Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | augustus 2025 | Doe es gewoon vrijwillig | 2 min lezen

Ton rijdt met aandacht en plezier

“Ik krijg elke dag betaald in liefde en waardering,” zegt Ton Appelman, vrijwillig chauffeur bij de Baanbreker. “Daar kan geen salaris tegenop.” Al meer dan tien jaar zet hij zich in voor anderen, en dat doet hij met zichtbaar plezier.


Al meer dan tien jaar doet Ton Appelman vrijwilligerswerk. Eerst bij de Bosman, het verzorgingshuis in Venhuizen, want dat is bij hem op de hoek van de straat. “Ik begon er als manusje van alles, schilderijtjes ophangen en lampje aansluiten. Maar al snel kwam de organisatie erachter dat ik nogal een sociaal dier ben. Ik kan met alle bewoners gezellig kletsen. Toen werden mijn activiteiten ook wat anders, ik hielp bij activiteiten voor de bewoners, drie dagdelen in de week.”

Maar tijdens corona kwam dat werk tot stilstand. Stilzitten? Niks voor Ton. Hij meldde zich bij de Baanbreker in Enkhuizen, een dagbesteding voor mensen met een beperking of psychische klachten. “Daar kon ik chauffeurswerk gaan doen. Ik haal de deelnemers ’s ochtends vroeg op, zodat ze op tijd bij de dagbesteding zijn. Voor sommige mensen is ander transport geen optie, dan komen ze te laat of ze zijn te lang onderweg.”


Creativiteit en plezier

Baanbreker heeft de deelnemers heel wat te bieden: een retro-winkel, een giftshop vol creatieve, zelfgemaakte cadeautjes, een kringloopwinkel en veel werkruimtes, onder andere een ruimte voor keramiek, een houtwerkplaats en een atelier. “Een plek vol creativiteit en energie”, zegt Ton. “Het is leuk om hier te werken. Een tijd geleden kreeg een schoolklas een rondleiding. Juf vroeg aan de kinderen: wat zijn vrijwilligers? De kinderen dachten dat het mensen zijn die werken, maar niet betaald krijgen. Ik zei meteen: niet betaald? Ik krijg hartstikke goed betaald. Niet met geld, maar met liefde en waardering. Dat is voor mij meer dan voldoende om dit werk te doen.”


Bijzondere eigenschappen

De verschillen tussen de deelnemers, de vrijwilligers en de begeleiding is niet groot, legt hij uit. “We zeggen hier: we werken met mensen met bijzondere eigenschappen. Eigenlijk heeft iedereen toch een bijzondere eigenschap? Ik ook, de begeleiding ook. Ik raakte werkloos na 25 jaar bikkelen. Dat was een klap, ik had het niet aan zien komen. Ik had tijd nodig om aan mijn problemen te werken en te herstellen van mijn burn-out. Maar na een tijdje wilde ik weer wat bijdragen aan de samenleving. Door mijn vrijwilligerswerk sta ik er niet naast, maar ik doe mee.”


Kat uit de boom kijken

Ton kan nog wat collega’s gebruiken, De Baanbreker is op zoek naar nieuwe chauffeurs. Volgens Ton een mooie vrijwilligersklus voor iemand die sociaal, geduldig en zorgzaam is. “Soms moet je een beetje de kat uit de boom kijken met de deelnemers”, zegt hij. “Iemand kan de ene dag vrolijk zijn en de volgende dag in de put zitten. Daar moet je mee om kunnen gaan. Soms is het zo gezellig en druk in de bus, dat ik tegen de passagiers moet zeggen: nu even rustig, want ik kan door de herrie de verkeerslichten niet horen. Dus humor, ja, dat is ook belangrijk.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Jaap koppelt taalvrijwilligers aan deelnemers

