Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987
  • Locatie Alkmaar
  • Bergerweg 1, 1815AC, Alkmaar
  • 072-5191600

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools (opent in een nieuw venster)
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | november 2023 | 3 min lezen

Meneer Arnold helpt Marko met Nederlands spreken

Twee jaar lang was Marko Božović uit Montenegro taalmaatje van Arnold Bakker. Hoewel Arnold Marko niet meer officieel helpt met de Nederlandse taal, zien ze elkaar nog regelmatig. Arnold: “Er is een waardevolle vriendschap ontstaan. Ik ben vorig jaar zelfs naar Montenegro op vakantie geweest om zijn geboorteland en familie te leren kennen.”


Zo’n 4,5 jaar geleden kwam Marko naar Nederland. Marko: “Door de liefde. Ik leerde mijn vriendin kennen in Montenegro. Mijn beste vriend bleek haar zwager te zijn. We werden verliefd op elkaar en niet lang daarna besloot ik naar Nederland te komen om bij haar te wonen.” Maar toen liep Marko al snel tegen een taalbarrière op. Marko: “Ik sprak geen woord Nederlands en wilde zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren. Ik kwam bij Vrijwilligerspunt terecht. Zij vertelden me dat ik naar het Clusius College kon, maar daar was nog een wachtlijst. Ik werd gekoppeld aan een taalvrijwilliger. Dan kon ik alvast Nederlands leren. Ik kwam uiteindelijk bij meneer Arnold terecht.” Meneer Arnold? “Ik zeg altijd meneer Arnold. Uit respect. Ik vind dat je ouderen met meneer of mevrouw moet aanspreken. Zo ben ik opgevoed.” Arnold: “Ik mag dan wel 82 zijn, maar van mij hoeft hij echt geen ‘meneer’ te zeggen. Maar hij blijft het doen, dus ik laat het maar zo.”


Praten, praten, praten

Toen Marko in Hoorn kwam wonen, kreeg hij gelukkig al snel een baan in de horeca. “Ik ben kok als beroep en kon als kok aan de slag in restaurant de Waag. Mijn collega’s begonnen direct Engels met me te praten, maar dat wilde ik niet. Ik wilde Nederlands leren. Door woorden op te laten schrijven en deze te leren, leerde ik steeds beter Nederlands.” Taalvrijwilliger Arnold hielp hem iedere week met een uurtje taalles. Maar niet met grammaticaboekjes en woordenlijstjes. “Ik werk vooral aan de spreekvaardigheid. Grammatica en woordjes stampen kan hij ook op school.”


Marko vult aan: “We praten over van alles. Niet over politiek of slecht nieuws uit de kranten. Wel over alledaagse dingen, zoals Hollandse gewoonten, festivals, carnaval, eten of muziek. Leuke dingen. Ik leer veel van de gesprekken. Meneer Arnold heeft me vooral geholpen met mijn uitspraak en de zinsconstructie. Ik kan inmiddels goed Nederlands lezen, maar spreken blijft lastig. Nederlands is echt een moeilijke taal." Arnold: “Hij is heel erg vooruit gegaan en leest goed. Hij is heel leergierig en een slimme jongen. Ik vind het fijn om met hem gesprekken te voeren. We bepalen niet vooraf waar we het over hebben, dat gaat eigenlijk vanzelf. We zijn het overigens vaak niet met elkaar eens, maar we maken nooit ruzie!”


Reis naar Montenegro

Er wordt ook veel over elkaars cultuur gesproken. Arnold: “Marko heeft tijdens onze gesprekken ook veel verteld over zijn thuisland. Ik werd zo enthousiast van zijn verhalen, dat ik vorig jaar besloot naar Montenegro op vakantie te gaan.” “Met de auto en helemaal alleen!”, zegt Marko, nog steeds verontwaardigd. “Ik verklaarde hem voor gek, maar ik kreeg het niet uit zijn hoofd gepraat.” Na een reis van een paar dagen met tussenstops in Oostenrijk en Kroatië, verbleef Arnold tien dagen in Montenegro. “Ik heb Marko’s familie daar ontmoet en ik heb veel geleerd van het land en de cultuur. Het was een fantastische reis en geweldig om met eigen ogen zijn land te zien.”

