Navigatie overslaan

Post | april 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 2 min lezen

Het Flessenscheepjesmuseum drijft op vrijwilligers

Wie het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen binnen gaat, verdwijnt in de fantasiewereld van de minuscule maar levensechte schepen, die op een wonderbaarlijke manier in flessen zijn gevaren. Coördinator Marianne: “Veel van onze vrijwilligers die hier werken hebben iets met scheepvaart of met modelbouw. Maar het contact met onze bezoekers vinden we allemaal het allerleukste.”


De ene vitrinekast na de andere staat helemaal vol flessenscheepjes. Ruim 1.100 heeft het museum er in bezit, maar die zijn lang niet allemaal uitgestald in het kleine Spuihuisje, een historisch pandje uit de zestiende eeuw. “We maken wisselende tentoonstellingen,” vertelt coördinator Marianne. “Laatst hadden we allemaal schepen in het ijs uitgestald, een winters thema. En binnenkort hebben we een expositie van schepen zonder zeilen.”

Hoe langer je door het kleine museum loopt, hoe meer je ziet. Een zeilschip in een fles, een middeleeuwse scheepswerf, een levensechte vijfmaster in een lange whiskyfles en een zeilbootje van nog geen centimeter in een piepklein flesje, het staat er allemaal. “De kleinste flessenscheepjes kun je alleen met een vergrootglas goed bekijken,” zegt Marianne. “We hebben bijvoorbeeld een scheepje in een miniatuurflesje waar oogdruppels in hebben gezeten, gemaakt door een oude Japanse modelbouwer. In de flesjes zaten eerst zijn medicijnen, daarna heeft hij er kunstwerkjes van gemaakt.”


Eeuwenoude cadeaus

Het bouwen van miniaturen in een fles is een eeuwenoude hobby. Marianne laat flessen zien waar religieuze taferelen in te zien zijn, want daar is het waarschijnlijk mee begonnen. “Die zijn gemaakt door monniken. Later gingen zeelui aan de slag met lege flessen en wat hout en doek. Als tijdens een lange zeetocht weinig wind stond, lagen ze soms dagen stil. Tja, wat moet je dan?”


Het oudste scheepje in bezit van het museum is uit 1879, gemaakt door een jongen van veertien. “We krijgen flessenscheepjes vaak als donatie, bijvoorbeeld uit een erfenis of van mensen die nog flessenschepen maken. Als je ziet hoe gedetailleerd het allemaal is, kun je je voorstellen dat er maanden werk in kan zitten. Het is helaas een hobby die verdwijnt, mensen zijn druk met andere dingen.” Marianne maakt zelf ook flessenscheepjes, een paar van haar kunstwerken staan in het museum. “Ik hoorde dat er geen vrouwelijke flessenscheepjesbouwers waren,” zegt ze. “Dat kon ik niet op me laten zitten. Ik werk anders dan de mannen, ik doe het op mijn eigen manier en verwerk handwerktechnieken in de scheepjes. En zo heeft iedereen zijn eigen stijl.”

Ook een paar vrijwilligers in het museum hebben wel iets met die scheepjes. Ze bouwen zelf, of ze verzamelen ze. “Momenteel hebben we een expositie met flessen van een medewerker. Hij maakt prachtige flessenscheepjes. Elk onderdeel maakt hij zelf, zelfs de bemanning in de schepen. En iemand anders wilde hier wel als vrijwilliger aan de slag, maar alleen als we zijn flessenscheepje in de collectie wilden opnemen. Graag zelfs, want het is een prachtig bootje!”


Zomer vol bezoekers

Het museum is vier dagen per week open. Vaker kan niet, want er zijn niet genoeg vrijwilligers. “Ik zou er best wat nieuwe mensen bij willen hebben”, vertelt Marianne. “In de zomer komen er soms wel veertig tot zestig bezoekers per dag. Dan vertellen we het verhaal over het Spuihuisje, waar we zijn gevestigd. En natuurlijk over de scheepjes. We kunnen laten zien hoe de scheepjes worden gemaakt en we kennen verhalen van de scheepjes in de tentoonstelling. Kinderen kunnen een speurtocht doen. De reacties van de bezoekers zijn het leukste van ons vak. De meeste mensen zijn verrast hoeveel hier te bekijken is.”

Deel blogpost