Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | april 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 2 min lezen

Het Flessenscheepjesmuseum drijft op vrijwilligers

Wie het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen binnen gaat, verdwijnt in de fantasiewereld van de minuscule maar levensechte schepen, die op een wonderbaarlijke manier in flessen zijn gevaren. Coördinator Marianne van Haandel: “Veel van onze vrijwilligers die hier werken hebben iets met scheepvaart of met modelbouw. Maar het contact met onze bezoekers vinden we allemaal het allerleukste.”


De ene vitrinekast na de andere staat helemaal vol flessenscheepjes. Ruim 1.100 heeft het museum er in bezit, maar die zijn lang niet allemaal uitgestald in het kleine Spuihuisje, een historisch pandje uit de zestiende eeuw. “We maken wisselende tentoonstellingen,” vertelt coördinator Marianne. “Laatst hadden we allemaal schepen in het ijs uitgestald, een winters thema. En binnenkort hebben we een expositie van schepen zonder zeilen.”

Hoe langer je door het kleine museum loopt, hoe meer je ziet. Een zeilschip in een fles, een middeleeuwse scheepswerf, een levensechte vijfmaster in een lange whiskyfles en een zeilbootje van nog geen centimeter in een piepklein flesje, het staat er allemaal. “De kleinste flessenscheepjes kun je alleen met een vergrootglas goed bekijken,” zegt Marianne. “We hebben bijvoorbeeld een scheepje in een miniatuurflesje waar oogdruppels in hebben gezeten, gemaakt door een oude Japanse modelbouwer. In de flesjes zaten eerst zijn medicijnen, daarna heeft hij er kunstwerkjes van gemaakt.”


Eeuwenoude cadeaus

Het bouwen van miniaturen in een fles is een eeuwenoude hobby. Marianne laat flessen zien waar religieuze taferelen in te zien zijn, want daar is het waarschijnlijk mee begonnen. “Die zijn gemaakt door monniken. Later gingen zeelui aan de slag met lege flessen en wat hout en doek. Als tijdens een lange zeetocht weinig wind stond, lagen ze soms dagen stil. Tja, wat moet je dan?”


Het oudste scheepje in bezit van het museum is uit 1879, gemaakt door een jongen van veertien. “We krijgen flessenscheepjes vaak als donatie, bijvoorbeeld uit een erfenis of van mensen die nog flessenschepen maken. Als je ziet hoe gedetailleerd het allemaal is, kun je je voorstellen dat er maanden werk in kan zitten. Het is helaas een hobby die verdwijnt, mensen zijn druk met andere dingen.” Marianne maakt zelf ook flessenscheepjes, een paar van haar kunstwerken staan in het museum. “Ik hoorde dat er geen vrouwelijke flessenscheepjesbouwers waren,” zegt ze. “Dat kon ik niet op me laten zitten. Ik werk anders dan de mannen, ik doe het op mijn eigen manier en verwerk handwerktechnieken in de scheepjes. En zo heeft iedereen zijn eigen stijl.”

Ook een paar vrijwilligers in het museum hebben wel iets met die scheepjes. Ze bouwen zelf, of ze verzamelen ze. “Momenteel hebben we een expositie met flessen van een medewerker. Hij maakt prachtige flessenscheepjes. Elk onderdeel maakt hij zelf, zelfs de bemanning in de schepen. En iemand anders wilde hier wel als vrijwilliger aan de slag, maar alleen als we zijn flessenscheepje in de collectie wilden opnemen. Graag zelfs, want het is een prachtig bootje!”


Zomer vol bezoekers

Het museum is vier dagen per week open. Vaker kan niet, want er zijn niet genoeg vrijwilligers. “Ik zou er best wat nieuwe mensen bij willen hebben”, vertelt Marianne. “In de zomer komen er soms wel veertig tot zestig bezoekers per dag. Dan vertellen we het verhaal over het Spuihuisje, waar we zijn gevestigd. En natuurlijk over de scheepjes. We kunnen laten zien hoe de scheepjes worden gemaakt en we kennen verhalen van de scheepjes in de tentoonstelling. Kinderen kunnen een speurtocht doen. De reacties van de bezoekers zijn het leukste van ons vak. De meeste mensen zijn verrast hoeveel hier te bekijken is.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Voorleesvrijwilliger Sonja voelt zich welkom

