Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools (opent in een nieuw venster)
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | maart 2026 | 3 min lezen

De jonge helden van Oorlogsmuseum Medemblik

Ze zijn 14 en 15 jaar oud, maar praten met opmerkelijke nuchterheid over oorlog, verantwoordelijkheid en techniek. In het Oorlogsmuseum Medemblik lopen jonge vrijwilligers Sil Tensen uit Wervershoof en Wessel van der Gragt uit Onderdijk rond alsof het hun tweede thuis is. Tussen legertrucks, pontonbruggen en een nagebouwd dorpswijkje uit de jaren veertig geven ze met aanstekelijk enthousiasme een rondleiding. “Hier konden onderduikers zich verstoppen", wijst Wessel.


Redactie: Paul Luiken, NHD - Foto's: Marcel Rob


De twee beste vrienden zitten op scholengemeenschap De Dijk in Medemblik. Via een maatschappelijke stage kwamen ze in november 2024 bij het museum terecht. Sil. “Er waren twee opties: het museumgedeelte of de werkplaats. Wij vroegen of we ze allebei mochten doen.” Dat mocht. “De stage was eigenlijk zo voorbij,” zegt Wessel. “We wilden graag blijven.” Ze begonnen met schoonmaken en eenvoudige klussen, maar al snel bleek hun technische interesse. Motoren, ontstekingen; alles wat groot is en kracht heeft, trekt de mannen. Inmiddels draaien ze volop mee in het onderhoud van de historische voertuigen.

 

In de werkplaats staan legertrucks die de WOII nog hebben meegemaakt. “De meeste zijn 82 jaar of nog ouder", zegt Sil. “Wij zorgen dat ze blijven rijden. Assen doorsmeren, onderdelen nalopen, banden controleren. Je leert hoe zo’n motor in elkaar zit. Alles is overzichtelijk. Geen elektronica, geen sensoren. Je ziet het motorblok gewoon liggen.” Wessel knikt. “Als je bij een moderne auto de motorkap opendoet, zie je alleen maar plastic kappen en kabels. Hier is het puur mechaniek.” Dat sleutelen geeft voldoening. “Als je iets repareert en het doet het weer, dat is het mooiste wat er is", zegt Wessel. “Dan bewijs je jezelf. Wat we zelf het mooist vinden? Meerijden! Dan laat je zien dat het gelukt is een oud voertuig op de weg te houden.” Sil vult aan: “Dat is vreugde!”

 

Oorlogsboeken

Toch draait hun betrokkenheid niet alleen om techniek. De interesse in oorlog is er al langer. “Ik vond het altijd al interessant", zegt Wessel zorgvuldig. “Niet dat ik het leuk vind, maar het trok me. Waarom doen mensen zoiets? Waarom schieten ze elkaar dood?” Hij leest veel oorlogsboeken en kijkt documentaires. “Wat je ziet, is echt gebeurd. Dat maakt indruk. Je denkt: we zijn toch allemaal mensen?” Sil vult aan: “Wat bereik je ermee? Dat vraag ik me altijd af.”

 

De gruwelen van bijvoorbeeld Auschwitz laten hen niet onberoerd. “Het is bizar", zegt Wessel. “Maar je moet ervan leren. Zodat het niet nog een keer gebeurt.” Ze beseffen ook hoe gemakkelijk je achteraf stoer kunt praten over verzet of heldendaden. “Je kunt wel zeggen dat je in het verzet zou gaan,' zegt Sil, “maar de gevaren waren ongekend groot.”

 

Pontonbrug

In het museum komt die geschiedenis dichtbij. Niet alleen in verhalen, maar ook in materieel. Zo helpen ze bij het onderhoud van een pontonbrug. Tijdens evenementen wordt die daadwerkelijk opgebouwd. “Dan zie je hoe het in de praktijk werkte", zegt Sil. De begeleiding noemen ze 'fantastisch!' De oprichter van het museum loopt nog altijd rond in de werkplaats en stuurt bij waar nodig. Ook andere begeleiders nemen de tijd om uitleg te geven. “Je begint met kleine dingen", zegt Sil. “Schoonmaken, onderdelen monteren. En uiteindelijk werk je aan motoren." Wessel: “Jong geleerd is oud gedaan”. Ze voelen zich serieus genomen. “Je hoort erbij. Het is dan wel vrijwilligerswerk, maar het is eigenlijk meer een hobby geworden.”

