Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | oktober 2024 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Joyce geeft haar taalmaatjes ruimte om te bloeien

Taalvrijwilliger Joyce Bol doet haar vrijwilligerswerk met hart en ziel. Met een mooie reden: ze wil nieuwkomers weer zichzelf laten zijn en laten zien. ‘Op de Nederlandse les leren ze de d’s en de t’s, maar ik wil met ze praten zodat ze met andere mensen in Nederland een verbinding kunnen maken en zichzelf in hun nieuwe land kunnen terugvinden.’ 

 

De overburen vingen een Oekraïens gezin op en via via kwam Joyce in contact met dit stel. ‘Ik had ze aangeboden: als jullie kinderen willen spelen, we hebben allemaal speelgoed in onze schuur staan, ze zijn van harte welkom. Toen hun kinderen kwamen springen op onze trampoline, kwam ik met de ouders in gesprek. Zij werden eigenlijk mijn eerste taalmaatjes. Eerder had ik wel over dit vrijwilligerswerk nagedacht, maar ik durfde de stap niet te nemen.’ 

 

Wie ben je? 

Op dit moment begeleidt Joyce als taalvrijwilliger van Taalhuis Westfriesland twee taalmaatjes. Eens per week bezoeken ze elkaar, soms bij Joyce thuis en soms bij het taalmaatje thuis. Haar insteek is duidelijk: gewoon gezellig kletsen. ‘Ze zitten ook op school, dat is allemaal goed georganiseerd. Daar leren ze nieuwe woorden en grammatica, maar tijdens onze afspraak wil ik gewoon met elkaar praten. Wie ben je? Hoe vind je jezelf weer terug in een ander land? Volgens mij kunnen mensen sneller integreren in onze samenleving als ze zichzelf kunnen zijn en zich welkom voelen.’ 

 

Speelafspraak plannen 

Dus oefent Joyce met de taalmaatjes hoe je een praatje met de buurman maakt, speelafspraken maakt op het schoolplein of hoe het allemaal werkt in de kledingwinkel. En Joyce moedigt haar taalmaatjes aan mee te doen met activiteiten, bijvoorbeeld op school. ‘Waarom zit jouw kind niet op het timmerdorp, vroeg ik aan een van de taalmaatjes. Ze wist niet wat het was en hoe dat werkte. Aanmelden, zeg ik dan. En als er op de school van de kinderen vrijwilligers worden gevraagd voor een activiteit, zeg ik tegen de taalmaatjes dat ze zich daar ook voor kunnen opgeven. Vaak willen mensen wel, maar durven ze niet.’ 

Dus Joyce is niet alleen een begripvolle vriendin voor de taalmaatjes, maar soms ook een stok achter de deur of een schop onder de kont. ‘Nouja, een lief duwtje in de rug, zou ik zeggen. Want zo streng ben ik nou ook weer niet.’ 

 

Ga in gesprek

Gelukszoekers? Joyce noemt ze liever ‘liefdeszoekers’. ‘Die negativiteit in het nieuws over vluchtelingen vind ik lastig. Mensen die hier naartoe vluchten, hebben van alles achter de rug. Stel je voor dat je een jaar of veertig bent, maar je spreekt de taal alsof je hooguit drie jaar oud bent en je doet werk op het niveau van een twintigjarige. Dan wordt niet gezien wie je bent en wat je kunt. Mensen die zo kritisch zijn, zou ik adviseren: ga eens in gesprek. De mensen die ik heb ontmoet zijn buitengewoon ontwikkeld, heel vriendelijk en ze doen enorm hun best voor hun nieuwe leven.’ 

 

Koffiedrinken 

De gesprekken die Joyce voert met de taalmaatjes, brachten haar op een nieuw idee. Ze organiseert binnenkort een koffiegroepje. Eens in de twee weken zet ze op dinsdagochtend een goeie pot koffie, nieuwkomers uit Midwoud die willen kletsen, kunnen aanschuiven. ‘Via de school heb ik een oproepje gedaan, ook mijn taalmaatjes komen. Ik vind het maar spannend, ik weet niet hoe het gaat lopen. Toen ik dat tegen een taalmaatje zei, reageerde ze verbaasd. ‘Jij? Maar je spreekt al Nederlands!’ 