| Doe es gewoon vrijwillig

Fatima was het eerste kindje waar Sonja den Besten aan ging voorlezen. Twee jaar later zit ze weer met Fatima op de bank. ‘Het verhaal over een monster was heel spannend, daarom hebben we hem een andere naam gegeven.’ Voorlezen is bij elk kind anders. Dat ligt bijvoorbeeld aan de leeftijd, heeft Sonja den Besten gemerkt. ‘Toen Fatima vier jaar was, begon ik met voorlezen. Ik merkte dat ze zich nog niet zo lang kon concentreren. We wisselden voorlezen af met spelletjes. Ze wilde bijvoorbeeld graag kappertje spelen en mijn haar werd dan gekapt. Fatima spreekt en hoort thuis vooral Arabisch. Door samen te spelen, oefenden we tegelijkertijd de Nederlandse taal.’ Van harte welkom Het voorlezen past perfect bij Sonja. Ze deed al jaren vrijwilligerswerk, maar SamenVoorlezen was onbekend. ‘Ik hoorde erover op de kunst & cultuurmarkt in Hoorn, bij het kraampje van Vrijwilligerspunt. Ik vroeg me af: is mijn stem wel goed genoeg? Kan ik dat wel? Ik had contact met Vrijwilligerspunt en een week later kon ik beginnen.’ Ze werd van harte welkom geheten bij het eerste gezin. Het contact loopt vanaf het eerste moment soepel. ‘De eerste afspraken waren midden in de coronatijd. Dat was lastig. Maar de communicatie is goed, dus we konden toch afspreken.’ Voorlezen én rekensommen Twee jaar later, en daar is Sonja weer. Inmiddels heeft ze andere kinderen voorgelezen, maar ze komt met veel plezier bij Fatima terug. Het meisje zit inmiddels in groep 3. ‘Het is zo leuk om het verschil te zien. Voorlezen gaat steeds makkelijker’, vertelt Sonja. ‘Ze kan nu langer stilzitten en beter luisteren. Ze vindt rekenen veel leuker dan taal, dus we doen tussen het voorlezen door een paar rekensommen. Het is zo’n leuk, speels, creatief meisje. Ze heeft laatst zelfs een schilderij voor me gemaakt!’ Sonja weet precies welke boeken in de smaak vallen bij Fatima. ‘Sprookjes zijn altijd goed, boeken over prinsessen zijn haar favoriet. En een boek over monsters, hoewel dat wel erg spannend was. Ik wil natuurlijk niet dat zij ’s nachts wakker ligt van een griezelig verhaal. Daarom hebben we samen een andere naam voor het monster verzonnen. Fatima noemt hem nu Piet. Dan is het monster ontwapend.’ Alfabet aan de muur De reden dat Sonja zo graag als voorleesvrijwilliger werkt? Niet alleen om haar liefde voor boeken en lezen te delen. ‘De warmte van het gezin is geweldig. We respecteren elkaar, we zijn gelijkwaardig en ik voel me zo welkom. De moeder vindt het heel belangrijk dat haar dochter goed Nederlands leert en goed haar best doet op school. Het Nederlandse alfabet hebben ze als poster aan de muur gehangen, heel slim!’ En Sonja is nog lang niet klaar. Want het jongere broertje van Fatima wil ook graag worden voorgelezen… ‘Moeder Sharifa heeft al gevraagd: kunnen we jou weer reserveren? Dan kom je volgend jaar gewoon terug!’
Lees meer