 

Nieuw taalmaatje

Sinds een paar weken heeft Arnold een nieuw taalmaatje. Arnold: “Ik help een vrouw uit Vietnam met de Nederlandse taal. Hoewel ze getrouwd is met een Nederlander, spreekt ze slecht Nederlands. Een hele uitdaging dus. Maar dat vind ik leuk. Ik ben van huis uit schoolmeester en ik ben jaren koordirigent geweest. Ik vind het gewoon leuk om mensen iets te leren. En om andere culturen te leren kennen.” “Misschien ga je dan ook wel op reis naar Vietnam!”, grapt Marko. Arnold sluit het niet uit…

 

Blokfluit

Marko en Arnold zien elkaar nog geregeld, ondanks dat Marko niet meer officieel Arnolds taalmaatje is. Arnold: “Iedere week zie ik Marko nog in het zwembad als ik ga zwemmen en hij zijn dochtertje van zwemmen haalt. Dan maken we altijd even een praatje. En nog niet zo lang geleden heb ik bij hem gegeten toen zijn moeder, zus en neef in Nederland waren. Marko is nu met een opleiding tot personal trainer bezig, dus hij heeft het momenteel heel druk. Maar als hij klaar is, gaan we samen het blokfluiten weer oppakken.” Marko: “Ik heb nu een paar lessen van hem gehad. Ik vind het heel leuk, al ben ik helemaal niet muzikaal. Arnold heeft me nu ook twee keer meegenomen naar een klassiek concert in het concertgebouw in Amsterdam. Dat vond ik geweldig. Dus hopelijk kan ik dan straks net als meneer Arnold het volkslied van Montenegro spelen op de blokfluit.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Hòfi Chikí voor een groenere en gezondere leefomgeving

Vrijwilliger zijn van een vrijwilligersorganisatie duizenden kilometers verderop? Dat kan natuurlijk ook! Miranda Zwart is nu ruim drie jaar voorzitter van de stichting Hòfi Chikí. Hòfi Chikí plant op Curaçao kleine bosjes met inheemse bomen en planten in urbane en rurale gebieden. Miranda: 'Natuur is hartstikke belangrijk voor mens en dier en ik zet me daarom graag in om het prachtige Curaçao nog een stukje mooier en groener te maken. Meer groen zorgt namelijk voor meer biodiversiteit, een betere luchtkwaliteit, verminderede wateroverlast en biedt een gezonde speel- en leeromgeving voor de kinderen op Curaçao. We hopen dat meer mensen onze stichting willen ondersteunen.' Lennart Bak is de oprichter van Hòfi Chikí. In 2016 raakte hij geïnspireerd door de beweging Tiny Forest. Een beweging die de ‘Do it yourself’-methode heeft ontwikkeld waarmee mensen zelf een tiny forest kunnen bouwen. Toen Lennart in 2018 naar Curaçao verhuisde, wilde hij ook hier deze beweging van de grond krijgen. In 2021 richtte hij officieel de Stichting Hòfi Chikí op. In 2020 bezocht Miranda samen met nog vijf vriendinnen hun vriendin op Curaçao, de vrouw van Lennart. Miranda: 'Lennart nam ons mee naar het bos naast de basisschool Klein College. Het is het eerste tiny forest van Curaçao dat geplant is. We waren echt onder de indruk. Het beslaat een gebied van 160m2 en bevat zo’n 480 inheemse struiken, heesters en bomen van 41 verschillende soorten. Alsof je ineens in een heel andere wereld bent beland!' Leren over boompjes en beestjes Het land waar het bos op groeit, ligt naast de tuinkas van de school. Miranda: 'En dat is nou het mooie van dit tiny forest project. Het is niet alleen een manier om Curaçao te vergoenen, maar het project is ook onderdeel van het educatieve Natuur en Milieu Educatieprogramma van de school. De kinderen krijgen les tussen het groen en leren over alles wat er groeit, bloeit en leeft. Ze leren over de soorten insecten die hier leven, de bomen en struiken die hier groeien en vooral wat natuur doet voor mens en dier. Geweldig dat zo twee mooie doelen in een klap worden gerealiseerd.' In maart 2023 is het tweede tiny forest geplant; Tiny Forest Groot Piskadera, naast de Universiteit van Curaçao. Een bos van maar liefst 250m2 met 750 inheemse struiken, heesters en bomen. Ook dit bos heeft een educatieve rol. 'Het blijft natuurlijk niet bij deze twee projecten. Onze droom is dat het hele eiland straks met elkaar verbonden is door tiny forests, zodat dieren van de ene naar de andere kant kunnen en Curaçao altijd groen is.' Ja, ik doe mee! De stichting draait volledig op vrijwilligers, fondsen en giften. Vrijwilligers die wonen op Curaçao, maar ook in Nederland. Miranda: 'De stichting zocht een voorzitter en Lennart vroeg me na het bezoek of het iets voor mij was. Hartstikke slim natuurlijk van hem… Hij zag dat ik enthousiast was en dat ik natuur, maar ook het besef van de waarde van natuur heel belangrijk vind om door te geven. En als je het niet vraagt… Natuurlijk zei ik ‘Ja, ik doe mee!’. Dat natuur niet vanzelfsprekend is, realiseren we ons veel te weinig. Je moet echt leren dat het bestaan van bomen, struiken en beestjes een doel heeft en dat het allemaal met elkaar in verband staat. Dat kun je niet jong genoeg leren. Met Hòfi Chikí wordt bijgedragen aan de natuur en de biodiversiteit. Het is dan toch geweldig dat je daaraan kunt en mag bijdragen?' Communicatie op afstand De vrijwilligers van Hòfi Chikí wonen op Curaçao en in Nederland, is dat niet onhandig? Miranda: 'Het is belangrijk dat alle vrijwilligers betrokken blijven en daar doen we als bestuur alles aan. Natuurlijk is dat een uitdaging als de vrijwilligers zo ver van elkaar zitten. En dan heb je ook nog het tijdsverschil. Maar, het lukt ons om geregeld “de koppen bij elkaar” te steken, digitaal uiteraard. Het is ook een voordeel dat er vrijwilligers zijn die in Nederland wonen. Zo biedt Nederland meer mogelijkheden om fondsen aan te vragen. Het is dan natuurlijk ook handig dat ik directeur-bestuurder van Vrijwilligerspunt Westfriesland ben: met het uitgebreide netwerk van Vrijwilligerspunt weten wij welke paden we moeten bewandelen om bij de juiste fondsen binnen te komen.' Meer vrijwilligers Hòfi Chikí kan meer vrijwilligers gebruiken. Miranda: 'We hebben een aantal vacatures openstaan en daarvoor hoef je dus echt niet per se op Curaçao te wonen! Zo zoeken we een communicatiespecialist die ons wil helpen met de bekendheid van Hòfi Chikí. Door het bijhouden van de website, het delen van mooie verhalen en successen via persberichten, social media en nieuwsbrieven. We weten namelijk zeker dat we door te vertellen over wat we doen, we nog meer mensen enthousiast kunnen maken ons te komen helpen. Want de natuur naar mens en dier brengen; dat is toch fantastisch om aan bij te dragen?!' Ook vrijwilliger worden bij Hòfi Chiki? Je vindt hier de openstaande vacatures.
Lees meer

