegelijk. Dat was wel even aanpoten.”

Barbarijse zeerovers

"In het begin vertelde ik het vaste basisverhaal, een verhaal dat we klaar hebben liggen. Maar na een tijdje liet ik dat een beetje los. Ik vind het leuk om dingen uit boeken te halen en daar mijn eigen draai aan te geven. Sven vertelt vol enthousiasme over het ontstaan van Hoorn, over handel, over de Slag op de Zuiderzee. Maar ook kleine, menselijke verhalen: "Dan vertel ik bijvoorbeeld dat het Venidse vernoemd is naar Venetië. Of dat er vroeger een oud vrouwtje langs de haven ging om geld op te halen om zeelieden vrij te kopen die door Barbarijse zeerovers waren gekidnapt.” Soms weet iemand aan boord zelf ook veel te vertellen. "Dan laat ik dat gewoon gebeuren. Tenzij het echt niet klopt, je wilt wel dat mensen met het juiste verhaal naar huis gaan.”

Varen en vertellen

Sven ziet zijn medewerking aan de watertaxi puur als vrijwilligerswerk. "Ik doe het echt omdat ik het leuk vind. Je krijgt soms fooi, maar dat is niet belangrijk. Het gaat mij om het varen en het vertellen. Als ik klaar ben ga ik weer naar huis, simpel. Een eigen boot lijkt me niks, al dat onderhoud. Maar op deze manier is het perfect.”

De watertaxi is meer dan alleen rondjes varen met een gids. "We doen ook ritjes. Naar het stadsstrand, naar Oranje Buiten. Of soms iets verder, zoals naar Volendam varen met een groep. Dan zet je mensen af, zij gaan een dagje weg en wij gaan een visje halen.” In de zomer is het druk: "In april begint het seizoen en dat loopt door tot oktober. Dan sta je elk weekend op de boot.” Dat wordt ook opgemerkt door zijn omgeving: "Alweer op vakantie geweest, vroegen collega’s dan. Maar van dat varen krijg je nou eenmaal een bruine kop; bij mooi weer blijf je smeren.”

Sfeer op het water

"Wat ik mooi vind op het water, is de sfeer onderling. De mensen zijn anders. Vriendelijk, geduldig. Mensen helpen elkaar. Toch heel anders dan automobilisten.” Die hulpvaardigheid heeft hij nu zelf ook: "Al in het begin kreeg ik te maken met iemand op het water met een boot waarvan de motor kapot was. Op een compleet windstille dag. Dan vaar je daarheen en sleep je zo’n iemand naar de haven. Dat doe je gewoon. Dat hoort erbij.”

Die verantwoordelijkheid hoort bij het werk, ook al is het nog zo vrijwillig: "Jij bent de schipper van de boot. Mensen stellen vertrouwen in je en dat moet je waarmaken. Zeker als het weer omslaat: we kwamen een keer terug van Enkhuizen en ineens ging het hard waaien. Met kleine kinderen aan boord. Dan moet iemand de leiding nemen, anders raken de mensen in paniek. Voor die verantwoordelijkheid schrik ik niet terug.”

Sven geniet van zijn job. "Het is gewoon mooi om te doen. Varen, verhalen vertellen, mensen iets meegeven over de stad. Het is echt een hobby. Ik zie me voorlopig niet stoppen.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Meneer Arnold helpt Marko met Nederlands spreken

