Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | oktober 2024 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Marian en Janneke brengen buren in gesprek

Dreigt er burenruzie, maar hou je het liever gezellig in de straat? Dan schakel je De Bemiddelingskamer in. Janneke en Marian zijn vrijwilligers bij De Bemiddelingskamer. Zij brengen buren met elkaar in gesprek, om te voorkomen dat ruzies escaleren. “Ze hoeven geen beste vrienden te worden, als ze maar met elkaar in gesprek blijven.”


Iedereen denkt gelijk aan de Rijdende Rechter als het over burenruzies gaat. Mensen die elkaar de huid vol schelden op de televisie, tot de rechter met zijn hamer op tafel slaat en zegt hoe het zit. De schutting mag blijven staan, de boom wordt omgezaagd en de kinderen mogen niet meer stampen op de trap, dat is zijn uitspraak en daar moet iedereen het mee doen. Zo werkt De Bemiddelingskamer dus niet, leggen Marian en Janneke uit. “Wij komen het liefst in een eerder stadium in actie. Als mensen al volop ruzie maken, is het moeilijk om een oplossing te vinden”, zegt Janneke. “Wij blijven neutraal, geven niemand gelijk of ongelijk. Het gaat erom dat de buren met elkaar in gesprek komen.”


Elke kant van het verhaal

Burenruzies maken nogal wat los, merkt het tweetal. Als een van de buren contact met De Bemiddelingskamer opneemt, bijvoorbeeld op aanraden van de woningbouwvereniging of de gemeente, gaan ze met z’n tweeën naar de aanmelder toe. Janneke: “We laten iemand z’n verhaal doen. We luisteren heel goed en we benadrukken dat wij geen partij kiezen. In het relaas zoeken we naar het gevoel en het verlangen wat eronder zit. Mensen zijn boos, verdrietig, bang soms. Daar is ruimte voor.”

Na het verhaal van de eerste buur, lopen ze direct naar de andere buur. “We maken geen afspraak vooraf, we bellen gewoon aan. Dat pakt meestal goed uit. We geven aan dat we hun kant van het verhaal willen horen. Komt het echt niet uit, dan komen we later terug.”


Op neutraal terrein

Zijn de bemiddelaars bij beide partijen geweest, dan vragen ze: staan jullie open voor een bemiddelingsgesprek? Vaak willen mensen dat wel, zegt Marian. “Op neutraal terrein gaan we met elkaar in gesprek, in een buurthuis of een café. Wij zorgen tijdens dat gesprek dat iedereen zijn verhaal kan doen, dat emoties de ruimte krijgen en dat het verlangen van beide buren op tafel komt. Vaak komt dit overeen. Iedereen wil natuurlijk prettig wonen. Aan het einde van zo’n gesprek maken de buren afspraken met elkaar. Daarmee is de kou meestal uit de lucht. Voor de buren is het goed om te weten dat de bemiddelaars niks noteren of registreren. “We hebben geen dossiers, we maken geen verslag. Dus wat er tussen de buren wordt afgesproken, of juist niet, blijft tussen ons. Geen andere instantie heeft daar iets mee te maken. Als de buren het prettig vinden, kunnen ze daar ter plekke wel zelf de afspraken noteren.”


Goed luisteren

Om een goede bemiddelaar te zijn, moet je geïnteresseerd zijn in mensen. Goed kunnen luisteren is ook een voorwaarde, vragen stellen en vooral: doorvragen. En je eigen oordeel uitzetten, niet direct uitspreken wat je ergens van denkt of vindt. “Je wordt niet direct op buren afgestuurd”, zegt Janneke. “Nieuwe bemiddelaars krijgen eerst een training van drie dagen. Daar leren ze hoe ze neutraal blijven, welke gesprekstechnieken je kunt toepassen en hoe we ons werk het beste doen.”

Janneke en Marian werken soms samen, maar vaker gaan ze met een andere bemiddelaar op pad. Dat kan net zo goed werken, vertellen ze. “Soms vind je dan makkelijker aansluiting bij de mensen waar je mee praat.” En de combinatie met een baan is goed te regelen. “Sommige mensen werken wat meer, sommige wat minder. Je kunt zelf aangeven hoeveel tijd je beschikbaar bent.”


Mooi gesprek

Soms is buurtbemiddeling niet het juiste instrument om problemen op te lossen. Er spelen andere problemen, of soms ziet de andere buur het niet zitten. Maar dat betekent niet dat alle inspanning voor niks was, zegt Janneke. “Mensen hebben hun verhaal kunnen doen. Soms is dat al voldoende. Je merkt toch dat iedereen z’n eigen waarheid heeft. Maar misschien dat mensen denken: ik zet toch m’n muziek wat zachter. Dan is er toch iets veranderd.”