| Doe es gewoon vrijwillig

Begonnen als mede-begeleider van het koffie-uurtje voor Nieuwe Nederlanders, ging Jaap Snijders al snel taalvrijwilligers en mensen met een behoefte aan taalondersteuning aan elkaar koppelen. Een fijne vrijwilligersklus waar hij samen met collega’s vrijwilligers en deelnemers begeleidt. ‘Ik ontmoet geweldige mensen en voer de mooiste gesprekken.’ Werken voor Taalhuis Westfriesland is relevant, vertelt Jaap. ‘Mensen leren beter Nederlands spreken, schrijven of lezen, en kunnen daardoor meedoen in de maatschappij. Ze kunnen kletsen met de buren, bellen met de woningbouwvereniging, dingen regelen met school, zwembad en autorijles. Kortom: ze komen uit hun isolement. Dat merkte ik al bij het koffie-uurtje, waarbij nieuwe Nederlanders kunnen aanschuiven. We gingen in gesprek over allerlei onderwerpen en soms konden we mensen begeleiden naar vrijwilligerswerk of een baan.’ Vinger aan de pols Jaap werd gevraagd om te werken bij de coördinatie van Taalhuis. Hij hield intakes met taalvrijwilligers, koppelde ze aan een deelnemer en hield vinger aan de pols bij de duo’s. ‘Na zes weken bellen we ze op, na een paar maanden nog een keer, en na een half jaar. Om te vragen of alles loopt zoals gedacht, of de klik goed is tussen vrijwilliger en de deelnemer. En soms zijn er vragen waar we bij kunnen helpen, want als Taalhuis kunnen we studiemateriaal regelen en andere praktische problemen oplossen.’ De klik zoeken, die juiste match vinden, dat is de sleutel tot succes. ‘We zoeken uit welke taalvrijwilliger bij welke deelnemer past. Soms is dat een uitdaging. Het gaat om mensen. Het gaat ons erom dat mensen hun Nederlands verbeteren, dus houden we rekening met wensen en voorkeuren van betrokkenen. En als de klik er niet is, dan gaan we gewoon verder zoeken, net zolang tot we een match hebben die wél helemaal past.’ Yes-gevoel En dat betekent: praten, praten, praten. ‘De mooiste gesprekken heb ik gevoerd. Om mensen goed te kunnen matchen, moeten ze wel een beetje met de billen bloot. Waar komen ze vandaan, wat is hun achtergrond? Een beetje mensenkennis en levenservaring helpt daar wel bij. Iedereen heeft z’n eigen verhaal en het is fijn dat ik de tijd heb om naar ze te luisteren. Een intake duurt officieel een half uur, maar vaak praten we langer. Opleiding, achtergrond, motivatie, maar ook persoonlijke zaken zoals hobby’s en sociale vaardigheden; het komt allemaal aan de orde. Vaak genoeg kom ik terug van zo’n gesprek met een echt yes-gevoel. Mensen kunnen je zo verrassen: kandidaten van twintig tot tachtig-plus en allemaal vol levenslust, dat het me aansteekt. Deelnemers die verschrikkelijk hard hun best doen om hun plek te vinden. Vluchtelingen met een gruwelijke geschiedenis, mensen die heel anders zijn dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Dat maakt allemaal indruk op me. Vaak merk ik dat mijn eerste aanname over iemand niet klopt, dat mensen me echt kunnen verrassen.’ Petje af De afgelopen maanden was het flink aanpoten voor de vrijwilligers van Taalhuis, want een grote groep Oekraïeners in Noord-Holland wil Nederlands leren. ‘Dan moet je gaan nadenken: wie kan de lessen geven, waar is plek, wanneer komt het goed uit? Samen met de collega’s van Taalhuis gingen we aan de slag. Het was een hele klus. We komen nu in rustiger vaarwater, alles lijkt lekker te lopen.’ En dat allemaal mede dankzij de vrijwilligers. ‘Ik ben diep onder de indruk van de drive van onze vrijwilligers. Dat is echt bewonderenswaardig. Petje af!’ Opvolger gezocht Jaap stopt, hij gaat verhuizen. Vrijwilligerspunt zoekt hard naar een opvolger, en natuurlijk naar nieuwe taalvrijwilligers. Jaap wil iedereen oproepen om mee te doen: ‘Soms denken mensen dat ze het niet kunnen, omdat ze niet sterk zijn in spelling of grammatica, of omdat ze geen onderwijs-achtergrond hebben. Ik ben ook geen leraar, dat maakt niks uit. Als je taalgevoel hebt, flexibel bent en een goed gevoel voor humor hebt, dan ben je geschikt voor dit werk. Elke vrijwilliger krijgt een training van drie dagdelen, waarin je alles leert wat je nodig hebt om aan de slag te gaan. Bovendien zie ik vaak competenties en capaciteiten die mensen niet bij zichzelf vermoeden, het is mooi als ze dat ontdekken door het vrijwilligerswerk.’ Lijkt het je leuk om net als Jaap als aanspreekpunt de vrijwilligers te begeleiden? Om intakegesprekken te houden, via mail contact te houden en alle gegevens in het systeem up to date te houden? Dan is deze vrijwilligersvacature wat voor jou. We zoeken een medewerker Taalhuis voor 8 uur in de week. Zie hier de vacature voor meer info
Lees meer

