Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | april 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

‘Opa’ John zorgt voor de dieren

Opa John! Opa John! De kinderen van basisschool De Hussel roepen naar de beheerder van kinderboerderij De Kleine Weide. De kinderboerderij is een begrip in Grootebroek. Maar als opa John niet snel nieuwe vrijwilligers vindt, houdt de kinderboerderij het niet lang meer vol.

 

De Kleine Weide doet z’n naam eer aan, de kinderboerderij is niet groot. Een paar schapen en geiten, kippen en konijntjes, dat is het wel zo’n beetje. Oh nee, er is ook een volière vol prachtige vogels, inclusief een paar fazanten. En een eekhoorntje. ‘Maar die gaat misschien binnenkort verhuizen’, zegt beheerder John de Haan. ‘We hadden er eerst vier, maar er is nog maar eentje over. Hoewel eekhoorns solitair levende dieren zijn, vind ik dit toch niet helemaal de bedoeling. Dus of ik koop er nog een paar bij, of ik ga een andere plek zoeken voor dit beestje.’

 

Contact tussen kinderen en dieren

De kinderboerderij is tegen basisschool De Hussel aangeplakt. De schapen en geiten zijn met een hekje gescheiden van het schoolplein. ‘Het is belangrijk voor kinderen om contact te hebben met dieren’, vindt John. ‘Sommige kinderen weten het verschil tussen een schaap en een geit helemaal niet. En ze weten niet dat onze eieren komen van kippen. We kregen kinderen uit Berlijn op bezoek in onze kinderboerderij, die hadden nog nooit een konijn van dichtbij gezien. Door de dieren te leren kennen, zullen ze er ook altijd met meer respect mee omgaan.’


De kinderen van de basisschool gaan graag naar De Kleine Weide. En soms komt de kinderboerderij naar ze toe. ‘Dan ga ik met een konijn de klas in, om aan de kinderen te laten zien. Een groot succes, kijk maar.’ Hij wijst naar een knutselwerkje aan de muur: bedankt, de peuters van Nijntje Pluis. De kinderen kennen John allemaal, zegt hij. ‘Dat hoor je wel als we naar buiten gaan.’ En inderdaad, de kinderen roepen hem vanaf het schoolplein: opa John!

 

Beestenboel

John is gek op z’n dieren, hij heeft met allemaal een band. Neem nou bok Boris. ‘Dat is zo’n knuffeldier, heerlijk. De kinderen kunnen alles met hem doen, hij blijft braaf en geduldig.’ Schaap Knofje komt haar hokje uit, ze is bruin en knuffelig. ‘Zij is nieuw, de twee witte schapen hebben we al een stuk langer. Ze zijn heel rustig. En omdat ze zo klein zijn, het is een klein blijvend ras, zijn de kinderen er gek op.’ Dat geldt ook voor de drie nieuwe geiten. We horen een harde schreeuw vanaf het dak. ‘Niet schrikken’, zegt John. ‘Dat is Jeroen, een van onze pauwen.’


Dringend hulp nodig

Met een kleine groep vrijwilligers zorgt John voor de beestenboel. Elke dag staat iemand op het rooster, en op drukke dagen springt er iemand extra in. Het is krap, érg krap, vertelt John. ‘Ik kamp met gezondheidsproblemen, ik zou het een stuk rustiger aan moeten doen. Maar wie zorgt er dan voor de dieren?’ Dieren voeren, de hokken schoonmaken en onderhouden, alles bij elkaar is het veel werk. Bovendien ligt er een pak administratie: alle papierwerk rondom het houden van dieren moet worden bijgehouden.


John zou graag versterking krijgen. ‘We hebben extra vrijwilligers nodig’, zegt hij. ‘Het bestuur heeft versterking nodig. De ploeg die voor de dieren zorgt, ook. Maar vooral zoeken we mensen die willen helpen met het ophalen van oud papier hier in het dorp. Als wij dat doen, krijgen we geld van HVC. En die inkomsten hebben we hard nodig.’ Twee keer per maand worden die kranten opgehaald, het kost ongeveer twee uur. Hoe meer mensen John ervoor kan vinden, hoe beter het te doen is. ‘Iedereen van achttien jaar en ouder kan meehelpen, ook al is het maar één keertje. We zijn er echt enorm mee geholpen.’


Word vrijwilliger

Wil jij de Kinderboerderij helpen? Laat het ons weten, door een mail te sturen naar [email protected] of bel 0229-216499.

