Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | maart 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Cassandra helpt kwetsbare jongeren vooruit

In de kapel van Dijk en Duin in Hoorn staat eens in de twee weken de frisdrank koud en liggen de chips klaar voor kwetsbare jongeren tussen 18 en 27 jaar. Geen grote woorden, geen verplicht programma. Gewoon een plek waar je mag binnenlopen en zijn wie je bent. Voor Cassandra Hoeksema (27) is dit inmiddels vertrouwd terrein. Als vrijwilliger en ervaringsdeskundige bij De Hoofdzaak ondersteunt ze deze doelgroep. “Het gaat er niet om dat alles gezellig is,” zegt ze. “Het gaat erom dat je niets hoeft te verbergen.”


Redactie Paul Luiken, NHD - Foto Marcel Rob, NHD

 

Cassandra oogt stoer. Haar armen zijn bedekt met tatoeages, zorgvuldig gekozen en sierlijk. Wie beter kijkt, ziet daaronder de fijne littekens van een verleden dat ze niet langer verstopt. “Voor mij zijn die tatoeages een symbool,” zegt ze. “Het krassen is gestopt omdat er iets mooiers voor in de plaats is gekomen.” 

Haar weg naar acceptatie was lang. Cassandra groeide op in Hoorn en volgde opleidingen in de zorg. Ze werkte onder meer in de kinderopvang en met mensen met een licht verstandelijke beperking. Inmiddels zit ze in de ziektewet en richt ze zich op herstel. Wat haar drijft als vrijwilliger bij De Hoofdzaak, is haar eigen ervaring. “Ik heb verschillende trauma’s en PTSS,” vertelt ze. Ze zijn het gevolg van zeer ingrijpende ervaringen en de ernstige psychische gevolgen daarvan. “Daar schaam ik me niet meer voor. Juist daardoor kan ik anderen begrijpen.”

 

Herkenning

De Hoofdzaak is een organisatie voor jongeren en volwassenen met een psychische kwetsbaarheid. In Hoorn organiseren ze tweewekelijks een jongerenavond voor mensen tussen de 18 en 27 jaar. Er zijn altijd ervaringsdeskundigen aanwezig. Cassandra is er één van. “We doen spelletjes, we praten, of we zitten gewoon even samen. Als iemand niet lekker in z’n vel zit, dan zie je dat vaak meteen. En dan kun je laten zien dat je ze herkent.” 

Herkenning is een sleutelwoord. Cassandra weet hoe het voelt om jarenlang alles alleen te dragen. “Ik heb mijn problemen heel lang voor mezelf gehouden. Ook omdat ik anderen niet wilde belasten,” zegt ze. “Ik dacht altijd: iedereen heeft zijn eigen ‘struggles’, dus waarom zou ik die van mij delen?” Inmiddels weet ze beter. “Door therapie heb ik geleerd dat het geen last is. Het is erkenning zoeken.”

 

Taboe

Dat is ook wat ze jongeren wil meegeven. “Het maakt niet uit wat je hebt meegemaakt. Voor de één is iets kleins al heel groot, voor de ander niet. Dat is geen wedstrijd.” Ze merkte hoe hardnekkig het taboe kan zijn. “Vanuit de omgeving hoor je soms: het valt wel mee, stel je niet aan. Maar zo werkt het niet. Iedereen ervaart pijn anders.” Bij De Hoofdzaak ziet ze allerlei jongeren binnenkomen. Sommigen komen elke keer, anderen schuiven één keer aan. “De één wil niet thuis zijn, de ander zoekt afleiding. Wat ze gemeen hebben, is dat ze kwetsbaar zijn. Er is geen druk. Je hoeft nergens aan mee te doen. Als je alleen wilt zitten, is dat ook goed.”

 

Maskers

Cassandra’s rol gaat verder dan gastvrouw zijn. “Als je vaker komt, ga je patronen herkennen. Iemand zegt dat het goed gaat, maar je ziet het aan de toon of aan het gezicht dat dat niet zo is. Ik heb zelf heel lang maskers gedragen. Sociaal wenselijke antwoorden gegeven. Dat herken je bij anderen.” Wat het vrijwilligerswerk haar brengt, is minstens zo belangrijk. “Het geeft me voldoening,” zegt ze. “Ik mag er voor anderen zijn, maar ik mag ook mezelf zijn.” Ze merkt dat herkenning twee kanten op werkt. “Als iemand iets vertelt en ik denk: dit herken ik, dan voel ik me zelf ook minder alleen.”

