Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | juli 2024 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Ceylan is vrijwilliger gebleven na haar MaS

Ceylan Serpici liep Maatschappelijke Stage (MaS) op de kinderboerderij van Park de Woid in Lutjebroek. Ze had eigenlijk niet zo’n zin in stagelopen, maar nu is ze blij dat ze het gedaan heeft: “Ik werd gevraagd of ik na mijn stage wilde blijven als vrijwilliger. Ik ga nu om de zondag een paar uurtjes helpen en ik heb zelfs mijn broertje enthousiast gemaakt: we gaan nu samen!”


Vrijwilligerspunt organiseerde in november op het Martinus College een stagemarkt waar zo’n twintig organisaties zich presenteerden. Net als haar klasgenootjes, ging Ceylan naar de stagemarkt om een stageplek te vinden. Ceylan: “Ik wist eigenlijk toen nog niet wat je allemaal kunt doen als vrijwilliger. Ik dacht dat het voornamelijk werken in een winkel was, zoals een kringloopwinkel en daar had ik eigenlijk helemaal niet zo’n zin in.”


Park de Woid

Op de stagemarkt kwam Ceylan erachter hoe divers vrijwilligerswerk is. “Op de stagemarkt stonden sportverenigingen, een museum, een zorginstelling en nog veel meer. Ik wist helemaal niet dat daar ook vrijwilligers actief zijn! Ik wist wel dat ik iets met kinderen of met dieren wilde doen, maar wat, geen idee. En toen kwam ik bij de kraam van Park de Woid terecht en ik was gelijk enthousiast. Hier zijn dieren! Precies wat ik leuk vind. En ze waren zo aardig! Ze vertelden enthousiast wat ik daar mocht doen en dat ze het super zouden vinden als ik bij hun stage kwam lopen. Ik wist het meteen: hier wil ik mijn MaS doen!”


Band

De eerste dag moest Ceylan nog even haar draai vinden. “Je weet nog niet goed wat je moet doen en wat je wel en niet mag doen, zoals de dieren aaien. Maar, dat mocht, natuurlijk! Echt leuk, want je bouwt zo ook een band op met de dieren. De konijnen bijvoorbeeld waren in het begin nog schuw, maar nadat ik een paar keer was geweest, kwamen ze zelfs al naar me toe als ze me hoorden en uiteindelijk aten ze uit m’n hand. En de geitjes, die zijn zo schattig! Ik mocht ze namen geven. En dat is extra bijzonder, omdat geen dier hier een naam had. Nou, nu loopt er dus een Mickey, Lizzy en Mia rond en sinds kort ook twee schapen met een naam: Vince en Vájen. Leuk he?! Ik doe van alles op de kinderboerderij. Ik maak hokken schoon, veeg, vul het hooi aan, geef de dieren te eten en raap kippeneieren. En dat samen met andere vrijwilligers en dat is heel gezellig. Je bent nooit alleen.”


Blijven

Na zo’n 30 uur stagegelopen te hebben, zat de MaS er voor Ceylan op. Park de Woid zag haar echter liever niet gaan. Ceylan: “Ze vroegen of ik om de zondag een paar uurtjes wilde komen helpen. Ik hoefde niet lang na te denken: ja superleuk! En het leuke is: m’n broertje van negen werd door mijn verhalen en de foto’s zo enthousiast dat hij vroeg of hij mee mocht. En nu gaan we samen!”


Leerzaam

Ceylan moedigt andere jongeren aan om ook vrijwilligerswerk te gaan doen. Ceylan: “Je kunt zelf kiezen wat je gaat doen en dus wat je leuk vindt. Je leert er ook veel van. Ik heb geleerd hoe je met dieren om moet gaan. We hebben een kat thuis, maar hoe je geitjes, konijnen, duiven en kippen moet verzorgen, wist ik niet. Je leert ook met andere mensen omgaan, want je hebt te maken met collega’s, maar ook met bezoekers van alle leeftijden.”


Vrijwilligers onmisbaar

“Ik heb ook geleerd hoe belangrijk vrijwilligerswerk is. Ik wist namelijk niet dat zoveel organisaties afhankelijk zijn van vrijwilligers. Als wij hier niet zijn, dan worden de dieren niet verzorgd. Maar ook als er geen vrijwilligers zijn bij de sportvereniging, dan kunnen we niet sporten, of als er geen vrijwilligers zijn in verzorgingstehuizen, dan kunnen er geen activiteiten worden georganiseerd voor de ouderen. Dat zie ik nu in. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat ik vrijwilligerswerk doe. Ik kan zo mensen en dieren helpen. Als ik straks ga studeren, denk ik niet dat ik nog doorga met mijn vrijwilligers werk, omdat ik waarschijnlijk dan te ver ben. Maar tot die tijd blijf ik hier helpen. Vind het veel te leuk en zo kan ik de geitjes zien opgroeien!”




Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Joyce geeft haar taalmaatjes ruimte om te bloeien

| Doe es gewoon vrijwillig

Taalvrijwilliger Joyce Bol doet haar vrijwilligerswerk met hart en ziel. Met een mooie reden: ze wil nieuwkomers weer zichzelf laten zijn en laten zien. ‘Op de Nederlandse les leren ze de d’s en de t’s, maar ik wil met ze praten zodat ze met andere mensen in Nederland een verbinding kunnen maken en zichzelf in hun nieuwe land kunnen terugvinden.’ De overburen vingen een Oekraïens gezin op en via via kwam Joyce in contact met dit stel. ‘Ik had ze aangeboden: als jullie kinderen willen spelen, we hebben allemaal speelgoed in onze schuur staan, ze zijn van harte welkom. Toen hun kinderen kwamen springen op onze trampoline, kwam ik met de ouders in gesprek. Zij werden eigenlijk mijn eerste taalmaatjes. Eerder had ik wel over dit vrijwilligerswerk nagedacht, maar ik durfde de stap niet te nemen.’ Wie ben je? Op dit moment begeleidt Joyce als taalvrijwilliger van Taalhuis Westfriesland twee taalmaatjes. Eens per week bezoeken ze elkaar, soms bij Joyce thuis en soms bij het taalmaatje thuis. Haar insteek is duidelijk: gewoon gezellig kletsen. ‘Ze zitten ook op school, dat is allemaal goed georganiseerd. Daar leren ze nieuwe woorden en grammatica, maar tijdens onze afspraak wil ik gewoon met elkaar praten. Wie ben je? Hoe vind je jezelf weer terug in een ander land? Volgens mij kunnen mensen sneller integreren in onze samenleving als ze zichzelf kunnen zijn en zich welkom voelen.’ Speelafspraak plannen Dus oefent Joyce met de taalmaatjes hoe je een praatje met de buurman maakt, speelafspraken maakt op het schoolplein of hoe het allemaal werkt in de kledingwinkel. En Joyce moedigt haar taalmaatjes aan mee te doen met activiteiten, bijvoorbeeld op school. ‘Waarom zit jouw kind niet op het timmerdorp, vroeg ik aan een van de taalmaatjes. Ze wist niet wat het was en hoe dat werkte. Aanmelden, zeg ik dan. En als er op de school van de kinderen vrijwilligers worden gevraagd voor een activiteit, zeg ik tegen de taalmaatjes dat ze zich daar ook voor kunnen opgeven. Vaak willen mensen wel, maar durven ze niet.’ Dus Joyce is niet alleen een begripvolle vriendin voor de taalmaatjes, maar soms ook een stok achter de deur of een schop onder de kont. ‘Nouja, een lief duwtje in de rug, zou ik zeggen. Want zo streng ben ik nou ook weer niet.’ Ga in gesprek Gelukszoekers? Joyce noemt ze liever ‘liefdeszoekers’. ‘Die negativiteit in het nieuws over vluchtelingen vind ik lastig. Mensen die hier naartoe vluchten, hebben van alles achter de rug. Stel je voor dat je een jaar of veertig bent, maar je spreekt de taal alsof je hooguit drie jaar oud bent en je doet werk op het niveau van een twintigjarige. Dan wordt niet gezien wie je bent en wat je kunt. Mensen die zo kritisch zijn, zou ik adviseren: ga eens in gesprek. De mensen die ik heb ontmoet zijn buitengewoon ontwikkeld, heel vriendelijk en ze doen enorm hun best voor hun nieuwe leven.’ Koffiedrinken De gesprekken die Joyce voert met de taalmaatjes, brachten haar op een nieuw idee. Ze organiseert binnenkort een koffiegroepje. Eens in de twee weken zet ze op dinsdagochtend een goeie pot koffie, nieuwkomers uit Midwoud die willen kletsen, kunnen aanschuiven. ‘Via de school heb ik een oproepje gedaan, ook mijn taalmaatjes komen. Ik vind het maar spannend, ik weet niet hoe het gaat lopen. Toen ik dat tegen een taalmaatje zei, reageerde ze verbaasd. ‘Jij? Maar je spreekt al Nederlands!’ Heb je ook zin om taalvrijwilliger te worden? Joyce raadt het je van harte aan. Als zij het kan, kan iedereen het, zegt ze. “Ik ben dyslectisch, ik ben geen juf en ik kan geen lesgeven. Maar wat ik taalmaatjes wel kan meegeven: dat ze mens mogen zijn. Dat is het belangrijkste van alles.’ Taalvrijwilliger worden Ga naar de pagina van Taalhuis voor meer informatie over de mogelijkheden.
Lees meer