Irma leest Dikkie Dik en Pluk voor

| Doe es gewoon vrijwillig

Dummie de Mummie, Pluk van de Petteflet of Dikkie Dik; Irma Klaver wekt ze allemaal tot leven tijdens het voorlezen. Dus toen ze een paar jaar geleden zag dat Vrijwilligerspunt voorlezers zocht voor het project SamenVoorlezen, wist ze meteen: dat is echt wat voor mij. ‘Mijn laatste voorleeskindje wilde niet dat het voorlezen stopte, hij hing aan m’n benen en ik mocht niet naar huis.’ Kinderen met een taalachterstand krijgen twintig weken lang elke week een vrijwilliger over de vloer, die een uurtje met ze gaat lezen. Voorlezen helpt om de woordenschat te vergroten en de taalbeheersing te verbeteren, blijkt namelijk. Irma Klaver uit Bovenkarspel is een van die vrijwilligers. ‘In de bibliotheek zag ik een poster van dit initiatief. Ik ben gek op voorlezen, onze eigen kinderen lees ik al voor vanaf het moment dat ze rechtop kunnen zitten en ik heb ook op de lagere school regelmatig voorgelezen. Dus ik heb me meteen aangemeld. Omdat ik al wat ervaring heb als voorlezer, kon ik de training overslaan. Daar leren deelnemers hoe je een boekje leuk kunt voorlezen en op welke manier je in gesprek gaat met het voorleeskind.’ Stapeltje boeken Met een stapeltje kinderboeken onder de arm ging Irma naar haar eerste gezin. Inmiddels heeft ze twee gezinnen gehad, en bij elk gezin heeft ze twee kinderen voorgelezen. ‘Ik werd telkens teruggevraagd, dat zegt wel wat. Bij het laatste gezin las ik Szymon voor, eerder had ik zijn oudere zusje voorgelezen.’ Anna, de moeder van Szymon, betrok ze er ook bij. ‘Natuurlijk luistert zij ook mee als er wordt voorgelezen, daar is altijd een van de ouders bij. En Szymon was nog maar 2,5 jaar toen we begonnen. Het heeft Anna geïnspireerd om zich op te geven voor een Taalmaatje, zodat ze nog sneller Nederlands leert naast haar normale Nederlandse les.’ Dikkie Dik is een hit Irma weet precies welke voorleesboeken goed scoren bij kinderen. ‘Dikkie Dik blijft een klassieker. Ik ken het nog van Sesamstraat uit mijn jeugd en ik heb het voorgelezen aan mijn eigen kinderen, die inmiddels al naar de middelbare school gaan. En nog steeds is Dikkie Dik een hit! Ook Pluk van de Petteflat valt altijd goed. Het is dan ook een mooi verhaal, over zorgzaamheid en vriendschap. Het wordt ook op de lagere school veel voorgelezen. En Dummie de Mummie is mijn favoriet. Ik kan ‘m goed nadoen. Dummie is op zijn eigen manier hartstikke stoer en kinderen vinden het hele leuke verhalen.’ Het is Irma zelfs gelukt om een boek zonder tekst voor te lezen en een encyclopedie! ‘Dan moet je gewoon zelf veel verzinnen. Maar dat is juist leuk: je gaat met het kind in gesprek over wat er allemaal op de plaatjes te zien is. Op die manier betrek je het kind bij het verhaal. En die encyclopedie was heel fijn, veel plaatjes waar we over konden praten, zodat we aan de woordenschat konden werken.’ Olifant? Nee, muis! Heeft het effect, dat voorlezen? Nou en of. ‘In het begin sprak Szymon me vooral na, maar na een tijdje ging hij zelf babbelen’, zegt Irma. ‘De laatste keer dat we samen gingen lezen, had hij een boekje over de boerderij uitgezocht. Ik wees op een beestje en zei: kijk, die heeft grote oren en een grijze kleur, dus dat is een olifant. Hij verbeterde me meteen: nee, dat is een muis! Dan blijkt: hij begrijpt wat ik zeg, kan zelf zinnetjes maken en uitleggen waarom hij het niet met me eens is. Hij is enorm vooruitgegaan in die twintig weken. Daar heeft hij vast veel plezier van als hij straks naar school gaat.’ Niet meer weg Szymon heeft nu z’n voorleesdiploma gehaald. ‘Na onze laatste afspraak hing hij aan m’n benen, ik mocht eigenlijk niet weg. Dat bewijst maar: zo gezellig is samen voorlezen.’ Voorlezen is ideaal vrijwilligerswerk, vertelt Irma. ‘Je kijkt even binnen in een ander gezin, in een andere cultuur en een andere wereld. Dat is bijzonder. Het gaat maar om een uurtje per week, maar in die tijd maak je een groot verschil. Het is gewoon ontzettend fijn om iets voor iemand anders te kunnen betekenen.’ Lees hier meer over voorlezer worden bij SamenVoorlezen.
Lees meer