 

Heb je ook zin om taalvrijwilliger te worden? Joyce raadt het je van harte aan. Als zij het kan, kan iedereen het, zegt ze. “Ik ben dyslectisch, ik ben geen juf en ik kan geen lesgeven. Maar wat ik taalmaatjes wel kan meegeven: dat ze mens mogen zijn. Dat is het belangrijkste van alles.’ 


Taalvrijwilliger worden

Ga naar de pagina van Taalhuis voor meer informatie over de mogelijkheden.

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Cassandra helpt kwetsbare jongeren vooruit

| Doe es gewoon vrijwillig

In de kapel van Dijk en Duin in Hoorn staat eens in de twee weken de frisdrank koud en liggen de chips klaar voor kwetsbare jongeren tussen 18 en 27 jaar. Geen grote woorden, geen verplicht programma. Gewoon een plek waar je mag binnenlopen en zijn wie je bent. Voor Cassandra Hoeksema (27) is dit inmiddels vertrouwd terrein. Als vrijwilliger en ervaringsdeskundige bij De Hoofdzaak ondersteunt ze deze doelgroep. “Het gaat er niet om dat alles gezellig is,” zegt ze. “Het gaat erom dat je niets hoeft te verbergen.” Redactie Paul Luiken, NHD - Foto Marcel Rob, NHD Cassandra oogt stoer. Haar armen zijn bedekt met tatoeages, zorgvuldig gekozen en sierlijk. Wie beter kijkt, ziet daaronder de fijne littekens van een verleden dat ze niet langer verstopt. “Voor mij zijn die tatoeages een symbool,” zegt ze. “Het krassen is gestopt omdat er iets mooiers voor in de plaats is gekomen.” Haar weg naar acceptatie was lang. Cassandra groeide op in Hoorn en volgde opleidingen in de zorg. Ze werkte onder meer in de kinderopvang en met mensen met een licht verstandelijke beperking. Inmiddels zit ze in de ziektewet en richt ze zich op herstel. Wat haar drijft als vrijwilliger bij De Hoofdzaak, is haar eigen ervaring. “Ik heb verschillende trauma’s en PTSS,” vertelt ze. Ze zijn het gevolg van zeer ingrijpende ervaringen en de ernstige psychische gevolgen daarvan. “Daar schaam ik me niet meer voor. Juist daardoor kan ik anderen begrijpen.” Herkenning De Hoofdzaak is een organisatie voor jongeren en volwassenen met een psychische kwetsbaarheid. In Hoorn organiseren ze tweewekelijks een jongerenavond voor mensen tussen de 18 en 27 jaar. Er zijn altijd ervaringsdeskundigen aanwezig. Cassandra is er één van. “We doen spelletjes, we praten, of we zitten gewoon even samen. Als iemand niet lekker in z’n vel zit, dan zie je dat vaak meteen. En dan kun je laten zien dat je ze herkent.” Herkenning is een sleutelwoord. Cassandra weet hoe het voelt om jarenlang alles alleen te dragen. “Ik heb mijn problemen heel lang voor mezelf gehouden. Ook omdat ik anderen niet wilde