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Voorleesvrijwilligers geven kinderen extra zelfvertrouwen

| Doe es gewoon vrijwillig

Op basisschool De Hoeksteen in Enkhuizen geven voorleesvrijwilligers van het project SamenVoorlezen van Vrijwilligerspunt extra aandacht aan kinderen die nog niet zo taalvaardig zijn. Dat kwartier, hooguit een halfuur, onverdeelde aandacht maakt al een groot verschil, merkt leerkracht Jolanda Andringa. ‘Je ziet kinderen echt ‘aan’ gaan als ze het snappen.’ Is je Nederlands nog niet zo goed als de rest van de klas, dan gaat de les soms te snel. ‘Wat we vertellen, gaat dan over de hoofden van die kinderen heen. Zeker als Nederlands niet hun moedertaal is, moeten ze soms flink schakelen om de uitleg in de klas te volgen. Door het rumoer in de klas kunnen leraren ook niet altijd in de gaten houden of iedereen de les nog goed kan volgen.’ Vinger opsteken Vrijwilligers van SamenVoorlezen geven op de Hoeksteen voorleeslessen, juist voor kinderen die wel wat extra aandacht kunnen gebruiken. Gewoon één op één met een geduldige vrijwilliger, werken aan een boek of een schoolopdracht. Jolanda: ‘Ik vertel de voorlezer waar we in de klas mee bezig zijn. Het is de bedoeling dat het voorlezen aansluit bij onze thema’s, dus de voorlezer kan aandacht besteden aan stof die we pas hebben behandeld, of juist iets wat er nog aan zit te komen. Gaat het in de klas bijvoorbeeld over slakken, dan kan de voorlezer dat voorbereiden door samen met het kind een boekje te lezen. Dat betekent dat het kind daarna de les veel beter kan volgen. Soms durven ze zelfs hun vinger op te steken om ook iets over slakken te vertellen!’ De voorleesvrijwilligers dragen dus bij aan het zelfvertrouwen van de kinderen. ‘De kinderen krijgen complimentjes tijdens de extra les. En ze horen dat ze niet bang hoeven te zijn om iets fout te doen.’ Woordenschat groeit Het gaat niet zozeer om begrijpend lezen, want daar zijn de kinderen in groep 1, 2 en 3 nog een beetje te klein voor. ‘Begrijpend luisteren noemen we het,’ zegt juf Jolanda. ‘Door het voorlezen groeit de woordenschat. Kinderen raken vertrouwd met de Nederlandse taal. Ze maken kilometers met de Nederlandse taal. En ze krijgen zin om het lezen te leren, hopen we.’ Op dit moment is Sinterklaas het grote thema in de klas. Maar sommige kinderen hebben nog nooit van Sinterklaas gehoord. Zij kunnen de verhaaltjes en de liedjes rond het kinderfeest niet goed volgen. ‘Een tweeling van zes, nog maar kort in Nederland, zijn naar de intocht geweest. Er werd snoep gegooid, er was een man op een paard, heel indrukwekkend. Maar hoe het nou precies zit? In de voorleesles besteedt de vrijwilliger dan extra aandacht aan Sinterklaas, bijvoorbeeld met praatplaten. Daarna is het hele gebeuren voor de kinderen beter te volgen.’ Gek op lezen De school kan altijd extra vrijwilligers gebruiken voor de voorleesles. Jolanda denkt dan aan mensen met een fijne voorleesstem, die ook wat langzamer spreken. ‘Geduld. Aandacht voor kinderen. Positief ingesteld. En ze moeten het leuk vinden om met de leerkracht samen te werken en aan te sluiten bij de lessen en de thema’s in de klas.’ Over het algemeen zijn alle voorleesvrijwilligers echte boekenwurmen. Gek op lezen en gek op kinderen. ‘Kunnen lezen is de sleutel tot zoveel andere vakken. De voorleesvrijwilligers die de liefde voor lezen overdragen op de kinderen maken een groot verschil op onze school. Het is prachtig om te zien dat de kinderen het op een bepaald moment snappen, dat ze ‘aan’ gaan.’ Ook voorlezer worden? Ook voorlezer worden van SamenVoorlezen? Kijk voor meer info op deze pagina , mail naar [email protected] , of bel 0229-216499.
Lees meer