 

Legertruck besturen

Naast hun inzet in het museum hebben beide jongens nog bijbanen. Wessel werkt in de bollenteelt en bij zijn oom in de pioenen. Sil is actief bij een mechanisatiebedrijf. Toch maken ze tijd vrij voor het museum. “We vinden het gewoon schitterend", zegt Wessel. Wat ze nog graag willen? Sil hoeft niet lang na te denken: “Zelf rijden.” Een legertruck besturen lijkt hem het hoogtepunt. Wessel lacht: “Dan moeten we eerst ons rijbewijs halen. En ook nog een vrachtwagenrijbewijs.”

 

Ze nemen ruim de tijd voor de rondleiding en poseren graag tussen de legertrucs. In een tijd waarin oorlog soms akelig dichtbij komt via het nieuws laten twee Westfriese tieners zien dat ook met je handen kunt herdenken. Door te sleutelen aan rijdend erfgoed houden ze verhalen levend.









Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Gianni leert programmeren van ‘Mister Stadsfeesten’

Twee jaar geleden liep Gianni Chialastri (27) vooral mee. Inmiddels vormt hij samen met Theo Viset de muzikale programmering van de Hoornse Stadsfeesten. „Theo heeft het hele festival gewoon in zijn hoofd”, zegt Gianni. „Dat vind ik echt bijzonder. Ik leer elke dag van deze ‘Mister Stadsfeesten’.” Redactie: Paul Luiken (NHD), fotograaf: Marcel Rob Gianni ("Een kwart Italiaans”) woont sinds vier jaar in Hoorn, nadat hij voor de liefde vanuit Heemskerk, via Amsterdam, deze kant op kwam. Zijn route naar een carrière was allesbehalve rechtlijnig. "Op school had ik het lastig als iets me niet interesseerde. Dan kon ik me er gewoon niet toe zetten. Ik heb daarna van alles geprobeerd en ontdekte gaandeweg waar mijn energie zit: entertainment.” Via de illusionist Nathan David rolde hij de theaterwereld in. "We deden shows, ook voor bedrijven en later mocht ik zelfs op tournee met de illusionist Hans Klok tijdens de Face the Future-tour. Daar merkte ik hoe mooi het is om iets neer te zetten voor publiek. Daar wil ik in verder.” Muziek speelde sowieso altijd een rol. "Mijn vader geeft muziekles, mijn moeder werkte met muziek in de zorg. Zelf maak ik vanaf mijn 16 e al muziek. Mijn vorige bandje Film kun je vinden op Spotify en ik heb ook twee keer zelf op de Stadsfeesten gestaan.” Van binnenuit De stap naar de Stadsfeesten kwam via een omweg. "Via mijn toenmalige vriendin leerde ik Theo Viset kennen. Op een gegeven moment vroeg hij: is programmeren iets voor jou? We zijn gaan praten en zo ben ik erin gerold.” Het eerste jaar keek hij vooral mee, inmiddels draait Gianni