Ook de buurtbemiddelaars gaan dan niet teleurgesteld weg. “Welnee, vaak hebben we toch een mooi gesprek kunnen voeren”, zegt Janneke. “We hebben iets kunnen betekenen, al is het maar iets kleins. Zo dragen we ons steentje bij aan een betere woon- en leefomgeving.”


Op de foto: Marian (l) en Janneke (r)

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Dustin maakte van zijn hobby vrijwilligerswerk

| Doe es gewoon vrijwillig

Sommige jongeren zoeken een sportclub, anderen een bijbaan. Dustin van Amersvoort (16) uit Hoorn vond iets anders: de scouting. Wat begon als een kennismaking op tienjarige leeftijd groeide uit tot een hobby, een maatschappelijke stage én vrijwilligerswerk. “Wat scouting voor mij betekent, is eigenlijk moeilijk uit te leggen", zegt hij. “Maar het belangrijkste is gewoon de gezelligheid.” Redactie en fotografie: NHD Dustin kwam bij Scoutinggroep Martin Luther King terecht toen hij op zoek was naar een activiteit na school. “Ik had eerst hockey geprobeerd en ook badminton, maar dat was niets voor mij. Toen ging ik een keer naar scouting. Dat was één dag en toen was het eigenlijk meteen een klik.” Hij was toen tien jaar. “Ik had zoiets van: ik wil hier blijven.” Sindsdien is hij er vrijwel elke week te vinden. Eerst als lid van de vrijdagverkenners, tegenwoordig bij de zogeheten Explo’s, de groep voor oudere scouts én als vrijwilliger bij de jongste leden: de Bevers. Van scout naar leiding De stap naar vrijwilligerswerk kwam eigenlijk vanzelf. Tijdens een zomerkamp begon het idee te groeien om zelf leiding te worden. “Nog voordat ik wist dat ik een maatschappelijke stage moest doen, had ik al gevraagd of ik misschien kon helpen.” Dustin zit in drie havo van het OSG in Hoorn. Toen school een maatschappelijke stage verplicht stelde, was de keuze snel gemaakt. “Ik dacht: dan doe ik dat gewoon hier. Stage lopen bij iets wat ik superleuk vind. Het werden er meer dan de verplichte 25 uur. Veel meer. “Dat is niet zo gek. Het is gewoon mijn hobby”, lacht Dustin. Als leiding bij de Bevers helpt hij bij het bedenken en organiseren van de wekelijkse opkomsten, de bijeenkomsten waarbij de scouts samenkomen. “We bedenken activiteiten en spellen, begeleiden de kinderen en zorgen dat alles goed verloopt. Dat kan van alles zijn: vuur maken, knopen leggen, houthakken, maar ook creatieve activiteiten en spelletjes. Daarnaast zijn er hikes , droppings en kampeerweekenden. Steven Stroom Kinderen kunnen bij scouting ook zogeheten insignes verdienen: badges die laten zien wat ze geleerd hebben. “Soms werken we een paar weken aan één thema. Bijvoorbeeld creatief bezig zijn. Als ze het goed doen, krijgen ze aan het eind een insigne. Zelf heeft Dustin een insigne dat vooral te maken heeft met routetechnieken, zoals werken met een kompas. “Dat vind ik zelf ook leuk.” Het insigne heet naar Dustins Bevernaam: ‘Steven Stroom’. Verantwoordelijkheid Vrijwilliger zijn betekent volgens Dustin vooral verantwoordelijkheid nemen. “Je moet de kinderen goed begeleiden en weten wat de grenzen zijn. En zorgen dat het leuk blijft voor iedereen.” Dat vraagt soms ook om ingrijpen. “Als ze een beetje stout zijn, dan roep je ze even bij je en leg je uit dat het niet kan.” Tegelijkertijd probeert hij vooral enthousiasme over te brengen. “Plezier is het belangrijkste.” Gemiddeld besteedt hij zo’n tien uur per week aan scouting. Naast zijn rol bij de Bevers gaat hij ook naar de opkomsten van de Explo’s en helpt hij mee met grotere activiteiten. Trots op prestatie Een van zijn hoogtepunten tot nu toe was deelname aan de Regionale Scouting Wedstrijden (RSW). In 2025 eindigde zijn patrouille op de vijfde plaats. “Daar ben ik best trots op", zegt hij. Nu hij te oud is om zelf mee te doen, hoopt hij ergens dit jaar misschien al als vrijwilliger te kunnen helpen bij de organisatie. “Bijvoorbeeld in het themateam en op het podium. Dat lijkt me echt superleuk.” Geheim weekend Op dit moment werkt Dustin ook mee aan een nieuw project: een groot scoutingsweekend voor alle leeftijdsgroepen van de vereniging in Hoorn. Van de jongste Bevers tot de oudere leden. “We hebben daarvoor budget gekregen", vertelt hij. “We willen misschien met tenten in het park hierachter gaan slapen, als dat van de gemeente mag.” Over de inhoud wil hij nog niet te veel verklappen. “Maar het wordt echt een superleuk weekend.” Toekomst met kinderen De ervaring als leider bij de scouting heeft Dustin zelfs aan het denken gezet over zijn toekomst. Hij zit nu in havo 3, maar overweegt later een opleiding te doen in de richting van pedagogiek of pedagogisch medewerker. "Dat komt echt door scouting", zegt hij. “Ik heb hier mijn plek gevonden.” “Kom gewoon een keer kijken” Scouting in Hoorn groeit volgens Dustin de laatste tijd flink. Vooral bij de jongste groep melden zich steeds meer kinderen. “We hadden eerst maar vijf Bevers en nu zijn het er al tien, en er komen er nog bij.” Zijn advies aan leeftijdsgenoten die twijfelen? “Kom gewoon een keer kijken. Scouting is superleuk. Je doet allerlei activiteiten, maar vooral: het is gewoon heel gezellig.”
Lees meer