Meneer Arnold helpt Marko met Nederlands spreken

| Doe es gewoon vrijwillig

Twee jaar lang was Marko Božović uit Montenegro taalmaatje van Arnold Bakker. Hoewel Arnold Marko niet meer officieel helpt met de Nederlandse taal, zien ze elkaar nog regelmatig. Arnold: “Er is een waardevolle vriendschap ontstaan. Ik ben vorig jaar zelfs naar Montenegro op vakantie geweest om zijn geboorteland en familie te leren kennen.” Zo’n 4,5 jaar geleden kwam Marko naar Nederland. Marko: “Door de liefde. Ik leerde mijn vriendin kennen in Montenegro. Mijn beste vriend bleek haar zwager te zijn. We werden verliefd op elkaar en niet lang daarna besloot ik naar Nederland te komen om bij haar te wonen.” Maar toen liep Marko al snel tegen een taalbarrière op. Marko: “Ik sprak geen woord Nederlands en wilde zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren. Ik kwam bij Vrijwilligerspunt terecht. Zij vertelden me dat ik naar het Clusius College kon, maar daar was nog een wachtlijst. Ik werd gekoppeld aan een taalvrijwilliger. Dan kon ik alvast Nederlands leren. Ik kwam uiteindelijk bij meneer Arnold terecht.” Meneer Arnold? “Ik zeg altijd meneer Arnold. Uit respect. Ik vind dat je ouderen met meneer of mevrouw moet aanspreken. Zo ben ik opgevoed.” Arnold: “Ik mag dan wel 82 zijn, maar van mij hoeft hij echt geen ‘meneer’ te zeggen. Maar hij blijft het doen, dus ik laat het maar zo.” Praten, praten, praten Toen Marko in Hoorn kwam wonen, kreeg hij gelukkig al snel een baan in de horeca. “Ik ben kok als beroep en kon als kok aan de slag in restaurant de Waag. Mijn collega’s begonnen direct Engels met me te praten, maar dat wilde ik niet. Ik wilde Nederlands leren. Door woorden op te laten schrijven en deze te leren, leerde ik steeds beter Nederlands.” Taalvrijwilliger Arnold hielp hem iedere week met een uurtje taalles. Maar niet met grammaticaboekjes en woordenlijstjes. “Ik werk vooral aan de spreekvaardigheid. Grammatica en woordjes stampen kan hij ook op school.” Marko vult aan: “We praten over van alles. Niet over politiek of slecht nieuws uit de kranten. Wel over alledaagse dingen, zoals Hollandse gewoonten, festivals, carnaval, eten of muziek. Leuke dingen. Ik leer veel van de gesprekken. Meneer Arnold heeft me vooral geholpen met mijn uitspraak en de zinsconstructie. Ik kan inmiddels goed Nederlands lezen, maar spreken blijft lastig. Nederlands is echt een moeilijke taal." Arnold: “Hij is heel erg vooruit gegaan en leest goed. Hij is heel leergierig en een slimme jongen. Ik vind het fijn om met hem gesprekken te voeren. We bepalen niet vooraf waar we het over hebben, dat gaat eigenlijk vanzelf. We zijn het overigens vaak niet met elkaar eens, maar we maken nooit ruzie!” Reis naar Montenegro Er wordt ook veel over elkaars cultuur gesproken. Arnold: “Marko heeft tijdens onze gesprekken ook veel verteld over zijn thuisland. Ik werd zo enthousiast van zijn verhalen, dat ik vorig jaar besloot naar Montenegro op vakantie te gaan.” “Met de auto en helemaal alleen!”, zegt Marko, nog steeds verontwaardigd. “Ik verklaarde hem voor gek, maar ik kreeg het niet uit zijn hoofd gepraat.” Na een reis van een paar dagen met tussenstops in Oostenrijk en Kroatië, verbleef Arnold tien dagen in Montenegro. “Ik heb Marko’s familie daar ontmoet en ik heb veel geleerd van het land en de cultuur. Het was een fantastische reis en geweldig om met eigen ogen zijn land te zien.” Nieuw taalmaatje Sinds een paar weken heeft Arnold een nieuw taalmaatje. Arnold: “Ik help een vrouw uit Vietnam met de Nederlandse taal. Hoewel ze getrouwd is met een Nederlander, spreekt ze slecht Nederlands. Een hele uitdaging dus. Maar dat vind ik leuk. Ik ben van huis uit schoolmeester en ik ben jaren koordirigent geweest. Ik vind het gewoon leuk om mensen iets te leren. En om andere culturen te leren kennen.” “Misschien ga je dan ook wel op reis naar Vietnam!”, grapt Marko. Arnold sluit het niet uit… Blokfluit Marko en Arnold zien elkaar nog geregeld, ondanks dat Marko niet meer officieel Arnolds taalmaatje is. Arnold: “Iedere week zie ik Marko nog in het zwembad als ik ga zwemmen en hij zijn dochtertje van zwemmen haalt. Dan maken we altijd even een praatje. En nog niet zo lang geleden heb ik bij hem gegeten toen zijn moeder, zus en neef in Nederland waren. Marko is nu met een opleiding tot personal trainer bezig, dus hij heeft het momenteel heel druk. Maar als hij klaar is, gaan we samen het blokfluiten weer oppakken.” Marko: “Ik heb nu een paar lessen van hem gehad. Ik vind het heel leuk, al ben ik helemaal niet muzikaal. Arnold heeft me nu ook twee keer meegenomen naar een klassiek concert in het concertgebouw in Amsterdam. Dat vond ik geweldig. Dus hopelijk kan ik dan straks net als meneer Arnold het volkslied van Montenegro spelen op de blokfluit.”
Lees meer