| Doe es gewoon vrijwillig

Twee jaar lang was Marko Božović uit Montenegro taalmaatje van Arnold Bakker. Hoewel Arnold Marko niet meer officieel helpt met de Nederlandse taal, zien ze elkaar nog regelmatig. Arnold: “Er is een waardevolle vriendschap ontstaan. Ik ben vorig jaar zelfs naar Montenegro op vakantie geweest om zijn geboorteland en familie te leren kennen.” Zo’n 4,5 jaar geleden kwam Marko naar Nederland. Marko: “Door de liefde. Ik leerde mijn vriendin kennen in Montenegro. Mijn beste vriend bleek haar zwager te zijn. We werden verliefd op elkaar en niet lang daarna besloot ik naar Nederland te komen om bij haar te wonen.” Maar toen liep Marko al snel tegen een taalbarrière op. Marko: “Ik sprak geen woord Nederlands en wilde zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren. Ik kwam bij Vrijwilligerspunt terecht. Zij vertelden me dat ik naar het Clusius College kon, maar daar was nog een wachtlijst. Ik werd gekoppeld aan een taalvrijwilliger. Dan kon ik alvast Nederlands leren. Ik kwam uiteindelijk bij meneer Arnold terecht.” Meneer Arnold? “Ik zeg altijd meneer Arnold. Uit respect. Ik vind dat je ouderen met meneer of mevrouw moet aanspreken. Zo ben ik opgevoed.” Arnold: “Ik mag dan wel 82 zijn, maar van mij hoeft hij echt geen ‘meneer’ te zeggen. Maar hij blijft het doen, dus ik laat het maar zo.” Praten, praten, praten Toen Marko in Hoorn kwam wonen, kreeg hij gelukkig al snel een baan in de horeca. “Ik ben kok als beroep en kon als kok aan de slag in restaurant de Waag. Mijn collega’s begonnen direct Engels met me te praten, maar dat wilde ik niet. Ik wilde Nederlands leren. Door woorden op te laten schrijven en deze te leren, leerde ik steeds beter Nederlands.” Taalvrijwilliger Arnold hielp hem iedere week met een uurtje taalles. Maar niet met grammaticaboekjes en woordenlijstjes. “Ik werk vooral aan de spreekvaardigheid. Grammatica en woordjes stampen kan hij ook op school.” Marko vult aan: “We praten over van alles. Niet over politiek of slecht nieuws uit de kranten. Wel over alledaagse dingen, zoals Hollandse gewoonten, festivals, carnaval, eten of muziek. Leuke dingen. Ik leer veel van de gesprekken. Meneer Arnold heeft me vooral geholpen met mijn uitspraak en de zinsconstructie. Ik kan inmiddels goed Nederlands lezen, maar spreken blijft lastig. Nederlands is echt een moeilijke taal." Arnold: “Hij is heel erg vooruit gegaan en leest goed. Hij is heel leergierig en een slimme jongen. Ik vind het fijn om met hem gesprekken te voeren. We bepalen niet vooraf waar we het over hebben, dat gaat eigenlijk vanzelf. We zijn het overigens vaak niet met elkaar eens, maar we maken nooit ruzie!” Reis naar Montenegro Er wordt ook veel over elkaars cultuur gesproken. Arnold: “Marko heeft tijdens onze gesprekken ook veel verteld over zijn thuisland. Ik werd zo enthousiast van zijn verhalen, dat ik vorig jaar besloot naar Montenegro op vakantie te gaan.” “Met de auto en helemaal alleen!”, zegt Marko, nog steeds verontwaardigd. “Ik verklaarde hem voor gek, maar ik kreeg het niet uit zijn hoofd gepraat.” Na een reis van een paar dagen met tussenstops in Oostenrijk en Kroatië, verbleef Arnold tien dagen in Montenegro. “Ik heb Marko’s familie daar ontmoet en ik heb veel geleerd van het land en de cultuur. Het was een fantastische reis en geweldig om met eigen ogen zijn land te zien.” Nieuw taalmaatje Sinds een paar weken heeft Arnold een nieuw taalmaatje. Arnold: “Ik help een vrouw uit Vietnam met de Nederlandse taal. Hoewel ze getrouwd is met een Nederlander, spreekt ze slecht Nederlands. Een hele uitdaging dus. Maar dat vind ik leuk. Ik ben van huis uit schoolmeester en ik ben jaren koordirigent geweest. Ik vind het gewoon leuk om mensen iets te leren. En om andere culturen te leren kennen.” “Misschien ga je dan ook wel op reis naar Vietnam!”, grapt Marko. Arnold sluit het niet uit… Blokfluit Marko en Arnold zien elkaar nog geregeld, ondanks dat Marko niet meer officieel Arnolds taalmaatje is. Arnold: “Iedere week zie ik Marko nog in het zwembad als ik ga zwemmen en hij zijn dochtertje van zwemmen haalt. Dan maken we altijd even een praatje. En nog niet zo lang geleden heb ik bij hem gegeten toen zijn moeder, zus en neef in Nederland waren. Marko is nu met een opleiding tot personal trainer bezig, dus hij heeft het momenteel heel druk. Maar als hij klaar is, gaan we samen het blokfluiten weer oppakken.” Marko: “Ik heb nu een paar lessen van hem gehad. Ik vind het heel leuk, al ben ik helemaal niet muzikaal. Arnold heeft me nu ook twee keer meegenomen naar een klassiek concert in het concertgebouw in Amsterdam. Dat vond ik geweldig. Dus hopelijk kan ik dan straks net als meneer Arnold het volkslied van Montenegro spelen op de blokfluit.”
Lees meer