Jaap brengt Hoorns verleden tot leven

| Doe es gewoon vrijwillig

Uit liefde voor de stad zetten meer dan honderd vrijwilligers zich in voor de Vereniging Oud Hoorn, de historische vereniging van Hoorn. ‘De stad zit vol prachtige verhalen, we zijn een groep verhalenvertellers.’ De mooiste haven van alle Nederlandse steden. De Hoofdtoren, met dat unieke uitzicht over het water. De geveltjes van alle oude panden in de binnenstad. En ook: de fascinerende geschiedenis van de Grote Waal, Risdam en de Kersenboogerd. Alle vrijwilligers van de Vereniging Oud Hoorn hebben met elkaar gemeen dat ze gek zijn op Hoorn en de geschiedenis van de stad, vertelt voorzitter Jaap van der Hout. ‘We zijn een grote vereniging, met meer dan tweeduizend leden en een grote groep actieve vrijwilligers. We bestaan ook best lang, al 109 jaar.’ Werkgroepen In 1917 werd de vereniging opgericht door Johan Christiaan Kerkmeijer, een tekenleraar in Hoorn die zich zorgen maakte over de historische panden in de binnenstad. Hij zorgde er onder andere voor dat er een lijst van beschermde monumenten werd opgesteld. En ruim honderd jaar later zou hij zich ook nog prima thuis voelen bij zijn vereniging. ‘We hebben nu allemaal werkgroepen, ieder met hun eigen expertise. Zo is er een jeugdeducatie, een groep gidsen die rondleidingen geeft, een groep die tentoonstellingen organiseert en een groep die zorgt voor de lezingen van de vereniging’, vertelt voorzitter Jaap. ‘Ook zijn er vrijwilligers die mensen op weg helpen die iets willen onderzoeken over de Hoornse geschiedenis, bijvoorbeeld over het huis waar ze in wonen. En de werkgroep Stadsontwikkeling heeft een vertegenwoordiger in de Ruimtelijke Advies Commissie van de gemeente, wat voorheen de welstandscommissie heette. En in die commissie heeft Kerkmeijer ook ruim dertig jaar gezeten.’ Jonge aanwas gezocht De groep vrijwilligers van Vereniging Oud Hoorn kunnen bijna zelf ook de monumentenstatus aanvragen, want het is geen geheim dat het aardig vergrijst. Verjonging, dat zoekt de voorzitter. ‘En dan hebben we het over mensen van veertig, vijftig jaar oud. We zijn een vereniging van verhalenvertellers, en over Hoorn is veel te vertellen. Dus we zoeken mensen die willen helpen om die verhalen verder uit te dragen.’ In het bestuur verschuift het een en ander: de PR-man rondt zijn werk af, de webmaster en de systeembeheerder voor de beeldbank en webredacteur zwaaien af. Jaap gaat volgend jaar zijn werk neerleggen. ‘Ik heb het ruim elf jaar gedaan, het is tijd om ruimte te maken voor iemand anders. Gelukkig heb ik een mogelijke opvolger gevonden, die gaat warmlopen vanaf oktober. Of hij het gaat doen, hangt af van of hij ja zegt na deze proefperiode. Voor de andere bestuursfuncties zijn we nog hard op zoek. En ook andere vrijwilligers zijn altijd van harte welkom.’
Lees meer