Lisa leest voor over dino’s en prinsessen

| Doe es gewoon vrijwillig

Als de projectstage van Lisa Romeo niet doorgaat, komt de redding uit een onverwachte hoek: twee kleine kinderen die dolgraag willen worden voorgelezen. ‘Die blije koppies als ik voor de deur stond, dat zal ik nooit meer vergeten.’ Lisa Romeo volgt in Hoorn de opleiding tot sociaal werker. En bij die opleiding hoort een soort stage, een project waarbij de studenten vrijwilligerswerk doen om ervaring op te doen om studiepunten te verzamelen. Lisa en haar klasgenoten hadden dat prima georganiseerd, maar er kwam een kink in de kabel: een week voor de start hoorden ze dat het project niet doorging. En dan? ‘Balen, natuurlijk. En daarna zijn we snel op zoek gegaan naar een alternatief, want je moet toch in die tijd je project zien af te ronden. Via Vrijwilligerspunt vonden we een paar vrijwilligersklussen die we konden oppakken. Ik koos, samen met drie andere klasgenoten, voor Samenvoorlezen.’ Prinsessen, dieren en dino’s Eerlijk is eerlijk, Lisa was niet direct enthousiast. Snel schakelen van het ene project naar het andere valt ook niet mee. ‘Ik moest echt even wennen. Gelukkig heb ik twee kleine neefjes, dus omgaan met kinderen ben ik wel gewend. De kennismaking met de gezinnen waar ik ging voorlezen, verliep ook goed. Ik las voor bij een meisje van vier en een jongetje van zes jaar. Het jongetje is geïnteresseerd in dino’s, daar kon hij hele verhalen over vertellen en die moeilijke namen kent hij allemaal. Het meisje wilde juist graag over prinsessen en dieren lezen. Geen probleem, doen we dat. Er is zoveel bij de bibliotheek te vinden!’ Tellen in het Engels Bij Samenvoorlezen ga je twintig weken lang elke week een uurtje voorlezen voor een kind, met als doel de taalontwikkeling te stimuleren. Is dat gelukt? Lisa: ‘Het meisje telde nog in het Engels toen we begonnen met lezen, maar ik heb boekjes meegenomen waarin veel telwoorden voorkwamen. Nu kan ze ook goed in het Nederlands tellen. Bij het jongetje was de taalbeheersing niet zozeer het probleem, maar zijn uitspraak. Hij ging ook naar een logopedist om die te verbeteren, en we hebben er met het voorlezen goed op geoefend. Ik geloof dat dat wel heeft geholpen. Maar of de ouders nu zelf gaan voorlezen en met hun kind naar de bibliotheek gaan om elke week nieuwe boeken te halen? Ik vraag het me af.’ Verschil maken Het project is achter de rug, de kinderen hebben allebei een officieel voorleesdiploma in ontvangst genomen en Lisa gaat verder met haar opleiding. Wat neemt ze mee van Samenvoorlezen? ‘De kinderen waren zo blij, hun vrolijke koppies als ik voor de deur stond zal ik niet vergeten. Ik vind het bijzonder dat je met zoiets kleins als een uurtje in de week samen lezen, zo’n groot verschil kunt maken. Dat heeft indruk op me gemaakt: de dankbaarheid van de kinderen en hun ouders, en het plezier dat we samen hadden met de boeken.’ Lees hier meer over voorlezer worden bij SamenVoorlezen.
Lees meer