Carin leert Oekraïners Nederlands

| Doe es gewoon vrijwillig

Taal is zeg maar echt haar ding. Niet alleen in haar werk als jurist, maar ook als taalvrijwilliger. Carin Zwagerman maakt Oekraïners wegwijs in de Nederlandse taal. ‘Ook buiten het klaslokaal, want taal is veel meer dan alleen woordenschat en grammatica.’ Carin (foto 2e links) deed al vrijwilligerswerk als taalmaatje voor een Poolse man. Via dat vrijwilligerswerk leerde ze Nini Vietor kennen, stuwende kracht bij Taalhuis. ‘Ze zocht vrijwilligers om Nederlandse les te geven aan mensen uit Oekraïne. In de opvanglocatie in Opperdoes kwam een groep bij elkaar. Ik ging er naartoe en op de eerste bijeenkomst waren er ruim 25 mensen die les wilden.’ De deelnemers werden verdeeld in groepjes, elk met een eigen juf of meester. Na wat verschuivingen voegde Carin haar groepje samen met dat van collega-vrijwilliger Mariska. Twee leraren, twee leerlingen: een mooi stel. De taal is knap lastig, maar daar geven Carin en Mariska wel een draai aan. ‘Een strikt lesprogramma? Nee, dat volgen we eigenlijk niet. We gaan uit van wat de mensen willen leren. We proberen zoveel mogelijk Nederlands te praten, maar soms wijken we even uit om elkaar te kunnen begrijpen.’ Creativiteit in de klas Geen les met een juf voor de klas en rijtjes woorden stampen, maar meer creativiteit. ‘Soms doen we spelletjes, zoals kwartetten, of we kletsen gewoon wat. We hebben wel eens Nederlandstalige muziek geluisterd. Of een gedicht van Marieke Lucas Rijneveld gelezen samen. Zij schreef een gedicht naar aanleiding van de Russische aanval op Oekraïne dat ook in het Oekraïens is vertaald. Ze begrepen niet elk woord van de Nederlandse versie, maar dat hoeft ook niet. Je leert op die manier toch meer van een nieuwe taal.’ Daarbij is het handig dat ze niet in haar eentje voor de groep staat. ‘Je hoeft niet elke les voor te bereiden. En als een van de twee het niet meer weet, kan de ander helpen.’ Tennisles Tijdens een les over hobby’s kwam ze erachter dat een van haar studenten van tennissen houdt. Carin is lid van een tennisvereniging. Dus op naar de tennisclub. ‘Daar is op dinsdag en vrijdag een inloop. Evgenia, die ik taalles geef, is meteen warm welkom geheten. Haar dochtertje Lada komt ook vaak mee, ze werden met open armen ontvangen. Zo krijgen ze ook een bredere sociale kring.’ Sowieso houdt de Nederlandse les niet op bij het klaslokaal, vertelt Carin. ‘We hebben ook een keer met z’n vieren, dus Mariska, de twee Oekraïners en ik, een high tea gedaan in de stad. Hartstikke gezellig.’ Ook organiseren de twee regelmatig gezellige dingen, soms met een paar andere vrijwilligers, zoals een bingo of een tennisclinic voor de kinderen in de opvanglocatie. Wat het vrijwilligerswerk haar brengt? ‘Ik word hier gelukkig van’, zegt ze. Ze is kortgeleden een dag minder gaan werken om extra tijd te hebben voor vrijwilligerswerk, dat zegt toch genoeg?
Lees meer