 

Naast de jongerenavonden start Cassandra op korte termijn met het volgen van cursussen bij De Hoofdzaak. Onlangs deelde ze samen met andere ervaringsdeskundigen haar herstelverhaal bij het Talland College in Hoorn. “Ik wil dat jongeren zich niet hoeven te schamen voor hun problemen,” zegt ze. “Er zijn zoveel jongeren met een rugzak, maar ze durven er niet over te praten.”

 

Missie

Het doorbreken van dat taboe voelt voor haar als een missie. “Het is oké dat het niet altijd goed gaat,” benadrukt ze. “Als ik dat had geweten toen ik jonger was, had dat veel gescheeld.” In de toekomst wil ze haar ervaring mogelijk ook beroepsmatig inzetten. “In een kliniek, of ergens anders. Dat ga ik nog uitzoeken. Eerst verder herstellen.” Ze gelooft dat het vinden van rust uiteindelijk haalbaar is. “Sinds ik zelfstandig woon met ondersteuning, merk ik dat ik steeds meer ruimte in mijn hoofd krijg.” Haar littekens zijn er nog, maar ze bepalen haar niet meer. “Wat mij is overkomen, is heftig,” zegt ze. “Maar ik kies ervoor om het om te zetten in iets wat anderen kan helpen. Dat geeft betekenis. En hoop.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Paarden leren Tess en Rowena plannen

| Doe es gewoon vrijwillig

Werken bij een sportvereniging, helpen in een zorginstelling of dieren verzorgen op de kinderboerderij: de leerlingen van het Martinus College kunnen de Maatschappelijke Stage (MaS) op hun eigen manier invullen. Tess Rorije en Rowena Boelen (allebei 13 jaar) deden vorig jaar vrijwilligerswerk op de manege Stal Dijkman in Wijdenes en zijn er nog steeds enthousiast over. Rowena: ‘En ik was hartstikke bang voor paarden! Maar dat is nu voorbij.’ In het tweede leerjaar van de havo- en vwo doen leerlingen van het Martinus College in Grootebroek een maatschappelijke stage. Dertig uur vrijwilligerswerk bij non-profitorganisaties, omdat je zelf veel leert van iets doen voor iemand anders. Stageplekken worden door Vrijwilligerspunt gezocht en op de website mas.vrijwilligerspunt.com geplaatst. Door het geven van gastlessen op het Martinus College worden de leerlingen door Vrijwilligerspunt geïnformeerd over de mogelijkheden en geënthousiasmeerd vrijwilligerswerk te gaan doen. ‘Iedereen zocht zelf een plek uit om stage te lopen. Kwam je er niet uit, dan kon Vrijwilligerspunt je helpen met het vinden van een stageplek. Via Tess kwamen wij met z’n tweeën bij de manege terecht', vertelt Rowena. ‘Best lastig dat corona uitbrak toen we begonnen. De paardrijlessen lagen stil en zo min mogelijk mensen mochten op de manege komen. Gelukkig konden we ons werk vanaf begin januari toch gaan doen.’ Ochtendhumeur Die stage is echt niet alleen maar knuffelen met de paarden en rondjes rijden. Rowena: ‘We doen niet alleen maar leuke klusjes. We moesten ook stallen uitmesten en vegen. Soms moesten we paarden in de paddock zetten. Tess was meer van de paarden, ik bleef altijd bij ze uit de buurt. Ik was zelfs bang voor ze toen we hier begonnen! Ik heb gemerkt dat mensen en paarden op elkaar lijken. Sommige paarden hebben een ochtendhumeur, dat verwacht je toch niet?’ Lijst met klusjes Inmiddels hebben ze de maatschappelijke stage achter de rug. En, wat hebben ze geleerd? ‘Heel veel!’ zegt Tess. ‘Plannen, bijvoorbeeld. We kregen verschillende klusjes, er lag altijd wel een lijstje voor ons klaar. En dan moet je kiezen wat je eerst gaat doen, en wat kan wachten. We hebben geleerd dat we eerst moeten denken: wat is het beste voor de paarden. En dat je ook rekening moet houden met wat goed is voor jezelf. Dus soms moet je even pauze nemen.’ Verantwoordelijk De grootste les die Rowena en Tess hebben geleerd van de paarden: verantwoordelijkheid. Rowena: ‘De zorg voor die grote dieren werd aan ons toevertrouwd. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Ze moeten op ons kunnen rekenen.’ Het was best spannend om te beginnen bij de manege, vertelt Tess. ‘We kenden er eigenlijk niemand. Gelukkig waren we met z’n tweeën. En we werden goed geholpen en begeleid, dat maakt een groot verschil.’ Na de stageperiode is de meiden door de manege een vast baantje aangeboden. Tess: 'Superleuk dat een stage dat kan brengen. We moeten er alleen nog wel even over nadenken, maar het is natuurlijk tof dat ze zo blij met ons zijn dat we mogen blijven!' Foto van Manege Dijkstal Wijdenes
Lees meer

