Post | augustus 2026 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen
Ook degene die achteraan fietst, moet plezier hebben

Plezier. Dat is voor Wessel Kuiper hét sleutelwoord bij het geven van wielrentraining bij HRTC Hoorn. De 23-jarige wielrenner uit Oosterblokker staat iedere donderdagavond als vrijwilliger op de baan met jonge wielrenners van zeven tot vijftien jaar, jongens én meiden. "De meiden zijn meestal een jaar ouder. Dan trek je het wat meer gelijk.”
Redactie: Paul Luiken (NHD), fotografie Jan Mulder
Zelf rijdt Wessel op het hoogste amateurniveau, net onder de profs. Maar naast zijn werk (bij een tweewielerzaak in Benningbroek), trainingen en wedstrijden steekt hij veel tijd in de jeugd van de club. "Ik probeer ze zo goed mogelijk voor te bereiden op wedstrijden. Veiligheid staat natuurlijk voorop, maar ik vind techniektrainingen zelf het leukst. Daar zie je kinderen echt stappen maken. Ik fiets tijdens de trainingen zelf mee, achter de groep. Dan kan ik goed kijken wat iedereen doet en kan ik tips geven.”
Door de bocht kijken
Die aanwijzingen gaan soms over kleine dingen waar beginnende wielrenners zelf niet bij stilstaan. "Heel veel mensen kijken verkeerd ‘door een bocht’. Je gaat eigenlijk heen waar je kijkt. Dus als je naar de buitenkant kijkt, kom je daar vanzelf terecht. Ik probeer ze juist te leren om goed dóór de bocht heen te kijken. Dan rijden ze meteen veel soepeler. Een goede houding helpt daarbij: je buitenbeen goed naar beneden, je handen in de beugels en zorgen dat er genoeg druk op je banden blijft. Dat soort techniekvormen vind ik mooi om over te brengen. Je ziet echt dat kinderen daar beter van worden. Zeker op jonge leeftijd kunnen ze nog zoveel leren.” Meestal rijdt hij met groepjes van tien tot vijftien kinderen. "Met ongeveer tien kan ik iedereen goed in de gaten houden. Als het er meer worden, probeer ik er een extra trainer bij te halen.”
Wessel kijkt niet alleen naar talent. Ook de kinderen die wat meer moeite hebben om mee te komen, probeert hij erbij te houden. "Als je steeds de laatste bent van de groep, wordt het niet leuk meer. Daarom probeer ik oefeningen zo in te delen dat iedereen op zijn eigen niveau bezig is, soms individueel, soms in kleine, gelijke groepjes.”
Gevoel voor de fiets
Toch ziet hij natuurlijk ook talent rondrijden. "Je hebt er altijd een paar tussen zitten waarvan je meteen ziet: die hebben echt gevoel voor de fiets.” Vooral techniek valt hem dan op. "Sommigen rijden gewoon heel makkelijk door een bocht heen. Dan zie je dat ze er echt aanleg voor hebben.” Het mooiste vindt hij het als kinderen ook echt iets hebben gedaan met de trainingen. "Dan komen ze na een wedstrijd terug en zeggen ze: ik heb gedaan wat je zei en het ging nu echt veel beter. Dat is leuk om te horen.”
Het plezier in begeleiden groeide eigenlijk vanzelf. "Ik geef al bijna tien jaar training. Eerst hielp ik oudere trainers mee en kreeg ik af en toe een opdracht. Daarna kreeg ik steeds meer verantwoordelijkheid.” Inmiddels heeft Wessel ook een trainersdiploma van de KNWU. "Officieel moet er bij de training altijd iemand aanwezig zijn met zo’n diploma. Dat ben ik nu.”
Kledingcommissie
Die betrokkenheid beperkt zich niet tot de trainingen alleen. Wessel helpt ook op andere manieren mee binnen HRTC. Hij zit in de kledingcommissie, denkt mee over sponsors en clubkleding en hielp mee met het opknappen van de kantine. "Die houten bekleding van de bar hier hebben we zelf gemonteerd.” De club voelt voor hem inmiddels als een tweede thuis. "Het is gewoon gezellig hier. Op dinsdag kijken we eerst naar de jeugd en daarna rijden de oudere renners zelf een wedstrijdje. Dan zit je eerst met elkaar in de kantine te praten en naar de jeugd te kijken. Vervolgens ga je tegen elkaar fietsen, dan gaat het echt hard tegen hard. Maar vervolgens zit je in de kantine weer lekker met elkaar na te praten.”
Het Getverdemme
Zelf leeft hij ook volledig voor de sport, waarbij Wessel zichzelf bepaald niet spaart. "Ik zoek graag mijn grenzen op. Dat is prachtig, jezelf helemaal naar de getverdemme fietsen. Echt alles eruit halen.” Zijn favoriete renner is dan ook Mathieu van der Poel. "Omdat hij alles doet: op de weg, in het veld en op de mountainbike. En de manier waarop hij koerst vind ik gewoon prachtig.” Maar hoe fanatiek hij zelf ook is, uiteindelijk haalt hij minstens zoveel plezier uit het begeleiden van de jeugd. "Ik vind het gewoon mooi om te zien dat kinderen beter worden en plezier hebben. Daar doe je het uiteindelijk voor.”