Marian en Janneke brengen buren in gesprek

| Doe es gewoon vrijwillig

Dreigt er burenruzie, maar hou je het liever gezellig in de straat? Dan schakel je De Bemiddelingskamer in. Janneke en Marian zijn vrijwilligers bij De Bemiddelingskamer. Zij brengen buren met elkaar in gesprek, om te voorkomen dat ruzies escaleren. “Ze hoeven geen beste vrienden te worden, als ze maar met elkaar in gesprek blijven.” Iedereen denkt gelijk aan de Rijdende Rechter als het over burenruzies gaat. Mensen die elkaar de huid vol schelden op de televisie, tot de rechter met zijn hamer op tafel slaat en zegt hoe het zit. De schutting mag blijven staan, de boom wordt omgezaagd en de kinderen mogen niet meer stampen op de trap, dat is zijn uitspraak en daar moet iedereen het mee doen. Zo werkt De Bemiddelingskamer dus niet, leggen Marian en Janneke uit. “Wij komen het liefst in een eerder stadium in actie. Als mensen al volop ruzie maken, is het moeilijk om een oplossing te vinden”, zegt Janneke. “Wij blijven neutraal, geven niemand gelijk of ongelijk. Het gaat erom dat de buren met elkaar in gesprek komen.” Elke kant van het verhaal Burenruzies maken nogal wat los, merkt het tweetal. Als een van de buren contact met De Bemiddelingskamer opneemt, bijvoorbeeld op aanraden van de woningbouwvereniging of de gemeente, gaan ze met z’n tweeën naar de aanmelder toe. Janneke: “We laten iemand z’n verhaal doen. We luisteren heel goed en we benadrukken dat wij geen partij kiezen. In het relaas zoeken we naar het gevoel en het verlangen wat eronder zit. Mensen zijn boos, verdrietig, bang soms. Daar is ruimte voor.” Na het verhaal van de eerste buur, lopen ze direct naar de andere buur. “We maken geen afspraak vooraf, we bellen gewoon aan. Dat pakt meestal goed uit. We geven aan dat we hun kant van het verhaal willen horen. Komt het echt niet uit, dan komen we later terug.” Op neutraal terrein Zijn de bemiddelaars bij beide partijen geweest, dan vragen ze: staan jullie open voor een bemiddelingsgesprek? Vaak willen mensen dat wel, zegt Marian. “Op neutraal terrein gaan we met elkaar in gesprek, in een buurthuis of een café. Wij zorgen tijdens dat gesprek dat iedereen zijn verhaal kan doen, dat emoties de ruimte krijgen en dat het verlangen van beide buren op tafel komt. Vaak komt dit overeen. Iedereen wil natuurlijk prettig wonen. Aan het einde van zo’n gesprek maken de buren afspraken met elkaar. Daarmee is de kou meestal uit de lucht. Voor de buren is het goed om te weten dat de bemiddelaars niks noteren of registreren. “We hebben geen dossiers, we maken geen verslag. Dus wat er tussen de buren wordt afgesproken, of juist niet, blijft tussen ons. Geen andere instantie heeft daar iets mee te maken. Als de buren het prettig vinden, kunnen ze daar ter plekke wel zelf de afspraken noteren.” Goed luisteren Om een goede bemiddelaar te zijn, moet je geïnteresseerd zijn in mensen. Goed kunnen luisteren is ook een voorwaarde, vragen stellen en vooral: doorvragen. En je eigen oordeel uitzetten, niet direct uitspreken wat je ergens van denkt of vindt. “Je wordt niet direct op buren afgestuurd”, zegt Janneke. “Nieuwe bemiddelaars krijgen eerst een training van drie dagen. Daar leren ze hoe ze neutraal blijven, welke gesprekstechnieken je kunt toepassen en hoe we ons werk het beste doen.” Janneke en Marian werken soms samen, maar vaker gaan ze met een andere bemiddelaar op pad. Dat kan net zo goed werken, vertellen ze. “Soms vind je dan makkelijker aansluiting bij de mensen waar je mee praat.” En de combinatie met een baan is goed te regelen. “Sommige mensen werken wat meer, sommige wat minder. Je kunt zelf aangeven hoeveel tijd je beschikbaar bent.” Mooi gesprek Soms is buurtbemiddeling niet het juiste instrument om problemen op te lossen. Er spelen andere problemen, of soms ziet de andere buur het niet zitten. Maar dat betekent niet dat alle inspanning voor niks was, zegt Janneke. “Mensen hebben hun verhaal kunnen doen. Soms is dat al voldoende. Je merkt toch dat iedereen z’n eigen waarheid heeft. Maar misschien dat mensen denken: ik zet toch m’n muziek wat zachter. Dan is er toch iets veranderd.” Ook de buurtbemiddelaars gaan dan niet teleurgesteld weg. “Welnee, vaak hebben we toch een mooi gesprek kunnen voeren”, zegt Janneke. “We hebben iets kunnen betekenen, al is het maar iets kleins. Zo dragen we ons steentje bij aan een betere woon- en leefomgeving.” Op de foto: Marian (l) en Janneke (r)
Lees meer
Spelende kinderen in een speeltuin.