volwaardig mee in de programmering. "We doen het nu echt samen. Hij heeft natuurlijk die enorme ervaring, maar ik krijg steeds meer taken. Dan zegt hij: pak jij deze locatie op, regel jij het contact met de artiesten. Zo leer je het vak van binnenuit.” "Programmeren is echt veel meer dan een paar bands kiezen. Dit jaar hebben we ongeveer tweehonderd aanmeldingen. Die beluister je allemaal. Niet op basis van je eigen smaak, daar heb je niet zoveel aan. Je kijkt naar het totaal: wat past bij een locatie, wat willen we uitstralen, wat is er nieuw in Hoorn, wat werkt voor het publiek? Daarbij spelen ook praktische beperkingen een rol. Een band kan nog zo goed zijn, maar als de vraagprijs te hoog is, wordt het lastig. Het is een gratis festival, dus je moet ook naar het budget kijken. Dat maakt het soms best lastig kiezen.” Kijken naar wat werkt De mogelijkheden in de stad zelf vormen een belangrijke factor bij die afwegingen. "Je kunt niet overal alles neerzetten. Sommige plekken zijn klein, andere vragen juist om iets groots. Je moet echt kijken naar wat werkt op een locatie.” Soms leidt dat tot nieuwe ideeën. "Ik had bijvoorbeeld het idee om in de Noorderkerk met meerdere podia te werken, zodat je sneller kunt wisselen tussen artiesten. Theo zei: mooi plan, ga maar uitwerken. Dat is wel gaaf, dat je die ruimte krijgt.” Tijdens het festivalweekend gaat het werk gewoon door. "Je staat drie dagen ‘aan’. Artiesten opvangen, problemen oplossen, kijken of alles loopt zoals je bedacht hebt. En ondertussen let je op wat beter kan. We maken het hele weekend notities voor het volgende jaar.” Die verantwoordelijkheid voelt hij ook. "Als jij een band boekt, wil je dat het goed gaat. Als er iets misgaat, probeer je dat op te lossen of goed te maken. Dat hoort er ook bij.” Voor Gianni zit de beloning in het proces en het resultaat: "Je leert ontzettend veel. En het is bijzonder om iets te maken waar zoveel mensen op afkomen. Dat het dan werkt, dat mensen het naar hun zin hebben, daar doe je het voor. Ik heb zelf al eens kleinere events georganiseerd en dan ga ik ook heel ver in de details. Dingen toevoegen die misschien niet per se nodig zijn, maar wel het verschil maken. Dat het voor de artiest net even professioneler voelt.” Voorlopig blijft hij zich inzetten voor de Hoornse Stadsfeesten. "Ik vind het echt een eer om dit te mogen doen. Zeker met iemand als Theo naast me. Hij roept al jarenlang dat hij wil afbouwen, maar voorlopig leer ik nog elke dag van hem.”
Lees meer