Juul kan het voorlezen niet laten

| Doe es gewoon vrijwillig

Ze is onlangs gestopt met haar jarenlange vrijwilligerswerk als voorlees-coördinator en voorlezer. Hoeveel kinderen ze heeft voorgelezen? Zoveel, voormalig leerkracht Juul Tadic kan het niet meer tellen. ‘Toen ik hoorde over voorleesprojecten, was ik direct enthousiast.’ Jaren geleden begon Juul Tadic (middenvoor op foto) als voorlezer. ‘Ik werd benaderd: een Somalisch gezin in Midwoud kon wat hulp gebruiken. Ik werkte al als voorlezer bij ‘50+ Leest Voor’ en dit leek me nog leuker. Vijf kinderen kon ik voorlezen, een heel rijtje op de bank en de kleinste bij mij op schoot. Moeder deed ook mee, het was heel leuk.’ Ook na het voorlezen hield Juul contact. ‘Mijn man en ik hielpen ook wel eens met huiswerk of andere schoolopdrachten. En nog steeds spreek ik ze af en toe. De oudste kinderen hebben inmiddels een baan, voor de moeder werd ik een taalmaatje.’ Een volgend gezin volgde, zelfde verhaal. Ook die schoven aan de keukentafel van Juul aan om hun huiswerk te maken. ‘De kinderen moeten dan bijvoorbeeld een boekbespreking maken. De ouders hebben geen idee hoe ze dat moeten voorbereiden. Gelukkig zijn mijn man en ik allebei leerkracht geweest, dus we konden daarbij helpen. Was er dan een brief van de schoolarts of een ander onbegrijpelijk document, dan konden we daar de ouders ook over adviseren.’ Ook aan de keukentafel Al snel werd Juul naast haar voorleeswerk ook coördinator van het project SamenVoorlezen. Dat betekende dat ze kennismakingsgesprekken hield met nieuwe voorlezers en de aangemelde gezinnen. Daarna koppelde ze de voorlezers aan de gezinnen. ‘Niet iedereen past bij elk gezin. Als er meerdere kinderen tegelijk worden voorgelezen, is het een stuk onrustiger. Ik kon heel juffig zeggen: als je mee wilt doen, zit je stil. Dan kun je de aandacht van een grote groep langer vasthouden. Maar de meeste voorlezers zijn meer geschikt voor gezinnen met maar een, hooguit twee kinderen.’ Jarenlang werkte ze niet alleen als voorlezer, maar ook als coördinator samen met de andere vrijwilligers. Vergadering, overleg, intervisie? Allemaal aan de keukentafel van Juul, dat kon makkelijk. ‘In groepen deelden we ervaringen: wat gaat goed, wat is lastig? Zo kon iedereen van elkaar leren.’ De groep voorlezers wisselde regelmatig, het waren er door de loop van de tijd meer dan twintig. ‘Een enkeling bleef jarenlang voorlezen. Toch was het altijd een puzzel om de planning rond te krijgen. Er is meer vraag dan aanbod.’ Vriendschappen Door haar verminderde mobiliteit heeft Juul helaas moeten besluiten te stoppen met het voorleeswerk. Ook haar taken als coördinator heeft ze neergelegd. ‘Met sommige mensen heb ik jaren samengewerkt, er zijn vriendschappen ontstaan. Die contacten blijven, hopelijk.’ Ze gaat de coördinatoren en het Taalhuis van Vrijwilligerspunt missen, zegt ze. Hoewel? ‘Een van de Eritrese kinderen die ik via het voorlezen ken, komt nu bij mij langs. Ze kan goed hardop lezen, zei haar zusje, en dat wilde ze wel aan me laten horen. Het lezen gaat hartstikke goed, haar spelling is iets minder, dus daar help ik haar mee.’ Dus wat denk je? Er zit weer een leergierig kind aan de keukentafel met een mooi voorleesboek. En Juul geniet.
Lees meer