belasten,” zegt ze. “Ik dacht altijd: iedereen heeft zijn eigen ‘struggles’, dus waarom zou ik die van mij delen?” Inmiddels weet ze beter. “Door therapie heb ik geleerd dat het geen last is. Het is erkenning zoeken.” Taboe Dat is ook wat ze jongeren wil meegeven. “Het maakt niet uit wat je hebt meegemaakt. Voor de één is iets kleins al heel groot, voor de ander niet. Dat is geen wedstrijd.” Ze merkte hoe hardnekkig het taboe kan zijn. “Vanuit de omgeving hoor je soms: het valt wel mee, stel je niet aan. Maar zo werkt het niet. Iedereen ervaart pijn anders.” Bij De Hoofdzaak ziet ze allerlei jongeren binnenkomen. Sommigen komen elke keer, anderen schuiven één keer aan. “De één wil niet thuis zijn, de ander zoekt afleiding. Wat ze gemeen hebben, is dat ze kwetsbaar zijn. Er is geen druk. Je hoeft nergens aan mee te doen. Als je alleen wilt zitten, is dat ook goed.” Maskers Cassandra’s rol gaat verder dan gastvrouw zijn. “Als je vaker komt, ga je patronen herkennen. Iemand zegt dat het goed gaat, maar je ziet het aan de toon of aan het gezicht dat dat niet zo is. Ik heb zelf heel lang maskers gedragen. Sociaal wenselijke antwoorden gegeven. Dat herken je bij anderen.” Wat het vrijwilligerswerk haar brengt, is minstens zo belangrijk. “Het geeft me voldoening,” zegt ze. “Ik mag er voor anderen zijn, maar ik mag ook mezelf zijn.” Ze merkt dat herkenning twee kanten op werkt. “Als iemand iets vertelt en ik denk: dit herken ik, dan voel ik me zelf ook minder alleen.” Naast de jongerenavonden start Cassandra op korte termijn met het volgen van cursussen bij De Hoofdzaak. Onlangs deelde ze samen met andere ervaringsdeskundigen haar herstelverhaal bij het Talland College in Hoorn. “Ik wil dat jongeren zich niet hoeven te schamen voor hun problemen,” zegt ze. “Er zijn zoveel jongeren met een rugzak, maar ze durven er niet over te praten.” Missie Het doorbreken van dat taboe voelt voor haar als een missie. “Het is oké dat het niet altijd goed gaat,” benadrukt ze. “Als ik dat had geweten toen ik jonger was, had dat veel gescheeld.” In de toekomst wil ze haar ervaring mogelijk ook beroepsmatig inzetten. “In een kliniek, of ergens anders. Dat ga ik nog uitzoeken. Eerst verder herstellen.” Ze gelooft dat het vinden van rust uiteindelijk haalbaar is. “Sinds ik zelfstandig woon met ondersteuning, merk ik dat ik steeds meer ruimte in mijn hoofd krijg.” Haar littekens zijn er nog, maar ze bepalen haar niet meer. “Wat mij is overkomen, is heftig,” zegt ze. “Maar ik kies ervoor om het om te zetten in iets wat anderen kan helpen. Dat geeft betekenis. En hoop.”
Lees meer