Voorleesvrijwilliger Sonja voelt zich welkom

Fatima was het eerste kindje waar Sonja den Besten aan ging voorlezen. Twee jaar later zit ze weer met Fatima op de bank. ‘Het verhaal over een monster was heel spannend, daarom hebben we hem een andere naam gegeven.’ Voorlezen is bij elk kind anders. Dat ligt bijvoorbeeld aan de leeftijd, heeft Sonja den Besten gemerkt. ‘Toen Fatima vier jaar was, begon ik met voorlezen. Ik merkte dat ze zich nog niet zo lang kon concentreren. We wisselden voorlezen af met spelletjes. Ze wilde bijvoorbeeld graag kappertje spelen en mijn haar werd dan gekapt. Fatima spreekt en hoort thuis vooral Arabisch. Door samen te spelen, oefenden we tegelijkertijd de Nederlandse taal.’ Van harte welkom Het voorlezen past perfect bij Sonja. Ze deed al jaren vrijwilligerswerk, maar SamenVoorlezen was onbekend. ‘Ik hoorde erover op de kunst & cultuurmarkt in Hoorn, bij het kraampje van Vrijwilligerspunt. Ik vroeg me af: is mijn stem wel goed genoeg? Kan ik dat wel? Ik had contact met Vrijwilligerspunt en een week later kon ik beginnen.’ Ze werd van harte welkom geheten bij het eerste gezin. Het contact loopt vanaf het eerste moment soepel. ‘De eerste afspraken waren midden in de coronatijd. Dat was lastig. Maar de communicatie is goed, dus we konden toch afspreken.’ Voorlezen én rekensommen Twee jaar later, en daar is Sonja weer. Inmiddels heeft ze andere kinderen voorgelezen, maar ze komt met veel plezier bij Fatima terug. Het meisje zit inmiddels in groep 3. ‘Het is zo leuk om het verschil te zien. Voorlezen gaat steeds makkelijker’, vertelt Sonja. ‘Ze kan nu langer stilzitten en beter luisteren. Ze vindt rekenen veel leuker dan taal, dus we doen tussen het voorlezen door een paar rekensommen. Het is zo’n leuk, speels, creatief meisje. Ze heeft laatst zelfs een schilderij voor me gemaakt!’ Sonja weet precies welke boeken in de smaak vallen bij Fatima. ‘Sprookjes zijn altijd goed, boeken over prinsessen zijn haar favoriet. En een boek over monsters, hoewel dat wel erg spannend was. Ik wil natuurlijk niet dat zij ’s nachts wakker ligt van een griezelig verhaal. Daarom hebben we samen een andere naam voor het monster verzonnen. Fatima noemt hem nu Piet. Dan is het monster ontwapend.’ Alfabet aan de muur De reden dat Sonja zo graag als voorleesvrijwilliger werkt? Niet alleen om haar liefde voor boeken en lezen te delen. ‘De warmte van het gezin is geweldig. We respecteren elkaar, we zijn gelijkwaardig en ik voel me zo welkom. De moeder vindt het heel belangrijk dat haar dochter goed Nederlands leert en goed haar best doet op school. Het Nederlandse alfabet hebben ze als poster aan de muur gehangen, heel slim!’ En Sonja is nog lang niet klaar. Want het jongere broertje van Fatima wil ook graag worden voorgelezen… ‘Moeder Sharifa heeft al gevraagd: kunnen we jou weer reserveren? Dan kom je volgend jaar gewoon terug!’
Lees meer