Carin leert Oekraïners Nederlands

| Doe es gewoon vrijwillig

Taal is zeg maar echt haar ding. Niet alleen in haar werk als jurist, maar ook als taalvrijwilliger. Carin Zwagerman maakt Oekraïners wegwijs in de Nederlandse taal. ‘Ook buiten het klaslokaal, want taal is veel meer dan alleen woordenschat en grammatica.’ Carin (foto 2e links) deed al vrijwilligerswerk als taalmaatje voor een Poolse man. Via dat vrijwilligerswerk leerde ze Nini Vietor kennen, stuwende kracht bij Taalhuis. ‘Ze zocht vrijwilligers om Nederlandse les te geven aan mensen uit Oekraïne. In de opvanglocatie in Opperdoes kwam een groep bij elkaar. Ik ging er naartoe en op de eerste bijeenkomst waren er ruim 25 mensen die les wilden.’ De deelnemers werden verdeeld in groepjes, elk met een eigen juf of meester. Na wat verschuivingen voegde Carin haar groepje samen met dat van collega-vrijwilliger Mariska. Twee leraren, twee leerlingen: een mooi stel. De taal is knap lastig, maar daar geven Carin en Mariska wel een draai aan. ‘Een strikt lesprogramma? Nee, dat volgen we eigenlijk niet. We gaan uit van wat de mensen willen leren. We proberen zoveel mogelijk Nederlands te praten, maar soms wijken we even uit om elkaar te kunnen begrijpen.’ Creativiteit in de klas Geen les met een juf voor de klas en rijtjes woorden stampen, maar meer creativiteit. ‘Soms doen we spelletjes, zoals kwartetten, of we kletsen gewoon wat. We hebben wel eens Nederlandstalige muziek geluisterd. Of een gedicht van Marieke Lucas Rijneveld gelezen samen. Zij schreef een gedicht naar aanleiding van de Russische aanval op Oekraïne dat ook in het Oekraïens is vertaald. Ze begrepen niet elk woord van de Nederlandse versie, maar dat hoeft ook niet. Je leert op die manier toch meer van een nieuwe taal.’ Daarbij is het handig dat ze niet in haar eentje voor de groep staat. ‘Je hoeft niet elke les voor te bereiden. En als een van de twee het niet meer weet, kan de ander helpen.’ Tennisles Tijdens een les over hobby’s kwam ze erachter dat een van haar studenten van tennissen houdt. Carin is lid van een tennisvereniging. Dus op naar de tennisclub. ‘Daar is op dinsdag en vrijdag een inloop. Evgenia, die ik taalles geef, is meteen warm welkom geheten. Haar dochtertje Lada komt ook vaak mee, ze werden met open armen ontvangen. Zo krijgen ze ook een bredere sociale kring.’ Sowieso houdt de Nederlandse les niet op bij het klaslokaal, vertelt Carin. ‘We hebben ook een keer met z’n vieren, dus Mariska, de twee Oekraïners en ik, een high tea gedaan in de stad. Hartstikke gezellig.’ Ook organiseren de twee regelmatig gezellige dingen, soms met een paar andere vrijwilligers, zoals een bingo of een tennisclinic voor de kinderen in de opvanglocatie. Wat het vrijwilligerswerk haar brengt? ‘Ik word hier gelukkig van’, zegt ze. Ze is kortgeleden een dag minder gaan werken om extra tijd te hebben voor vrijwilligerswerk, dat zegt toch genoeg?
Lees meer