Vrijwilligerswerk is een ontdekkingstocht

| Doe es gewoon vrijwillig

Maandagochtend, begin februari. Het is waterkoud bij In de Familietuin in Zwaagdijk-Oost. Het weerhoudt een groep oudere mannen niet om stevig aan het werk te gaan met hark en kruiwagen. Henk, Wil en twee keer Cor zijn er bijna iedere week. “Samen iets moois maken, lekker in groepsverband werken, dat geeft energie,” zegt begeleider Thomas Goedhart (26), vrijwilliger én sinds kort betaald medewerker bij In de Familietuin. Hij ondersteunt er mensen tijdens de dagbesteding, voornamelijk mensen met dementie en mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Redacteur: Paul Luiken, NHD Foto: Jan Mulder, NHD Thomas begon hier anderhalf jaar geleden als vrijwilliger. “Ik kende iemand die hier al vrijwilliger was,” vertelt hij. “Toen ben ik een keer mee gaan kijken wat ze allemaal deden. En eigenlijk was ik gelijk enthousiast. Hier komt alles een beetje samen: ik kom uit Zwaagdijk-West en vind het heerlijk om buiten te zijn. Mijn hobby’s zijn vooral tuinieren, wandelen, fietsen en sporten, dus dat past prima.” Verschillen “Ik werk vooral mensen met dementie en mensen met niet-aangeboren hersenletsel,” legt hij uit. “Er zijn onderling best wat verschillen qua personen, maar de overeenkomst is dat ze allemaal echt nog wel wat willen doen. Zoals in de tuin werken.” Een zorgopleiding heeft Thomas niet. De route van zijn carrière kende wat omwegen. Na de mavo deed hij havo, zonder duidelijke richting. “Ik wist niet wat ik wilde,” zegt hij. Daarna werkte hij een tijd in de fruithandel in Zwaagdijk. “Maar eigenlijk wist ik het toen nog steeds niet.” Uiteindelijk ging hij op zoek naar een goede daginvulling. “En toen ben ik hier terechtgekomen.” Viooltjes planten Het idee om er zijn werk van te maken was er aanvankelijk niet. “Het was vooral fijn om eindelijk iets gevonden te hebben wat goed voelde.” In het begin richtte hij zich vooral op het tuinwerk. “Toen was ik echt alleen voor de tuin: onderhoud, plantjes opkweken, onkruid verwijderen.” Gaandeweg wilde hij meer. “Ik was enthousiast om samen met de mensen dingen te doen, zoals viooltjes planten. Zo ben ik steeds meer bij de mensen betrokken geraakt.” Werken met deze specifieke doelgroep vraagt aanpassingsvermogen. “Iedereen reageert anders,” zegt Thomas. “Iedereen zit in een andere fase van zijn ziekte. Dat kan soms lastig zijn. De een is best druk, de ander houdt daar niet van. Dan moet je uitvogelen hoe je ze met elkaar laat werken, dat hoort erbij.” Dementie De voortschrijdende aard van dementie merkt hij duidelijk. “In het begin kon je iemand nog een opdracht geven en ervan uitgaan dat die werd uitgevoerd. Nu moet je soms meer een-op-een begeleiden. Dat vraagt geduld en het vermogen om rustig te blijven. Als iemand boos wordt, moet je daar wel mee om kunnen gaan. Dan probeer ik zelf rustig te blijven en soms roep ik hulp erbij.” Toch ervaart Thomas de verantwoordelijkheid niet als zwaar. “Ik vind het juist leuk om verantwoordelijkheid te hebben. Inmiddels heeft hij de hoofdmoestuin onder zijn hoede. “Dat vind ik gewoon heel leuk. Je kan echt een beetje je eigen gang gaan.” Hoogtepunten zijn er genoeg. “Afgelopen zomer oogsten in de moestuin met de deelnemers, vond ik mooi. Het enthousiasme als iemand een hele grote wortel uit de grond haalt. Ook het bouwen aan en verbeteren van de tuin geeft voldoening. We hebben een terras aangelegd, de composthopen verbeterd en paadjes gemaakt. Dat soort dingen.” Zoekende Wat hij ziet bij nieuwe deelnemers? “Ze willen eigenlijk allemaal wel naar buiten. En ze zijn vaak snel op hun gemak.” Dat geldt ook voor hemzelf. Vijf jaar geleden had hij dit niet zien aankomen. “Ik was heel erg zoekende. Ik dacht altijd dat ik mijn eigen ding wilde doen en niet te veel met mensen. Dat beeld is veranderd. Nu vind ik het juist leuk om met mensen te werken.” Vrijwilligerswerk helpt Thomas heeft een duidelijk advies aan jongeren: “Weet je nog niet weten wat je later wilt worden? Doe vrijwilligerswerk. Serieus. Vrijwilligerswerk echt een hele mooie ontdekkingstocht. Je leert er heel veel in korte tijd.” Voor Thomas leidde die ontdekkingstocht tot meer dan dat. “Ik heb sinds kort een contract voor twee dagen per week. Daar ben ik ontzettend blij mee. Als het allemaal meezit is, zie ik hier nog wel een toekomst voor mij.”
Lees meer

