Post | maart 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen
De jonge helden van Oorlogsmuseum Medemblik

Ze zijn 14 en 15 jaar oud, maar praten met opmerkelijke nuchterheid over oorlog, verantwoordelijkheid en techniek. In het Oorlogsmuseum Medemblik lopen jonge vrijwilligers Sil Tensen uit Wervershoof en Wessel van der Gragt uit Onderdijk rond alsof het hun tweede thuis is. Tussen legertrucks, pontonbruggen en een nagebouwd dorpswijkje uit de jaren veertig geven ze met aanstekelijk enthousiasme een rondleiding. “Hier konden onderduikers zich verstoppen", wijst Wessel.
Redactie: Paul Luiken, NHD - Foto's: Marcel Rob
De twee beste vrienden zitten op scholengemeenschap De Dijk in Medemblik. Via een maatschappelijke stage kwamen ze in november 2024 bij het museum terecht. Sil. “Er waren twee opties: het museumgedeelte of de werkplaats. Wij vroegen of we ze allebei mochten doen.” Dat mocht. “De stage was eigenlijk zo voorbij,” zegt Wessel. “We wilden graag blijven.” Ze begonnen met schoonmaken en eenvoudige klussen, maar al snel bleek hun technische interesse. Motoren, ontstekingen; alles wat groot is en kracht heeft, trekt de mannen. Inmiddels draaien ze volop mee in het onderhoud van de historische voertuigen.
In de werkplaats staan legertrucks die de WOII nog hebben meegemaakt. “De meeste zijn 82 jaar of nog ouder", zegt Sil. “Wij zorgen dat ze blijven rijden. Assen doorsmeren, onderdelen nalopen, banden controleren. Je leert hoe zo’n motor in elkaar zit. Alles is overzichtelijk. Geen elektronica, geen sensoren. Je ziet het motorblok gewoon liggen.” Wessel knikt. “Als je bij een moderne auto de motorkap opendoet, zie je alleen maar plastic kappen en kabels. Hier is het puur mechaniek.” Dat sleutelen geeft voldoening. “Als je iets repareert en het doet het weer, dat is het mooiste wat er is", zegt Wessel. “Dan bewijs je jezelf. Wat we zelf het mooist vinden? Meerijden! Dan laat je zien dat het gelukt is een oud voertuig op de weg te houden.” Sil vult aan: “Dat is vreugde!”
Oorlogsboeken
Toch draait hun betrokkenheid niet alleen om techniek. De interesse in oorlog is er al langer. “Ik vond het altijd al interessant", zegt Wessel zorgvuldig. “Niet dat ik het leuk vind, maar het trok me. Waarom doen mensen zoiets? Waarom schieten ze elkaar dood?” Hij leest veel oorlogsboeken en kijkt documentaires. “Wat je ziet, is echt gebeurd. Dat maakt indruk. Je denkt: we zijn toch allemaal mensen?” Sil vult aan: “Wat bereik je ermee? Dat vraag ik me altijd af.”
De gruwelen van bijvoorbeeld Auschwitz laten hen niet onberoerd. “Het is bizar", zegt Wessel. “Maar je moet ervan leren. Zodat het niet nog een keer gebeurt.” Ze beseffen ook hoe gemakkelijk je achteraf stoer kunt praten over verzet of heldendaden. “Je kunt wel zeggen dat je in het verzet zou gaan,' zegt Sil, “maar de gevaren waren ongekend groot.”
Pontonbrug
In het museum komt die geschiedenis dichtbij. Niet alleen in verhalen, maar ook in materieel. Zo helpen ze bij het onderhoud van een pontonbrug. Tijdens evenementen wordt die daadwerkelijk opgebouwd. “Dan zie je hoe het in de praktijk werkte", zegt Sil. De begeleiding noemen ze 'fantastisch!' De oprichter van het museum loopt nog altijd rond in de werkplaats en stuurt bij waar nodig. Ook andere begeleiders nemen de tijd om uitleg te geven. “Je begint met kleine dingen", zegt Sil. “Schoonmaken, onderdelen monteren. En uiteindelijk werk je aan motoren." Wessel: “Jong geleerd is oud gedaan”. Ze voelen zich serieus genomen. “Je hoort erbij. Het is dan wel vrijwilligerswerk, maar het is eigenlijk meer een hobby geworden.”
Legertruck besturen
Naast hun inzet in het museum hebben beide jongens nog bijbanen. Wessel werkt in de bollenteelt en bij zijn oom in de pioenen. Sil is actief bij een mechanisatiebedrijf. Toch maken ze tijd vrij voor het museum. “We vinden het gewoon schitterend", zegt Wessel. Wat ze nog graag willen? Sil hoeft niet lang na te denken: “Zelf rijden.” Een legertruck besturen lijkt hem het hoogtepunt. Wessel lacht: “Dan moeten we eerst ons rijbewijs halen. En ook nog een vrachtwagenrijbewijs.”
Ze nemen ruim de tijd voor de rondleiding en poseren graag tussen de legertrucs. In een tijd waarin oorlog soms akelig dichtbij komt via het nieuws laten twee Westfriese tieners zien dat ook met je handen kunt herdenken. Door te sleutelen aan rijdend erfgoed houden ze verhalen levend.