Voorleesvrijwilligers geven kinderen extra zelfvertrouwen

Op basisschool De Hoeksteen in Enkhuizen geven voorleesvrijwilligers van het project SamenVoorlezen van Vrijwilligerspunt extra aandacht aan kinderen die nog niet zo taalvaardig zijn. Dat kwartier, hooguit een halfuur, onverdeelde aandacht maakt al een groot verschil, merkt leerkracht Jolanda Andringa. ‘Je ziet kinderen echt ‘aan’ gaan als ze het snappen.’ Is je Nederlands nog niet zo goed als de rest van de klas, dan gaat de les soms te snel. ‘Wat we vertellen, gaat dan over de hoofden van die kinderen heen. Zeker als Nederlands niet hun moedertaal is, moeten ze soms flink schakelen om de uitleg in de klas te volgen. Door het rumoer in de klas kunnen leraren ook niet altijd in de gaten houden of iedereen de les nog goed kan volgen.’ Vinger opsteken Vrijwilligers van SamenVoorlezen geven op de Hoeksteen voorleeslessen, juist voor kinderen die wel wat extra aandacht kunnen gebruiken. Gewoon één op één met een geduldige vrijwilliger, werken aan een boek of een schoolopdracht. Jolanda: ‘Ik vertel de voorlezer waar we in de klas mee bezig zijn. Het is de bedoeling dat het voorlezen aansluit bij onze thema’s, dus de voorlezer kan aandacht besteden aan stof die we pas hebben behandeld, of juist iets wat er nog aan zit te komen. Gaat het in de klas bijvoorbeeld over slakken, dan kan de voorlezer dat voorbereiden door samen met het kind een boekje te lezen. Dat betekent dat het kind daarna de les veel beter kan volgen. Soms durven ze zelfs hun vinger op te steken om ook iets over slakken te vertellen!’ De voorleesvrijwilligers dragen dus bij aan het zelfvertrouwen van de kinderen. ‘De kinderen krijgen complimentjes tijdens de extra les. En ze horen dat ze niet bang hoeven te zijn om iets fout te doen.’ Woordenschat groeit Het gaat niet zozeer om begrijpend lezen, want daar zijn de kinderen in groep 1, 2 en 3 nog een beetje te klein voor. ‘Begrijpend luisteren noemen we het,’ zegt juf Jolanda. ‘Door het voorlezen groeit de woordenschat. Kinderen raken vertrouwd met de Nederlandse taal. Ze maken kilometers met de Nederlandse taal. En ze krijgen zin om het lezen te leren, hopen we.’ Op dit moment is Sinterklaas het grote thema in de klas. Maar sommige kinderen hebben nog nooit van Sinterklaas gehoord. Zij kunnen de verhaaltjes en de liedjes rond het kinderfeest niet goed volgen. ‘Een tweeling van zes, nog maar kort in Nederland, zijn naar de intocht geweest. Er werd snoep gegooid, er was een man op een paard, heel indrukwekkend. Maar hoe het nou precies zit? In de voorleesles besteedt de vrijwilliger dan extra aandacht aan Sinterklaas, bijvoorbeeld met praatplaten. Daarna is het hele gebeuren voor de kinderen beter te volgen.’ Gek op lezen De school kan altijd extra vrijwilligers gebruiken voor de voorleesles. Jolanda denkt dan aan mensen met een fijne voorleesstem, die ook wat langzamer spreken. ‘Geduld. Aandacht voor kinderen. Positief ingesteld. En ze moeten het leuk vinden om met de leerkracht samen te werken en aan te sluiten bij de lessen en de thema’s in de klas.’ Over het algemeen zijn alle voorleesvrijwilligers echte boekenwurmen. Gek op lezen en gek op kinderen. ‘Kunnen lezen is de sleutel tot zoveel andere vakken. De voorleesvrijwilligers die de liefde voor lezen overdragen op de kinderen maken een groot verschil op onze school. Het is prachtig om te zien dat de kinderen het op een bepaald moment snappen, dat ze ‘aan’ gaan.’ Ook voorlezer worden? Ook voorlezer worden van SamenVoorlezen? Kijk voor meer info op deze pagina , mail naar [email protected] , of bel 0229-216499.
Lees meer