Voorleesvrijwilligers geven kinderen extra zelfvertrouwen

| Doe es gewoon vrijwillig

Op basisschool De Hoeksteen in Enkhuizen geven voorleesvrijwilligers van het project SamenVoorlezen van Vrijwilligerspunt extra aandacht aan kinderen die nog niet zo taalvaardig zijn. Dat kwartier, hooguit een halfuur, onverdeelde aandacht maakt al een groot verschil, merkt leerkracht Jolanda Andringa. ‘Je ziet kinderen echt ‘aan’ gaan als ze het snappen.’ Is je Nederlands nog niet zo goed als de rest van de klas, dan gaat de les soms te snel. ‘Wat we vertellen, gaat dan over de hoofden van die kinderen heen. Zeker als Nederlands niet hun moedertaal is, moeten ze soms flink schakelen om de uitleg in de klas te volgen. Door het rumoer in de klas kunnen leraren ook niet altijd in de gaten houden of iedereen de les nog goed kan volgen.’ Vinger opsteken Vrijwilligers van SamenVoorlezen geven op de Hoeksteen voorleeslessen, juist voor kinderen die wel wat extra aandacht kunnen gebruiken. Gewoon één op één met een geduldige vrijwilliger, werken aan een boek of een schoolopdracht. Jolanda: ‘Ik vertel de voorlezer waar we in de klas mee bezig zijn. Het is de bedoeling dat het voorlezen aansluit bij onze thema’s, dus de voorlezer kan aandacht besteden aan stof die we pas hebben behandeld, of juist iets wat er nog aan zit te komen. Gaat het in de klas bijvoorbeeld over slakken, dan kan de voorlezer dat voorbereiden door samen met het kind een boekje te lezen. Dat betekent dat het kind daarna de les veel beter kan volgen. Soms durven ze zelfs hun vinger op te steken om ook iets over slakken te vertellen!’ De voorleesvrijwilligers dragen dus bij aan het zelfvertrouwen van de kinderen. ‘De kinderen krijgen complimentjes tijdens de extra les. En ze horen dat ze niet bang hoeven te zijn om iets fout te doen.’ Woordenschat groeit Het gaat niet zozeer om begrijpend lezen, want daar zijn de kinderen in groep 1, 2 en 3 nog een beetje te klein voor. ‘Begrijpend luisteren noemen we het,’ zegt juf Jolanda. ‘Door het voorlezen groeit de woordenschat. Kinderen raken vertrouwd met de Nederlandse taal. Ze maken kilometers met de Nederlandse taal. En ze krijgen zin om het lezen te leren, hopen we.’ Op dit moment is Sinterklaas het grote thema in de klas. Maar sommige kinderen hebben nog nooit van Sinterklaas gehoord. Zij kunnen de verhaaltjes en de liedjes rond het kinderfeest niet goed volgen. ‘Een tweeling van zes, nog maar kort in Nederland, zijn naar de intocht geweest. Er werd snoep gegooid, er was een man op een paard, heel indrukwekkend. Maar hoe het nou precies zit? In de voorleesles besteedt de vrijwilliger dan extra aandacht aan Sinterklaas, bijvoorbeeld met praatplaten. Daarna is het hele gebeuren voor de kinderen beter te volgen.’ Gek op lezen De school kan altijd extra vrijwilligers gebruiken voor de voorleesles. Jolanda denkt dan aan mensen met een fijne voorleesstem, die ook wat langzamer spreken. ‘Geduld. Aandacht voor kinderen. Positief ingesteld. En ze moeten het leuk vinden om met de leerkracht samen te werken en aan te sluiten bij de lessen en de thema’s in de klas.’ Over het algemeen zijn alle voorleesvrijwilligers echte boekenwurmen. Gek op lezen en gek op kinderen. ‘Kunnen lezen is de sleutel tot zoveel andere vakken. De voorleesvrijwilligers die de liefde voor lezen overdragen op de kinderen maken een groot verschil op onze school. Het is prachtig om te zien dat de kinderen het op een bepaald moment snappen, dat ze ‘aan’ gaan.’ Ook voorlezer worden? Ook voorlezer worden van SamenVoorlezen? Kijk voor meer info op deze pagina , mail naar [email protected] , of bel 0229-216499.
Lees meer

