Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools (opent in een nieuw venster)
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | november 2021 | 2 min lezen

Alex is vrijwillige brandweerman

Zit de kat al dagen in de boom en durft hij er niet meer uit? Of houdt de lift ermee op tussen twee verdiepingen? Een omgewaaide boom? Momenten waarop de brandweer in actie komt. Maar de vrijwillige brandweer komt ook bij heftige situaties, zoals ernstige auto-ongelukken. ‘De brandweer is één grote familie’, vertelt vrijwillig brandweerman Alex Roggeveld. ‘We houden elkaar goed in de gaten.’


Als 23-jarige meldde Alex zich aan voor de vrijwillige brandweer. ‘Ik wilde graag mensen helpen, dat was mijn motivatie. Ik had geen idee hoe het werk van de brandweer er uitzag. Het is een gekke wereld, want iedereen rent een brandend huis uit en wij moeten er juist naar binnen.’ Inmiddels is hij ruim dertig jaar vrijwilliger bij de brandweer in Enkhuizen. ‘We zien vaak de andere kant van het leven. Soms moeten we bijvoorbeeld met een hoogwerker helpen bij het ziekenvervoer van iemand die absoluut horizontaal vervoerd moet worden, afhijsen noemen wij dat. Tja, dan heb je het wel over mensen die erg ziek zijn. Ook worden we ingeschakeld om verkeersslachtoffers uit een autowrak te zagen. En bij het blussen van een brand hebben we natuurlijk te maken met mensen die alles wat ze hebben, zijn kwijtgeraakt. Heftige ervaringen, stuk voor stuk.’


Praten, praten, praten

Hoe gaan de brandweermannen daarmee om? ‘Praten, praten, praten’, zegt Alex. ‘Na zo’n gebeurtenis zoeken we elkaar op en we gaan erover in gesprek. Dezelfde avond of nacht nog, als dat zo uitkomt. Ik ben inmiddels een ouwe rot op de kazerne en ik hou de jonge garde goed in de gaten. Als ik me zorgen maak, spreek ik ze later aan als ze alleen zijn, of ik bel op. Niet iedereen vindt het makkelijk om z’n gevoelens te delen in een groep.’


Vrijwilligers die zich aanmelden voor de brandweer, kunnen rekenen op de nodige opleidingen, trainingen en soms vergaderingen. Elke week houdt de groep oefeningen, om de kennis op peil en de reflexen scherp te houden. ‘Het is wel de bedoeling dat je daarbij aanwezig bent. Als iemand een paar keer verstek laat gaan, vraag ik dat na. Soms hebben ze het gewoon druk op hun werk of met hun gezin, soms zit er iets meer achter. En soms trekt iemand het werken als brandweerman toch niet, en dat is niks om je voor te schamen. Iedereen doet z’n stinkende best om mensen te helpen, of dat nou bij de brandweer is of niet.’


Kat uit boom

Naast de heftige ervaringen staan ook prachtige momenten, vertelt Alex. ‘We maken bijzondere dingen mee. Bijvoorbeeld de jaarlijkse kinderfeestweek, waarin we met zieke kinderen naar Artis gaan. Als je ziet hoe ze genieten, heb ik weer energie voor tien. Ook geven we demonstraties op scholen. En mensen zijn meestal erg blij om ons te zien als ze in de lift vast zitten, of als we hun kat uit de boom redden.’ Het team van de brandweer vormt een hechte groep, Alex vergelijkt het met een familie. ‘We weten elkaar te vinden. Zit iemand in de problemen, dan helpen we elkaar. Toen ik vijftig werd, kwam het hele corps me feliciteren. Een bijzondere groep mensen.’

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Joey leerde door roofvogels mensen beter kennen