Sven vaart én vertelt op de Hoornse watertaxi

Sven Post (28) uit Hoorn is vrijwilliger bij de Hoornse watertaxi. In het weekend werkt hij op het water, doordeweeks in de contentmarketing. Sven werd varend tourgids via zijn vader Ed: "Ik ging een paar keer mee om te kijken of ik het leuk vond.” Dat bleek. Ook vanwege zijn interesse voor geschiedenis: "Ik heb thuis allerlei boeken liggen over Hoorn, de Slag op de Zuiderzee, dat soort dingen. Dat sloot er mooi op aan.” Redactie: Paul Luiken (NHD), fotograaf: Jonathan Mechanicus Sinds 2024 vaart Sven zelfstandig als varend verteller op een bakdekker; een historische boot waar zo’n dertien mensen op kunnen. ,"Het lijkt simpel: varen en vertellen”, zegt hij. "Maar dat is het niet. De bakdekker is groot en log. Als je wind tegen hebt, moet je hem goed leggen, anders kan niemand je verstaan.” Drijvende baksteen De kunst van het aanleggen. "Dat was wel even wennen. Het is echt een drijvende baksteen", zegt hij. "Een sloep reageert direct. Maar dit schip is veel zwaarder, terwijl je ook nog met stroming en wind te maken hebt. Maar na een tijdje krijg je er handigheid in. Je leert trucjes. Bijvoorbeeld: eerst een lijn vastmaken en dan insturen, zodat de achterkant vanzelf tegen de kade komt.” Naast het varen is er het vertellen. Daar zat in het begin de meeste spanning. "Ik vind vertellen leuk, maar spreken in het openbaar vond ik wel spannend. Mijn eerste keer was meteen voor een grote groep uit een verzorgingshuis, met meerdere boten tegelijk. Dat was wel even aanpoten.” Barbarijse zeerovers "In het begin vertelde ik het vaste basisverhaal, een verhaal dat we klaar hebben liggen. Maar na een tijdje liet ik dat een beetje los. Ik vind het leuk om dingen uit boeken te halen en daar mijn eigen draai aan te geven. Sven vertelt vol enthousiasme over het ontstaan van Hoorn, over handel, over de Slag op de Zuiderzee. Maar ook kleine, menselijke verhalen: "Dan vertel ik bijvoorbeeld dat het Venidse vernoemd is naar Venetië. Of dat er vroeger een oud vrouwtje langs de haven ging om geld op te halen om zeelieden vrij te kopen die door Barbarijse zeerovers waren gekidnapt.” Soms weet iemand aan boord zelf ook veel te vertellen. "Dan laat ik dat gewoon gebeuren. Tenzij het echt niet klopt, je wilt wel dat mensen met het juiste verhaal naar huis gaan.” Varen en vertellen Sven ziet zijn medewerking aan de watertaxi puur als vrijwilligerswerk. "Ik doe het echt omdat ik het leuk vind. Je krijgt soms fooi, maar dat is niet belangrijk. Het gaat mij om het varen en het vertellen. Als ik klaar ben ga ik weer naar huis, simpel. Een eigen boot lijkt me niks, al dat onderhoud. Maar op deze manier is het perfect.” De watertaxi is meer dan alleen rondjes varen met een gids. "We doen ook ritjes. Naar het stadsstrand, naar Oranje Buiten. Of soms iets verder, zoals naar Volendam varen met een groep. Dan zet je mensen af, zij gaan een dagje weg en wij gaan een visje halen.” In de zomer is het druk: "In april begint het seizoen en dat loopt door tot oktober. Dan sta je elk weekend op de boot.” Dat wordt ook opgemerkt door zijn omgeving: "Alweer op vakantie geweest, vroegen collega’s dan. Maar van dat varen krijg je nou eenmaal een bruine kop; bij mooi weer blijf je smeren.” Sfeer op het water "Wat ik mooi vind op het water, is de sfeer onderling. De mensen zijn anders. Vriendelijk, geduldig. Mensen helpen elkaar. Toch heel anders dan automobilisten.” Die hulpvaardigheid heeft hij nu zelf ook: "Al in het begin kreeg ik te maken met iemand op het water met een boot waarvan de motor kapot was. Op een compleet windstille dag. Dan vaar je daarheen en sleep je zo’n iemand naar de haven. Dat doe je gewoon. Dat hoort erbij.” Die verantwoordelijkheid hoort bij het werk, ook al is het nog zo vrijwillig: "Jij bent de schipper van de boot. Mensen stellen vertrouwen in je en dat moet je waarmaken. Zeker als het weer omslaat: we kwamen een keer terug van Enkhuizen en ineens ging het hard waaien. Met kleine kinderen aan boord. Dan moet iemand de leiding nemen, anders raken de mensen in paniek. Voor die verantwoordelijkheid schrik ik niet terug.” Sven geniet van zijn job. "Het is gewoon mooi om te doen. Varen, verhalen vertellen, mensen iets meegeven over de stad. Het is echt een hobby. Ik zie me voorlopig niet stoppen.”
Lees meer

Scheidsrechter Lars; “Als je het leuk lijkt, moet je het gewoon proberen”