Taalcafé; voor, door en met jongeren

| Doe es gewoon vrijwillig

Een Taalcafé voor nieuwe Nederlanders is er, maar een Taalcafé voor specifiek jonge nieuwe Nederlanders is lastiger te vinden. De drie studenten Quinty Renting, Asli Ozkan en Louise Stokman zetten als opdracht vanuit hun studie Social Work een Taalcafé op voor, door en met jongeren. Quinty: 'Het was heel leerzaam. Superleuk om wat voor deze doelgroep te kunnen doen. En als het dan ook zo enorm gewaardeerd wordt, dan word je daar heel blij van.' Quinty, Asli en Louise volgden vanuit hun opleiding een hybride project en konden kiezen uit drie kleine projecten. Een daarvan was het opzetten van een Taalcafé voor Taalhuis Westfriesland, onderdeel van Vrijwilligerspunt Westfriesland. Ze kregen hulp van Fleur Neefjes van Vrijwilligerspunt. Fleur: 'Vanuit Taalhuis leeft al lang de wens om een Taalcafé op te zetten voor jongeren. We merken dat hier bij deze doelgroep behoefte aan is. Het is nou in eenmaal makkelijker om met leeftijdsgenootjes op te trekken en zo de taal te leren en zo aansluiting te krijgen met andere jongeren. De dames mochten helemaal zelf bedenken hoe het Taalcafé eruit zou gaan zien. Wanneer en hoe laat het plaats zou vinden en de inhoud van het programma.' Doelgroeponderzoek Taalcafés zijn laagdrempelige bijeenkomsten waar nieuwkomers samenkomen om Nederlands te spreken. Onder leiding van een of meerdere taalvrijwilliger spreken zij in groepjes over een bepaald actueel thema. Quinty: 'Om meer te leren over de doelgroep, volgden we een korte training van Nini Viëtor van Taalhuis. We leerden hoe je deze doelgroep het beste kan benaderen en met ze kan communiceren, want ze spreken natuurlijk geen tot nauwelijks Nederlands. Nini liet ons voorbeelden van materiaal zien, die je in de lessen kunt gebruiken. Denk aan woordplaatjes, spelletjes en klankenkaarten. Daarnaast vertelde ze ook over cultuurverschillen. Belangrijk om te weten, omdat je dan ook beter weet hoe je deze doelgroep moet benaderen.' Jonge nieuwe Nederlanders Louise: 'We zijn ook in gesprek geweest met docenten van Fiolet Taaltrainingen, Edinova en het Horizon College en hebben hun gevraagd of ze wilden helpen met het werven van jongeren voor het Taalcafé. Daarvoor hebben we een flyer gemaakt, die de docenten hebben uitgedeeld aan hun leerlingen.' Met alle input op zak en de aangemelde deelnemers, kon het Taalcafé dan echt plaatsvinden. Asli: 'Super fijn dat we zoveel input hebben gekregen, dat maakte ons een stuk zelfverzekerder om met deze, voor ons, nieuwe doelgroep aan de slag te gaan. We begonnen het Taalcafé altijd met een beetje kletsen. Hoe gaat het met iedereen? En dan volgde een kort dictee, want de jongeren wilden ook graag Nederlands leren lezen en schrijven. We hebben ook spelletjes gedaan zoals 'Wie ben ik'. Super goed spelletje om te leren hoe je iemand moet omschrijven. Maar we bekeken ook samen een kort nieuwsitem en behandelden dan woorden die ze niet begrepen. Heel veel verschillende activiteiten dus, waarbij we zeker ook rekening hielden met wat de deelnemers leuk vonden en waar hun interesses lagen.' Leerzaam Na een paar avonden Taalcafé zat het project er voor de dames op. Asli: 'Eerlijk gezegd vroeg ik me eerst af of ik deze doelgroep wel leuk zou vinden, maar dat vind ik zeker! Ze zijn super gemotiveerd om Nederlands te leren en dat motiveerde mij weer enorm. Ik wist niet dat ik kon lesgeven, dus dat heb ik ook van dit project geleerd.' Louise vult aan: 'Ik heb vooral geleerd hoe je goed kunt communiceren met mensen die niet of niet goed Nederlands spreken. Niet te moeilijke woorden gebruiken bijvoorbeeld. Zo vroeg ik een keer "Hebben jullie het naar je zin?" Maar toen zag ik alleen maar blikken van onbegrip. Toen ik zei "Vinden jullie het leuk?” begrepen ze me wel en reageerde iedereen enthousiast. Je merkt vanzelf wanneer ze het begrijpen of niet, je moet alleen wel weten hoe je dat oplost. En iedere week weer een andere les bedenken is best een uitdaging, maar maakt het wel veel leuker voor de deelnemers.' Quinty was vooral heel blij met de vrijheid die ze kregen. 'We werden totaal losgelaten door Vrijwilligerspunt. Dat gaf ons heel veel vertrouwen. We zaten wel iedere week even samen om de voortgang te bespreken, maar dat was juist heel fijn. En als we tussendoor even niet wisten hoe nu verder, dan konden we bij Fleur aankloppen. Het was een heel leerzaam project voor ons en we zijn eigenlijk best trots op onszelf dat het Taalcafé zo'n succes was! De deelnemers waren namelijk alleen maar enthousiast.’
Lees meer