Joey: “Ik volgde de opleiding dierverzorging en mijn droom was eigenlijk om later in een dierentuin met wilde dieren te werken. Daarom kwam ik hier stage lopen. Ik vond het meteen een prachtige plek. Na die tien weken ben ik als vrijwilliger gebleven en dat is eigenlijk nooit meer gestopt. Als ik hier ben, ben ik gewoon lekker bezig met iets wat ik ontzettend mooi vind.” Redactie en fotografie: NHD “In het begin draaide het voor mij echt om de vogels. We hebben een grote collectie, meer dan honderd vogels verdeeld over twee locaties. Een deel leeft hier rustig, andere vogels trainen we en vliegen we bijna dagelijks. Dat vind ik geweldig. Het zijn roofvogels en die blijven wilde dieren. Je moet altijd alert zijn. Dat avontuurlijke heeft me altijd getrokken.” “Maar gaandeweg ontdekte ik dat deze plek over veel meer gaat dan dieren verzorgen. We begeleiden hier mensen die om allerlei redenen vastgelopen zijn, de een komt een middag per week op bezoek, de ander vier dagen per week. Toen ik hier begon, vond ik dat eigenlijk best spannend. Ik had nog nooit echt met kwetsbare mensen gewerkt. Dit is iets heel anders. Juist dat begeleiden ben ik steeds meer gaan waarderen.” “Ik heb hier geleerd hoe belangrijk vertrouwen is. Je hoeft niet altijd met iemand in gesprek te gaan. Soms is het al genoeg dat je naast iemand staat. Dat je laat merken: ik heb vertrouwen in jou, je kunt dit. Dat kleine zetje kan iemand ontzettend helpen. Je ziet mensen binnenkomen die een roofvogel doodeng vinden. Een tijd later staan ze met de grootste arenden op hun arm. Dan zie je hoeveel zelfvertrouwen ze hebben opgebouwd. Dat vind ik misschien nog wel mooier dan het werken met de vogels zelf.” “Die vogels spelen een bijzondere rol. Ze leven in het moment. Ze voelen op de een of andere manier aan hoe jij erin zit. Als je zelf niet lekker in je vel zit en je bent met een vogel aan het trainen, dan merk je dat. Dan ga je vanzelf nadenken: hoe komt het eigenlijk dat dit niet lekker loopt? Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar ik ervaar dat echt zo.” “Ik weet ook hoe dat voelt, omdat ik zelf een periode heb gehad waarin het niet zo lekker met me ging. Toen werkte ik ook met roofvogels. Zodra ik daarmee bezig was, stonden alle andere gedachten stil. Je bent honderd procent met die vogel bezig. Dat moet ook, want het blijven roofdieren. Je kunt je aandacht er niet even bij verliezen. Juist doordat je zo gefocust bent, is er geen ruimte meer voor alles wat verder in je hoofd zit. Dat werkte voor mij bijna therapeutisch en eigenlijk is dat nog steeds zo. Als ik hier ben, kom ik echt tot rust.” “Misschien begrijp ik daardoor ook beter wat deelnemers ervaren. Ik ben geen therapeut en dat hoef ik ook niet te zijn. Soms merk je dat iemand graag praat en soms juist helemaal niet. Dan laat ik iemand lekker zijn gang gaan. Even met de vogels bezig zijn, kan al genoeg zijn. Dat is ook een vorm van communiceren.” “Wat ik hier heb geleerd, neem ik iedere dag mee naar mijn werk. Ik ben inmiddels afdelingshoofd bij Ranzijn Tuin & Dier. Dat had ik vroeger nooit bedacht. Mijn droom was werken met dieren, niet leidinggeven. Maar juist hier heb ik geleerd hoe je mensen begeleidt, hoe je vertrouwen geeft en hoe je verschillende persoonlijkheden benadert. Eigenlijk heb ik mijn leidinggevende kwaliteiten hier ontwikkeld.” “Ik denk dat ik altijd wel vrijwilligerswerk was blijven doen. Ik kan niet goed stilzitten. Ik werk vijf dagen per week, voetbal op zondag en ben daarnaast hier te vinden. Maar als ik eerlijk ben, heeft Wings of Change mij minstens zoveel gebracht als ik heb kunnen bijdragen als vrijwilliger. Ik dacht namelijk dat ik hier kwam voor de roofvogels. Uiteindelijk heb ik hier vooral geleerd om mensen beter te begrijpen. Ik denk dat ik hier veel meer empathie heb gekregen dan voordat ik hier binnenstapte. Dat is misschien wel het mooiste wat deze plek mij heeft gegeven.”
Lees meer