Bloed, blaren en beha-bandjes, EHBO’ers Eline en Fred helpen iedereen

| Doe es gewoon vrijwillig

Bij Huttendorp of de kermis, een muziekfestival of de Dam tot Dam: EHBO’ers van het Rode Kruis, zoals Fred en Eline, zorgen ervoor dat iedereen geholpen kan worden bij groot en klein leed. Geen actie op de EHBO-post? Vrijwilliger Eline: “Dan is alles goed gegaan, maar voor ons is het wel een beetje saai.” Fred en Eline zitten vol spannende verhalen over hun vrijwilligerswerk als EHBO’er. Zoals Eline’s eerste echte inzet. “Er lag een man op de grond, onder het bloed, tanden uit z’n mond. Ojee, nu moet ik echt iets doen, dacht ik. Maar gelukkig wist ik hoe ik dat moest aanpakken.” Vrijwilligers bij het Rode Kruis krijgen natuurlijk een uitgebreide EHBO-cursus, voor Eline de reden om zich op te geven. “Die cursus is helemaal gratis en daar heb je de rest van je leven profijt van.” Daarna kun je allemaal aanvullende cursussen doen, vertelt ze. Bijvoorbeeld over drugs en drank, of een training om als hulpverlener op grote evenementen te worden ingezet. Leuke sfeer Bij grote evenementen moet de organisatie zorgen voor een bemande EHBO-post, dat is een voorwaarde voor de vergunning. Dus komen Eline en Fred op de gekste plekken: de Hoornse kermis of een voetbaltoernooi, Pinkpop of de marathon van Amsterdam, het kan van alles zijn. Huttendorp vindt Eline heel leuk, want “ik heb wel wat met kinderen”, zegt ze - ze volgt een opleiding om op een kinderdagverblijf te gaan werken. Fred geeft zich altijd op als er inzet wordt gevraagd bij grote sportevenementen, zoals de Dam tot Dam of de Egmond-Pier-Egmond. Leuke sfeer, zegt hij. En: “Bij fietsevenementen krijg je veel schaafwonden, een wandelevenement draait vooral om blarenzorg en bij een hardloopevenement krijgen we mensen met hartproblemen, oververhitting of juist onderkoeling.” Voor deelnemers niet iets om zich op te verheugen, maar Eline en Fred, en al hun collega-EHBO’ers, houden wel van een beetje actie op de EHBO-post. “Soms is het rustig. Fijn voor de organisatie, maar eerlijk gezegd wel een beetje saai voor ons”, zegt Eline. Pleister erop Alles en iedereen kan aankloppen bij de EHBO‘ers. Iemand die struikelt en een enkel verzwikt, een aspirientje tegen de hoofdpijn, of gewoon een rustige ruimte om moedermelk af te kolven; Fred en Eline hebben het allemaal meegemaakt. “We hebben niet alleen te maken met de deelnemers aan een evenement, maar ook met de toeschouwers”, zegt Eline. “Die kunnen ook hulp nodig hebben. Als iemand de EHBO-post binnenkomt, is dat vaak samen met vrienden of familie. Dat is handig voor ons. De omstanders kunnen vaak meer vertellen over een val of een struikelpartij. En als het slachtoffer zegt dat hij hooguit een paar biertjes heeft gedronken, maar z’n vriendin staat er hoofdschuddend naast, weten wij genoeg.” Fred herinnert zich een bijzondere hulpvraag: een mevrouw die een paar veiligheidsspelden nodig had. “Haar beha-bandje was geknapt. Ja hoor, dat hebben we ook. We zijn er toch om mensen te helpen?” Goed gedaan Soms is een pleister of een aspirientje niet genoeg, het kan ook om ernstig letsel gaan. “Eigenlijk zijn dat de mooiste momenten”, vertelt Fred. “Een reanimatie is bijvoorbeeld heftig om mee te maken. Wij horen niet altijd hoe het afloopt. Als mensen bijvoorbeeld met de ambulance mee gaan, krijg je achteraf geen terugkoppeling. Maar soms hoor ik het toevallig, zoals een tijdje geleden over iemand met een beroerte, die ik had geholpen. Van de ambulancebroeder hoorde ik dat die man het had gered en het goed maakte. Dat hebben we goed gedaan, zei hij. En dat geeft echt een goed gevoel.” Leerzaam Eline zou vooral jonge mensen adviseren om zich te melden bij het Rode Kruis als EBHO’er. Vanwege die gratis opleiding, natuurlijk. “Je moet dan een aantal uur als vrijwilliger meedraaien in ruil voor de opleiding, maar dat is alleen maar leuk en interessant. En je krijgt ook sociale skills. Ik kom via mijn werk in contact met verschillende mensen, zowel met m’n collega’s als de mensen die we helpen. Echt contact, niet digitaal. En dat is eigenlijk de leukste kant van dit werk.” Word noodhulpvrijwilliger Lijkt het je leuk om vrijwilliger te worden op een EHBO post? Of een andere rol in de noodhulp, zoals bij een reddingsbrigade of dierenambulance? Via deze link vind je een overzicht van alle vrijwilligersvacatures die daarin open staan.
Lees meer