Meneer Arnold helpt Marko met Nederlands spreken

| Doe es gewoon vrijwillig

Twee jaar lang was Marko Božović uit Montenegro taalmaatje van Arnold Bakker. Hoewel Arnold Marko niet meer officieel helpt met de Nederlandse taal, zien ze elkaar nog regelmatig. Arnold: “Er is een waardevolle vriendschap ontstaan. Ik ben vorig jaar zelfs naar Montenegro op vakantie geweest om zijn geboorteland en familie te leren kennen.” Zo’n 4,5 jaar geleden kwam Marko naar Nederland. Marko: “Door de liefde. Ik leerde mijn vriendin kennen in Montenegro. Mijn beste vriend bleek haar zwager te zijn. We werden verliefd op elkaar en niet lang daarna besloot ik naar Nederland te komen om bij haar te wonen.” Maar toen liep Marko al snel tegen een taalbarrière op. Marko: “Ik sprak geen woord Nederlands en wilde zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren. Ik kwam bij Vrijwilligerspunt terecht. Zij vertelden me dat ik naar het Clusius College kon, maar daar was nog een wachtlijst. Ik werd gekoppeld aan een taalvrijwilliger. Dan kon ik alvast Nederlands leren. Ik kwam uiteindelijk bij meneer Arnold terecht.” Meneer Arnold? “Ik zeg altijd meneer Arnold. Uit respect. Ik vind dat je ouderen met meneer of mevrouw moet aanspreken. Zo ben ik opgevoed.” Arnold: “Ik mag dan wel 82 zijn, maar van mij hoeft hij echt geen ‘meneer’ te zeggen. Maar hij blijft het doen, dus ik laat het maar zo.” Praten, praten, praten Toen Marko in Hoorn kwam wonen, kreeg hij gelukkig al snel een baan in de horeca. “Ik ben kok als beroep en kon als kok aan de slag in restaurant de Waag. Mijn collega’s begonnen direct Engels met me te praten, maar dat wilde ik niet. Ik wilde Nederlands leren. Door woorden op te laten schrijven en deze te leren, leerde ik steeds beter Nederlands.” Taalvrijwilliger Arnold hielp hem iedere week met een uurtje taalles. Maar niet met grammaticaboekjes en woordenlijstjes. “Ik werk vooral aan de spreekvaardigheid. Grammatica en woordjes stampen kan hij ook op school.” Marko vult aan: “We praten over van alles. Niet over politiek of slecht nieuws uit de kranten. Wel over alledaagse dingen, zoals Hollandse gewoonten, festivals, carnaval, eten of muziek. Leuke dingen. Ik leer veel van de gesprekken. Meneer Arnold heeft me vooral geholpen met mijn uitspraak en de zinsconstructie. Ik kan inmiddels goed Nederlands lezen, maar spreken blijft lastig. Nederlands is echt een moeilijke taal." Arnold: “Hij is heel erg vooruit gegaan en leest goed. Hij is heel leergierig en een slimme jongen. Ik vind het fijn om met hem gesprekken te voeren. We bepalen niet vooraf waar we het over hebben, dat gaat eigenlijk vanzelf. We zijn het overigens vaak niet met elkaar eens, maar we maken nooit ruzie!” Reis naar Montenegro Er wordt ook veel over elkaars cultuur gesproken. Arnold: “Marko heeft tijdens onze gesprekken ook veel verteld over zijn thuisland. Ik werd zo enthousiast van zijn verhalen, dat ik vorig jaar besloot naar Montenegro op vakantie te gaan.” “Met de auto en helemaal alleen!”, zegt Marko, nog steeds verontwaardigd. “Ik verklaarde hem voor gek, maar ik kreeg het niet uit zijn hoofd gepraat.” Na een reis van een paar dagen met tussenstops in Oostenrijk en Kroatië, verbleef Arnold tien dagen in Montenegro. “Ik heb Marko’s familie daar ontmoet en ik heb veel geleerd van het land en de cultuur. Het was een fantastische reis en geweldig om met eigen ogen zijn land te zien.” Nieuw taalmaatje Sinds een paar weken heeft Arnold een nieuw taalmaatje. Arnold: “Ik help een vrouw uit Vietnam met de Nederlandse taal. Hoewel ze getrouwd is met een Nederlander, spreekt ze slecht Nederlands. Een hele uitdaging dus. Maar dat vind ik leuk. Ik ben van huis uit schoolmeester en ik ben jaren koordirigent geweest. Ik vind het gewoon leuk om mensen iets te leren. En om andere culturen te leren kennen.” “Misschien ga je dan ook wel op reis naar Vietnam!”, grapt Marko. Arnold sluit het niet uit… Blokfluit Marko en Arnold zien elkaar nog geregeld, ondanks dat Marko niet meer officieel Arnolds taalmaatje is. Arnold: “Iedere week zie ik Marko nog in het zwembad als ik ga zwemmen en hij zijn dochtertje van zwemmen haalt. Dan maken we altijd even een praatje. En nog niet zo lang geleden heb ik bij hem gegeten toen zijn moeder, zus en neef in Nederland waren. Marko is nu met een opleiding tot personal trainer bezig, dus hij heeft het momenteel heel druk. Maar als hij klaar is, gaan we samen het blokfluiten weer oppakken.” Marko: “Ik heb nu een paar lessen van hem gehad. Ik vind het heel leuk, al ben ik helemaal niet muzikaal. Arnold heeft me nu ook twee keer meegenomen naar een klassiek concert in het concertgebouw in Amsterdam. Dat vond ik geweldig. Dus hopelijk kan ik dan straks net als meneer Arnold het volkslied van Montenegro spelen op de blokfluit.”
Lees meer