Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | januari 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Hannelore en Theo helpen burenruzies op te lossen

Eerst de spelregels: niet schelden, iemand anders laten uitpraten, respect voor elkaar. Als die regels zijn vastgesteld, gaan Hannelore en Theo van de Bemiddelingskamer met ruziënde buren in gesprek. Keiharde muziek midden in de nacht, takkentroep in de tuin, een stinkende barbecue: het komt allemaal voorbij. En altijd blijkt het echte probleem iets anders, merken de vrijwillige bemiddelaars.


“Mensen onderschatten hoeveel impact een burenruzie heeft”, zegt bemiddelaar Theo. “Sommige conflicten duren jaren. Mensen liggen ervan wakker. Ze zeggen de buren geen gedag meer, proberen ze te vermijden. En mensen worden harder en onaardiger dan ze eigenlijk zijn.”

Voor wie zo vastzit, is er de Bemiddelingskamer in o.a. Medemblik en Opmeer. Hannelore en Theo, of twee andere vrijwillige bemiddelaars, proberen het gesprek weer op gang te brengen en een oplossing te zoeken. “Ho ho, wij lossen zelf niks op”, waarschuwt Hannelore. “We zijn neutraal. We luisteren. We helpen buren om elkaar weer te horen. En soms is dat al genoeg: dat mensen elkaar aan het eind van het gesprek weer een hand geven.”


Gesprek op neutraal terrein

Soms werken Hannelore en Theo samen, soms met andere vrijwilligers. Als een aanvraag binnenkomt bij de Bemiddelingskamer, wordt gekeken wie er tijd heeft. “We werken wel altijd in tweetallen”, legt Theo uit. “Dat is praktisch: eentje kan het gesprek leiden, de andere kan observeren. Met z’n tweeën hoor en zie je meer.”

Hannelore: “Eerst gaan we naar de buur die zich heeft gemeld, daarna stappen we op de tweede buur af. We luisteren naar hun probleem en vragen of ze ervoor open staan om met elkaar in gesprek te gaan. Dat gesprek voeren we op neutraal terrein, met ons als gespreksleiders. Als buren dat aandurven, is de eerste stap al genomen.”


Verhaal op tafel

Nieuwe vrijwilligers krijgen eerst een training bij de Bemiddelingskamer voordat ze erop uit gaan. Daar leren ze hoe je dit soort situaties aanpakt. Het is belangrijk om mensen de ruimte te geven voor hun emoties, vertelt Hannelore. “Mensen zitten helemaal vol, eerst moet de druk van de ketel. Ze gooien het hele verhaal op tafel. Dan pas kunnen we toekomen aan het onderliggende verhaal, wat zit er nou eigenlijk achter deze ruzie.”

De bemiddelaars hanteren daarbij gespreksregels: niet schelden, respect voor elkaar en laat elkaar uitpraten. Theo: “Ik vraag soms ook: ‘hoor je wat de buurman zegt?’ Als mensen echt naar elkaar luisteren, kunnen we werken aan verbinding. Dan pas horen mensen hoeveel impact het heeft, een boze buurman die tierend op je stoep staat, muziek die je ’s nachts uit je slaap houdt.” Hannelore: “Andersom werkt het ook: de buurman heeft misschien een boze bui, maar is eigenlijk een vriendelijke vent. En die harde muziek duurt maar kort, de buren hebben het nodig om even naar dat ene nummer te luisteren na een vermoeiende werkdag.”


Vraag het gewoon

Het is niet altijd makkelijk om een oplossing te vinden. “Soms is een koptelefoon genoeg om geluidsoverlast op te lossen”, zegt Hannelore. “Maar soms zijn woningen heel gehorig en zijn de verschillen tussen de buren heel groot. Dan is communicatie en begrip het enige dat helpt. Ik merkte in een bemiddeling bijvoorbeeld dat iemand heel boos was omdat zijn buren een advocaat een brief hadden laten schrijven aan hem. ‘Vráág het gewoon’, zei hij, ‘dan is er niks aan de hand.’ En andere mensen dachten dat de buren vreselijke ruzie maakten, dat hoorden ze door de muren heen. De buurman legde uit: onze taal klinkt misschien hard en boos, maar ik hou van mijn vrouw en kinderen. Dat maakte een groot verschil.”

Kunnen de buren afspraken maken? Dan zetten de bemiddelaars dat op papier. Daarna worden alle contactgegevens gewist. Theo: “Wij houden geen dossier bij, we hebben geen archief. Na zes weken nemen we nog even contact op om te horen hoe de stand van zaken is, maar we gaan niet twee of drie keer met mensen in gesprek.”