‘Opa’ John zorgt voor de dieren

| Doe es gewoon vrijwillig

Opa John! Opa John! De kinderen van basisschool De Hussel roepen naar de beheerder van kinderboerderij De Kleine Weide. De kinderboerderij is een begrip in Grootebroek. Maar als opa John niet snel nieuwe vrijwilligers vindt, houdt de kinderboerderij het niet lang meer vol. De Kleine Weide doet z’n naam eer aan, de kinderboerderij is niet groot. Een paar schapen en geiten, kippen en konijntjes, dat is het wel zo’n beetje. Oh nee, er is ook een volière vol prachtige vogels, inclusief een paar fazanten. En een eekhoorntje. ‘Maar die gaat misschien binnenkort verhuizen’, zegt beheerder John de Haan. ‘We hadden er eerst vier, maar er is nog maar eentje over. Hoewel eekhoorns solitair levende dieren zijn, vind ik dit toch niet helemaal de bedoeling. Dus of ik koop er nog een paar bij, of ik ga een andere plek zoeken voor dit beestje.’ Contact tussen kinderen en dieren De kinderboerderij is tegen basisschool De Hussel aangeplakt. De schapen en geiten zijn met een hekje gescheiden van het schoolplein. ‘Het is belangrijk voor kinderen om contact te hebben met dieren’, vindt John. ‘Sommige kinderen weten het verschil tussen een schaap en een geit helemaal niet. En ze weten niet dat onze eieren komen van kippen. We kregen kinderen uit Berlijn op bezoek in onze kinderboerderij, die hadden nog nooit een konijn van dichtbij gezien. Door de dieren te leren kennen, zullen ze er ook altijd met meer respect mee omgaan.’ De kinderen van de basisschool gaan graag naar De Kleine Weide. En soms komt de kinderboerderij naar ze toe. ‘Dan ga ik met een konijn de klas in, om aan de kinderen te laten zien. Een groot succes, kijk maar.’ Hij wijst naar een knutselwerkje aan de muur: bedankt, de peuters van Nijntje Pluis. De kinderen kennen John allemaal, zegt hij. ‘Dat hoor je wel als we naar buiten gaan.’ En inderdaad, de kinderen roepen hem vanaf het schoolplein: opa John! Beestenboel John is gek op z’n dieren, hij heeft met allemaal een band. Neem nou bok Boris. ‘Dat is zo’n knuffeldier, heerlijk. De kinderen kunnen alles met hem doen, hij blijft braaf en geduldig.’ Schaap Knofje komt haar hokje uit, ze is bruin en knuffelig. ‘Zij is nieuw, de twee witte schapen hebben we al een stuk langer. Ze zijn heel rustig. En omdat ze zo klein zijn, het is een klein blijvend ras, zijn de kinderen er gek op.’ Dat geldt ook voor de drie nieuwe geiten. We horen een harde schreeuw vanaf het dak. ‘Niet schrikken’, zegt John. ‘Dat is Jeroen, een van onze pauwen.’ Dringend hulp nodig Met een kleine groep vrijwilligers zorgt John voor de beestenboel. Elke dag staat iemand op het rooster, en op drukke dagen springt er iemand extra in. Het is krap, érg krap, vertelt John. ‘Ik kamp met gezondheidsproblemen, ik zou het een stuk rustiger aan moeten doen. Maar wie zorgt er dan voor de dieren?’ Dieren voeren, de hokken schoonmaken en onderhouden, alles bij elkaar is het veel werk. Bovendien ligt er een pak administratie: alle papierwerk rondom het houden van dieren moet worden bijgehouden. John zou graag versterking krijgen. ‘We hebben extra vrijwilligers nodig’, zegt hij. ‘Het bestuur heeft versterking nodig. De ploeg die voor de dieren zorgt, ook. Maar vooral zoeken we mensen die willen helpen met het ophalen van oud papier hier in het dorp. Als wij dat doen, krijgen we geld van HVC. En die inkomsten hebben we hard nodig.’ Twee keer per maand worden die kranten opgehaald, het kost ongeveer twee uur. Hoe meer mensen John ervoor kan vinden, hoe beter het te doen is. ‘Iedereen van achttien jaar en ouder kan meehelpen, ook al is het maar één keertje. We zijn er echt enorm mee geholpen.’ Word vrijwilliger Wil jij de Kinderboerderij helpen? Laat het ons weten, door een mail te sturen naar [email protected] of bel 0229-216499.
Lees meer