Ineke en Bette maken een tuin voor iedereen

| Doe es gewoon vrijwillig

Dagbesteding In de Familietuin in Zwaagdijk-Oost is spiksplinternieuw: in maart gingen de deuren open en kwamen de eerste zorgcliënten binnen. Tegelijkertijd bestaat de plek al jaren, als bloembollenbedrijf van de opa en oma van Ineke en Bette. De twee nichtjes hebben er een duurzaam zorgbedrijf van gemaakt, waar iedereen met een zorgvraag kan meewerken in de tuin. Ineke: ‘Met je handen in de aarde en rommelen met plantjes is gewoon goed voor je, dat merkt iedereen hier.’ Iedereen is welkom In de Familietuin: mensen met dementie, met een verstandelijke beperking of een andere zorgvraag. Bette en Ineke hebben namelijk jaren ervaring met werken in de zorg met verschillende doelgroepen, dus ze kijken nergens van op. ‘We merkten wel dat ons werk in grote organisaties steeds minder bij ons ging passen. We misten de persoonlijke touch. Toen een familielid van ons naar een dagbesteding ging, zagen we dat er maar weinig plaatsen waren waar de deelnemers lekker naar buiten kunnen.’ Het familiebedrijf, een agrarisch bedrijf, stond leeg en dat bood de twee de mogelijkheid om hun droom uit te laten komen: een kleinschalige dagbesteding in het groen, waar iedereen kan meedoen. Fruit plukken, theedrinken Inmiddels is het zorgbedrijf een paar maanden open, het loopt lekker. ‘Het is kleinschalig, we hebben ruimte voor ongeveer twaalf mensen per dag. Drie dagen per week zijn we open. We hebben grote plannen: de moestuin moet worden aangelegd, het liefst in grote bakken zodat ook mensen met een rolstoel erbij kunnen. Van de oogst maken we de lunch voor de deelnemers en we verkopen groente en fruit aan de weg. Deelnemers kunnen helpen in de moestuin, kruiden plukken, theedrinken in het zonnetje in de theetuin of wat lekkers maken in de keuken, allemaal mogelijk.’ Ineke weet uit eigen ervaring hoe heerlijk dat werken in de tuin kan zijn. ‘Ik heb een grote tuin bij mijn huis en ik merk het meteen: wroeten in de aarde en een beetje rommelen met plantjes is heel rustgevend en het geeft voldoening.’ Dat zien Bette en Ineke ook bij de deelnemers: ‘Iedereen kan wel iets bijdragen, bijvoorbeeld de planten watergeven of rustig meekijken en meebeleven wat er buiten allemaal gebeurt.’ Betrokken familie Waar komt die naam eigenlijk vandaan, In de Familietuin? Bette: Dit was natuurlijk het bollenbedrijf van opa en oma. Ook is onze familie betrokken bij ons bedrijf: mijn ouders helpen in de tuin, onze oom heeft geholpen bij het afbreken van een grote schuur. Maar met de naam willen we ook het huiselijke gevoel benadrukken. Hier is altijd wat te doen, iedereen is welkom. Met elkaar zijn we een grote familie.’ Die familie kan nog wel wat vrijwilligers gebruiken, vertellen de nichtjes. ‘We hebben werk voor vrijwilligers die willen tuinieren, koken of eens een spelletje of een kopje koffie met de deelnemers willen doen. We zoeken met name mensen om deelnemers ’s ochtends op te halen en hierheen te brengen, want ze hebben geen eigen vervoer. En aan het einde van de dag moet iedereen ook weer naar huis worden vervoerd. We hopen dat we nog wat chauffeurs kunnen vinden, maar andere vrijwilligers zijn ook welkom. En deelnemers natuurlijk, daar hebben we ruimte voor!’
Lees meer