Weg met ruzie

Theo en Hannelore zijn enthousiast over hun vrijwilligerswerk voor de Bemiddelingskamer. “Ik hou niet eens van ruzie, kun je nagaan”, zegt Hannelore. “Daarom vind ik het prachtig dat ik op deze manier mensen met elkaar in gesprek kan brengen.” En Theo vindt elke bemiddeling weer een leerzame ervaring. “Ik ben altijd nieuwsgierig naar mensen. De gesprekken met de boze buren leren me ook veel over mezelf.”


Word buurtbemiddelaar

Lijkt deze vrijwilligersfunctie je iets voor jou? Ga naar de vacature op onze vacaturebank.

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Voorleesvrijwilligers geven kinderen extra zelfvertrouwen

| Doe es gewoon vrijwillig

Op basisschool De Hoeksteen in Enkhuizen geven voorleesvrijwilligers van het project SamenVoorlezen van Vrijwilligerspunt extra aandacht aan kinderen die nog niet zo taalvaardig zijn. Dat kwartier, hooguit een halfuur, onverdeelde aandacht maakt al een groot verschil, merkt leerkracht Jolanda Andringa. ‘Je ziet kinderen echt ‘aan’ gaan als ze het snappen.’ Is je Nederlands nog niet zo goed als de rest van de klas, dan gaat de les soms te snel. ‘Wat we vertellen, gaat dan over de hoofden van die kinderen heen. Zeker als Nederlands niet hun moedertaal is, moeten ze soms flink schakelen om de uitleg in de klas te volgen. Door het rumoer in de klas kunnen leraren ook niet altijd in de gaten houden of iedereen de les nog goed kan volgen.’ Vinger opsteken Vrijwilligers van SamenVoorlezen geven op de Hoeksteen voorleeslessen, juist voor kinderen die wel wat extra aandacht kunnen gebruiken. Gewoon één op één met een geduldige vrijwilliger, werken aan een boek of een schoolopdracht. Jolanda: ‘Ik vertel de voorlezer waar we in de klas mee bezig zijn. Het is de bedoeling dat het voorlezen aansluit bij onze thema’s, dus de voorlezer kan aandacht besteden aan stof die we pas hebben behandeld, of juist iets wat er nog aan zit te komen. Gaat het in de klas bijvoorbeeld over slakken, dan kan de voorlezer dat voorbereiden door samen met het kind een boekje te lezen. Dat betekent dat het kind daarna de les veel beter kan volgen. Soms durven ze zelfs hun vinger op te steken om ook iets over slakken te vertellen!’ De voorleesvrijwilligers dragen dus bij aan het zelfvertrouwen van de kinderen. ‘De kinderen krijgen complimentjes tijdens de extra les. En ze horen dat ze niet bang hoeven te zijn om iets fout te doen.’ Woordenschat groeit Het gaat niet zozeer om begrijpend lezen, want daar zijn de kinderen in groep 1, 2 en 3 nog een beetje te klein voor. ‘Begrijpend luisteren noemen we het,’ zegt juf Jolanda. ‘Door het voorlezen groeit de woordenschat. Kinderen raken vertrouwd met de Nederlandse taal. Ze maken kilometers met de Nederlandse taal. En ze krijgen zin om het lezen te leren, hopen we.’ Op dit moment is Sinterklaas het grote thema in de klas. Maar sommige kinderen hebben nog nooit van Sinterklaas gehoord. Zij kunnen de verhaaltjes en de liedjes rond het kinderfeest niet goed volgen. ‘Een tweeling van zes, nog maar kort in Nederland, zijn naar de intocht geweest. Er werd snoep gegooid, er was een man op een paard, heel indrukwekkend. Maar hoe het nou precies zit? In de voorleesles besteedt de vrijwilliger dan extra aandacht aan Sinterklaas, bijvoorbeeld met praatplaten. Daarna is het hele gebeuren voor de kinderen beter te volgen.’ Gek op lezen De school kan altijd extra vrijwilligers gebruiken voor de voorleesles. Jolanda denkt dan aan mensen met een fijne voorleesstem, die ook wat langzamer spreken. ‘Geduld. Aandacht voor kinderen. Positief ingesteld. En ze moeten het leuk vinden om met de leerkracht samen te werken en aan te sluiten bij de lessen en de thema’s in de klas.’ Over het algemeen zijn alle voorleesvrijwilligers echte boekenwurmen. Gek op lezen en gek op kinderen. ‘Kunnen lezen is de sleutel tot zoveel andere vakken. De voorleesvrijwilligers die de liefde voor lezen overdragen op de kinderen maken een groot verschil op onze school. Het is prachtig om te zien dat de kinderen het op een bepaald moment snappen, dat ze ‘aan’ gaan.’ Ook voorlezer worden? Ook voorlezer worden van SamenVoorlezen? Kijk voor meer info op deze pagina , mail naar [email protected] , of bel 0229-216499.
Lees meer