Eenzaamheid van jonge ouders: niemand om mee te praten

| Doe es gewoon vrijwillig

Stel je voor: je hebt jonge kinderen, en geen netwerk om je te helpen. Geen buurvrouw die een pan soep brengt, geen opa die een middag kan oppassen, geen vriendin om stoom bij af te blazen. Dat is behoorlijk eenzaam, weet organisatie Home-Start. De vrijwilligers van Home-Start helpen elk jaar zo’n 40 Westfriese gezinnen die het alleen niet meer redden, vertelt projectcoördinator Christine Samsom. Jonge ouders hebben het ontzettend druk met alles wat ze moeten doen om hun gezin draaiend te houden. Ontbreekt het ze aan mensen in de buurt om eens bij te springen, dan kan het isolement van de ouders groot worden. “Ik spreek veel ouders die zich eenzaam voelen. Met wie kunnen ze praten over alles wat ze meemaken? Wie kan eens met ze meedenken over de organisatie van het jonge gezin? En bij wie kunnen ze even, al is het maar een uurtje, uitpuffen van alle hectiek? Er zijn mensen die niet kunnen rekenen op hulp van familie, vrienden of buren. En dat is behoorlijk eenzaam.” Netwerk groeit Vrijwilligers van Home-Start, een initiatief van Humanitas, helpen die jonge gezinnen. Eens per week komt iemand langs, vaak ervaringsdeskundigen die weten hoe een gezin met kleine kinderen reilt en zeilt. “We werken vraaggericht,” zegt Christine. “Dat betekent dat we gaan inventariseren waar het gezin behoefte aan heeft. Vaak is een klein sociaal netwerk het probleem. Daar kunnen we bij ondersteunen.” Praatje aanknopen Niet iedereen stapt makkelijk op mensen af om een praatje te maken, laat staan om eens hulp te vragen. Heerlijk als je daar ondersteuning bij krijgt. “Kom, we gaan met de kinderen naar de speeltuin op de hoek, zegt zo’n vrijwilliger. Of ze gaan mee naar een ouder en kind ochtend. Lopen samen naar het schoolplein, om een praatje aan te knopen met de andere ouders die daar staan. Die eerste stappen zijn belangrijk, dan komt de boel in beweging. Er verandert iets. Het isolement waar je door de drukte in kunt komen, wordt doorbroken.” Win-win De hulp van Home-Start is tijdelijk, ongeveer een jaar. Daarna kunnen gezinnen het verder zelf, de vrijwilligers zijn een tijdelijke steunpilaar. Heeft Christine een tip voor jonge ouders die zich ook eenzaam voelen? “Schakel hulp in. Dat is een win-win-situatie. Ook voor een vrijwilliger is het heel gezellig om in een gezin te komen helpen!” Ook vrijwilliger worden bij Home-Start? Bekijk dan de vacatures en reageer meteen! Foto: Unsplash (Hillshire Farm)
Lees meer