Vrijwilliger Wouter Brozius heeft de slag te pakken

Wat begon met een open dag en een paar drumstokken, groeide uit tot vrijwillig bestuurswerk, het bestieren van een digitaal muziekarchief en de oprichting van een slagwerkgroep die hij bijna als zijn eigen kindje beschouwt. "Als ik ergens passie voor heb, wil ik er tijd in steken”, zegt het jonge bestuurslid van Muziekvereniging Kunst naar Kracht in De Goorn. Redactie Paul Luiken (NHD), foto Jonathan Mechanicus "Ik ben door mijn moeder in de muziek terechtgekomen. Zij speelde al jaren bugel en cornet en nam mij mee naar een open dag van de Hoornse brassband, toen ik dertien was. Ik vond het meteen leuk genoeg om slagwerk te gaan spelen.” Via de Hoornse Brassband kwam Wouter (29) uit Zwaag in steeds grotere muzikale netwerken terecht. "Als slagwerker word je best snel gevraagd om ergens in te vallen. Je speelt een concert mee en daarna hoor je weer via iemand anders van een volgend orkest. Zo groeit dat vanzelf. Via het Nationaal Jeugd Fanfare Orkest heb ik veel mensen leren kennen. Uiteindelijk vroeg Gerry Roskam mij om hier eens mee te spelen bij de brassband van Kunst naar Kracht. Ik vond het meteen een leuke club. Er hing een goede sfeer en het niveau lag ook hoger. De stukken waren uitdagender en dat sprak me aan.” Dat niveau vindt hij nog steeds belangrijk. "We spelen in de eerste divisie. Dat betekent dat de muziek behoorlijk pittig is. We hebben ook ambities. We willen graag bij de beste orkesten van Nederland in de eerste divisie horen. Maar tegelijkertijd moet het ook gewoon gezellig blijven.” Volgens Wouter zit daar de grootste uitdaging. "Hoe hoger je wilt spelen, hoe meer je van mensen vraagt. Je moet thuis oefenen, extra repetities doen en soms een heel studieweekend meepakken. Maar mensen komen hier ook omdat ze het leuk vinden. Die balans moet je wel bewaken. Het moet niet alleen om presteren draaien.” Juist die sfeer zorgde ervoor dat hij zich ook als vrijwilliger ging inzetten. "Ik heb mezelf aangeboden voor het bestuur. Ik vind het fijn als dingen goed geregeld zijn. Als ik ergens passie voor heb, wil ik er tijd in steken.” Inmiddels is hij secretaris van de vereniging. "Ik houd me bezig met contacten naar buiten toe, de mailbox, gastartiesten en allerlei organisatorische zaken. Daarnaast ben ik bibliothecaris. Dat betekent dat ik het archief van de bladmuziek beheer en waar nodig digitaliseer.” Dat archief levert soms verrassingen op. "We bestaan sinds 1922. Als je door die oude mappen gaat, kom je vergeelde partituren tegen van bijna honderd jaar geleden. Dat vind ik mooi om te zien. We zijn veel aan het digitaliseren, zodat alles ook op iPads en online beschikbaar is.” Waarom hij zich zo graag inzet voor anderen, vindt Wouter lastig onder woorden te brengen. "Misschien is het een karakterding. Ik vind het gewoon fijn om te helpen als dat kan.” Dat geldt niet alleen voor de vereniging. Een paar jaar geleden werd hij op aanraden van zijn oom ook bloeddonor. "Dat geeft een goed gevoel. Als je iets kunt betekenen voor een ander, waarom zou je dat niet doen?” Video Het meest enthousiast wordt hij als het gesprek op de slagwerkgroep komt, zijn oogappel. Wouter: "De groep ontstond in de coronaperiode. We wilden toen met de slagwerkers een video opnemen, net zoals veel orkesten deden. Daarna dachten we: waarom stoppen we hiermee als corona voorbij is? Toen zijn we verder gegaan.” Wat begon met vijf slagwerkers groeide uit tot een volwaardige groep. "Er kwam een dirigent, er kwamen leerlingen bij en inmiddels hebben we vijftien leden, waarvan er twee in de brassband spelen, waaronder ik.” Wouter spreekt bewust over ‘we’: "We zijn met een kleine commissie bezig, maar eigenlijk zijn we ook een vriendengroep geworden. We zitten een beetje in dezelfde levensfase en hebben veel vrijheid om dingen uit te proberen. Als de dirigent een keer niet kan, organiseren we zelf een repetitie of een workshop. Daardoor voelt het echt alsof we samen iets opbouwen.” Over vijf jaar ziet hij zichzelf nog steeds rondlopen in het verenigingsgebouw. "Zeker weten. Vooral bij de slagwerkgroep. Daar ligt echt mijn hart.” En die stap naar de allerhoogste divisie? "Natuurlijk wil je beter worden. Maar op een gegeven moment ga je ook steeds meer van mensen vragen. Het moet ook gewoon leuk blijven, het gaat om de balans vinden. Volgens mij zit juist daarin de kracht van deze vereniging.”
Lees meer