Meneer Arnold helpt Marko met Nederlands spreken

| Doe es gewoon vrijwillig

Twee jaar lang was Marko Božović uit Montenegro taalmaatje van Arnold Bakker. Hoewel Arnold Marko niet meer officieel helpt met de Nederlandse taal, zien ze elkaar nog regelmatig. Arnold: “Er is een waardevolle vriendschap ontstaan. Ik ben vorig jaar zelfs naar Montenegro op vakantie geweest om zijn geboorteland en familie te leren kennen.” Zo’n 4,5 jaar geleden kwam Marko naar Nederland. Marko: “Door de liefde. Ik leerde mijn vriendin kennen in Montenegro. Mijn beste vriend bleek haar zwager te zijn. We werden verliefd op elkaar en niet lang daarna besloot ik naar Nederland te komen om bij haar te wonen.” Maar toen liep Marko al snel tegen een taalbarrière op. Marko: “Ik sprak geen woord Nederlands en wilde zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren. Ik kwam bij Vrijwilligerspunt terecht. Zij vertelden me dat ik naar het Clusius College kon, maar daar was nog een wachtlijst. Ik werd gekoppeld aan een taalvrijwilliger. Dan kon ik alvast Nederlands leren. Ik kwam uiteindelijk bij meneer Arnold terecht.” Meneer Arnold? “Ik zeg altijd meneer Arnold. Uit respect. Ik vind dat je ouderen met meneer of mevrouw moet aanspreken. Zo ben ik opgevoed.” Arnold: “Ik mag dan wel 82 zijn, maar van mij hoeft hij echt geen ‘meneer’ te zeggen. Maar hij blijft het doen, dus ik laat het maar zo.” Praten, praten, praten Toen Marko in Hoorn kwam wonen, kreeg hij gelukkig al snel een baan in de horeca. “Ik ben kok als beroep en kon als kok aan de slag in restaurant de Waag. Mijn collega’s begonnen direct Engels met me te praten, maar dat wilde ik niet. Ik wilde Nederlands leren. Door woorden op te laten schrijven en deze te leren, leerde ik steeds beter Nederlands.” Taalvrijwilliger Arnold hielp hem iedere week met een uurtje taalles. Maar niet met grammaticaboekjes en woordenlijstjes. “Ik werk vooral aan de spreekvaardigheid. Grammatica en woordjes stampen kan hij ook op school.” Marko vult aan: “We praten over van alles. Niet over politiek of slecht nieuws uit de kranten. Wel over alledaagse dingen, zoals Hollandse gewoonten, festivals, carnaval, eten of muziek. Leuke dingen. Ik leer veel van de gesprekken. Meneer Arnold heeft me vooral geholpen met mijn uitspraak en de zinsconstructie. Ik kan inmiddels goed Nederlands lezen, maar spreken blijft lastig. Nederlands is echt een moeilijke taal." Arnold: “Hij is heel erg vooruit gegaan en leest goed. Hij is heel leergierig en een slimme jongen. Ik vind het fijn om met hem gesprekken te voeren. We bepalen niet vooraf waar we het over hebben, dat gaat eigenlijk vanzelf. We zijn het overigens vaak niet met elkaar eens, maar we maken nooit ruzie!” Reis naar Montenegro Er wordt ook veel over elkaars cultuur gesproken. Arnold: “Marko heeft tijdens onze gesprekken ook veel verteld over zijn thuisland. Ik werd zo enthousiast van zijn verhalen, dat ik vorig jaar besloot naar Montenegro op vakantie te gaan.” “Met de auto en helemaal alleen!”, zegt Marko, nog steeds verontwaardigd. “Ik verklaarde hem voor gek, maar ik kreeg het niet uit zijn hoofd gepraat.” Na een reis van een paar dagen met tussenstops in Oostenrijk en Kroatië, verbleef Arnold tien dagen in Montenegro. “Ik heb Marko’s familie daar ontmoet en ik heb veel geleerd van het land en de cultuur. Het was een fantastische reis en geweldig om met eigen ogen zijn land te zien.” Nieuw taalmaatje Sinds een paar weken heeft Arnold een nieuw taalmaatje. Arnold: “Ik help een vrouw uit Vietnam met de Nederlandse taal. Hoewel ze getrouwd is met een Nederlander, spreekt ze slecht Nederlands. Een hele uitdaging dus. Maar dat vind ik leuk. Ik ben van huis uit schoolmeester en ik ben jaren koordirigent geweest. Ik vind het gewoon leuk om mensen iets te leren. En om andere culturen te leren kennen.” “Misschien ga je dan ook wel op reis naar Vietnam!”, grapt Marko. Arnold sluit het niet uit… Blokfluit Marko en Arnold zien elkaar nog geregeld, ondanks dat Marko niet meer officieel Arnolds taalmaatje is. Arnold: “Iedere week zie ik Marko nog in het zwembad als ik ga zwemmen en hij zijn dochtertje van zwemmen haalt. Dan maken we altijd even een praatje. En nog niet zo lang geleden heb ik bij hem gegeten toen zijn moeder, zus en neef in Nederland waren. Marko is nu met een opleiding tot personal trainer bezig, dus hij heeft het momenteel heel druk. Maar als hij klaar is, gaan we samen het blokfluiten weer oppakken.” Marko: “Ik heb nu een paar lessen van hem gehad. Ik vind het heel leuk, al ben ik helemaal niet muzikaal. Arnold heeft me nu ook twee keer meegenomen naar een klassiek concert in het concertgebouw in Amsterdam. Dat vond ik geweldig. Dus hopelijk kan ik dan straks net als meneer Arnold het volkslied van Montenegro spelen op de blokfluit.”
Lees meer