Dat vijftienjarigen op het voetbalveld staan, is niet zo bijzonder. Dat ze een scheidsrechterspak dragen en een fluit hanteren, is minder alledaags. Voor Lars Hart uit Hoorn (15) is het de gewoonste zaak van de wereld. Lars is scheidsrechter bij zijn Always Forward: “Ik was gewoon benieuwd hoe moeilijk het eigenlijk is om beslissingen te nemen.” Redactie: Paul Luiken NHD, Fotografie: Jonathan Mechanicus Het begon vrij toevallig, vertelt Lars. “Na een wedstrijd sprak ik met de scheidsrechtercoördinator van de club. Die vroeg of ik het misschien leuk zou vinden om eens een wedstrijd te fluiten.” Lars was toen veertien. “Ik dacht: waarom niet? Ik voetbal zelf ook, het leek me interessant om te zien hoe het is aan de andere kant.” Dat beviel. Inmiddels heeft hij de scheidsrechterscursus van de KNVB afgerond en fluit hij wedstrijden tot en met Onder 15, soms zelfs op hoofdklasseniveau. “Omdat Lars zelf voetbalt in Onder 16-3 blijft het meestal bij één wedstrijd per weekend. “Ik wil het wel blijven combineren met zelf voetballen.” De eerste keer “De eerste wedstrijd was even spannend. “Maar ik vond het vooral leuk. Daarna dacht ik: ik ga hier gewoon voor. De combinatie van sport en verantwoordelijkheid spreekt me aan. Je bent buiten, je hebt contact met mensen en het heeft natuurlijk met voetbal te maken.” Er komt er volgens Lars heel wat kijken bij een wedstrijd fluiten: “Regels kennen is één ding, maar je moet wel een wedstrijd kunnen aanvoelen. Weten wanneer je een kaart geeft, wanneer je een grensrechter kunt vertrouwen en wanneer je een beslissing moet nemen.” Vóór de wedstrijd legt Lars de grensrechters dan ook uit wat hij van ze verwacht. Zelfverzekerd zijn Scheidsrechter zijn betekent ook: kunnen omgaan met commentaar op en langs het veld. “Ach, dat is adrenaline. Tijdens de wedstrijd kan iemand boos zijn, maar daarna zeggen ze vaak dat het toch wel een goede beslissing was. Meestal hoor ik gewoon: bedankt voor het fluiten. Je moet zelfverzekerd zijn. Als je onzeker overkomt, denken spelers: die scheidsrechter is bang, daar kunnen we wel wat bij proberen. Daarom mag alleen de aanvoerder met me in gesprek. Als anderen beginnen te praten, krijgen ze eerst een waarschuwing. Daarna kan het een gele kaart worden. Dat zijn gewoon de regels.” Natuurlijk steekt Lars zo ook zelf het nodige op: “Je moet geen vooroordelen hebben. De grootste herrieschoppers kunnen op het veld heel rustig zijn en de stilste mensen kunnen soms heel onverwacht uit de hoek komen.” Als het misgaat Soms ontstaan er situaties waarin een scheidsrechter snel moet handelen. Lars maakte één keer een vechtpartij mee tijdens een jeugdwedstrijd. “Dan moet je eerst afstand nemen. Je wacht tot de coaches en spelers het oplossen en daarna praat je met de teams. En dan deel je eventueel kaarten uit. Je moet proberen te onthouden wie wat doet, er zijn geen camerabeelden.” Talententraject Bij Always Forward wordt Lars gezien als talent en volgt daarom een speciaal begeleidingstraject. Sommige wedstrijden worden gefilmd en teruggekeken met de coördinator. “Dan bespreken we wat er beter kan. Bijvoorbeeld over je looplijnen op het veld of hoe je een situatie aanpakt. Zij komen ook langs bij wedstrijden om later feedback te geven.” Kritische volwassenen De felste reacties komen volgens Lars vaak van volwassenen langs de lijn. “Die zijn meestal kritischer. Soms zeggen ze dingen die niet zo aardig zijn. In het begin dacht ik wel eens: hou gewoon je mond. Maar nu laat ik het van me afglijden. Ik sta hier in mijn vrije tijd. Ik had net zo goed thuis kunnen zitten.” Onmisbaar Volgens Lars wordt het belang van scheidsrechters vaak onderschat. Hij weet als voetballer zelf wat er gebeurt als er niemand is om te fluiten. “Dan wordt het een vader of moeder. Maar als die die de regels niet goed kent, gaan spelers sneller de grens opzoeken. Dat kan echt problemen geven.” Een scheidsrechter zorgt volgens Lars voor rust op het veld. “Ik begin meestal een beetje streng, maar als alles lekker loopt, hoeft dat niet meer. De mooiste wedstrijden zijn wedstrijden die soepel verlopen. Dat iedereen luistert en dat je alleen op het spel hoeft te letten.” Gewoon doen Voorlopig blijft Lars het fluiten combineren met school, voetbal en tennis. Eerst het eindexamen en daarna de bakkersopleiding in Heerhugowaard. Voor leeftijdgenoten die het fluiten overwegen heeft Lars een boodschap. “Als je het leuk lijkt, moet je het gewoon proberen. Je bent buiten, je ontmoet mensen en je doet iets voor de club. En nog belangrijker: zonder scheidsrechter is er gewoon geen wedstrijd.”
Lees meer