Ook degene die achteraan fietst, moet plezier hebben

Plezier. Dat is voor Wessel Kuiper hét sleutelwoord bij het geven van wielrentraining bij HRTC Hoorn. De 23-jarige wielrenner uit Oosterblokker staat iedere donderdagavond als vrijwilliger op de baan met jonge wielrenners van zeven tot vijftien jaar, jongens én meiden. "De meiden zijn meestal een jaar ouder. Dan trek je het wat meer gelijk.” Redactie: Paul Luiken (NHD), fotografie Jan Mulder Zelf rijdt Wessel op het hoogste amateurniveau, net onder de profs. Maar naast zijn werk (bij een tweewielerzaak in Benningbroek), trainingen en wedstrijden steekt hij veel tijd in de jeugd van de club. "Ik probeer ze zo goed mogelijk voor te bereiden op wedstrijden. Veiligheid staat natuurlijk voorop, maar ik vind techniektrainingen zelf het leukst. Daar zie je kinderen echt stappen maken. Ik fiets tijdens de trainingen zelf mee, achter de groep. Dan kan ik goed kijken wat iedereen doet en kan ik tips geven.” Door de bocht kijken Die aanwijzingen gaan soms over kleine dingen waar beginnende wielrenners zelf niet bij stilstaan. "Heel veel mensen kijken verkeerd ‘door een bocht’. Je gaat eigenlijk heen waar je kijkt. Dus als je naar de buitenkant kijkt, kom je daar vanzelf terecht. Ik probeer ze juist te leren om goed dóór de bocht heen te kijken. Dan rijden ze meteen veel soepeler. Een goede houding helpt daarbij: je buitenbeen goed naar beneden, je handen in de beugels en zorgen dat er genoeg druk op je banden blijft. Dat soort techniekvormen vind ik mooi om over te brengen. Je ziet echt dat kinderen daar beter van worden. Zeker op jonge leeftijd kunnen ze nog zoveel leren.” Meestal rijdt hij met groepjes van tien tot vijftien kinderen. "Met ongeveer tien kan ik iedereen goed in de gaten houden. Als het er meer worden, probeer ik er een extra trainer bij te halen.” Wessel kijkt niet alleen naar talent. Ook de kinderen die wat meer moeite hebben om mee te komen, probeert hij erbij te houden. "Als je steeds de laatste bent van de groep, wordt het niet leuk meer. Daarom probeer ik oefeningen zo in te delen dat iedereen op zijn eigen niveau bezig is, soms individueel, soms in kleine, gelijke groepjes.” Gevoel voor de fiets Toch ziet hij natuurlijk ook talent rondrijden. "Je hebt er altijd een paar tussen zitten waarvan je meteen ziet: die hebben echt gevoel voor de fiets.” Vooral techniek valt hem dan op. "Sommigen rijden gewoon heel makkelijk door een bocht heen. Dan zie je dat ze er echt aanleg voor hebben.” Het mooiste vindt hij het als kinderen ook echt iets hebben gedaan met de trainingen. "Dan komen ze na een wedstrijd terug en zeggen ze: ik heb gedaan wat je zei en het ging nu echt veel beter. Dat is leuk om te horen.” Het plezier in begeleiden groeide eigenlijk vanzelf. "Ik geef al bijna tien jaar training. Eerst hielp ik oudere trainers mee en kreeg ik af en toe een opdracht. Daarna kreeg ik steeds meer verantwoordelijkheid.” Inmiddels heeft Wessel ook een trainersdiploma van de KNWU. "Officieel moet er bij de training altijd iemand aanwezig zijn met zo’n diploma. Dat ben ik nu.” Kledingcommissie Die betrokkenheid beperkt zich niet tot de trainingen alleen. Wessel helpt ook op andere manieren mee binnen HRTC. Hij zit in de kledingcommissie, denkt mee over sponsors en clubkleding en hielp mee met het opknappen van de kantine. "Die houten bekleding van de bar hier hebben we zelf gemonteerd.” De club voelt voor hem inmiddels als een tweede thuis. "Het is gewoon gezellig hier. Op dinsdag kijken we eerst naar de jeugd en daarna rijden de oudere renners zelf een wedstrijdje. Dan zit je eerst met elkaar in de kantine te praten en naar de jeugd te kijken. Vervolgens ga je tegen elkaar fietsen, dan gaat het echt hard tegen hard. Maar vervolgens zit je in de kantine weer lekker met elkaar na te praten.” Het Getverdemme Zelf leeft hij ook volledig voor de sport, waarbij Wessel zichzelf bepaald niet spaart. "Ik zoek graag mijn grenzen op. Dat is prachtig, jezelf helemaal naar de getverdemme fietsen. Echt alles eruit halen.” Zijn favoriete renner is dan ook Mathieu van der Poel. "Omdat hij alles doet: op de weg, in het veld en op de mountainbike. En de manier waarop hij koerst vind ik gewoon prachtig.” Maar hoe fanatiek hij zelf ook is, uiteindelijk haalt hij minstens zoveel plezier uit het begeleiden van de jeugd. "Ik vind het gewoon mooi om te zien dat kinderen beter worden en plezier hebben. Daar doe je het uiteindelijk voor.”
Lees meer