Carin leert Oekraïners Nederlands

| Doe es gewoon vrijwillig

Taal is zeg maar echt haar ding. Niet alleen in haar werk als jurist, maar ook als taalvrijwilliger. Carin Zwagerman maakt Oekraïners wegwijs in de Nederlandse taal. ‘Ook buiten het klaslokaal, want taal is veel meer dan alleen woordenschat en grammatica.’ Carin (foto 2e links) deed al vrijwilligerswerk als taalmaatje voor een Poolse man. Via dat vrijwilligerswerk leerde ze Nini Vietor kennen, stuwende kracht bij Taalhuis. ‘Ze zocht vrijwilligers om Nederlandse les te geven aan mensen uit Oekraïne. In de opvanglocatie in Opperdoes kwam een groep bij elkaar. Ik ging er naartoe en op de eerste bijeenkomst waren er ruim 25 mensen die les wilden.’ De deelnemers werden verdeeld in groepjes, elk met een eigen juf of meester. Na wat verschuivingen voegde Carin haar groepje samen met dat van collega-vrijwilliger Mariska. Twee leraren, twee leerlingen: een mooi stel. De taal is knap lastig, maar daar geven Carin en Mariska wel een draai aan. ‘Een strikt lesprogramma? Nee, dat volgen we eigenlijk niet. We gaan uit van wat de mensen willen leren. We proberen zoveel mogelijk Nederlands te praten, maar soms wijken we even uit om elkaar te kunnen begrijpen.’ Creativiteit in de klas Geen les met een juf voor de klas en rijtjes woorden stampen, maar meer creativiteit. ‘Soms doen we spelletjes, zoals kwartetten, of we kletsen gewoon wat. We hebben wel eens Nederlandstalige muziek geluisterd. Of een gedicht van Marieke Lucas Rijneveld gelezen samen. Zij schreef een gedicht naar aanleiding van de Russische aanval op Oekraïne dat ook in het Oekraïens is vertaald. Ze begrepen niet elk woord van de Nederlandse versie, maar dat hoeft ook niet. Je leert op die manier toch meer van een nieuwe taal.’ Daarbij is het handig dat ze niet in haar eentje voor de groep staat. ‘Je hoeft niet elke les voor te bereiden. En als een van de twee het niet meer weet, kan de ander helpen.’ Tennisles Tijdens een les over hobby’s kwam ze erachter dat een van haar studenten van tennissen houdt. Carin is lid van een tennisvereniging. Dus op naar de tennisclub. ‘Daar is op dinsdag en vrijdag een inloop. Evgenia, die ik taalles geef, is meteen warm welkom geheten. Haar dochtertje Lada komt ook vaak mee, ze werden met open armen ontvangen. Zo krijgen ze ook een bredere sociale kring.’ Sowieso houdt de Nederlandse les niet op bij het klaslokaal, vertelt Carin. ‘We hebben ook een keer met z’n vieren, dus Mariska, de twee Oekraïners en ik, een high tea gedaan in de stad. Hartstikke gezellig.’ Ook organiseren de twee regelmatig gezellige dingen, soms met een paar andere vrijwilligers, zoals een bingo of een tennisclinic voor de kinderen in de opvanglocatie. Wat het vrijwilligerswerk haar brengt? ‘Ik word hier gelukkig van’, zegt ze. Ze is kortgeleden een dag minder gaan werken om extra tijd te hebben voor vrijwilligerswerk, dat zegt toch genoeg?
Lees meer